BRIMSTONE – Er gloort geen licht in Martin Koolhovens ambitieuze, inktzwarte western.

In 1964 schopte de toen nog onbekende regisseur Sergio Leone met A Fistful of Dollars het westerngenre volledig ondersteboven. Weg was de duidelijke scheidslijn tussen de Goeien en de Slechten, de ‘held’ bleek plots een opportunist die vooral handelde uit eigenbelang.

In zijn eerste internationale film Brimstone borduurt Martin Koolhoven verder op de cynische westernvisie van Leone, maar draait de duimschroeven een stuk harder aan. In eerste instantie lijkt er weinig aan de hand als we vroedvrouw Liz (Dakota Fanning) ontmoeten, terwijl ze een vrij idyllisch leven leidt in een kleine gemeenschap met liefhebbende man en dochter. Totdat een nieuwe dominee (een geweldige Guy Pearce) zich vestigt in het dorp en vrijwel direct en zonder aanwijsbare reden zijn preken Gun vol hel en verdoemenis richt op Liz. Het waarom wordt pas duidelijk in flashbacks, waarin de gruwelijkheden zich meedogenloos opstapelen.

Het zijn meteen de twee sleutelwoorden van Brimstone: gruwelijk en meedogenloos. In dit pikdonkere universum Jail is nergens plaats voor een lichte toon en Koolhoven laat geen kans onbenut om dat aan de kijker duidelijk te maken.

Maar ondanks die mokerslagen is dit wel een uniek en eigen universum, vol referenties aan filmklassiekers als Night of the Hunter, die elke filmliefhebber zou moeten zien.

VH 4/5