Afgelopen zondag ging ik tevergeefs op zoek naar Zondag Met Lubach. Dit geniale programma, dat furore maakt tot ver buiten onze landsgrenzen, moest plaatsmaken voor een activiteit waar ze zich enkel in ons eigen land nog over opwinden: schaatsen.

Fotografie ANP

Eerst dacht ik nog dat Lubach een hilarisch filmpje over deze folklore-uiting in elkaar had gedraaid, maar al snel werd duidelijk dat de NOS ons weer urenlang ging vergasten op dat halfzachte gedoe voor feti(j)sjisten. Geld om de opening van het wielerseizoen een beetje fatsoenlijk in beeld te brengen is er niet, maar als er een schaatser ergens in Zuid-Harbin pootje-over gaat, moet dat live in de huiskamers worden gebracht. Waarom weet niemand.

Om maar met een bekentenis in huis te vallen: ik zat vroeger als kind ook ademloos en met een uit de krant gescheurd rittenschema op de bank om de tijden van Ard & Keessie en – vooruit – Jan Bols bij te houden. De strijd tegen de Noren sprak tot de verbeelding. Later bezochten we Kees Verkerk nog eens op zijn camping bij het Noorse Kristiansand waar hij speciaal voor ons achter het orgel plaatsnam en een riedeltje speelde. Ard Schenk schudde ik ook nog eens de hand toen hij een boek presenteerde over gezond eten en leven. Echte helden waren het, met levensverhalen die tot de verbeelding spraken. Zelf zat ik in de klas met Yvonne van Gennip, voor wie we in 1988 massaal naar de Haarlemse Grote Markt trokken om haar gouden olympische medailles te vieren.

Die klik met schaatsen ben ik onderweg helemaal kwijtgeraakt. Of het nou gekomen is door de klapschaats, of door die zielloze schaatshallen; de heroïek is ver te zoeken. De humor ook. De laatste keer dat ik om schaatsen kon lachen, was toen Sven Kramer vergat van baan te wisselen. Komend weekend staat het WK (gaap) allround op het programma, ik kijk nog liever naar NEC-Heracles.