Als er in een film aliens landen op aarde is de eerste vraag natuurlijk: waarom? In de beide Independence Day-films of Tim Burtons Mars Attacks! (1996) vlogen de laserstralen ons meteen om de oren, dus dat was duidelijk.

Lastiger wordt het als de ware bedoelingen uitblijven. De buitenaardse wezens in Steven Spielbergs klassieker Close Encounters of the Third Kind (1977) bleken na wat heen en weer getennis met muzieknoten goedaardig, maar wat de Heptapods willen in Denis Villeneuve’s Arrival blijft lange tijd onduidelijk.

Lees ook: Schande dat deze scifithriller niet allang in één adem wordt genoemd met Breaking Bad en Game of Thrones

Twaalf reusachtige, Pringle-vormige ruimteschepen hangen schijnbaar willekeurig over de hele wereld verspreid. De wezens communiceren met ingewikkelde symbolen. Aan linguïste Louise Banks (Amy Adams) de taak om de boel te ontcijferen, voordat de steeds nerveuzer wordende wereldgrootmachten het vuur openen.

Het is vooral in dit deel van de film dat Arrival zich moeiteloos overeind houdt. De beklemmende atmosfeer tijdens Banks’ sessies in het ruimteschip wekt kippenvel op, met name dankzij de spookachtige muziek van Jóhann Jóhannsson. Maar naarmate tegen het eind het doel van de aliens duidelijker wordt, begeeft Villeneuve zich op eenzelfde vaag-filosofisch vlak als in zijn eerdere Enemy (2013).

Dat trekt toch een beetje het tapijt weg onder deze intelligente en bijzondere sciencefictionfilm.

Vincent Hoberg ★★★