Twintig jaar geleden vond er in een weilandje bij Beverwijk een alternatieve Ajax-Feyenoord plaats met dodelijke afloop. Een reconstructie met betrokken hooligans uit beide kampen. ‘Als je wordt uitgenodigd voor een gevecht, bereid je je daarop voor. Sommigen hadden zelfs de punten van hun paraplu’s geslepen.’

Fotografie RTV Rijnmond

Een Ajax-hooligan: ‘Ik wil eerst duidelijk gezegd hebben dat mijn aandeel minimaal was. Ik heb meer gezien dan dat ik heb gedaan. Ik moest me verdedigen toen de meute kakkerlakken ons had ingesloten. Ik heb met een gevonden ijzeren staaf om me heen gemaaid. Ik heb er heus een paar geraakt en ze hebben mij ook geraakt. Zodra ik kon, ben ik er tussenuit gepiept.’

‘Het was voor ons Ajacieden duidelijk dat hier geen winst te behalen viel. Van een afstand kon ik dingen zien. Het was verschrikkelijk. Zij waren volgens mij met meer. Ze waren agressiever en ze hadden betere wapens. Ik had niks bij me. Dat die kakkerlakken de kofferbakken vol hadden liggen en bovendien vlak voor de veldslag nog een schuurtje vol gereedschap van een naastgelegen woning leegroofden, hadden we niet voorzien. Het ging allemaal veel te grof. Als ik had geweten dat het zó zou gaan, was ik nooit met de jongens meegegaan. Ik denk dat dat voor heel veel mensen geldt. Maar als je er eenmaal staat, moet je maaien, anders ben je dood.’

Een Feyenoord-hooligan: ‘Als je wordt uitgenodigd voor een gevecht, bereid je je daarop voor. En dus hadden velen van ons van alles mee. Sommigen hadden zelfs op de stalen punten van paraplu’s staan slij- pen om die te veranderen in steekwapens. Ik snap nog steeds niet waarom die gasten uit 020 zo onvoorbereid voor de dag kwamen. De meesten van ons hadden volgens mij niet eens een schrammetje, terwijl ze wel klappen met knuppels en andere wapens hebben uitgedeeld.’

‘Wat ik het gekst vond? Dat het om voetbalsupporters ging, maar niemand leek een sjaaltje of logo van zijn club te dragen. Ik vraag me nog steeds af of sommigen in het heetst van de strijd geen eigen mensen hebben geraakt. We kenden elkaar natuurlijk niet allemaal even goed en in een waas ga je dwars door alles en iedereen heen. Ja, ik heb wel iemand goed geraakt met een stuk hout, volgens mij heb ik twee tanden uit z’n bek geknald.’

‘Niemand wil zich die abnormale veldslag nog herinneren. Of ik spijt heb? Het had niet moeten gebeuren. Dan had ik een stuk opgewekter geleefd nu. Het zit voor altijd in m’n systeem en dat vind ik klote.’

Lees het hele artikel op Blendle.