Gerard Cox (77) is naar eigen zeggen niet stuk te krijgen, maar kiest wel alleen nog maar de krenten uit de pap. Het Rotterdamse oorlogskind heeft als altijd het hart op de tong: ‘Als ze in Mokum een tunneltje moeten graven, dan stort de halve stad in. Ik kom er graag, maar ik ga er ook altijd graag weer weg.’

Fotografie ANP

Kunnen de soms harde grappen uit Toen Was Geluk Heel Gewoon ook nu nog gemaakt worden?

‘Die humor was nog betrekkelijk onschuldig, maar toch kregen we opmerkingen dat Jaap Kooiman, het karakter dat ik speelde, zich zo laatdunkend uitliet over negers. Of die keer dat mij gevraagd werd waarom er geen Marokkanen in de serie meespeelden. Simpel, omdat die er in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt nog helemaal niet waren in Nederland. Daarom was geluk ook nog heel gewoon, haha!’

‘Wim Kan riep eens dat de Papoea’s in Nieuw-Guinea niet naar de stembus konden omdat ze eerst gevangen moesten worden, en van Beethoven kreeg hij tranen in zijn ogen, maar die was daarmee niet de enige Duitser die hem aan het huilen had gemaakt. Of wat te denken van mijn opmerking over het feit dat ‘nanana’ vaak in mijn nummers te horen is, zodat de allochtonen makkelijker mee kunnen zingen. Het zal niet de allerleukste grap zijn die ik ooit gemaakt heb, maar het-is-maar-een-grapje! Waarom mag dat tegenwoordig niet meer? Krijg toch lekker het lazarus, ik doe het gewoon.’

‘Als je het pessimistisch bekijkt is dit een rottijd om in te leven. Een soort eindtijd, net als het Romeinse Rijk dat ooit omviel. Daar zitten wij met onze maatschappij en manier van leven nu ook tegenaan. Spijtig, want mijn vijf kleindochters moeten daar wel gewoon in opgroeien. Hopelijk met toch een positieve blik naar de toekomst, want als je jong bent moet dat wel.’

Lees het hele interview met Gerard Cox op Blendle.