Lang hoefden criminelen zich geen zorgen te maken als ze tijdens een zitting geportretteerd werden. Tot Petra Urban haar opwachting in de rechtbank maakte en verdachten sindsdien zo gedetailleerd mogelijk tekent. Revu bezocht een van de beste rechtbanktekenaars van Nederland op haar werk – in de rechtbank.

Illustratie Petra Urban

Maandag 27 juni jl. Voor de Utrechtse rechtbank dient de pro-formabehandeling van de moordzaak-Koen Everink. Onder stevige belangstelling van de landelijke pers wordt de belangrijkste verdachte, tenniscoach Mark de J., voorgeleid. Een onopvallende jongeman met een tenger postuur, spits gezicht en sluik bruin haar. Vol vertrouwen kijkt hij de rechters aan, terwijl de ten laste gelegde feiten toch behoorlijk in zijn nadeel spreken. Er is bloed van het slachtoffer in zijn auto gevonden. Een duur horloge van Everink dook op in het huis van zijn zus. En dan zijn er nog de aanzienlijke bedragen die hij de zakenman schuldig was.

Rechts van De J. Neemt zijn raadsman Pieter Hoogendam het woord, en begint een pleidooi om de voorlopige hechtenis van zijn cliënt opgeheven te krijgen. Links achter de verdachte wordt ook hard gewerkt. Drie tekenaars op leeftijd zijn druk in de weer met potlood, inkt en grote vellen schetspapier. Het zijn de rechtbanktekenaars die in opdracht van uiteenlopende media de verdachte zo overtuigend mogelijk in beeld moeten brengen.

Naast de drie veteranen zit een veel jongere vrouw te tekenen. Op haar schoot geen schetsboek maar een ipad die ze behendig met een digitale stift bewerkt. Petra Urban (44) begon zo’n tien jaar geleden met deze specialistische tak van de beeldjournalistiek, en inmiddels geldt ze als een van de allerbeste rechtbanktekenaars van Nederland. ‘Schitterende tekening. Houding, blik: alles klopt,’ twitterde misdaadjournalist Mick van Wely afgelopen mei nog over een portret van de Amsterdamse zware jongen Benaouf A.

Beangstigend goed

Na een uur vindt nestor Chris Roodbeen (86) van De Telegraaf het welletjes en vertrekt. Ook Aloys Oosterwijk (60, ANP) wacht de uitspraak niet af, maar Urban blijft rustig zitten terwijl de zitting uitloopt. ‘Als het drie uur duurt, teken ik ook drie uur. Het kan altijd beter.’

De ipad stelt haar in staat de afbeelding gemakkelijk te vergroten of te verschuiven, waardoor ze heel precies kan werken. AD-verslaggever Victor Schildkamp heeft al heel wat tijd met Urban in Nederlandse rechtbanken doorgebracht en vindt haar tekeningen vaak ‘beangstigend goed gelukt’, vertelt hij. ‘Petra tilt het rechtbanktekenen echt naar de next level. Het is een stokstijf beroep, en dan is het bijzonder als iemands iets nieuws weet te verzinnen.’

Dat vernieuwende van Urban is de haast fotorealistische kwaliteit van haar werk. Geen snel geschetste verdachte met een steunkleurtje in waterverf, maar uiterst gedetailleerde tekeningen, waarbij niet alleen uiterlijke kenmerken maar ook zaken als kleding heel nauwkeurig worden weergegeven. Ook de advocatuur is die grote gelijkenis met de werkelijkheid opgevallen. Strafpleiter Jan Vlug, in een tweet: ‘Als je Petra toelaat, kun je net zo goed een fotograaf toelaten…’ In de zaak van de minderjarige prostituee uit Valkenburg kreeg de verdediging het voor elkaar om via de rechter te verhinderen dat de tekenaars hun werk konden doen. Er hadden al twee hoerenlopers zelfmoord gepleegd, en met tekenaars in de zaal zou geen enkele verdachte meer zijn komen opdagen. Urbans oplossing was simpel: ze bekeek de verdachten langdurig in de rechtszaal, en liep vervolgens naar de hal om ze daar te tekenen. Uit haar hoofd.

Knappe vent

Terwijl de rechters in de zaak-Everink zich beraden op het verzoek van de verdediging om De J.’s hechtenis op te schorten, wachten de toehoorders op de gang op wat komen gaat. Petra gaat rustig door met het afwerken van haar tekening. Ze heeft net besloten om naast Mark ook de voorzitter van de rechtbank te laten zien, en vanuit haar geheugen diept ze diens gezicht op. ‘Ik heb weleens gelezen dat ik een fotografisch geheugen zou hebben, maar dat is niet waar. Ik ben vooral enorm geconcentreerd op bepaalde details, en die onthoud ik. Maar op rechters, aanklagers en griffiers let ik vaak totaal niet. Deze wel, best een knappe vent.’

De vraag of Mark de J. Lastig is vanwege zijn onopvallendheid, vindt ze niet relevant. ‘Ik ga even arrogant worden, maar voor mij bestaat er niet zoiets als makkelijk of moeilijk. Alles is even makkelijk of moeilijk, want alles is vorm, licht en donker, en constructie. Dat willen vangen is voor mij praktisch een obsessie, al veertig jaar. Het is gewoon hard werken waarmee je je onderscheidt. Inspiratie is voor amateurs.’

We mogen weer naar binnen, waarna het hof bekend maakt dat het verzoek tot opheffing van De J.’s hechtenis is afgewezen: ‘Er ligt een stevige verdenking tegen u, daarom blijft u voorlopig vastzitten.’

Oogcontact

In een Amsterdamse lunchroom neemt Urban een typische zittingsdag door. ‘Een goede zitplaats is essentieel en niet altijd vanzelfsprekend. Soms zitten we wel met z’n zessen te tekenen. Dan is het zaak dat jij het beste plekje hebt. Zoveel mogelijk links vooraan, zodat je een goed beeld krijgt van de verdachte als die naar de officier kijkt. Maar laatst in Rotterdam kreeg ik te horen dat ik mijn spulletjes naar de andere kant moest verkassen.

Dat is bijna niet te doen: je kijkt de verdachte dan alleen maar op de rug.’

Op zulke momenten komt het aan op snel kunnen werken en een goed geheugen hebben. Doordat Urban veel korte pro-formazaken heeft gedaan, heeft ze soms aan enkele blikken genoeg. ‘Bij die zaak in Rotterdam heb ik de verdachte uiteindelijk getekend nadat ik hem slechts zeven seconden heb gezien.’ Bijkomend probleem is dat de beklaagden zich soms bewust van haar afwenden. ‘Ik snap dat ook wel. In dit geval was het best een gevoelige zaak waarbij de verdachte zijn identiteit wilde beschermen.’ Een keurige huisvader, die door een dna-match plotseling in beeld verscheen bij een bloedige cold case. Hij bleek ooit homo’s te hebben bestolen op een cruise-plek in het Kralingse Bos. Eén keer ging het helemaal fout; er werd gestoken, met twee doden tot gevolg.

En dan zit je plotseling twintig jaar later alsnog in de beklaagdenbank. Terwijl de omgeving niet beter weet dat je een voorbeeldig burger bent.’

Dat soort info vindt Urban essentieel:

‘De bonus is dat je zo’n zaak echt voorgeschoteld krijgt. Ik blijf altijd zitten, want ik wil alle details horen. Je wilt wel weten met wat voor gabber je te maken hebt en daar kom je pas na een poosje achter. Dan ga je zoeken naar de juiste houding van de verdachte.’ Zoals bij Bart van U., de moordenaar van Els Borst.

‘Bij elke schorsing werd hij weggevoerd en weer teruggebracht. Dan kwam hij binnen en keek omhoog om oogcontact te maken met zijn ouders op de publieke tribune. Die blik was heel tekenend voor hem, je weet dat er wat achter zit. Een vorm van connectie. Wat hij dan zoekt, dat weet ik natuurlijk niet en dat is voor mij ook niet belangrijk. Maar ik voel wel dat het hem typeert.’

De Neus

Urban bekijkt een filmpje van Lucky TV waarin een serie zeer slecht gelijkende rechtbanktekeningen van Lucia de Berk langskomt. Op enkele afbeeldingen lijkt ze wel een heks. Maken sommige collega’s zich schuldig aan het demoniseren van verdachten? ‘Ik ken iemand die moest verschijnen voor de rechter en later vond dat ze hem belachelijk hadden getekend. Het klinkt misschien gek, maar ik probeer mensen er zo mooi mogelijk op te zetten. Dat komt omdat in de gedachten van veel mensen de lelijkerd sowieso al de Sjaak is. Dat moet wel een dader zijn. Ik vind het fijn om te laten zien dat iemand meer is dan alleen een vermoedelijke dader. Het hoeft niet zozeer mooi te zijn, als het maar echt is.’ Ze noemt als voorbeeld de vermoedelijk meest getekende verdachte van Nederland, Willem Holleeder. ‘Hij zit voornamelijk zo.’ Urban gaat bijna gestrekt over de tafel hangen. ‘Voorovergebogen kijkt hij dan onder zijn wenkbrauwen door naar boven. Niet heel flatteus, maar zo zit hij wel vaak. Dan kies ik die pose. Maar ik ga zijn neus niet groter maken!’

Etsen van Rembrandt

Urban kreeg de liefde voor illustraties en strips van thuis mee. Volgens haar moeder tekende ze al met de inhoud van haar luier. ‘Er waren altijd strips in huis en bladen als Kuifje en Eppo. Storm van Don Lawrence was een favoriet. ‘Ik moest op de middelbare school eens een stripplaatje naschilderden, en kwam aan met Roodhaar. Omdat ze zo stoer is natuurlijk, maar ook omdat het zo mooi getekend is, zo’n bijzondere wereld. Etsen van Rembrandt hebben ook die detaillering, dat probeer ik over te brengen.’ Kleding is daarbij een dankbaar hulpmiddel. ‘Ik denk dat ik me daarin ook wel onderscheid van mijn collega’s: wat voor materiaal hangt er om zo iemand heen? Ik werk daar hard aan, en oefen net zo hard tot ik tevreden ben. En het is dankbaar, dat je uiteindelijk ziet dat iemand leer of satijn draagt.’

Onzin vindt Petra het idee dat haar werk de anonimiteit van verdachten zou schaden. ‘Mensen lijken toch ook heel vaak niet op hun foto? Lezers denken vaak: de advocaat lijkt goed, dan zal de verdachte ook wel lijken. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Het is nog steeds een interpretatie.’ Ze denkt even na, lacht, en zegt dan bijna verontschuldigend: ‘Maar ik denk wel dat mijn tekeningen vaker tot herkenning leiden dan die van mijn collega’s’.

Gruwelverhalen

Wie uren doorbrengt tussen strafpleiters, aanklagers en magistraten, moet ondertussen het kaf wel van het koren kunnen scheiden. Zo weet Urban inmiddels wel wie ze moet hebben als ze in de problemen komt. ‘Ik ben behoorlijk onder de indruk van Inez Weski. Als die haar mond opentrekt dan luister je naar haar. Irma Groenendijk vind ik een fantastisch mens, die bijt zich echt vast in een zaak. En een van mijn favorieten is Jan Boone, en niet alleen omdat hij tekeningen van me heeft gekocht. Die man doet echt alles voor zijn cliënten. Hij trekt alle registers open, tot grote ergernis van menig rechter: fantastisch om te zien.’

Gaan al dat leed en die soms schokkende verhalen nooit tegenstaan? ‘Ik sluit me daarvoor af, het komt niet binnen als mijn leed. Als je door een ziekenhuis loopt en sommige patiënten ziet, betrek je dat toch ook niet op jezelf? Dan is toch niet de hele wereld ziek? Maar ik heb wel ontdekt dat niet iedereen dit kan. Er ging eens een meisje voor een stageplek mee naar een aanrandingszaak. Simpel, niks van oh, oh, oh. Dat was haar een week bijgebleven. Terwijl ik het alweer compleet vergeten was.’

Van Robert M. Tot Dino S., Petra Urban heeft alle geruchtmakende criminelen van de laatste tien jaar wel langs zien komen. Heeft ze inmiddels niet een vrij pessimistische kijk op de menselijke psyche ontwikkeld? ‘Leerzaam is het wanneer verdachten zijn onderzocht en er psychiaters aan het woord komen. Daar steek je een hoop van op. Maar ik hou mezelf altijd voor: deze mensen zijn de uitzonderingen. Daarom zitten ze daar.

En ze zijn ook nog eens gepakt, dat vind ik dan weer goed. Dit is niet de gewone wereld.’

Weer die lach. ‘Al zijn ze natuurlijk pas schuldig als ze echt veroordeeld worden.’

Ze zal ook niet snel schrikken van gruwelverhalen. ‘De enige keer was bij een zaak over kindermisbruik waarbij filmpjes van het misbruik werden vertoond. Dat kwam hard binnen zeg, daar is ook geen filter voor. De rest is toch van horen zeggen. Je hoort erover maar je ziet het niet.’ En soms komt ze na weer een loverboy-zaak thuis bij haar twee tienerdochters. ‘Dan vertel ik er wel over, maar meer in de zin van: je moet niet denken dat verliefd zijn hetzelfde is als de ware vinden. Nee mam, dat hadden we al door hoor, zeggen ze dan.’