De Haagse horrortandarts Mark van N. Zit een celstraf van acht jaar uit, na jarenlang de gebitten van de inwoners van een Frans dorpje te hebben gesloopt. Revu reisde af naar Château-Chinon en sprak met de slachtoffers van de tandarts, die en passant bekende zijn vrouw vermoord te hebben. ‘Waarom zijn we in godsnaam zo lang bij hem gebleven?’

Wie goed zoekt, vindt in het midden van de Franse landkaart het dorpje Château-Chinon, weggestopt tussen de heuvels en bossen van het idyllische Morvan-gebied. De gemoedelijke gemeente telt iets meer dan tweeduizend inwoners, twee musea en één hoofdstraatje met winkeltjes, cafés en een goedgemutste bakker. Het dorp oogt, zoals tal van Franse dorpjes, ietwat vervallen en lijkt toe aan een grote beurt.

Het druilerige weer houdt de bewoners op deze dag binnenshuis; wat zorgt voor een verlaten en kille sfeer. Zelfs de vele toeristen zijn nergens te bekennen. Na een autorit van bijna achthonderd kilometer parkeren mijn fotograaf en ik, keurig twintig minuten voor de afgesproken tijd, aan de Boulevard de la République, de dorpsstraat van Château-Chinon. In het Café d’Agriculture ontmoeten we de Française Nicole Martin (66) en de Nederlandse Else Kabout (73), beide slachtoffer van de gruwelpraktijken van de onlangs veroordeelde Haagse horrortandarts Jacobus van N. (51). Ze groeten elkaar innig; de afgelopen jaren hebben zij noodgedwongen veel lief en leed met elkaar gedeeld. De dames zijn blij elkaar te zien, maar ergens zullen zij vurig wensen elkaar nooit te hebben gekend.

Vernield gebit

Mark van N. Arriveerde in augustus 2008 in deze charmante streek en richtte drie en een half jaar lang een ravage aan in de gebitten van de bewoners van de Morvan en ver daarbuiten. Gezonde kiezen trekken, tandvlees beschadigen, onnodige operaties, onverantwoord hevige verdovingen, onveilige röntgenfoto’s bij zwangere vrouwen, verzekeringen oplichten; het strafdossier van Mark van N. Is zeventien mappen dik. Al vijf jaar nemen zijn patiënten Martin en Kabout het voortouw in de strijd van de vele slachtoffers versus hun ex-tandarts.

Voor Else Kabout begon dat gevecht al snel na haar aankomst in de Morvan, waar zij in 2009 vanuit Den Haag heen verkaste om rustig van haar pensioen te genieten. Heel lang mocht het genieten niet duren. Vanuit het nabijgelegen Mhere reisde zij in 2010 en 2011 geregeld op en neer naar de praktijk van haar oude stadgenoot. Haar eerste treffen met Mark van N. Was voor een reguliere controle. ‘Toen ik voor het eerst zijn praktijk binnenliep, was ik zeer onder de indruk,’ zegt Kabout in het cafeetje. ‘Het zag er allemaal prachtig en modern uit. Hij overtuigde me dat mijn kroon vervangen moest worden. Dit bleek achteraf totaal overbodig en na de vervanging moest het zelfs meteen opnieuw, wat wéér zevenhonderd euro kostte.’

Bij haar tweede bezoek werd Kabout verzocht in een bitje te happen. Als tandarts Mark van N. Vervolgens de kamer verlaat voor een dubbele afspraak, blijft het bitje veel te lang in haar mond.

Bij haar volgende bezoek moest er een brug over een gebroken tand geplaatst worden. ‘De brug die Mark van N. Bij mij plaatste, paste totaal niet, waardoor mijn meniscus uit mijn kaak schoot. Ik kon zelfs geen banaan meer in mijn mond steken. Ik heb maandenlang op havermoutpap geleefd.’ De nietsvermoedende patiënt ging in totaal zes keer langs bij haar nieuwe tandarts. ‘Ik heb nog nooit in mijn leven een tandarts of dokter niet vertrouwd. Je gelooft die man gewoon, elke keer weer.’ De eerste jaren van haar pensioen hebben haar ruim achtduizend euro aan schadeherstel en het inhuren van advocaten gekost.

Rotzooi

Net als alle andere slachtoffers, maakte de Nederlandse Kabout pas toen het eigenlijk al te laat was kennis met Nicole Martin, oprichter van het slachtoffercomité. De kortharige Française heeft een pittig karakter, praat luidkeels en toont ook tijdens ons gesprek een vechtersmentaliteit; de aangewezen persoon om het op te nemen voor een groep gedupeerden. Met een vinger die haar onderlip opzij duwt etaleert Nicole een aantal missende tanden en verscheidene mankementen in haar gebit.

Liefst twaalf keer lag zij in de stoel van de oplichter. Met haar kiespijn kon ze in 2009 eventjes niet terecht bij haar eigen tandarts, die op vakantie was, dus bezocht ze de mooie, nieuwe praktijk in Château-Chinon. ‘Ik kreeg één vulling, maar na afloop stuurde hij een verklaring naar mijn verzekering dat hij negentien ingrepen had verricht,’ zegt Martin. Met elke behandeling die volgde, groeide het gevoel van onbehagen. Switchen van tandarts was geen optie, omdat andere tandartsen de rotzooi die hun Nederlandse collega al had veroorzaakt, weigerden op te ruimen. Hij is eraan begonnen, dus hij mag het afmaken, kreeg ik steevast te horen. Tijdens de eerste behandelingen deed ik aanbetalingen van honderden euro’s, wat het nog moeilijker maakte om bij hem weg te gaan. Ik zat echt aan hem vast.’ Martin is voor ruim drieduizend euro opgelicht, en bleef achter met een verwoest gebit.

Onherstelbaar toegetakeld

Op vijfhonderd meter van het café in de dorpsstraat van Château-Chinon, aan de Place Saint-Cristophe, bevindt zich de oude praktijk van Mark van N. De rode hekken verhinderen een kijkje aan de binnenkant, maar volgens de straatbewoners staat het gebouw al leeg sinds de horrortandarts in december 2013 naar Canada vluchtte in de hoop zijn straf te ontlopen. Kabout: ‘Niemand wil zich hier vestigen. Dit gebouw is besmet.’ Het bordje waar ooit ‘chirurgien-dentiste’ gegraveerd stond (kaakchirurg in het Frans) is ergens verdwenen tijdens de vele processen tegen Mark van N., die achteraf helemaal geen kaakchirurg bleek te zijn. Een e-mail naar het Radboud universitair medisch centrum, waar Mark van N. Studeerde, leert dat hij op 1 juli 1998 afstudeerde voor de toenmalige vijfjarige opleiding tandheelkunde. Een vervolgopleiding tot kaakchirurg heeft hij nooit gevolgd. Onder de pseudovoornaam ‘Mark’ en zijn vervalste titel als kaakchirurg slachtofferde Jacobus van N. Niet alleen maar dames op leeftijd. Terwijl Kabout en Martin buiten de hekken van de spookpraktijk terugblikken op hun pijnlijke bezoekuren, stapt Eduardo Santos net uit zijn appartement. Kabout groet hem; ze kennen elkaar inmiddels goed na hun vele ontmoetingen in het comité.

De overbuurman van de praktijk was vanaf de eerste week al een vaste gast in de stoel van de tandarts. Niet minder dan achttien keer hield Santos, tegen beter weten in, het vertrouwen in de sinistere oplichter. Zijn eerste twee sessies verliepen vlekkeloos, maar bij de derde ging het mis. Als ik hem vraag hoe hij precies is mishandeld, vraagt hij me even te wachten. Hij loopt terug naar zijn appartement en komt twee minuten later weer naar buiten met een plastic map met een stapel A4’tjes. Het tweede velletje is een illustratie van zijn gebit, met een gekleurde markering op de plekken waar Mark van N. Heeft geklooid. Vijftig gekleurde markeringen tonen de wanpraktijken die pal tegenover zijn eigen slaapkamer plaatsvonden. Franse onderschriften leren dat een aantal van de vijftig plekken in het gebit van Santos onherstelbaar zijn toegetakeld. ‘Ik moet 12.300 euro betalen aan mijn nieuwe tandarts, die nu alles probeert te herstellen. Mijn verzekering betaalt me niet meer uit na al mijn declaraties van de afgelopen jaren.’

Eduardo praat op een verslagen manier over zijn leven. Het is niet moeilijk om aan zijn woonsituatie af te lezen dat het opbrengen van de grote som aan tandartskosten een helse klus zal zijn. ‘Of ik spijt heb? Natuurlijk heb ik spijt. Maar ik wist toch niet beter? Hoe kon ik weten dat hij een oplichter was? Ik vertrouwde hem blind.’ De celstraf van acht jaar is wat Eduardo betreft niet lang genoeg om de kwaadaardige puinhoop van Jacobus van N. Te rechtvaardigen. ‘Kijk wat hij heeft gedaan. Hij heeft een tand van mijn vrouw gebroken. Mijn zoontje kwam bij hem, in die stoel. Godzijdank heeft die smeerlap mijn kind niet aangeraakt.’

Bon vivant

Vijf keer, tien keer, vijftien keer; in het slachtoffercomité waar 120 aangesloten slachtoffers vanaf 2011 eindelijk hun twijfels en angsten konden uitspreken, zitten zelfs gevallen van meer dan twintig bezoeken in de gevreesde stoel aan de Place Saint-Cristophe. ‘Waarom zijn we in godsnaam zo lang bij hem gebleven?’ vraagt het drietal zich nu gezamenlijk af. Redenen om het aanhoudende vertrouwen van de Morvan-bewoners te verklaren zijn er genoeg, legt Kabout uit: ‘Mark van N. Was een verademing. Zijn praktijk was zo schoon en netjes.

Het was echt perfect georganiseerd. Als je iets had, kon je bij Mark van N. Meteen de volgende dag om zeven uur ’s ochtends al terecht. In deze omgeving en eigenlijk in heel Frankrijk is dat ongehoord. Er zijn hier zo weinig tandartsen, dat je soms twee of drie maanden moet wachten voordat je er terecht kan. Dat betekent twee à drie maanden rondlopen met kiespijn. Vóór Mark van N. Hebben we hier vier jaar lang helemaal geen tandarts gehad. De dichtstbijzijnde zit hier meer dan dertig kilometer vandaan. Hij werd openlijk verwelkomd.’ Ook de Franse overheid was zeer verheugd met een extra tandarts in een gebied met een hevig tekort aan medici. Als ‘beloning’ voor zijn komst hoefde Mark van N. Tijdens zijn eerste vijf jaar in Frankrijk geen inkomstenbelasting te betalen. Maar de flamboyante Hagenaar zette ook zijn charismatische persoonlijkheid en vlotte babbel in om geloofwaardig te blijven. Mark van N. Luistert zijn komst op met een gigantische trouwerij en de aankoop van het grootste huis met zwembad van Montsaucheles-Settons, een dorpje iets verderop.

‘Hij presenteerde zich als een joviale man, vrolijk,’ zegt Kabout nu. ‘Hij was erg charmant. Hij reed in dure auto’s en reisde vaak naar Parijs om de bloemetjes buiten te zetten. Voor zijn vrouw kocht hij dure designerkleding. De mensen om hem heen genoten met hem mee; hij nam ze mee naar dure restaurants om een geliefd en gerespecteerd persoon te blijven. Hij was echt een beroemd figuur in de Morvan, een bon vivant. Ontzettend vriendelijk, maar ook iemand waar je respect voor had.’

Invaliditeitsverzekering

Maar aan alles komt een eind – ook aan Mark van N.’s fantasieleven als god in Frankrijk. Een laatste bezoek van Nicole Martin aan haar tandarts, luidt zijn ondergang in. ‘Ik wilde opstaan, maar hij drukte me hard terug in de stoel,’ herinnert Martin zich het voorval. ‘Hij werd agressief. Toen dacht ik: dit kan zo echt niet meer. Deze man is een gevaar voor iedereen. Ik sprak af met Elise, zijn assistente, en vroeg haar of ik de enige was met deze ervaringen.’ Toen de aap uit de mouw kwam, verklaarde Martin haar tandarts de oorlog. Met zes medeslachtoffers stapte ze ietwat bangig naar de lokale politie. Hun verklaringen werden niet erg serieus genomen en ze mochten terugkomen als ze zich verenigd hadden in een collectief. Dat collectief ontstond in januari 2012, nadat Nicole een bijeenkomst organiseerde in Château-Chinon en hierover adverteerde in lokale kranten. Dertig woedende slachtoffers, waaronder Else Kabout, bezochten de bijeenkomst en doen één voor één hun tragische verhaal. Een vrouw in de negentig, vakantiegangers, jongeren; Mark van N. Was in ieder geval niet van het discrimineren.

Na de geboorte van het Collectif Dentaire raakt de ondergang van de meest notoire tandarts van Frankrijk in een stroomversnelling. Een paar maanden later wordt Mark van N. Nog maar heel zelden bij zijn praktijk gespot. Juridische onderzoeken naar zijn manier van werken benauwen de tandarts, waarna hij een invaliditeitsverzekering van twee miljoen euro afsluit, kort erna van de trap valt (naar eigen zeggen) en met een behoorlijke uitkering zijn werkzaamheden staakt.

Moord

In december 2013 wordt het de oplichter te heet onder de voeten en vlucht hij naar het Canadese gehucht Nackawic.

Maar dan is het voorbij. Tijdens zijn arrestatie in september 2014 doet hij een zelfmoordpoging, kort erna bekent hij de moord op zijn vrouw in 2006, ook geeft hij toe te kampen met zware psychologische problemen. Ook blijkt de vrouw van de omstreden tandarts, die zich voordeed als tandtechnicus, eigenlijk prostituee te zijn.

‘Mark was erg charmant. Hij reed in dure auto’s en reisde vaak naar Parijs om de bloemetjes buiten te zetten. De mensen om hem heen genoten met hem mee’

De moordzaak vervalt door een gebrek aan bewijs, maar in Frankrijk krijgt de horrortandarts een stevige rechtszaak voor zijn kiezen. Via een uitzetting naar Nederland en een uitlevering aan Frankrijk heeft Mark van N. In maart 2016 iets uit te leggen in de rechtszaal van Nevers. De Française Martin herinnert zich het proces maar al te goed. ‘Sommigen van ons huiverden van angst toen we hem in de rechtszaal terugzagen. Ik zag meerdere slachtoffers lijkbleek wegtrekken toen hij zijn verhaal deed. Zelf nam ik mijn man mee, zo bang was ik voor hem geworden.’

Op 26 april 2016 wordt Jacobus van N. Tot acht jaar cel veroordeeld, ook krijgt hij een levenslang beroepsverbod. Een voldaan gevoel bij zijn slachtoffers blijft uit. Mark van N. Laat een schuld van twee miljoen euro achter bij verschillende banken, dus bij hem hoeven zij niet aan te kloppen voor de torenhoge schulden bij hun dure advocaten en nieuwe tandartsen.

Een oplichter die goed is in wat hij doet zal altijd ver kunnen komen, maar in de zaak van Mark van N. Hebben tal van slordigheden bijgedragen aan vier jaar drama in Château-Chinon.

En dat terwijl de tandarts vóór zijn vertrek naar Frankrijk al op de radar was vanwege zijn twijfelachtige werkwijze in Den Haag, waar hij in dienst was van een praktijk op het Valkenbosplein.

Mark van N. Loopt hier een berisping op in het register voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg voor het langdurig onzorgvuldig behandelen van een patiënt, maar krijgt alsnog een verklaring van goed gedrag van het Ministerie van Justitie. Als de Franse tuchtcommissie hem vervolgens screent om in de Morvan aan de slag te kunnen, vinden ze niks; ook niet over zijn eerdere waarschuwingen voor het zoekraken van medische dossiers. Volgens Nico Kerkhof van zorgverzekeraar DSW ligt de grootste blaam nog wel bij de Inspectie Gezondheidszorg, voor het staken van hun onderzoek naar een twijfelachtige tandarts op het moment dat deze vertrok naar een ander land. Kerkhof, die tussen 2007 en 2010 onderzoek deed naar de praktijken van Mark van N.: ‘Als de Inspectie hem had blijven volgen na zijn verhuizing, had hij het nooit zo lang uitgehouden in Frankrijk. Het is een hele zorgelijke houding om zo iemand gewoon te laten gaan op het moment dat hij in een ander land aan de slag gaat.’