Ik ben dus zo’n man. Zo’n man die het oprecht zielig voor zijn auto vindt als iemand er een kras op heeft gezet. En een flinke ook; twee flinke japen en een schaafwond prijken sinds vorige week op de linkerflank van mijn trouwe vierwieler.

Daar had mijn lieve Volkswagen Bora niet om gevraagd. En voordat u denkt: sukkel, met je saaie gezinsbak – het is een sleeper (stationwagen, V5 met 170 pk, je ziet van buiten niet hoe snel dat ding is). Voor als papa even rap naar de Gamma moet, of snel thuis moet zijn om voetbal te kijken.

Medelijden hebben met een auto, dat was me nog niet eerder overkomen. Tuurlijk, ik had al eens een achterbumper van een geleende Chrysler Stratus gereden, en ja: die gecrashte Porsche Boxster van mijn oude baas was ook niet fraai… Maar het is toch anders als het jouw auto is. Jouw maatje op snel- en binnenwegen.

Ik ben de eerste om toe te geven dat het een beetje een eerstewereldprobleem is, maar ik heb die auto zonder krassen gekocht en had ’m graag in die staat willen houden. Als de onverlaat die verantwoordelijk is voor het litteken nou even een briefje met excuses en zijn of haar telefoonnummer had achtergelaten… Kan gebeuren toch, een ongelukje? Maar nee. Die kras op de auto is nog wel weg te werken, maar die kras op mijn ziel zal er nog wel even zitten.