Ghost in the Shell – Anime remake is visueel echt verbluffend, maar mist het hart van het ­origineel.

Hackers, cyborgs, almachtige corporaties: het zijn belangrijke ingrediënten van de cyberpunk, het duistere neefje van de sciencefiction-familie wiens relatie met de westerse bioscoop nogal lastig is. Blade Runner geldt nog steeds als moderne klassieker, Johnny Mnemonic faalde in 1995 op alle fronten. In Japan is het genre – zeker in tekenfilmvorm – een stuk populairder met Akira en Ghost in the Shell als meest Jail succesvolle voorbeelden. Zeker die laatste, waarin vrouwelijke politiecyborg Major met haar team een ongrijpbare cyberterrorist probeert te stoppen, was van enorme invloed op films als The Matrix.

Zo briljant als de getekende Ghost in the Shell wordt Rupert Sanders’ live remake nergens, maar het is vooral op visueel vlak een dappere poging. Ook Scarlett Johansson is goed gecast als de emotieloze vechtmachine Major, die steeds meer vraagtekens zet achter haar doel in het leven. De mystiek-filosofische kant van het origineel heeft echter plaatsgemaakt voor een extreem versimpeld verhaaltje dat pas tegen het einde op stoom komt en de deur wijd openzet voor een vervolg. Uiteindelijk is Ghost in the Shell precies hetzelfde als een cyborg: het zit technisch en visueel perfect in elkaar, maar een hart is in geen velden of wegen te bekennen.

Ghost in the Shell: 3 sterren