Tot aan de Tweede Kamerverkiezingen zit Marcel van Roosmalen voor Nieuwe Revu wekelijks op de eerste rang van het politieke circus. Deze keer keek hij rond bij de ledendag van de Pvda. ‘Lodewijk houdt niet van dubbelzijdig geprint.’

Fotografie Ivo van der Bent

De jaarlijkse ledendag van de Pvda, bedoeld om leden te bedanken voor hun inzet, was dit jaar in het Aviodrome, een vergeten luchtvaartmuseum bij Lelystad. Tussen de twaalf ‘gewone bezoekers’ liepen ongeveer 1500 Pvda-leden, waaronder staatssecretaris Sharon Dijksma en haar kinderen. Sommigen waren nog ongebroken; ze droegen met trots een rode shawl of button met partijlogo, maar de meesten waren blij om ook eens een keer onder gelijkgestemden te zijn. ‘Je kunt het tegenwoordig bijna niet meer hardop zeggen dat je van de Pvda bent,’ klaagde een mevrouw uit Diepenveen. ‘Ik ben blij dat ik hier ben, hoef ik me tenminste niet te verdedigen.’

Volgens een suppoost – ‘Ik stem beslist niet op ze!’ – hadden ze nog nooit zoveel mensen tegelijkertijd in het museum gehad, reden waarom sommige attracties, zoals de simulatie-cockpit, alleen voor Pvda-leden toegankelijk waren. Lijsttrekker Lodewijk Asscher kwam pas aan het eind van de zaterdagmiddag het museum binnenstappen. Het was zijn eerste campagnedag.

‘Ik moest eerst met de kinderen naar zwemles,’ zei hij. Hij voegde eraan toe dat hij naast lijsttrekker ook vader was. De vraag lag voor de hand waarom hij zijn kinderen niet meenam naar het Aviodrome. ‘Die houd ik buiten beeld,’ zei hij.

Tien keer Martijn van Dam

Simon den Haak, Asschers voorlichter en tevens campagnemedewerker, stipte nog even het vertrek van Diederik Samsom aan. Hij had het bijzonder flauw gevonden dat de SP-kamerleden, net als die van de PVV, niet meededen aan de staande ovatie die Diederik kreeg op zijn laatste dag in de Tweede Kamer.

Terug naar Lodewijk, die met ieder Pvda-lid dat hem aansprak in gesprek ging, waarbij het leek alsof hij niet op de tijd hoefde te letten. Hij kreeg penibele privésituaties naar het hoofd geslingerd. Hij knikte, luisterde en zei dat hij er waar mogelijk wat aan ging doen. Had hij nog wel wat stemmen nodig.

‘Dat gaat wel lukken, hoor,’ zei Simon. ‘Vier jaar geleden stonden we met Diederik aan het begin ook op twaalf zetels. Heb je het AD vanmorgen gelezen? Nee?!’ Hij keek me bijna ontzet aan, alsof het heel vreemd was om ’s ochtends het AD niet te lezen. ‘Het Parool dan? Nee?! Nou ja, daar kwam Lodewijk in een interview heel sterk uit de bus. Ik denk dat hij daar het perfecte linkse, fatsoenlijke antwoord op Wilders presenteerde.’ O, wat dan? ‘Duidelijk, maar rechtvaardig. Duidelijk tegen mensen die onze gastvrijheid misbruiken, rechtvaardig voor de mensen die terecht een beroep op ons doen.’

Monique van der Meij, een Pvda-lid dat zich hard maakte voor mensen met een onzichtbare handicap, vroeg Lodewijk om een handtekening. Ze verzamelde handtekeningen, van staatssecretaris Martijn van Dam had ze er tien. Lodewijk zei dat ze dan die middag haar hart kon ophalen. ‘Ja!’ zei ze. ‘Ik ga op jacht!’ Daarna zei ze dat ze met een van Lodewijks beste vrienden in de klas had gezeten. Lodewijk: ‘Ja, dat kan natuurlijk.’

Echt een dagje uit

In de buurt van het podiumpje waar hij zijn eerste speech zou geven, voegde ook campagnemedewerker Merel de Haan – ‘Jahaa, ik weet het: twee vogelnamen achter elkaar’ – zich bij het gevolg van Lodewijk. Ze zei: ‘Nou, de stemming zit erin hoor. De mensen zijn echt een dagje uit.’ Op het podium werden ondertussen wat Pvda-leden en kinderen van Pvda-leden neergezet, die met elkaar een mooie multiculturele achtergrond vormden voor als Lodewijk straks ging speechen.

Simon den Haak vond het raar dat daar vragen over gesteld werden. ‘Dat doen we al jaren, geen idee waarop we die mensen selecteren. Op diversiteit, denk ik, maar als je goed kijkt is ons publiek ook heel divers. Ik heb niet de indruk dat ze het tegen hun zin in doen. Dat stralen ze ook niet uit. Nee, dit is gewoon een heel mooie afspiegeling van de samenleving.’

Merel gaf Lodewijk zijn speech. Ze kreeg hem meteen weer terug. ‘Lodewijk houdt niet van dubbelzijdig geprint.’ Achter het podium stond Pvda-staatssecretaris Sharon Dijksma. Ze kreeg een compliment van een partijgenote. ‘Ik hoorde je vanmorgen op Radio 1, je verweerde je als een tijger.’ Sharon: ‘O, echt? Dank je.’ Tegen mij: ‘Ik vond mezelf helemaal geen tijger. Het ging over linkse samenwerking.’ Ze wilde niet zeggen op wie ze tijdens de lijsttrekkersverkiezing had gestemd – ‘Ik vond alle kandidaten goed’ – maar wel dat ze tot nu toe een heel warm gevoel kreeg van Lodewijk. ‘Hij pakt de PVV echt keihard aan, ze hebben geen antwoord. Dat zie ik liever dan dat we de aanval openen op de SP, dat zijn toch je vrienden.’

‘Je kunt tegenwoordig bijna niet meer hardop zeggen dat je van de Pvda bent’

Geoliede machine

Lodewijk hield een goede toespraak, je kreeg als toehoorder het idee dat de woorden uit zijn hart kwamen. Maar het was niet zo hij met veel vuur sprak.
Hij was voor een keiharde aanpak van profiteurs van ons vluchtelingenbeleid.
‘We moeten ook vierkant achter de gastvrije inwoners van Ter Apel durven te gaan staan. De EU is ooit verzonnen om mensen in Bulgarije en Roemenië een beter leven te geven, niet om er hier een Bulgarije en Roemenië van te maken.’ En verder wilde hij het flexwerken tegengaan. ‘Echte banen, daar gaan we voor.’
‘Jaaaaaa!’ klapte Jetta Klijnsma als eerste, en het hardst van allemaal, toen ‘haar Lodewijk’ – ze diende hem ten slotte al vier jaar als staatssecretaris van sociale zaken onder hem en kwam als een van de eersten met een stemverklaring dat Pvda-leden toch vooral op Lodewijk moesten stemmen – even een applausmoment inlaste. Ze stond helemaal alleen in haar rolstoel aan de zijkant van het podium geparkeerd. De andere prominente Pvda’ers die natuurlijk ook allemaal enthousiast waren, bleven op gepaste afstand. Jetta: ‘Ge-wel-dig!’ Ze stak haar duimen allebei in de lucht. ‘Mooi hoor!’

Op het podium maakte Lodewijk een foto van alle mensen, die ze daarna van het campagneteam dan weer op het internet konden flikkeren, want de Pvda mag dan misschien kwakkelend zijn, als het op campagnevoeren aankomt is het een geoliede machine.

Lodewijk: ‘Dit is het begin, ze zijn nog niet van ons af!’