Die ridicule snordrager heette in feite Eduard Douwes Dekker en hij werd op 2 maart 1820 de zoon van Juliaan Douwes Dekker, die combinatietangen verkocht aan gepensioneerde langeafstandszwemmers, en Nathalie Douwes Dekker-Okkerbak, die opgeleid was om betonnen kubussen te vervoeren, maar dat werk te zwaar vond en zich vestigde als zelfstandig neuscorrectrice.

Illustratie Steve Nestorovski

Hun zoon was een zwak mannetje, dat zodanig veel hoestte dat de buren in Amsterdam door een megafoon riepen: ‘Is het nu godverdomme al bijna gedaan met dat hoesten, kloothommels!’ Daar konden de Douwes Dekkers niet mee leven en ze verhuisden naar Batavia, het toen redelijk achterlijke Nederlands Indië, de Hollandse kolonie waar het continu 45 graden was, waar de ratten in je schenen knauwden, en waar het sap van de dabarellaboom zo giftig was dat niemand dat sap dronk, wat me verstandig lijkt.

De vader van Douwes Dekker stierf (door het drinken van sap van de piccorelliboom, dat ook giftig was) en z’n moeder overleed van verdriet, omdat haar hondje Poessie was opgegeten door een nijlpaard met geestelijke problemen. De ietwat onnozele Eduard stond er nu alleen voor en nam een baantje als ambtenaar bij de Nederlandse overheerser. In die functie zag hij hoe de inboorlingen werden mishandeld, uitgebuit, in hun reet genaaid, in hun schenen geknauwd, in hun poes geforniceerd, noem maar op.

Kortom, er was veel onderdrukking. Daar schreef hij de roman Max Havelaar over, die insloeg als een bom in een glas water. Douwes Dekker, een enorm voorstander van pseudoniemen, had voor de literatuur de schuilnaam Multatuli gekozen, waarvan hij dacht dat die betekende ‘ik heb veel puisten in m’n smoel’, maar eigenlijk betekent hij ‘ik heb veel leed gedragen’, wat al even belachelijk is. Door z’n roman, en z’n andere boeken Woutertje Pieterse en Ideeën werd Multatuli heel beroemd. Er werden café’s naar hem vernoemd (onder andere café Multatuli op de Prinsengracht), maar ook restaurants (het intussen failliete restaurant Multatuli op het Rembrandtplein) en zelfs een bioscoop (Cinéma Multatuli in Spijkenisse).

Multatuli zelf profiteerde graag van zijn roem, werd ontvangen op het paleis, mocht gratis achter een struik schijten in het Vondelpark, kreeg lintjes van de koning, de koningin en van z’n tante Sjaan. Tevens kocht hij een splinternieuwe koets met zomaar eventjes negen paarden ervoor. Maar heeft Max Havelaar invloed gehad tot op de dag van vandaag? Nee hoor. Max Havelaar is een onleesbare kutroman, en je kunt beter boeken lezen van Saskia Noort, Arnon Grunberg en Maxim Hartman, wat genoeg zegt over het miserabele niveau van Max Havelaar én van z’n schrijver Multatuli, een van de grootste nulliteiten in de geschiedenis van Nederland en haar armzalige koloniën.