Al sinds mensenheugenis wordt er gepaaldanst. Door vrouwen in steeds iets minder kleding, vaak in donkere en schimmige zaaltjes. Toch is paaldansen aan een morele opmars bezig. De ambitie? Een olympische sport worden. Onze man zocht het uit tijdens het NK paaldansen.

Fotografie Alexander Schippers

De afgelopen jaren heeft het paaldansen een aantal interessante ambassadeurs gehad. Zo roemt René van der Gijp de ‘paaldansverenigingen’ die hij in het verleden zo nu en dan frequenteerde en werd menig BN’er stiekem door paparazzifotografen gekiekt bij het binnentreden van paaldansclubs als Club Casanova, De Nacht of, natuurlijk, de klassieker: Darlings in Strings.

Meteen als ik een uitnodiging krijg om langs te komen op het NK paaldansen, trek ik een wenkbrauw op. Zouden de vriendinnen van Van der Gijp zich verzameld hebben voor een wedstrijd? Een heus Nederlands kampioenschap in zeer weinig kleding? Kom ik terecht in een stoffig en donker zaaltje waar het ruikt naar geile, zwetende mannen en sigarenrook? Een klein beetje zenuwachtig, met een gespannen gevoel in mijn onderbuik, reis ik af naar de Maaspoort, een sportzaal in Den Bosch.

Meteen bij aankomst lijkt het erop dat ik me vergist heb. De festiviteit speelt zich niet af in een schemerig achteraf lokaaltje, maar in een hele grote gymzaal. Er hangt een geur van kroketten en koffie. Bij de ingang word ik streng en ietwat mopperend aangekeken door twee bewakers.

Hoi. Ik, eh… Ik kom voor het paaldansen.

‘Kaartje?’

Ik was aangemeld als het goed is. Nieuwe Revu.

‘Oh.’

Een van de bewakers moppert dat ik dan niet bij hen moet zijn. Ik word doorverwezen naar een andere balie waar er voor de zekerheid iemand van de persafdeling bij gehaald wordt. Een paar minuten later word ik binnengelaten door Rakinah, een mevrouw van de persvoorlichting. Ze is meteen streng en lijkt weinig vertrouwen te hebben in de pers. Met gezwinde spoed loopt ze naar een grote gymzaal. Zonder om te kijken passeren we een kraampje met paaldansoutfits, een massagetafel, nog meer paaldansoutfits en een plek waar je magnesium kunt kopen, zodat je minder makkelijk van de paal afglijdt.

‘Het is niet de bedoeling dat je achter het podium komt, want daar zitten de paaldanseressen. We hebben een speciale hoek gemaakt, de kiss and cry-hoek waar paaldanseressen moeten gaan zitten om te wachten op hun uitslag. Als een deelnemer er zin in heeft om te praten, mag je het daar proberen. Tijdens de optredens wil ik dat je niet loopt. Want misschien kan er dan iemand afgeleid worden. Snap je?’

Ehm, ja, oké.

Zonder nog veel meer te zeggen, beent Rakinah weer weg. Dat begint al goed. Het mag dan een echte sport zijn, de warmte straalt er nog niet per se vanaf.

‘Het is gewoon een sport, hoor’

De gymzaal met het paaldanspodium is groot en behoorlijk leeg. Rechts staat een groot podium met twee hoge palen erop. Links staat een tribune waar ongeveer vierhonderd familieleden en vrienden toekijken. In het midden zit een, volledig vrouwelijke, jury naast een tafel vol met kleine goudkleurige bekertjes. Het publiek is stil. Heel erg stil. Iedereen zit en kijkt. Er wordt amper gereageerd. Soms, als er een paaldanseres een moeilijke beweging maakt, wordt er voorzichtig geklapt. Alsof mensen naar een schaakpartij zitten te kijken. Of naar snooker. Terwijl ik de zaal bekijk, komt de mevrouw van de persvoorlichting weer naar me toe. ‘Ja, hoi. Nog een keer: het wordt toch wel een positief verhaal, hè? Het is een sport hoor.

Een echte sport.’

Oké.

‘Ja, vanmorgen waren de jonge meisjes, in de jeugdcategorieën. Nu zijn er nog de senioren, en de vijftigpluscategorie. Kijk, nu komt er iemand van vijftigplus. Ook echt heel erg knap. Het is gewoon een sport, hoor.’

Ja, dat zei je al.

Ineens lopen er twee meisjes met allebei een handdoekje in hun handen het podium op. Bijna synchroon klimmen ze allebei in een paal en beginnen ze het ding met hun doekje op te poetsen.

Wat gebeurt hier nou?

‘Dit zijn meisjes die de palen poetsen. Na een dans kunnen de palen glad worden, of nat. Dat is natuurlijk niet ideaal. Dus worden de palen elke keer afgedroogd.’

Ach ja.

‘Ja, als een paal glad is, wordt het gewoon echt best wel gevaarlijk. Een goede paal moet droog en warm zijn. Anders kunnen er ongelukken gebeuren. Vanochtend viel er zelfs iemand uit.’

Was de paal nat?

‘Nee, koud, maar dat is ook niet goed. Maar ze is wel afgevoerd naar het ziekenhuis.’

Oh?

‘Ja, niet met een grote vleeswond, hoor. Gewoon ter controle. Nee, zo spectaculair is het allemaal niet.’

Even zijn we allebei stil. Ik kijk naar de palen op het podium, en stel me voor dat iemand daar vanochtend nog uit is gevallen, omdat ze te koud en te glad waren. Ik stel me voor hoe het eruit zou zien als een van de palenpoetsers zou vallen, van een paar meter hoogte. Het gebeurt niet. Zonder al te veel opsmuk worden de palen netjes warm en gedroogd afgeleverd voor de volgende deelneemster. Het publiek wacht stilletjes af.

In de hoek staat een man, glimlachend, met zijn armen over elkaar te kijken hoe Bettine, een 52-jarige vrouw in een panterbikini, een paaldansact voltooit aan beide palen.

Bent u specifiek fan van één mevrouw hier, of komt u gewoon voor het evenement an sich?

‘Mijn dochter paaldanst ook.’

Oh, oké. En die is?

‘Vanmorgen is ze al geweest. Ze is nog heel jong.

In de pauze heeft ze ook nog meegedaan met een workshop hoepelen, of zo iets.’

Hij prutst een klein beetje met zijn hand aan een van de punten van zijn vest. Samen kijken we naar hoe Bettine haar been om de linkerpaal heen draait en met haar rechterarm het ijzer loslaat. Langzaam glijdt ze nu, draaiend als een soort kurkentrekker, naar beneden. Het laatste stukje gaat net iets sneller dan de bedoeling was, dus butst ze een klein beetje te hard op de grond. Het publiek maalt er niet om. Het is een echte sport, dus volgt er een beleefd applausje. Bettine kijkt het publiek in en spreidt triomfantelijk haar armen.

Een workshop hoepelen?

‘Ja, die was net. Heb je die niet gezien? Nou ja, nu kijk ik nog even hier, naar de vijftigpluscategorie. Het is eigenlijk echt een sport, hè.’

Ja, ik hoorde het al, ja.

Klein rood glimmend broekje

De act van Bettine is afgelopen. Op een groot scherm aan de korte zijde van de gymzaal wordt een soort aankondiging geprojecteerd van de volgende act. Meteen komen de palenpoetsers weer op het podium en beginnen aan hun vaste poetsritueel. De omroepster roept om dat er een aantal mensen van de vijftigpluscategorie niet op is komen dagen, dus dat nu meteen de duo’s aan de beurt zijn. Vanaf de plek waar ik sta, kan ik het eerste duo, volgens de omroepster bestaande uit Maurits en Samantha, zien opwarmen. Maurits heeft een heel klein rood glimmend broekje aan, en staart met een bloedserieus gezicht voor zich uit. Samantha een matchend vrouwenpakje. Zonder iets tegen haar partner te zeggen, warmt ze haar armspieren een beetje op. Ze worden aangekondigd waarna ze onder een beleefd applausje opkomen. Samen krullen ze een paar keer, dan weer tegelijk, dan weer afzonderlijk, langs de palen. Af en toe wordt er weer geklapt. Nu wordt er zelfs een klein beetje ingehouden gejoeld. Maurits en Samantha zijn op dreef, zoveel is duidelijk.

Als de vader waar ik mee praatte weer wegloopt om zijn dochter te gaan zoeken, kijk ik nog eens om me heen. In de kiss and cry-hoek zit een van de paaldanseressen te wachten. Ik loop naar haar toe, en maak oogcontact. De woorden van Rakinah indachtig, probeer ik heel voorzichtig de paaldanseres te benaderen. ‘Als ze zin heeft, kun je proberen wat te vragen,’ had ze gezegd. Als ik een meter of zes van haar vandaan ben, schudt ze haar hoofd. Met een klein, maar duidelijk gebaar schudt ze nee en gaat ze extra duidelijk met haar rug naar me toe zitten. Ik draai me om en loop alvast een beetje richting de uitgang. Net voordat ik ga, draai ik me nog eens om.

Stilletjes bekijk ik het schouwspel op het podium nog eens aandachtig. De paaldansacts lijken in de ogen van een leek vrij veel op elkaar. Er wordt wat geklommen, er wordt wat gedraaid en er wordt wat geslingerd. Het ziet er knap uit. Fysiek zwaar ook. Maar ergens lijkt het toch nooit helemaal weg te komen bij de vooroordelen die er altijd blijven rondom de paaldanserij. Als een paaldanser écht serieus genomen wil worden: waarom doen Maurits en Samantha hun oefeningen dan niet gewoon in turnkleding, in plaats van hele kleine rode glimmende pakjes? Waarom voert Bettine haar oefening op in een panterbikini, in plaats van in een Epke Zonderland-achtige turntuinbroek?

Terwijl ik in de kantine een kop koffie bestel, bestudeer ik het programmaboekje nog maar eens. Meteen op de tweede pagina barst de organisatie los met een eigen visie op sportief paaldansen. ‘Met het NK paaldansen wil de organisatie laten zien dat paaldansen een serieuze sport is waar veel kracht en lenigheid voor nodig is. Elke vorm van sensualiteit en erotiek wordt niet getolereerd op dit sportieve evenement.’

Dat vermoeden bekroop me tijdens de middag zelf ook al wel een klein beetje. Maar misschien is het toch goed dat ze dat voor de zekerheid er nog maar eens bij gezet hebben.