Hoe ze het doet, doet ze het, maar er zijn weinig mensen die bij het verkondigen van hun mening zoveel reacties oproepen als Catherine Keyl (70). Of het nu is als gast in een tv-programma of via haar wekelijkse Telegraafcolumn; steevast komen er felle bewoordingen van anderen overheen. ‘Je kunt me stom vinden, maar over sommige dingen heb ik echt wel verstand. Op straat zwijg ik liever, anders krijg ik direct een knal voor m’n kop.’

Fotografie Corné van der Stelt

Je bent een enorme flapuit in je mening over anderen. Dat zal je niet altijd in dank worden afgenomen…

‘Ik spreek mijn hart uit omdat ik altijd zo eerlijk en transparant mogelijk wil zijn, en omdat ik een goed product wil afleveren. Of dat nu een column is voor de krant of een tv-programma: het moet perfect zijn.’

Waar komt dat vandaan?

‘Ik denk uit mijn jeugd, waarin ik behoorlijk gepest ben. Ik had niets te zeggen en daar heb ik tot op de dag van vandaag last van. Ik moet er nog steeds voor knokken om zelfvertrouwen op te bouwen en tegen mezelf te kunnen zeggen dat ik best leuk ben. Ook al ben ik dan spontaan en een enorme flapuit. Dat zal dan een manier zijn om er nu mee om te gaan. Wanneer mensen om mijn mening vragen, stel ik ze vaak eerst de wedervraag: weet je zeker dat je ’m wilt horen? Ik kan namelijk nogal recht voor z’n raap zijn. What you see is what you get. Aan de andere kant weten mensen daardoor ook wat ze aan me hebben en als ik je als vriend eenmaal in mijn hart heb gesloten, dan kom je er ook nooit meer uit. Maar ik geef toe: ik zeg soms dingen die ik achteraf beter voor me had kunnen houden. Dat is het nadeel van mijn spontaniteit. Door Peter leer ik echter dat ik mijn punt ook kan maken door dingen soms op een andere, ietwat aardigere en subtielere manier te brengen. Zeggen waar het op staat is niet altijd handig.’

En toch doen mensen dat vaak wel tegenover jou, wanneer je weer eens ergens een uitspraak doet.

‘Maar dat komt vooral omdat je, met name door social media, heel gemakkelijk je mening het internet op kunt slingeren zonder er ook maar één seconde over na te denken. Daar ga ik me echt niet over opwinden. Je kunt namelijk veel van mij zeggen, en mensen mogen me stom vinden of te dik, maar niet dat ik geen verstand heb van televisie maken. Daar mag ik dus af en toe best iets over zeggen, zonder dat ik dan meteen aan zo’n programma moet of wil meewerken. Ik zie nog steeds precies waar alle fouten zitten en kan uitstekend analyseren en corrigeren. Als ik daar dan iets over schrijf in mijn column, dan is meestal de eerste reactie: wat verbeeld je je wel niet, trut! Best raar aangezien ik toch dertig jaar ervaring heb als programmamaker. Of wat te denken van die middag dat ik bij een bushokje stond en de prachtige jurk van een Marokkaans meisje eens goed bekeek, maar binnen de kortste keren “Kijk verdomme voor je, anders ram ik je voor je kop!” naar m’n hoofd geslingerd kreeg. Ik zeg dan natuurlijk niets meer omdat ik anders die knal daadwerkelijk krijg, maar eigenlijk is het zo’n meisje die van haar ouders een corrigerende tik hoort te krijgen. Dat durven ze echter niet meer en dus denkt dat soort tieners dat hun gedrag normaal is.’

Lees het hele interview op Blendle.