Zoals ze bij Feyenoord hunkeren naar de eerste landstitel sinds 1999, zo werd er een grote havenstad verderop jarenlang gesmacht naar een terugkeer op het hoogste niveau. Royal Antwerp Football Club was daar voor het laatst te bewonderen in 2004, het jaar dat de oudste club van België (stamnummer 1) degradeerde naar de tweede klasse. Dertien lange – en veelal frustrerende – seizoenen later zijn de Bosuil-bewoners terug waar ze volgens de vele fans horen.

Een paar jaar geleden was ik er voor het laatst. Met vrienden togen we naar de aloude Hel van Deurne om ons onder te dompelen in een avondje RAFC. Het voetbal was van het allerbelabberdste niveau, maar daar ging het niet om. Een kleine tienduizend fans waren op het achterhoedegevecht in de tweede klasse afgekomen, negentig minuten lang zongen ze de longen uit het lijf. Zo hard zelfs dat Tribune 1, de oude houten hoofdtribune uit de tijd dat De Derby der Lage Landen nog dé wedstrijd van het jaar was, het leek te begeven.

De Bosuil leek zo uit een openluchtmuseum geslopen, de schitterende entree bijvoorbeeld, een met knotwilgen omzoomde vijverpartij, de oude kantine met een waterplaats (toilet) die vol geplamuurd was met krantenartikelen uit de tijd dat de Great Old nog een club was om rekening mee te houden. Antwerp was zelfs de laatste Belgische club die in de finale van een Europees bekertoernooi stond, in 1993 tegen Parma. Duizenden fans reisden met hun favorieten mee naar Wembley waar met 3-1 verloren werd.

Zaterdag zaten ze er weer in de eigen Bosuil, om via een groot scherm hun helden te zien promoveren in het uitduel met Roeselare. Na de beslissende treffer van Stallone Limbombe volgde er een ouderwetse pitchinvasie. De jarenlang in diepe coma verkerende slapende reus is weer tot leven gewekt en dat werd stevig gevierd. Leve RAFC!!