De term ‘institutioneel racisme’ kende afgelopen week weer een opleving, aangewakkerd door actrice Anousha Nzume – en iets later door hoogleraar Gloria Wekker. Waar het feitelijk op neerkomt: witte mensen zijn zich niet bewust van hun privileges ten opzichte van kleurlingen. En: onze denk- en referentiekaders zorgen voor scheve verhoudingen in de samenleving.

Toen beide vrouwen hun relaas deden, soms op basis van persoonlijke ervaringen, stroomden Facebook en Twitter vol met hatelijke berichten, die ironisch genoeg precies illustreerden dat er wel degelijk een probleem is. Veelgehoord tegenargument: ‘Als het hier niet bevalt, rot je toch op naar je eigen land!’ Voor mensen met verstand die nog aan de kwestie twijfelden, bood social media kortom genoeg houvast om de boel wél serieus te nemen.

En toch blijven genoeg denkers en duiders met argwaan achter. Van een deel zou je kunnen zeggen dat het inderdaad gewoon racistisch is. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Vreemdelingenhaat komt overal voor, in alle lagen van de samenleving, daar vormen wij in Nederland geen uitzondering op. Door onze civilisatie hebben we dat soort abjecte gevoelens gecriminaliseerd, iets wat in veel andere landen totaal niet aan de orde is. Kijk bijvoorbeeld naar Rusland, China of Zuid-Afrika, waar er iets minder subtiel met ‘de ander’ wordt omgegaan. In zekere zin zijn we dus helemaal niet verkeerd bezig.

Maar daar gaat het me eigenlijk niet om. Wat vooral opvalt, is dat een grote groep Nederlanders met een goed stel hersens het simpelweg vertikt om te luisteren naar de boodschappers uit het antiracismekamp. Hoewel ze weten dat er waarheden worden verkondigd, kunnen zij niet meegaan in retoriek die doordrenkt is met verwijten, beschuldigingen en verdachtmakingen. Waar ligt dat aan? Als het over de toon van een debat gaat, wordt er vaak gewezen naar mensen uit het rechtse kamp, die anderen intimideren en uitschelden – zoals hierboven omschreven. Wie op die manier een discussie voert, weet dat hij veel mensen kan raken, maar echt productief is het allemaal niet, in elk geval zal je niet veel nieuwe mensen bereiken, alleen gelijkgestemden.

Maar hetzelfde mechanisme treedt ook op als linkse activisten anderen willen onderwijzen in hun tekortkomingen. Voorbeeld: het boek van Anousha Nzume dat vorige week de discussie over institutioneel racisme nieuw leven inblies, heeft de prikkelende titel Hallo Witte Mensen gekregen. De uitgever en actrice wisten vooraf natuurlijk dat het voor controverse zou zorgen, vandaar deze keuze, maar tegelijkertijd had men zich kunnen afvragen of de bewuste provocatie functioneel zou zijn.

Wat nu gebeurt, is dat tegenstanders reeds bij de aankondiging gaan schuimbekken, of anders wel een diepe zucht slaken, met de toevoeging: daar heb je haar ook weer. De ‘discussie’ wordt daarmee al meteen gevoerd, nog voor de materie (het boek) is verspreid.

De mensen uit het antiracismekamp zullen zeggen dat zij geen rekening hoeven te houden met de gevoelens van witte mensen die jarenlang zorgeloos konden overheersen. Dat is een manier om ertegenaan te kijken. Een andere strategie zou kunnen zijn dat je die gevoeligheid bij de ander erkent, en daar een werkwijze op aanpast. Het zal in elk geval effectiever zijn. Want ik weet zeker dat niemand na vorige week plotseling is gaan inzien dat hij toch wel een beetje racistisch blijkt te zijn. En bewustwording is toch wel het doel van activisten – hoop ik. Iedereen kan immers voor opschudding zorgen. Dat mag niet een doel op zich worden.