Als je een kritische noot kraakt over de handelswijze én uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump, in welke vorm dan ook, komen de fatsoensrakkers uit hun riolen om te wijzen op het feit dat de Republikeinse miljardair democratisch is gekozen.

Wie zich verenigt in marsen, teneinde uiting te geven aan een diepgewortelde angst, wordt weggezet als fascist, iemand die de werkelijkheid niet wil accepteren, en daarom stampij gaat maken. Dat de machtigste man van de wereld zich infantiel gedraagt, vrouwen en buitenlanders beledigt en met dictators flirt, moeten we blijkbaar op de koop toe nemen.

Het ging de afgelopen tijd over de mentale weerbaarheid tegen de islam: het Westen zou niet haar ogen moeten sluiten voor geradicaliseerde moslims, die zich ten doel hebben gesteld om de liberale wereld te destabiliseren. Dat is een goed voornemen. Hoewel de aanjagers van dit debat niet zelden uit extremistische hoek komen, signaleren ze op hun eigen ongepolijste manier wel een ontwikkeling die veel te lang welig kon tieren. En die ons nu bedreigt.

Parallel aan dit fenomeen rukt een ongezonde variant van het patriottisme op. Er zijn steeds meer reactionaire partijen actief, in verschillende landen, die al helemaal geen geheim meer maken van hun antisemitisme en xenofobie. Degenen die in het publieke domein hierover hun zorgen delen, kunnen rekenen op hoon en het verwijt dat ze progressief, naïef en elitair zijn.

Hetzelfde gebeurt nu in Nederland: veel burgers vinden Wilders en zijn achterban doodeng, temeer omdat de retoriek steeds meer duidt op verdere radicalisering. Maar wie hier een punt van maakt, op sociale media, in kranten of op tv, zal dagenlang worden bestookt door vrijheidsstrijders die geen commentaar op hun eigen denkbeelden tolereren. Nu extreemrechts een prominente plek in het debat heeft verkregen, duldt ze ook geen tegenspraak.

Dat is een gevaarlijke trend. Want minstens zo zorgelijk als die gedrogeerde muzelmannen zijn internettokkies die elkaar bijvoorbeeld weten te vinden op Facebook, waar ze naar hartenlust geweld verheerlijken en fantaseren over molotovcocktails in moskeeën, zodat de ongenode gasten uit andere landen exact zullen weten waar ze aan toe zijn.

Dit alles wordt institutioneel aangemoedigd door diverse politieke bewegingen, bijvoorbeeld door te beloven dat Nederland in de toekomst minder Marokkaanse Nederlanders zal tellen, of de toezegging dat er na de verkiezingen schoon schip met hen wordt gemaakt. Deze campagneleuzen blijven wellicht hangen in abstracties, waardoor ze niet direct strafbaar zijn, maar missen niet hun effect op dat deel van de samenleving waarvoor ze bestemd zijn. De mentale weerbaarheid van westerlingen, die in deze tumultueuze periode broodnodig is, moet zich dus niet beperken tot de radicale islam. In deze tijd waarin racisme en misogynie salonfähig worden gemaakt, is er meer behoefte aan een krachtig tegengeluid, zoals afgelopen dagen in de VS viel te zien.

Wij hebben decennialang in relatieve vrede met elkaar kunnen leven. Onze beschaving is wars van extremen, hoe hard deze groepen ook aan de poorten van de democratie kloppen. Een electoraal mandaat ontslaat politici daarom niet van de verplichting om te voldoen aan de eisen van wat wij hier met zijn allen belangrijk vinden. Als het in de politiek niet lukt om dit duidelijk te maken, moeten burgers inderdaad de straat op voor krachtige en vreedzame protesten. Het is de enige manier om extremisme niet te normaliseren. Want als we dat doen, verliezen we alles wat we ooit hebben opgebouwd.