Een vriend van mij maakte me laatst attent op het bestaan van Paulo Dybala. En dat zijn zoontje het allerliefst een shirtje met die naam erop wilde hebben. Even was ik sprakeloos. Paulo Dybala, jaja. Paulo Sousa kon ik nog wel thuisbrengen, van Paulo Coelho heb ik nog weleens een boek gelezen, maar waar moest ik deze Paulo nou precies plaatsen?

Ik had natuurlijk wat gemeenplaatsen de wereld in kunnen slingeren, in de trant van: geweldige speler, groot talent en wat beleven club en land een plezier aan hem, maar de eerlijkheid gebood me te zeggen dat ik niet eens de nationaliteit van de goede man wist.

Mijn vriend schudde meewarig het hoofd en voorspelde me dat Dybala binnenkort voor headlines zou gaan zorgen. Eerder dan verwacht kwam zijn profetie uit. Vorige week tijdens het kijken van Juventus-Barcelona begreep ik in één klap waarom jochies in een Dybala-shirt willen lopen. Met terugwerkende kracht schaamde ik me voor mijn onwetendheid. Dybala is een fenomeen, een wereldtopper in wording. Eentje die met kop en schouders boven de rest van het, toch met flink wat vedetten gevulde, veld uitstak.

Sinds de ontknoping een ronde eerder van het treffen met Paris St. Germain durf ik Barcelona nog niet af te schrijven, maar qua Dybala ben ik een stuk wijzer geworden. Argentijn, sinds twee seizoenen bij Juventus, 23 jaar en uitgerust met alle kwaliteiten die een spelverdeler nodig heeft. Van hemzelf mogen we hem niet omschrijven als de nieuwe Messi, maar onwillekeurig deed ik toch aan een vergelijkend warenonderzoek die ondubbelzinnig in het voordeel uitpakte van de jonge Argentijn. Met twee goals riep Dybala zich binnen no time uit tot speler van de toekomst.

Ik ga deze week maar eens achter een bepaald Juve-shirt aan voor mijn zoon.