Artiesten leiden levens vol seks, drugs en rock-’n-roll en zwemmen in bakken met geld. Althans, zo denkt men. De realiteit is dat zelfs succesvolle artiesten er een fulltime baan bij hebben om rond te kunnen komen. Als kok bijvoorbeeld, of als technisch tekenaar. ‘Waarom werk je eigenlijk nog? Je zit toch in The Kik?’

Fotografie Clemens Rikken

‘Muzikant zijn is het tofste dat bestaat. Als kind wilde ik al Nirvana zijn. Als ik te lang geen muziek maak, word ik gek. Letterlijk. Het is mijn uitlaatklep. Als ik op straat of in de Albert Heijn hetzelfde zou doen als tijdens een show, word ik opgepakt. Technisch gezien heb ik laatst in België vier mensen aangerand. Het publiek inspringen, tegen bezoekers aan dansen, bier jatten, dat soort dingen. Daarom alleen al is artiest zijn het spannendste vak ter wereld.’

Aan het woord is Chino Ayala (29), frontman van het Amsterdamse Indian Askin, dat dit jaar op vrijwel alle festivals de show steelt. Juist die liefde voor muziek is wat hem en zijn collega’s drijft en de reden waarom hij het nu al vanaf begin maart met één weekend vrijaf moet doen. Zonder daar amper iets aan over te houden, overigens. Het debuut Sea of Ethanol, door Ayala zelf geschreven, werd zonder budget met de hulp van ex-Kane-lid Dennis van Leeuwen opgenomen en de huidige bandleden speelden hun partijen gratis in. Ayala omschrijft zijn financiële status dan ook als ‘arm’. ‘Ik heb nu wat geld gekregen van de band. Dat is wel relaxed. Ik heb ook niet veel nodig. Muziek maken is mijn levensmissie. Van een fulltime baan zou ik waarschijnlijk echt depressief worden.’

Om die levensmissie nog enigszins te kunnen bekostigen, werkt Ayala – net als drummer Ferry Kunst (28) en bassiste Jasja Offermans (25) – in het hartje van Amsterdam in Café De Koe, een souterrain-restaurant vlakbij poppodia Melkweg en Paradiso, waar veel muzikanten rondhangen. ‘Ik had al besloten dat dit mijn stamkroeg zou worden, want het is gewoon een toffe tent. Ik had geld nodig en via Ferry ben ik hier als kok in de keuken beland.’

Drummer Kunst is al drie jaar werkzaam bij De Koe en ziet zijn bestaan tussen de potten en pannen zelfs als een nieuwe uitdaging, waarbij hij parallellen ziet met zijn muzikale vaardigheid. ‘Ik ben opgeklommen van afwasser naar de warme kant, zeg maar kok van alle hoofdgerechten. Ik vond dat in het begin echt fucking spannend, zeker nu ik steeds vaker alleen sta. Bij koken draait alles om timing. Eigenlijk zoals bij drummen. Je moet zoveel dingen tegelijk doen. Het is voortdurend stress opzoeken, net als op het podium dus.’

Businessmodel

Begin dit jaar verscheen Pop, wat levert het op?, een onderzoek naar de inkomsten van muzikanten in Nederland, gehouden onder personen die als popartiest zijn aangesloten bij de vakbond Ntb of in de administratie zitten van de rechtenorganisatie SENA. De voornaamste uitkomsten zijn treffend en vrij choquerend. De gemiddelde artiest heeft een bruto jaarinkomen van rond de 18.000 euro, maar meer dan de helft van de musici verdiende het afgelopen jaar niet meer dan 9.000 euro met muziek. Verder meldt het onderzoek dat liveshows daarbij de voornaamste bron van inkomsten zijn en beginnende muzikanten vaak worden afgescheept met lage gages onder het motto ‘dit is een mooi podium om jezelf te laten zien, bewijs jezelf maar’.

Singer-songwriter Aafke Romeijn (29) is niet verbaasd door deze uitkomsten. Sterker nog, ze heeft er zelf ook mee te maken. Ze werkte jaren als lerares en klust tegenwoordig bij als journalist bij Vrij Nederland. ‘Als artiest heb je geen steady inkomen,’ vertelt de Utrechtse zangeres. ‘Mensen denken vaak dat je een dikke bankrekening hebt omdat ze je bij De Wereld Draait Door hebben gezien of af en toe op de radio horen. Tijdens een tour zijn er uiteraard inkomsten, maar ook heel veel uitgaven. Reiskosten, technische begeleiding, hotelovernachtingen. Nederland is ook maar een klein land met een smal clubcircuit. De meeste indiebandjes spelen shows voor gages van rond de tweehonderd euro, dus binnenlopen is dat zeker niet.

Maar wanneer je daarna ook nog de tijd neemt om aan een nieuw album te werken, vallen de inkomsten helemaal weg en kost alles alleen maar geld. De tijden dat platenlabels een opnameproces volledig financierden, zijn immers verleden tijd.’

Romeijn ergert zich dan ook nog weleens aan ongefundeerde meningen van buitenstaanders, met name uit de politieke hoek. ‘Ik hoorde laatst iemand zeggen dat als je als popmuzikant niet rond kunt komen, je businessmodel gewoon niet klopt. Dat is natuurlijk pure onzin.

Zo werkt deze sector helemaal niet.’

Volgens Romeijn wordt het commerciële succes van een artiest namelijk vooral bepaald door airplay op invloedrijke radiozenders als 3FM en de daaruit voortvloeiende BUMA-inkomsten. Kensington is volgens haar een goed voorbeeld van een band die alleen al daaruit een flink jaarsalaris opstrijkt. ‘De norm is eigenlijk: vult een band een zaal als de Ziggo Dome? Dan heb je het namelijk echt wel voor elkaar. Iemand als Dotan kan zich dus ook wel bedruipen, maar vergis je niet: die heeft ook tien jaar lang in iedere buurtkroeg van Nederland gespeeld om dat te bereiken. Het kost simpelweg heel veel tijd en geld om het te maken, en dan helpt het niet als je daarnaast ook nog een fulltime baan hebt. Vergelijk het met schrijvers. Natuurlijk houdt iemand als Herman Koch misschien wel twee ton over aan een boek, maar dat is een uitzondering. Het gros verdient amper aan een publicatie.’

Overwerken

Toch is het hebben van een tweede baan niet altijd een keuze die louter is gebaseerd op een gebrek aan inkomsten. Ries Doms (37) zou zich geen leven zonder ‘echt werk’ kunnen voorstellen. De drummer van de Nederbeat-groep The Kik studeerde werktuigbouwkunde en werkt – met tussenpauzes – al sinds 2001 bij Vormenfabriek Tilburg, een bedrijf in kunststofvormen voor de chocolade-industrie. Doms begon als technisch tekenaar, maar geeft inmiddels als productiemanager leiding aan vijfentwintig werknemers. Trots toont hij de loods naast de enorme fabriekshal, waar hij met zijn band zelfs een stukje geschiedenis heeft liggen. ‘We hebben hier nog gerepeteerd voor onze eerste theatertour. Toen heb ik ’s ochtends eerst alle pallets eruit gereden om het decor op te bouwen. Dat was een mooie tijd.’

Doms werkt vier dagen per week bij in Tilburg. Het bedrijf gaat vierentwintig uur per dag door, ook de drummer moet weleens overwerken. ‘Als een klus af moet, moet ie af. Zo simpel is het. Dan kom ik weleens wat later aan bij een show. Dat begrijpen die andere jongens ook wel.’

The Kik doet het goed. Ze scoren hits, krijgen airplay en waren huisband van DWDD. Met Dave von Raven hebben zer een frontman die zelfs in gezellige AVROTROS-programma’s opduikt. Doms hoeft dan ook eigenlijk niet te werken om rond te komen, maar hij moet er niet aan denken dat hij alleen maar met één project zijn dagen vult. ‘Als ik hier zou stoppen, ga ik wel iets anders erbij doen. Maar ik vind een multidisciplinair leven ook wel iets aantrekkelijks hebben. Daarnaast wil ik mijn feeling met het bedrijfsleven niet verliezen. Dat is toch een belangrijke levensontwikkeling voor mij, waar ik nog dagelijks profijt van heb. Sterker nog: dankzij mijn technisch bedrijfskundige achtergrond is The Kik een van de best georganiseerde bands van Nederland, denk ik.’

Doms geeft toe dat de dagen lang zijn en er nauwelijks ruimte is voor echte vrije tijd. Hij krijgt er echter naar eigen zeggen veel voor terug. ‘Soms begrijpen mensen niet dat ik nog werk. Je zit toch in The Kik? vragen ze dan. Mensen denken dat artiesten na een show in een Mercedes stappen en naar huis rijden. Nou: dat is niet het geval. Dit werk geeft mij de financiële armslag die ik prettig vind. Als ik een fucking goeie jazzplaat zie liggen van tachtig euro, wil ik die gewoon kunnen kopen. En dat kan nu.’ Volgens Doms is de crux om als band te overleven, vooral in continuïteit denken.

‘Je moet op lange termijn stappen zetten en ervan uitgaan dat die volgende hit misschien wel nooit meer komt. Als het oprechte enthousiasme dat we bij The Kik hebben blijft, komt het altijd goed. Mensen zien ook of iets echt of een gimmick is.’

Alles kost geld

Annelotte de Graaf (27), beter bekend als Amber Arcades, kan meepraten over een multidisciplinair leven. Het gitaarpop-talent heeft ook niet bepaald een bijbaan naast haar rap opbloeiende muzikale carrière. De Graaf is namelijk juriste bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een pittige job, waar ze als beslismedewerker gaat over gezinshereniging van asielzoekers die een verblijfvergunning hebben verkregen. ‘Ik ben ooit rechten gaan studeren omdat ik – misschien heel cliché – wilde strijden voor rechtvaardigheid, whatever that means. Tijdens mijn opleiding heb ik stage gelopen bij het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag en daarna ben ik aan de slag gegaan als gerechtssecretaris. In 2015 ben ik naar Amerika vertrokken om mijn plaat op te nemen en toen ik terugkwam, zag ik de vacature bij het IND. Asielzoekers kunnen binnen drie maanden een aanvraag doen voor nareis van gezinsleden, zoals kinderen en ouders. Ik begeleid dat proces. In de praktijk betekent dat documenten verzamelen en deze checken op authenticiteit, DNA-onderzoeken starten of als er helemaal geen papieren zijn: interviews afnemen en op waarheid beoordelen. Uiteindelijk probeer ik een zaak zo compleet mogelijk te krijgen en beslis dan: ja of nee. Ik kan mijn persoonlijk gevoel daarbij goed uitschakelen. Natuurlijk moet ik weleens beslissingen nemen waar ik uit menselijk oogpunt moeite mee heb, maar als het juridisch klopt, kan ik het voor mezelf rechtvaardigen.’ De Graaf is zeer integer over haar werk. Daar heeft ze zelfs cursussen voor moeten volgen. ‘Ik werk voor de overheid, dus een uitgesproken mening mag ik wel hebben, maar niet uiten. Als er ergens een krantenkop verschijnt met bijvoorbeeld Amber Arcades vindt dat alle grenzen open moeten, heb ik natuurlijk een probleem. Het is soms best een beetje wrang dat ik mijn mening niet kan geven over iets waar ik echt iets van weet, zeker omdat ik vaak artiesten op het podium dingen hoor roepen waarvan ik denk: heb je je er überhaupt wel in verdiept?’ Momenteel heeft De Graaf nog een goede balans weten te behouden tussen werk en haar muziek. Maar sinds het succes van haar debuut, Fading Lines, stapelen de liveshows zich op. In september vertrekt ze zelfs naar de Verenigde Staten om met de rockers van Nada Surf te touren. ‘Op het werk is het nu heel druk.

Er zijn minder asielaanvragen dan vorig jaar, maar juist meer nareisverzoeken.

Mijn collega’s supporten mijn muziek en willen nog weleens een zaak overnemen, maar er komt een moment dat ik zal moeten kiezen.’

Deze keuze zal mede bepaald worden door het financiële plaatje, want tot nog toe verdient ook De Graaf nog niet voldoende om zich volledig te focussen op haar muzikale loopbaan. ‘Het is nu vooral investeren. Alles kost geld. Ik betaal de band, er zijn veel kosten en achteraf blijft er dan eigenlijk niets over. Leven van muziek is sowieso heel lastig in Nederland, denk ik. Of je moet De Staat zijn natuurlijk, haha.’

Subsidie

Het s-woord is gevallen. Wenkbrauwen fronsten namelijk binnen en buiten de culturele sector, toen de Nijmeegse band De Staat een jaarlijkse subsidie van 250.000 euro kreeg toebedeeld. Vier jaar lang. Kortom: een miljoen om de liveshow te tunen, een nieuw album op te nemen en een nieuwe tour uit te zetten.

En dat voor een band die wereldwijd opende voor Muse en in de grootste tenten op festivals in binnen- en buitenland speelt. De groep van frontman Torre Florim werd uitgemaakt voor poenscheppers en zelfs het woord concurrentievervalsing viel.

‘Onzin,’ zegt Aafke Romeijn stellig. ‘Iedere popmuzikant kan subsidie aanvragen en zij waren – met De Kift – de enigen die dat gedaan hebben. In de muzieksector gaat het namelijk heel erg over imago, dat blijkt wel weer. Artiest zijn is bikkelen, hongerlijden en in een tourbus slapen. Wil je dat niet, dan moet je maar in Amsterdam-Zuid gaan wonen. Je bent nog net geen NSB’er als je subsidie aanvraagt. Het is een vies woord, terwijl het juist kan bijdragen aan een betere sector. Maar de meeste bands vinden het daarnaast te veel moeite om een gedegen verzoek te schrijven, maar als je wilt dat een sector beter wordt, moet je soms politiek bedrijven.’

Ook de leden van Indian Askin vinden dat De Staat een prima move heeft gemaakt met het subsidieverzoek. Drummer Kunst: ‘Het is gewoon fucking goed gedaan en het komt de band toe. Ze zijn voor een band als ons een voorbeeld. Lichtshow, productie; alles is vet en je wordt steeds verrast. Zo’n enorme show kost nu eenmaal geld om te ontwikkelen en uit te bouwen. Het enige kritiekpunt: het is wel heel veel geld. Maar ja: als de overheid ook een half miljoen uitgeeft aan een brug voor eekhoorns, vind ik dit ook gerechtvaardigd.’

Volgens Kunst was er met de inmiddels verdwenen Wet Werk en Inkomen Kunstenaars een uitstekend redmiddel voor beginnende artiesten. ‘Dat was een kleine uitkering van ongeveer zevenhonderd euro per maand. Als ik dat nu erbij zou krijgen, zou ik me echt volledig op het drummen kunnen focussen. Ik kan nu net mijn huur betalen. Zanger Ayala vult aan: ‘Weet je, een band heeft gewoon opbouw nodig. Kijk naar The Dandy Warhols. Als je hun carrière en discografie volgt, zie je het moment van de superhit Bohemian Like You gewoon aankomen en bam: dan zijn ze er. Dat is een proces en het kost moeite en geld. Maar ja, veel mensen vinden muziek nog steeds een hobby, terwijl het voor de meeste artiesten letterlijk hun lust en hun leven is.’

Vrouwen doen het slechter

Aan het onderzoek Pop, wat levert het op? werkten ruim 800 mensen mee die werkzaam zijn in de muziekindustrie. Mannen maken 83 procent uit van de bevraagde artiesten, vrouwen 17 procent. De gemiddelde leeftijd ligt – best verrassend – vrij hoog: rond de 43 jaar.

Slechts 19 procent van de samenwonende artiesten zegt rond te kunnen komen van inkomsten uit hun muzikale activiteiten. Alleenstaanden doen het met 31 procent aanmerkelijk beter. Bijna 80 procent van de vrouwelijke artiesten haalt 18.000 euro of minder binnen tegenover nog niet de helft van de mannelijke musici. 5 procent van de artiesten boeren wel goed en pakken jaarlijk meer dan 90.000 euro.