Free Fire – De langste schietpartij uit de filmhistorie verzandt uiteindelijk in eentonigheid.

Het oeuvre van de Britse cineast Ben Wheatley laat zich misschien wel het beste vergelijken met de albums van landgenoten Radiohead. Net als bij het gezelschap van Thom Yorke en kompanen weet je nooit welke kant zijn volgende film opgaat, alleen dat het een uniek project wordt dat waarschijnlijk niet echt toegankelijk gaat zijn voor het grote publiek. Om nu doodleuk op de proppen te komen met Free Fire, een publieksfilm van jewelste. Alsof Radiohead op een dag besluit een snoeiharde garagerockplaat te maken, schotelt Wheatley ons een lekker gruizige schietfilm voor waarin de kogels je letterlijk non-stop om de oren vliegen.

Van een verhaal is weinig sprake: twee groepen schimmige figuren ontmoeten elkaar in een loods in Boston ergens in de jaren 70 voor een wapendeal. De sfeer is gespannen en de karakters zijn nog niet geïntroduceerd of het eerste schot valt al.

De rest van de film is het ieder voor zich als de in polyester en coltruien gehulde maf kezen door de drek en het bloed rollen om elkaar af te knallen op de zoetgevooisde klanken van John Denver-liedjes. Het is een amusant uitstapje dat Wheatley maakt, maar het eentonige concept gaat tegen het einde toch iets te veel vervelen.