Bijna twintig jaar na de laatste aflevering echoën de punchlines van televisieserie Seinfeld nog altijd na. Waarom werd een show die nergens over ging zo’n wereldwijd succes? Revu ging in New York on tour met Kenny Kramer.

Fotografie ANP

Als Kenny Kramer (73) het podium op loopt in het Producers Club Theater in New York, wordt duidelijk dat de Seinfeld-storm die in de jaren negentig woedde weliswaar in kracht is afgenomen, maar nooit helemaal is gaan liggen. Nog steeds worden er dagelijks Seinfeld-herhalingen vertoond op televisie. Nog steeds is de invloed van Seinfeld zichtbaar in hedendaagse televisieshows. Nog steeds organiseert Kenny Kramer elke zaterdag de ‘Kramer Reality Tour’ in New York, zijn twintigste jaargang is dit voorjaar ingegaan. Nieuwe Revu belde 1-800-KRAMERS om te reserveren en stapte de tourbus in, hopende er onderweg achter te komen waarom het ogenschijnlijk simpele Seinfeld dé hitserie werd van de negentiger jaren.

Verschrikkelijke neuroot

De eerste Seinfeld-afleveringen werden geschreven in een gesubsidieerde artiestenflat in Manhattan in New York. Daar woonde Larry David, een stand-upcomedian. Kramer was zijn overbuurman. De twee werden vrienden. ‘Een excentrieke jongen,’ aldus David in een filmpje dat wordt vertoond tijdens Kramers tour. ‘Er was altijd iets gaande bij hem – altijd vrouwen in zijn appartement. Hij kon je overhalen om ‘heel even met hem mee te rijden’, om daarna ‘vijf minuutjes’ in zijn auto te wachten tot hij een boodschap had gedaan. Dat duurde dan een half uur. Kramer is loveable en gekmakend tegelijk.’ David was op zijn eigen manier ongewoon, zegt Kramer: ‘Een verschrikkelijke neuroot. Hij was onzeker, bang en paranoïde. Als Larry in een comedyclub het publiek niet beviel, kon hij ze uitschelden, de microfoon op de grond gooien en weglopen. Toch werd hij telkens weer geboekt, want als de omstandigheden hem wel bevielen, was hij een geniale komiek.’ En dan is er nog een derde New Yorkse stand-upcomedian die we hier moeten noemen: Jerry Seinfeld. Seinfelds ster rees snel. Hij was minder edgy dan David, hij kleurde binnen de lijntjes. Dat maakte hem meer geschikt voor televisie. Eind jaren tachtig werd hij door NBC ontdekt. Seinfeld werd gevraagd een televisieshow te schrijven. Op zijn beurt schakelde Seinfeld vriend en collega David in, die wat aarzelend inging op de uitnodiging, maar vaste schrijver en executive producer zou worden. In een Koreaans supermarktje werd het Seinfeld-zaadje geplant, blikt Seinfeld terug in het bonusmateriaal op een Seinfeld-dvd. ‘We grapten over de rare producten die we zagen. En David zei ineens: dit… Dit is de show!’

Geen levenslessen, geen geknuffel

Negen jaar lang, honderdtachtig afleveringen, keken mensen over heel de wereld naar een show die nergens over ging. Ja, over vier zelfzuchtige dertigers in New York, die dagelijks in een lunchzaak bijeenkwamen om het leven van alledag te bespreken. De twee geboden van Seinfeld, als zodanig genoteerd en opgehangen boven het bureau van Larry David: ‘No learning, no hugging.’ De personages zouden niet leren van hun fouten, geen persoonlijke groei doormaken. Liever ook geen eind-goed-al-goedachtige ontknopingen. Er werden geen Seinfeld-baby’s in de show geschreven, er werd niet onderling getrouwd en er werden geen maatschappijkritische noten gekraakt. Volgens de dan geldende televisiewetten, en dus volgens de NBC-bazen, zouden de personages Jerry en Elaine moeten trouwen, of in ieder geval verwikkeld moeten raken in een onoplosbaar romantisch drama (zie Ross en Rachel later in Friends). Seinfeld en David wilden er niets van weten. Ze grapten er zelfs over in de aflevering The Pitch, seizoen vier, waar George en Jerry een ‘show about nothing’ pitchen bij NBC. Edoch, het ging niet werkelijk over niets. ‘In Seinfeld is sprake van een sociaal realisme, zoals dat ook al in Amerikaanse komedies uit de jaren zeventig was (All in the Family, Good Times), zegt Karen Hornick, die literatuur, media en culturele geschiedenis doceert aan de New York University. ‘Seinfeld was zijn tijd echter vooruit door destijds onbesproken sociale onderwerpen te behandelen: een akkoord om wel seks te hebben, maar geen relatie, masturbatie, wild zoenen tijdens een vertoning van Schindler’s List… Ik weet niet of ik dat sociaal geëngageerd zou noemen, maar het raakte soms wel iets. Seinfeld drong de kijker nooit deugdzaamheid op, het liet enkel hypocrisie zien.’ Seinfeld-schrijver Spike Feresten: ‘Er waren al zoveel shows waarvan ik echt vind dat ze nergens over gaan. Wie date wie, wie gaat er vreemd; verhalen die we al allemaal al duizenden keren gehoord hebben. Wat ik als kijker al interessant aan Seinfeld vond, waren die kleine verhaaltjes die ik herkende omdat ik ze zelf ook had meegemaakt.’

Klassieke komedie

Vrijwel alle Seinfeld-verhalen zijn terug te brengen tot klein ongemak of sociale verwarring. ‘De leemtes in het leven,’ zoals David het noemt. Hij kan het weten, want veel van wat er in de serie gebeurt, maakte David zelf mee (zie kader). Voor bijna al het andere in Seinfeld werd geput uit het leven van Davids overbuurman, Kenny Kramer, of uit dat van de schrijvers. Feresten: ‘Larry [David] zei altijd tegen ons, de schrijvers: Ik wil niet dat jullie verhalen verzinnen, ik wil dat jullie me vertellen wat jullie deze week hebben meegemaakt. Maar omdat jullie allemaal beschaafde mensen zijn, hoor ik liever niet wat er gebeurde, maar wat je dacht op dat moment, en wat je zou wíllen dat er gebeurde.’ Door het – letterlijk – levensechte scenario herkende menig New Yorker zich in de avonturen en gedachtes van de Seinfeld-groep. Ook Hornick, die in Seinfeld het New York van de jaren tachtig ziet. ‘Toen New Yorkers niet zozeer met hard werken, maar met brutaliteit, hosselen en bravoure verder in het leven probeerden te komen. De cynische dertigers in Seinfeld doen hetzelfde.’ Komedies die zich tegen een stads decor afspelen zijn bepaald niet nieuw. Zogenaamde city comedies worden al gemaakt sinds Ben Jonsons Every Man Out of His Humour (1598). En Larry David gebruikte meer ‘klassieke komediemiddelen’, zegt Hornich. Hij leende volgens haar ook uit de zogenaamde Amerikaanse screwball-komedies en gebruikte de klassieke sitcom-formule, die voorschrijft dat de levens van meerdere personages zich over het algemeen allemaal ontvouwen in een paar dezelfde ruimtes (in het geval van Seinfeld: Seinfelds woonkamer en de lunchzaak). Hornick: ‘Larry David is een briljante schrijver en ook goed belezen, hij weet veel van de geschiedenis van komedie. Onbewust zal hij dat gebruikt hebben bij het schrijven van Seinfeld.’ Seinfelds narratieve structuur is wél uniek, volgens Hornick. ‘In elke aflevering hadden de vier hoofdpersonages ieder hun eigen verhaal. Dat had Cheers ook al, maar in Seinfeld kwamen aan het eind van elke aflevering al die verhalen bij elkaar, zónder dat er geknuffeld en geleerd werd.’

Blanco cheque

Het is zeventien jaar geleden dat de Seinfeld-finale werd uitgezonden. De serie lanceerde de carrière van David en Seinfeld, die er elk enkele honderden miljoenen dollars aan hebben verdiend. (And counting – er worden nog steeds deals gesloten om Seinfeld op televisie, op vliegtuigschermpjes en online te herhalen.) De echte Kramer, nu 73 jaar oud, verdiende minder aan de show. Hij sloot in het prille begin een overeenkomst met de productiemaatschappij dat zijn naam én zijn avonturen – groot of klein – in Seinfeld gebruikt mochten worden. Kramer praat liever niet over de eenmalige vergoeding die hij daarvoor kreeg, maar laat zich nog net ontvallen dat het om niet meer dan ‘duizenden’ dollars ging. ‘Niemand verwachtte toen iets van die show,’ zegt Kramer. ‘Ik ook niet. Na seizoen drie belde David mij op: Ik ben nu rijk, als je ooit iets nodig hebt… Ik kreeg een soort blanco cheque. Ik heb ’m nooit hoeven incasseren.’ In plaats daarvan besloot Kramer in 1996 zijn ‘Reality Tour’ te beginnen. Het achtste seizoen van Seinfeld werd dat jaar uitgezonden. Kramer vertelde iedereen die het maar horen wilde dat hij de echte Kramer was. ‘Ik zou een idioot zijn als ik geen slaatje zou slaan uit dit succes.’

Bustour

Dat brengt ons terug in het Producers Club Theater. Zestig mensen hebben een kleine veertig dollar betaald voor Kramers tour. Kramer organiseert ’m nu elke zaterdag, maar vroeger, in de hoogtijdagen, tweemaal daags, vijf dagen per week. Een Zweeds stelletje op huwelijksreis is vandaag komen kijken, alsook een vader en zoon uit Israël, Japanners en niet-New Yorkse Amerikanen. Ze luisteren naar Kramers’ verhalen over zijn ‘goede vriend Larry David’, over zijn avonturen die de show gehaald hebben en over zijn campagne om burgemeester van New York te worden. Ja, Kenny Kramer is tot op zekere hoogte net zo wonderlijk als zijn fictieve evenknie. Zo had de echte Kramer nooit een echte baan, maar kon hij toch met vroeg pensioen toen zijn handel in ‘lichtgevende disco-sieraden’ floreerde (een soort rubberen oorbel of haarband met een batterijtje en knipperend ledlampje erin – Kramer liet ze door gehandicapte oorlogsveteranen in elkaar zetten en verkocht ze twintig keer over de kop in New Yorkse discotheken). Enfin. Uur één van drie zit erop. Nadat we T-shirts, dvd’s en bumperstickers hebben kunnen kopen van Kramer, stappen we de bus in. Die rijdt ons door Manhattan – Kramer voorin met de microfoon, die zich niet laat hinderen door het gegeven dat Seinfeld niet in New York, maar in Los Angeles is opgenomen. Als we links kijken, zien we een Apple Store. Maar vroeger zat daar de Koreaanse groenteboer waar David en Seinfeld het idee voor de show kregen. Als we rechts kijken, zien we een opslagloods, maar vroeger zat daar de videoverhuur waar in de serie George erachter komt dat zijn ex lesbisch is geworden. Weten we nog wat George zei, vraagt Kramer? I have a bad feeling that whenever a lesbian looks at me, they’re thinking: That’s why I’m not a heterosexual.’ De bus lacht, we weten het nog.