Hondenpsycholoog Cesar Millan was in het land, met een luisterend oor voor viervoeters én hun baasjes.

Beste Cesar Millan,

Afgelopen week trad je op in Amsterdam. Ik was erbij, samen met een goede vriend die net als ik van honden houdt. Als je eenmaal een hond hebt, zie je meteen of mensen van honden houden, of honden juist eng of vies vinden. De kans dat die laatste categorie mensen nog je vriend wordt, is vanaf dat moment meteen aanmerkelijk kleiner. Als je veel van honden houdt, heb je moeite te houden van mensen die niet van honden houden.

De voormalige Heineken Music Hall was uitverkocht. Iets voor acht doofden de lampen en vanaf het podium stak een fel wit licht op. Het waren je tanden, zo wit als het visitekaartje van Patrick Bateman in American Psycho. Je leek wat gespannen, wat me verbaasde: niemand in deze zaal twijfelde aan je autoriteit. Hier zaten vierduizend mensen die een paar keer per jaar zonder enig effect een bevel herhalen tegen een natte snoet, en vervolgens hartstochtelijk wensen dat ze meer op jou lijken.

Je maakte wat grapjes, onder meer over Donald Trump. Als iemand die grappen mag maken, ben jij het wel: in het Amerika van Trump staat er een hoge muur tussen jou en je Amerikaanse carrière, en moeten Amerikanen zonder jouw hulp hun hond opvoeden. In filmpjes liet je enkele van die landgenoten zien, die de opvatting aanhangen dat een hond geen regels nodig heeft, maar vooral vrijheid. Het kwam er zo ongeveer op neer dat ze hun huis pas in mochten wanneer hun chihuahua daar de tijd rijp voor achtte.

De paar mensen die ik had verteld dat ik naar je show ging, reageerden vooral door hard te lachen, kennelijk in de veronderstelling dat ik ben aangetast door de besmettelijke ziekte die camp heet. Niets daarvan. Mijn bewondering voor jou is mij bittere ernst, net als overigens die voor Dr. Phil, ook al zo’n onderschat genie. Ik zie jullie als opvoeders van een natie, en elke vorm van beschaving begint met opvoeding. Elke keer als ik Dr. Phil weer een verbijsterde man zie uitleggen dat hij doet wat hij doet omdat zijn gedrag kennelijk werkt voor hem, elke keer als ik jou weer een hondeneigenaar zie ontvouwen dat zijn hond zo’n zenuwlijer is omdat zijn baasje zes verschillende signalen tegelijkertijd geeft, denk ik: weer een paar duizend mensen en honden geholpen. Jullie knullige showbizz-gehalte neem ik dan graag voor lief.

Ook in Amsterdam mochten een paar mensen met hun hond het podium op om te demonstreren wat er misgaat, en jou te zien voordoen hoe het wél moet. Het leidde uiteraard tot spraakverwarring en hilarisch Neder-Engels. ‘If he listens to me, I give him brokjes,’ zei een vrouw tegen je. Een andere stelde haar hond voor: ‘Doerak.’ Waarom die naam? ‘Because he really is a doerak.’

Kijken naar andere hondeneigenaren heeft iets geruststellends: zó slecht doe ik het kennelijk ook weer niet. Er werd dan ook veel gelachen om die stuntelende baasjes op het podium. Niet uit leedvermaak, maar uit opluchting. Wat je ondertussen toch maar demonstreerde, was bindend leiderschap: wie vol kalmte en zelfvertrouwen het goede voorbeeld geeft, krijgt vanzelf navolging. En passant legde je mooi uit waarom jij en wij van honden houden: een hond volgt ratio noch gevoel, maar instinct. Daar schuilt een mooie puurheid in. Veel onvoorwaardelijker dan de liefde van een hond voor een goede baas wordt het niet meer in dit leven, legde je uit.

Een boodschap van leiderschap, loyaliteit en liefde. Toen ik me dat realiseerde dacht ik: Cesar, jij moet ooit het – voor het eerst in vele jaren hondloze – Witte Huis in.