Guardians of the Galaxy Vol. 2 – Marvel’s vreemdste heldenteam is nog steeds een zootje ongeregeld. En nog steeds even grappig.

Het zal in 2014 toch even billenknijpen zijn geweest voor Marvel, toen Guardians of the Galaxy in première ging. Want zat de wereld te wachten op volstrekt onbekende superhelden als de lompe Drax, wandelende boom Groot of de sarcastische wasbeer Rocket? Het antwoord bleek ‘ja!’ en dat kwam vooral op het conto van cultregisseur James Gunn, die met zijn eerste grote film een lekker anarchistische wind liet waaien door het overbevolkte (en bloedserieuze) Marvellandschap.

In het vervolg Guardians of the Galaxy Vol. 2 recyclet Gunn alle ingrediënten zodat we wederom getrakteerd worden op een perfect uitgekiende classic rock-soundtrack, spectaculaire actiescènes en heel veel grappige dialogen tussen de leden van het rommelige heldenteam. Het is allemaal zo vermakelijk dat het niet eens opvalt dat er pas halverwege de film iets van een coherent verhaal zichtbaar wordt, als de bijdehante Peter Quill – oh wacht, Star-Lord! – (Chris Pratt) herenigd wordt met zijn vader (een lekker schmierende Kurt Russell). Maar wat maakt het uit? Het gebrek aan plot wordt gemakkelijk opgevangen door de bonte karakters met ruimtepiraat Yondu (Michael Rooker) en de aandoenlijke Baby Groot (Vin Diesel) als uitschieters.