Omdat de VVD en PVV bijna alle debatten vermijden, kan Sybrand Buma zich opwerpen als alternatief voor conservatieve burgers die zich zorgen maken om migratie en verhardende omgangsvormen.

Het is zelfs zover gekomen dat het CDA samen met D66 zo langzamerhand de enige beschaafde opties op rechts zijn, temeer omdat Rutte in de electorale vijver van Wilders is gaan zwemmen, zodat uitspraken als ‘Ik vind de islamitische oproep lelijke muziek’ zonder scrupules uitgesproken kunnen worden. Het is nou niet bepaald een ontboezeming die een premier van alle Nederlanders zou moeten doen.

En dus mag Buma zich naar hartenlust profileren op rechts, met een boodschap die gematigd conservatief is, een tikkeltje nationalistisch en uiteraard heel erg christelijk. Dat leidt soms tot opvallende standpunten. Dit weekend vertelde hij bijvoorbeeld in De Telegraaf dat hij het mooi zou vinden als scholen het Wilhelmus verplicht elke ochtend in de klas zouden opvoeren. De kinderen moeten het volkslied dan wel staand zingen. Het interview zorgde voor hoon, vooral van mensen die nationalistische en patriottische uitingen helemaal verkeerd vinden. Natuurlijk was er ook het verwijt dat Buma zijn extreme rivalen wilde nadoen, louter met het doel om hen nog meer zetels af te snoepen, want daar is het CDA al een tijd mee bezig.

Ik vond de suggestie van Buma eerlijk gezegd helemaal niet verkeerd. In veel beschaafde landen zingen kinderen op school hun volkslied. In Engeland, Frankrijk en Amerika is het een ultiem bindmiddel. Als in Turkije ergens op straat het volkslied klinkt, houden alle passanten stil, met een hand op hun hart, om even na te denken over hoe waardevol alle rechtstatelijke verworvenheden zijn. Van jong tot oud, iedereen doet eraan mee. Het tekent de enorme liefde voor het vaderland, ondanks alle politieke en culturele verschillen.

Bij ons zijn we inmiddels zover dat het Nederlanderschap wordt geridiculiseerd. Veel mensen schamen zich burger van dit land te zijn. Ik weet niet of een verplicht volkslied op school dat gevoel gaat veranderen, maar wat het wel teweeg kan brengen, vooral bij jonge kinderen, is dat ze in elk geval het gevoel krijgen erbij te horen.

Politici zijn momenteel heel erg op zoek naar wat ons bindt. Tegelijkertijd bestaan er zorgen, doordat iedereen zijn eigen gang gaat, binnen gesegregeerde samenlevingen. Pubers noemen zich veel liever Turk of Marokkaan dan Nederlander. Als ze deze opvatting op jonge leeftijd geïndoctrineerd krijgen, thuis, in de media of op school, is dat natuurlijk ook niet zo raar. Alleen daarom is het belangrijk om alles aan te pakken dat zou kunnen leiden tot meer verbroedering.

Op het moment dat alle kinderen op een school het volkslied moeten zingen, zal er voor even het gevoel bestaan dat iedereen erbij hoort, ongeacht afkomst of geloof. Die twee laatste zaken mogen bestaan, maar dan wel onder de vlag van Nederland.

Ik moest denken aan alle ophef die altijd ontstaat als voetballers van Oranje niet meezingen tijdens het Wilhelmus. De vraag rijst dan snel, bij sommige mensen, of ze zich wel écht Nederlander voelen. Als deze jongens destijds op school het volkslied hadden geleerd, konden ze nu op het voetbalveld uit volle borst meezingen. Het is misschien een banaal en lullig voorbeeld. Maar verandering begint altijd klein. Niet alle nationalistische factoren zijn eng.