Of het nou een chihuahua, een buldog of een bordercollie is – menig baasje zal het toegeven: mijn hond is mijn beste vriend. De edele sport van het doggy​dansen ​ is in die liefde een wonderlijk hoogtepunt. Onze man was erbij.

Fotografie Alexander Schippers

Diep in de Roosendaalse bossen, in de buurt van een voetbalveld en een hockeyclub, liggen een paar velden waar wekelijks legio honden getraind worden. Bij hondenschool De 4Voeter wordt ook getraind in het dansen met honden. Monique, het schoolhoofd, geeft trainingen samen met haar docenten Sophia en Frank. Sophia, een Duitse vrouw die jaren geleden in Nederland kwam wonen, voert vaak het hoogste woord. Ze vermengt Duits met Nederlands, maar niemand die ervan opkijkt. In het doggydansen is er maar één taal: Klein / Inzetje die van de hondenliefde. Frank is wat rustiger. Monique vindt het allemaal prachtig. Hoe verschillend ze ook zijn, iedereen lijkt één brok hondenliefde te zijn.

In gedimd licht, iets uit de wind onder een ijzeren afdakje, zitten de eerste honden en hun baasjes te wachten tot de training kan beginnen. Honden met namen als Sky, Hush en Babbe drentelen om de tafel heen. Hun baasjes kijken vertederd naar hun huisdieren, die vrolijk naar elkaar keffen, blaffen en grommen. De honden zijn druk. Dolenthousiast, lijkt het. Dan komt Monique aan met een paar kannen koffie. Als ze een klein wit hondje ziet staan, zet ze meteen de koffie neer en loopt naar het beest toe.

‘Ja! Jajaja! Dat is lang geleden, hè! Ja! Jaaaaa jij weet het al, hè! Jij ziet het al staan hè!’ spreekt Film Lifestyle ze de hond toe. De hond blaft en kwispelt. Dan draait Monique zich naar mij. ‘Deze is al een tijdje niet geweest, maar hij weet al wat er gaat gebeuren vanavond. Deze hond heeft er zin in, hoor.’ De hond blaft nog een keer. Monique buigt zich weer naar hem toe. ‘Hai poepie, poepoepoepie!’ roept ze met een hoge stem. Dan lacht ze ineens. ‘Ja, kijk nou! Nou lijkt het net of je je je tong uitsteekt! Ja! Hee! Ja! Jahaa! Ja! Maar je hebt gewoon een hele lichte lip hè! Ja! Jaaaa…. Maar het is net of je je tong uitsteekt!’

Om Monique heen wordt er gelachen en geknikt: de andere baasjes vinden ook dat de hond in kwestie een lichte lip heeft. Dan is het tijd voor koffie. Een van de baasjes zegt dat haar hond deze week alle jassen van de kapstok getrokken heeft en heeft gesloopt. Een andere lacht meewarig en zegt dat er in haar huis nergens meer jassen zonder gaten te vinden zijn. Iemand moppert een klein beetje dat ze liever echte suiker heeft in haar koffie dan zoetjes, terwijl ze vier zoetjes door haar koffie roert.

‘Alles beter dan zonder, natuurlijk,’ legt ze uit.

Er komen nog meer baasjes met honden het terrein op. Monique kent ze allemaal bij naam. Er komen stille honden bij, grote honden en heel kleine en drukke hondjes. Diva, de laatste hond die binnenkomt, blaft het hardst naar alles en iedereen. Haar baasje staat er een beetje hulpeloos bij. ‘Ze is de laatste tijd steeds meer aan het blaffen tegen anderen. Maar ook tegen honden die veel en veel groter zijn. Om gek van te worden,’ verzucht het baasje van Diva.

‘Is ze ehh…’ vraagt een meneer naast me.

‘Hè?’

‘Is ze ehh…’ vraagt hij nog een keer, terwijl hij een klein knikje met zijn hoofd maakt. ‘Is ze geholpen?’

‘Ja, maar dit is gewoon enthousiasme. Ik weet het ook niet.’

‘Also, also,’ bemoeit Sophia zich glimlachend met het gesprek. ‘Lass die maar gewoon tun. Die leert dat vanzelf wel ab.’

Dat stemmetje

‘Weet je wat het is,’ begint Monique met een zware ondertoon in haar stem, wanneer de honden en hun baasjes aan de trainingen begonnen zijn. ‘Er wordt zo vaak vervelend gedaan over honden, hè. Dan gaat het weer over die vechtjassen, of dan heeft er weer eentje iemand gebeten. En dát komt dan in het nieuws.’

Vechtjassen?

‘Nou ja, de wat stevigere honden. Staffords, buldogs, dat werk.’

Ah ja. Maar die zijn toch ook wel eh.. Nou ja…

‘Kijk, daar ga je dus al. Uiteindelijk gaat elke hond bijten hoor. Daar hoef je echt geen buldog voor te hebben. Zelfs een chihuahua of een mopshond. En weet je wanneer ze gaan bijten? Als ze niet goed opgevoed worden, of opgehitst worden door hun baasje. Het baasje is zo, zó belangrijk. Maar ik denk dan ook: hoelang is die hond die in het nieuws komt getreiterd? Hoe bang is ie geweest toen hij begon te bijten? Het zit allemaal net even wat anders dan iedereen denkt, vaak.’

Zeg je nou dat er een hondenhetze gevoerd wordt in de media?

‘Nou ja, het is wel vaak eenzijdig nieuws, ja.’ Samen lopen we naar de achterkant van het terrein, waar de beginnersklas van het hondendansen staat te oefenen met een lint en een hoepel. Een mevrouw met een klein hondje gilt op hoge toon dat het beestje het geweldig doet. Ik kijk Monique aan en trek een wenkbrauw op.

Zeg, die honden, die zijn toch ook niet helemaal simpel, toch?

‘Pardon?’

Dat ze ertegen praat alsof ie niet helemaal goed bij zijn hoofd is. Alsof ze net vier heliumballonnen leeggezogen heeft.

‘Oh,’ antwoordt Monique kalm. ‘Dat stemmetje? Maar, hé, dat hoort ook, hè. Want je moet belonen met een hoge stem, en straffen met een lage stem.’

Oh?

Monique gaat rechtop staan en legt uit dat er een groot verschil is in toespreken. Ze zet een hoge stem op en spreekt een fictieve hond voor haar toe. ‘Jaaaa! Goed zo! Goed zo!’ zegt ze. Dan kijkt ze me aan en knikt ze. ‘Zie je? Dat is positief. Maar als ik nou zo doe,’ vervolgt ze, terwijl ze een beetje voorover gaat staan en met een lage rokerige stem verder gaat: ‘Afblijven! Kom hier jij! Kijk, dan is dat natuurlijk veel correctiever.’

Ah, ja. Maar word je daar dan zelf niet een beetje simpel van?

‘Ach, het went. En na een tijdje hoeft het ook niet meer per se. Maar in het begin zeker nog wel. Maar kijk nou toch,’ wijst Monique naar de honden voor ons, ‘dit is toch prachtig?’

Iets verderop springt een heel klein hondje naar een grote blauwe bal. De bal slaat de hond omver en stuitert door, maar het mag de pret niet drukken. Links van de hond met de bal gilt een mevrouw naar haar beagle die door een omhooggehouden hoepel heen klautert. ‘Babbe! Kom! Babbekom! Jaaaaa! Jahaaa! Goed zo! Ja! Kom!

Babbe! Jahaahahaahaa!’

Een klein stukje doggy

Iets voorbij het dansen traint een groepje mensen op een soort hindernisbaan. Eerst krijgen alle honden een snoepje, en dan moeten ze over een plankje, tussen een paar paaltjes door, door een tunneltje en over een paar hekjes heen. Dan krijgen ze weer een snoepje. Rickie, een bijzonder kalm hondje dat het zich allemaal aan laat waaien, is aan de beurt. Het baasje van Rickie leidt hem langs de slalompaaltjes af. Aan de zijkant, met hun honden aan de lijn, staan de andere baasjes. Iedereen juicht voor Rickie.

‘Jaaa, kom maar Rickie!’ roept een man in een bruine leren jas. ‘Jaa! Toe maar! Rickie! Ja! Rickie! Rickie! Heel goed Rickie!’ roept een mevrouw met korte haren. Rickie staat even stil voor een hekje.

Hij lijkt te twijfelen. Dan springt hij er toch overheen. Om hem heen gillen de andere baasjes dat Rickie het goed gedaan heeft. Een mevrouw in een blauwe jas applaudisseert. Sophia, de hondentrainster lacht vrolijk dat Rickie het geweldig gedaan heeft.

Dan is Diva aan de beurt. Ze gaat bij een van de opstapjes staan en twijfelt over het al dan niet erop klimmen. Het verkeerde opstapje. Sophia roept van afstand. Het baasje staat er wederom een beetje hulpeloos bij.

‘Nee, die. Die! Die!’ roept Sophia. Ze wijst een ander rekje aan waar de Diva overheen moet. ‘Ze is niet vooruit te branden,’ verzucht Dimphy, Diva’s baasje. Iedereen lacht. Monique draait zich naar me toe. ‘Ja, dit is ook wel een moeilijk stukkie hoor.’

Achter op het veld staat één man te trainen met zijn hond. Monique vertelt trots dat dat Martijn is, een van de allerbeste die hier op de hondenschool traint. We lopen naar hem toe. Hij vertelt dat hij Xtreme, zijn hond, traint om zo perfect mogelijk naar hem te luisteren. Monique wil ons trots laten zien wat Martijn allemaal kan met Xtreme. ‘Puur ook voor het plezier, snap je? Ik wil mijn hond belonen als ie iets goed doet, in plaats van hem straffen als het misgaat.’

Monique knikt goedkeurend. Glunderend aait ze Xtreme over zijn wang.

‘En een klein stukje doggy, doe jij toch ook met je vrouw?’

Pardon?

Ook Martijn lijkt niet helemaal zeker van wat hij Monique zojuist heeft horen zeggen. Even twijfelt hij wat hij moet antwoorden. Monique lijkt het niet gehoord te hebben.

‘Ja! Toch, Martijn?’ vraagt ze nog maar eens een keer. ‘Jij doet toch doggy? Met je vrouw?’

‘Doggy?’ vraagt hij voorzichtig.

‘Doggy dance. Doen jullie toch allebei samen? Achtjes draaien, zitten, staan, enzo.’

Ah, ik dacht al.

‘Ja, mijn vrouw vindt het leuker voor de sier. Kijk, nu heeft ie aangeleerd dat als ie zit, dat ie dan zijn pootjes omhoog houdt, net als een konijn.’

Monique knikt enthousiast.

‘Hier, zie je? Dit is toch helemaal geen vechtersbaas? Dit is gewoon een geweldige lieve hond. Zit geen kwaad in. Echt niet.’