Maurice de Hond (69) zit veertig jaar in het vak. Is de officieuze Opiniepeiler des Vaderlands de beste, of gewoon de bekendste? En hoe komt het dat hij het vertrouwen in de politiek na vier decennia van voorspellingen is kwijtgeraakt? ‘Normaal gesproken is de opkomst onder PVV’ers laag, maar het zou kunnen dat ze deze keer heel gemotiveerd zijn om hun middelvinger op te steken.’

Fotografie Corné van der Stelt

U bent kort na de oorlog geboren, als enig kind in een joods gezin. Hoe was het om op te groeien in Amsterdam tijdens de wederopbouw?
‘Ik heb weinig van de wederopbouw gemerkt. Je weet niet beter. Als je naar de oude jodenbuurt ging, zag je wel de kapotte huizen, maar we gingen daar niet heen om te kijken hoe het vroeger was. Daar waren mijn ouders ook niet zo mee bezig. Mijn ouders hebben allebei in het concentratiekamp gezeten; ik denk dat veel overlevenden vooral naar voren keken en niet naar achter. Naar achter kijken was te pijnlijk. Mijn ouders zijn rond het Waterlooplein geboren. Toen ze na de oorlog terug in Amsterdam kwamen, waren in de jodenbuurt veel huizen weg. Al het hout was uit de woningen gehaald en opgestookt tijdens de hongerwinter. Er kwamen huizen van vertrokken NSB’ers vrij, maar daar wilde mijn vader uit principe niet in. Maar toen raakte zijn vrouw zwanger en moest hij wel. We trokken in het huis van een gevluchte NSB’er, in West. Ik denk dat dat wel een dilemma was.’

Ging het thuis veel over de oorlog?
‘Er werd niet veel over de oorlog gesproken. Niet omdat het een onderwerp was waar je niet over mocht spreken, maar je zegt niet: laten we even gezellig over de oorlog praten.’

Uw eerste vrouw, waarmee u twee zoons kreeg, overleed in 1980 op 30-jarige leeftijd aan borstkanker. Toen stond u er alleen voor…
‘We hebben een hechte familie. Mijn ouders hebben een heel belangrijke rol gehad in de opvoeding van mijn eerste kinderen, en mijn tweede vrouw ook – ik zou haar tekortdoen door te zeggen dat ik de opvoeding van mijn twee zoons alleen gedaan heb. Mijn oudste zoon Marc heeft nu een theatervoorstelling over zijn relatie met zijn opa, mijn vader, met zijn oorlogsverhaal als aanleiding. Het gaat over de vraag hoe je met angst omgaat.’

Uw ouders zijn in 2002 kort achter elkaar overleden. In uw tweede huwelijk overleed een kindje, nog geen jaar na de geboorte, aan een hartkwaal. In het tv-programma De Kist noemde u dat de zwartste periode in uw leven. Is het verwerken van het verlies van een kind zoveel moeilijker dan omgaan met het overlijden van een partner of ouders?
‘Mijn vrouw heeft nog vier à vijf maanden geleefd vanaf het moment dat het zeker was dat ze dood zou gaan. Ik heb in die periode niet gewerkt, waardoor we heel intensief met elkaar waren. We genoten meer van het feit dat we bij elkaar waren dan dat er verdriet over het naderende einde was. Dat kwam tegen het einde wel, maar we waren zo puur en intiem met elkaar dat het een heel positief gevoel geeft, omdat je met elkaar bent.

Wat er met een kindje gebeurt, waarvan er na een dag al wordt gezegd dat het helemaal mis zit en het een week, misschien twee te leven heeft… Het heeft uiteindelijk nog negen maanden geleefd, maar eigenlijk heeft het een negen maanden durende marteling gehad. Dat is zo uitzichtloos. Daar zit geen positieve component in. Daarom is dat zo’n zwarte periode geweest. Het is het lijden waarmee je moet dealen. Als vader ga je daar op een andere manier mee om dan als moeder. Ik denk dat je als vader wat rationeler bent. Als er op dag één gezegd wordt dat het kind geen kans heeft, dan probeer je er alles aan te doen om te voorkomen dat je je eraan gaat hechten. Dat kan je als man makkelijker dan als vrouw, die een kind een hele periode in haar buik heeft gehad.’

U wordt dit jaar 70, maar u ziet er bepaald jonger uit. Zorgt u goed voor uzelf ?
‘Ik drink geen alcohol en koffie, omdat ik het niet lekker vind. En ik rook niet. Verder ben ik actief – ik ben scheidsrechter en f luit elke zondag nog mijn voetbalwedstrijdje in de vierde klasse.’

Hoe staat u in het leven?
(Na enige aarzeling) ‘Positief-optimistisch. Ik hou van vernieuwen en van uitdagingen, en ben nieuwsgierig. De wereld biedt veel interessante dingen.’

Als ik hier voor de deur mensen zou aanhouden en vragen een opiniepeiler te noemen, dan zal vrijwel iedereen uw naam noemen, als een soort Opiniepeiler des Vaderlands. Bent u de beste, of gewoon de bekendste?
‘Nou ja, ik doe dit werk al heel lang. Alles wat ik aan peilen doe, heeft met verkiezingen of electoraat te maken. Ik ben heel gespecialiseerd en heb een grote parate kennis. De meeste andere onderzoekers doen daarnaast ook andere dingen. Ik heb in al die jaren veel procedures toegepast om fouten in het onderzoek te compenseren. Er zitten allerlei marges in peilingen; er wordt altijd gedaan of er alleen een statistische marge is, een afwijking die komt omdat het een steekproef is, maar vaak is een grotere afwijking dat bepaalde partijen structureel over- of onderschat worden. Ik heb procedures toegepast waardoor dat soort marges verkleind worden, waardoor in mijn peilingen een verschuiving van één à twee zetels echt wat betekent, terwijl anderen zeggen dat je bij een verschuiving van drie of vier zetels pas wat kunt zeggen. Als dat waar zou zijn, dan kun je beter geen peiling doen. Een grote sprong laat vaak de onnauwkeurigheid van je instrument zien. Je hebt ook niet veel aan een thermometer die wel 36 graden kan aangeven, maar niet 36,3 of 37 of 38. Door de jaren heen heb ik methodes toegepast om dat te kunnen realiseren.’

U krijgt veel kritiek, bijvoorbeeld van collega’s die vinden dat u uw onderzoeksresultaten aanpast als u dat zo uitkomt.
‘Ik zal je een voorbeeld geven. Ik heb DENK al maanden op twee zetels staan. Dat heeft te maken met onderzoek. Ik had DENK eerst op nul zetels staan, maar toen ben ik gaan onderzoeken. Wat bleek? Tijdens de verkiezingen in 2012 hebben 88.000 kiezers op mensen met een Turkse achternaam gestemd. Die twee van DENK (Kuzu en Öztürk, red.) hebben destijds 35.000 voorkeurstemmen gekregen. In mijn steekproef zitten niet genoeg mensen met een Turkse achtergrond, dus ik moet andere dingen bedenken om DENK beter in te schatten. Ik heb toen specifieke vragen gesteld aan alle mensen in mijn steekproef die tot die subgroep behoren. Daardoor kwam ik tot de score van twee zetels voor DENK, terwijl de rest ze op nul had staan. Daar wordt dan op gereageerd met: dat is geen onderzoek, maar nattevingerwerk – dat is zo’n bullshit. Vervolgens zetten ze in hun recente peilingen DENK zelf ook op één of twee zetels.’

Is het zo’n moeilijk vak dan, opiniepeilen? Je zou zeggen: je vraagt een groep mensen wat ze gaan stemmen, die doen dat vervolgens en jij had het goed opgeschreven.
‘Het gaat erom dat je steekproef – de mensen die je ondervraagt – een goed beeld van ‘de Nederlander’ schetst. Als je in De Kuip alle mensen ondervraagt, dan heb je tienduizenden respondenten, maar heel weinig Ajax-supporters. En toch zijn er in heel Nederland minstens net zoveel Ajax- als Feyenoord-supporters. Je moet dus voorzieningen treffen om ervoor te zorgen dat je zoveel mogelijk in de buurt komt.’

Hoe doe je dat?
‘Er zijn twee grote problemen bij het zo nauwkeurig mogelijk doen van een opiniepeiling. Ten eerste is er de kwaliteit van je steekproef; die is inmiddels sowieso matig omdat veel mensen niet meer meedoen, dus daarvoor moet je compenseren. Het hangt af van de kwaliteit van je compensatie. Ten tweede zijn er altijd meer mensen die zeggen dat ze gaan stemmen dan er daadwerkelijk op komen dagen. Voor de komende verkiezingen zegt 85 à 90 procent van de kiezers te gaan stemmen, terwijl zo’n 70 tot 75 procent dat ook echt zal gaan doen. Dan gaat het erom wie thuisblijven, en dat is niet gelijk verdeeld over de partijen. Normaal gesproken is de opkomst onder PVV’ers laag – lager opgeleiden hebben een lagere opkomst dan hoger opgeleiden – maar het zou kunnen dat ze deze keer wel heel gemotiveerd zijn om op te komen en hun middelvinger op te steken. Dat is precies wat er in de VS bij Donald Trump gebeurd is.’

Uw eerste opiniepeiling was in 1976, ruim veertig jaar geleden alweer. Uit die peiling bleek dat de Pvda in de vijftien jaren ervoor structureel werd overschat, en de VVD structureel werd onderschat. Dat was een lekkere binnenkomer, maar het werd u niet in dank afgenomen door uw vakgenoten.
‘Ik heb destijds gewoon gekeken hoe Nipo het had gedaan tijdens de voorgaande verkiezingen. Wat me meteen opviel, was dat alle vier de keren de Pvda te hoog was ingeschat en de VVD te laag. Toen dacht ik: als ik die over- en onderschatting nou meeneem in mijn ijking, dan waren alle voorspellingen beter geweest. Ik neem niet zomaar iets aan omdat het ergens staat. Ik ben dan best onderzoekend, en ook niet bang voor de consequenties. Als ik iets gevonden heb, denk ik niet: ik ga me maar even rustig houden.’

Ook buiten het vak heeft u vijanden gemaakt. Rond de eeuwwisseling was u een van de oprichters van Newconomy, een beursgenoteerd tech-investeringsfonds. In die tijd pleegde iemand een aanslag op uw auto. U zat niet in die auto, toch?
‘Nee, gelukkig niet. Ik werd ’s avonds gewaarschuwd dat mijn auto in brand stond; er was een molotovcocktail ingegooid. Er was iemand die me chanteerde en op die manier zijn zin probeerde te krijgen. Ik ben in die tijd ook een keer op straat in elkaar geslagen. De dader – vermeende dader moet ik zeggen – is daar niet voor veroordeeld. Wel voor andere dingen, maar dit hebben ze niet kunnen bewijzen.’

Had u niet het idee: ik doe het even rustiger aan, en neem een minder publiek profiel aan?
‘Dit soort bedreigingen werkt bij mij niet echt, want wie bang is krijgt ook klappen – dat was het thema van mijn vader, en nu is dat de titel van Marcs theatervoorstelling. Dat heb ik me altijd voorgenomen; ik laat me niet chanteren. Ik neem wel mijn maatregelen en ik doe wel voorzichtig, maar ik ga er niet aan toegeven.’

Waar stemt u zelf eigenlijk op?
‘Op dit moment is het mijn voornemen om bij deze verkiezingen niet te gaan stemmen. Ik denk dat je als kiezer steeds minder te vertellen hebt, en dat de invloed van de kiezer op de regering en op het beleid eigenlijk nul is. De politiek is de laatste tien tot twintig jaar op geen enkele manier bezig geweest om die invloed te vergroten of het systeem te moderniseren. Door mijn stem legitimeer ik dat alleen maar.’

U klinkt teleurgesteld…
‘Als er verkiezingen of referenda zijn geweest, hoor ik politici zeggen dat ik blijkbaar iets bedoeld heb met mijn stem, wat ik er absoluut niet mee bedoeld heb. Ons systeem zit zo in elkaar dat je een stem op meerdere manieren kunt interpreteren. Stel je hebt bij de vorige verkiezingen op de Pvda gestemd, en dat heb je gedaan omdat je niet wilde dat Mark Rutte premier werd. Een dag na de verkiezingen zijn de VVD en Pvda voor elkaar gegaan, en hebben ze gezegd: de kiezer heeft ons de opdracht gegeven om samen te werken. Na het sluiten van de stembussen gaan ze doen waar ze zin in hebben. Dat is nog tot daar aan toe, maar ze zeggen dat ze het doen omdat ik dat als kiezer van ze verlang. Ik wil dat niet meer mogelijk maken. Als ik toch bijna geen invloed heb, dan kan ik net zo goed niks doen.’

Hoe kan de politiek de kiezer Maurice de Hond zover krijgen om weer te gaan stemmen?
‘Er is bijna geen democratisch land ter wereld waar de burger zo op afstand van de politiek staat als in Nederland. We kunnen geen burgemeester kiezen, we kunnen geen premier kiezen. We zouden een stelsel moeten hebben waarbij Rutte als premier rechtstreeks gekozen kan worden en hij vervolgens veel ruimte krijgt om zijn voornemens ook uit te voeren.’

Of Geert Wilders.
‘De PVV gaat veel zetels halen, maar je weet nu al zeker dat de PVV niet in de regering komt. Dus de groep mensen die zich toch al achtergesteld en genegeerd voelt, gaat Wilders de grootste of een-na-grootste maken, en wordt daarna weer genegeerd. Dat maakt het enthousiasme over democratie bij die groep echt groot, ja…’

Gaat de PVV de verkiezingen winnen, denkt u?
‘Ik denk dat de PVV rond de dertig zetels gaat komen, maar ze hebben het potentieel om daar ruim boven te komen. En als ze dan niet in de regering komen, is het voor hun electoraat jammer maar helaas. Er is dus een reële kans dat de grootste partij niet meedoet.’

En dan?
‘Er zal met vier of vijf partijen een coalitie gemaakt moeten worden. Ik denk dat de kans het grootst is op een coalitie van VVD, CDA, D66 en Groenlinks, maar misschien moet het zelfs wel met vijf partijen. De partij die na de PVV het grootst wordt, zal de premier gaan leveren.’

Iets anders: u bent medeoprichter van de Steve Jobsschool, een scholengroep met een andere kijk op onderwijs. Hoe bent u daar zo bij gekomen?
‘Tussen mijn oudste en jongste kind zit meer dan dertig jaar leeftijdsverschil. Mijn jongste dochter is in 2009 geboren, ze was één toen de ipad uitkwam. Ik bracht haar een keer naar de peuterspeelzaal, die zat in hetzelfde pand als waar mijn oudste zoon vroeger naar school ging. Alles zag er nog hetzelfde uit als in 1981. Toen dacht ik: hoe kan het zo zijn dat ik mijn dochter naar school stuur om haar voor te bereiden op 2030 – dan komt ze uit het onderwijs – maar de school er nog net zo uitziet als begin jaren 80? Ik heb geen zin om mijn kind naar een soort onderwijsmuseum te sturen. Inmiddels reis ik de hele wereld over. Het klinkt misschien arrogant, maar ik word gezien als een van de grotere onderwijsvernieuwers van de wereld.

Momenteel zijn er zo’n 25 Steve Jobsschools in Nederland, twee in Zuid-Afrika en één in Spanje. We zijn nu met tien landen in gesprek, waaronder met Zuid-Korea, waar we heel ver mee zijn. 2018 is daar het jaar van de Hond; het zou mooi zijn als er dan een Steve Jobsschool opent in Seoul.’

Steve Jobs was op de basisschool naar eigen zeggen ‘pretty bored’. Als gevolg daarvan terroriseerde hij zijn leraren. Er was één juf die hem aan het leren kreeg – degene die geld in het vooruitzicht stelde als hij een taak uitvoerde. Zo van: je krijgt vijf dollar als je je huiswerk maakt…
‘Wat ze op de middelbare school doen, is een bak omgooien. Just in case – we leren het je, want misschien heb je het ooit nodig. En wat doe je op je eindexamen? Je leert hard om een zesje te halen voor je slechtste vak, terwijl je zeker weet dat je er niks meer mee gaat doen. In plaats daarvan zou je jezelf moeten leren ontdekken: wat zijn mijn kwaliteiten, wat zijn mijn passies, wat past bij mij, en hoe kan ik daarmee verder gaan? Je kunt beter je energie steken in dingen waar je goed in bent.’

Is het huidige onderwijsstelsel, dat elke keer lijkt te veranderen als er een nieuwe minister of staatssecretaris aantreedt, zo slecht dan?
‘Je eerste grote probleem is dat kinderen nu in een heel andere wereld opgroeien, met televisie, internet en computers. Ik ging zelf voor het eerst naar het buitenland toen ik 12 jaar oud was. Mijn dochtertje is al in acht landen geweest.

In de tweede plaats: wat je op school leert, is gericht op vroeger. Niet op de wereld van vandaag of morgen. In het verleden was het ontzettend belangrijk om veel kennis actief in je hoofd te hebben, omdat er geen andere manier was. Nu gaat het er niet meer om welke informatie je in je hoofd hebt, maar om wat je ermee kunt doen. Op school leren we nog steeds dingen die eigenlijk niet meer relevant zijn. Find, filter en apply: je moet informatie kunnen vinden, eruit filteren wat belangrijk is en het dan toepassen op jouw probleem. Normale scholen geven nog les in het periodieke systeem, of leren je de geschiedenis in jaartallen. “Ja, maar je hebt toch basiskennis nodig,” zeggen ze dan. Dan zeg ik: “Oké, wanneer was de Slag bij Nieuwpoort?” In 1600 – dat klopt. Dan vraag ik: “Waar ging het om, tussen wie en wie, en wie heeft gewonnen?” Dan kan niemand antwoord geven. Wat is dan de relevantie om dat te weten?

Het derde en grootste probleem is dat de schoolorganisatie nog de structuur uit de 19de eeuw heeft. Heel fabrieksmatig, alle kinderen zijn gelijk, ze krijgen allemaal dezelfde behandeling en aan het eind zitten ze allemaal op hetzelfde niveau. Je moet kinderen niet organiseren op leeftijd, maar op niveau. Geen one size fits all.

Is 70 jaar geen mooie leeftijd om het wat rustiger aan te doen?
‘Waarom zou ik het rustig aan doen? Ik vind alles wat ik doe ontzettend leuk. Ik heb een soort continue nieuwsgierigheid. Zolang ik kan doen wat ik doe, en mijn gezondheid laat het toe, denk ik niet dat ik snel zal stoppen met werken. Ik kan heel veel werk verzinnen waarmee ik graag zou stoppen als ik 65 ben, maar mijn werk niet. En golfen vind ik saai.’