Stanley Hillis was een van de machtigste criminelen die Nederland ooit heeft gekend. Waar Willem Holleeder steeds meer op de voorgrond treedt, bleef De Ouwe de stille kracht op de achtergrond. Er wordt zelfs beweerd dat Hillis tot zijn liquidatie in 2011 in de hiërarchie boven De Neus stond. Samen waren zij volgens het OM verantwoordelijk voor vele liquidaties. Holleeder: ‘Die Ouwe vermoordt je binnen twee tellen. Kijk, straks lig jij ook met een kaartje om je teen in de vrieskist.’

Tekst Vico Olling en Martijn Haas

Tijdens pro-formazittingen laat Holleeder niet veel los, maar achter gesloten deuren verklaart hij wel het een en ander rondom de verdachtmakingen die tegen hem worden aangehouden. Een deel van die verklaringen lekt uit; de eind vorig jaar doodgeschoten misdaadblogger Martin Kok zet in april 2016 een aantal getuigenis-documenten uit de zaak-Vandros online.

Wat duidelijk is: Holleeder praat tegenover zijn ondervragers redelijk vrij over zijn verleden als Heineken-ontvoerder, over zijn vrienden en over zijn kennissen, maar echt veel zéggen doet hij niet. Bijna alle mensen die aan bod komen zijn vrienden van hem, sommigen zegt hij zijdelings te kennen, anderen helemaal niet. Verreweg het grootste deel van de mensen die hij wel kent, krijgt het etiket ‘lieve jongen’ of ‘goede vriend’. De Neus is dikke mik met de halve onderwereld. In hoeverre dit waarheid is, is moeilijk vast te stellen; het is het woord van Holleeder.

Hiërarchie tussen de Heinekenontvoerders

Voor ons is interessant wat Holleeder zegt over Stanley Hillis: ‘Cor van Hout zat tegelijk met Stanley in Scheveningen, toen Cor voor de Heineken-ontvoering vastzat. Ze zijn op een gegeven ogenblik uit elkaar geplaatst. Stanley werd naar Alkmaar overgeplaatst, waar ik zat. Cor had mij laten weten dat Stanley zou komen en had gezegd dat het een aardige kerel was en dat ik goed voor hem moest zorgen. Nadat Stanley vrij was gekomen, is hij voor Bruinsma gaan werken en heeft hij veel geld verdiend. Toen Cor en ik eruit kwamen, had Stanley een aantal cafés in de Warmoesstraat en een coffeeshop. Daar gingen we dan langs, een biertje drinken. Wat Stanley voor Bruinsma deed, weet ik alleen van horen zeggen en vanuit de media. Daar kan ik uit eigen wetenschap niks over zeggen.’

Cor van Hout, toch zeker geen kleine jongen op dat moment, drukt zijn gabber Willem Holleeder op het hart dat hij goed voor Hillis moet zorgen. Hieruit zou je dus kunnen concluderen dat er sprake is van een zekere hiërarchie tussen de Heineken-ontvoerders en de man uit Den Haag. De ondervragers vragen aan Holleeder hoe het contact met Hillis verder is gegaan.

‘Nadat ik vrij kwam, ben ik natuurlijk gaan werken. Op een gegeven ogenblik heb ik weer contact met Hillis gezocht om te vragen of hij kon helpen met het probleem dat Cor en ik hadden met Mieremet en Klepper. Daar wilde hij toen niks mee te maken hebben.’ ‘Ik kwam hem weer tegen toen hij geld had geïnvesteerd bij Endstra. Namens Endstra hield ik contact met Hillis. Ik ben nooit vriendschappelijk met die man omgegaan. Het was niet iemand om gezellig mee te gaan stappen. Ik ben ook nooit bij hem thuis geweest. Het kan best zijn dat ik hem weleens tegen ben gekomen in een café, maar dat weet ik nu niet meer.’

De ondervragers hebben zo hun twijfels en gooien Holleeder voor de voeten dat Endstra heeft verklaard dat Stanley Hillis deel uitmaakte van de groep-Holleeder. ‘Dat was niet zo,’ aldus de Amsterdammer. ‘Hillis was gewoon op zichzelf.’

Extra druk op de ketel

Als we andere publicaties rondom het Vandrosproces erbij pakken, dan valt op hoe vaak er wordt gehint dat Stanley Hillis de baas van Holleeder zou zijn. Dat zou bijvoorbeeld blijken uit de verklaringen van Willem Endstra tijdens de ‘Achterbankgesprekken’. De vastgoedman zegt eind 2003 dat zijn plaaggeest Willem Holleeder hem samen met Hillis toespreekt om nog één keer 5 miljoen euro te betalen. Even daarvoor heeft Endstra tegen Holleeder gezegd dat hij leeg is. Hij kan niet meer betalen. Om dus nog even extra druk op de ketel te zetten, gaat Hillis mee. Holleeder heeft dan volgens Endstra al een paar keer gedreigd met de reputatie van Stan. ‘Als je dus niet dat restje betaalt dan… De Ouwe vermoordt je binnen twee tellen. Je bent rijk zat en had je maar moeten betalen. Kijk, straks lig je ook met een kaartje om je teen in de vrieskist.’ En dan staat Hillis voor Endstra’s neus. ‘5 miljoen euro. Je hebt tot 1 januari de tijd. Dus niet tot en met 1 januari, maar tot 1 januari. Dan kan ik garanderen dat je ervan af bent,’ laat Hillis hem weten. Endstra laat in die Achterbankgesprekken optekenen dat Hillis op zijn kale schedel een puntige ijsmuts draagt. Het is 4 december, de winter komt eraan. Het lijkt niks bijzonders; hij heeft zich kennelijk lekker warm aangekleed. Maar opmerkelijk is hoe in zo’n gespannen situatie dit soort observaties blijft hangen en hoeveel nadruk Endstra erop legt. In ieder geval is de boodschap die Hillis en zijn maat Holleeder Endstra meegeven duidelijk: als hij die 5 miljoen overmaakt is hij ‘overal’ vanaf. Of Endstra deze betaling daadwerkelijk heeft verricht, is formeel gezien nauwelijks na te gaan. Als je de Achterbankgesprekken erop naleest, kun je stellen dat hij er gedurende enkele weken – dus ook na de deadline van 1 januari – omheen draait. Hij zegt niet dat hij betaald heeft, maar zinspeelt er wel op dat er iets uitonderhandeld is. Later zal door rechercheonderzoek vast komen te staan dat Endstra begin januari 1,6 miljoen euro heeft betaald aan Jan- Dirk Paarlberg, de vermeende tussenpersoon in de afpersings-trajecten zoals Holleeder die zou hebben georganiseerd en waarvoor hij in hoger beroep ook veroordeeld is.

Enkele maanden nadat de betaling zou hebben plaatsgevonden, wordt Endstra op 17 mei 2004 doodgeschoten op de stoep voor zijn kantoor. Holleeder wordt door het Openbaar Ministerie gezien als opdrachtgever voor die moord. Uit dit voorbeeld is wellicht op te maken dat Hillis boven Holleeder stond – De Neus komt er niet meer uit met zijn slachtoffer, en dan verschijnt daar ineens Hillis om duidelijk te maken dat er nog één keer betaald moet worden.

Koppeltje

In het Libanese Beiroet vragen we aan Mink Kok of hij kan vertellen hoe Hillis zo dicht bij Holleeder terecht is gekomen. ‘Willem kan niks en doet niks,’ begint de crimineel meteen. ‘Willem is gewoon altijd de lul. Dat komt omdat ie geen ruggengraat heeft en nergens een streep trekt. Hij laat zich altijd weer meeslepen in een of ander verhaal.’

Holleeder legt vanaf midden jaren 90 volop contact met Willem Endstra, die hem met open armen ontvangt. In Endstra ziet Holleeder een ingang naar de bovenwereld. Kok staat daar ‘met zijn snufferd bovenop’, want ook hij gaat regelmatig om met Endstra.

‘Holleeder had zijn portie wel gehad. Hij had zeven jaar gezeten voor die ontvoering en zei een keer tegen me: “Ik heb helemaal geen zin meer om vast te zitten. Ik heb niet veel geld, maar het geld dat ik heb is goed genoeg. Ik hou elke maand wat over en daar ben ik tevreden mee.” Dat was Willem in die tijd. Cor van Hout was anders. Hoewel het ook even de goede kant op leek te gaan, ging het toch fout. Cor kreeg weer de prikkel en zocht het avontuur op. Willem begon toen langzaam wat afstand te nemen van Cor, maar de loyaliteit bleef. Alleen liet Willem zich niet meer in met de zaakjes van zijn zwager. Die gebeurden allemaal een beetje buiten Willem om.’

Op 27 maart 1996 wordt Cor van Hout neergeschoten in Amsterdam, pal voor zijn huis in de Amsterdamse Deurloostraat, met vrouw en kind bij zich in de auto. Hij wordt geraakt in de romp en in zijn kin, maar overleeft het, net als de anderen in zijn wagen.

Omdat Holleeder en Van Hout nog steeds gezien worden als koppeltje, is Holleeder bang dat hem ook iets boven het hoofd hangt.

Halfbakken schutters

Dat Holleeder zakelijk weinig meer met Cor van Hout te maken had, is ook goed te zien aan het verloop van de City Peaks-zaak van oktober 1997, waarin de bende van Van Hout wordt opgepakt en veroordeeld voor onder andere drugshandel. De Neus wordt ook gearresteerd, maar staat na drie dagen buiten omdat er niets tegen hem was. Mink Kok: ‘Eigenlijk zou je dus kunnen zeggen dat Cor de afspraak naar Willem toe, dat ze zouden stoppen met de misdaad, niet nakwam.’

In ieder geval gaat Kok her en der wat informeren om de achtergronden te weten te komen van de aanslag op Van Hout: ‘Ik had natuurlijk wel een donkerbruin vermoeden. Ik zag Sam Klepper op een zeker moment in de stad en zei toen tegen hem: “Hé Sam, wat zijn dat nou eigenlijk voor halfbakken schutters? Dit is half werk. Of was het soms de bedoeling om hem aan het schrikken te maken?” Klepper begon meteen over Cor te schelden. Hij voelde zich voor lul gezet na een akkefietje in een café waar Cor een borrel op had. Dus ik zat goed en zei toen tegen hem dat ik Holleeder had gesproken en Sam antwoordde: “Ja, die moet er ook aan.” Toen zei ik tegen Sam: “Luister, Willem ken ik. Hij is een vriend van me. Hij is een goede jongen en heeft helemaal niets te maken met Cor en al zijn verhalen.” Sam moest toen weg, maar liet doorschemeren dat er wel een opening voor een oplossing was. Een paar dagen later belt Willem me op. Cor was toen weg. Hij vroeg aan mij: “Lange, hoe kan dit opgelost worden?” Cor was ook de zwager van Holleeder natuurlijk, hij ging met Sonja, zijn zuster. Toen zei ik tegen Willem dat hij afscheid moest nemen van Cor. “Anders voorspel ik nu alvast: dan word je overal in meegesleept,” zei ik tegen hem. Toen hingen we op.’ ‘Ik zat hier toch wel een beetje mee. Dus ik ging naar die Ouwe toe. Hillis natuurlijk meteen met de hakken in het zand: “Wat hebben wij nou eigenlijk met die Holleeder en Van Hout te maken?” Ik begin over Holleeder en dat het een aardige gozer is en dat Cor niet verkeerd is, maar zoveel drinkt en dat hij dan allerlei dingen gaat roepen en dat daar de ellende van komt. Ja, daar was die Ouwe het wel mee eens. Cor moest stoppen met drinken. Daarna zei Stan over de spanningen tussen die twee kampen onderling: “Ja, wat opgelost moet worden moet opgelost worden. Los het op.” Dat was die Ouwe,’ grinnikt Kok.

Deel van de oplossing

Hoe de kampen tegenover elkaar staan, blijkt wel als Willem Holleeder in 2007 in een telefonisch interview in Vrij Nederland hierover vertelt. Holleeder moet in deze periode voorkomen in het Kolbak-proces, op verdenking van afpersing van onder anderen Endstra. Hij zegt in dat interview: ‘Mink Kok is tussen de partijen gaan staan. Mink was een vriend van Sam Klepper en een vriend van mij. Er is toen na de aanslag op Cor een gesprek geweest bij café Wildschut. Mieremet en Klepper waren met zwaar bewapende bodyguards. Die lui van Mink kwamen op alleen maar gympies, verder helemaal niks. Dat ging van ‘gabbertje, gap’. Mink zei tegen Sam: “Luister, je bent mijn vriend, maar Holleeder is ook een vriend van me. Willem heeft me zijn woord gegeven dat hij niks tegen jullie zal ondernemen als antwoord op de aanslag op Cor. Dan moeten jullie me je woord geven dat jullie niks tegen hem doen. Je bent mijn vriend, Sam. Maar als je me in de maling neemt, ben je mijn vriend niet meer.” Ze gaven hun woord.’

Mink Kok vertelt ons dat Sam Klepper voor hem over zijn hart wilde strijken. Maar hij zei er meteen bij dat de schutters afbetaald moesten worden: ‘250 ruggen is dat.’ ‘Sam vroeg aan mij wat voor garantie ik hem kon bieden dat Cor en Willem niets zouden ondernemen tegen hem en Johnny. Dat vond ik eerlijk gezegd wel mooi gevonden van hem, ja. Daar zat wel wat in. Stel dat Cor of Willem hun wat aandoet, dan moet het natuurlijk niet zo zijn dat wij, Hillis en ik dus, dat dan allemaal weer moeten gaan rechttrekken. Dus ik weer naar Stan toe om hem uit te leggen dat ze een garantie willen hebben. “Wat voor garantie?” zegt die Ouwe. Dus ik leg het uit. Zegt Stan, terwijl hij een beetje voor zich uitstaart: “Als Cor en Willem dus een move naar hun maken, dan hebben ze een probleem. Maar als zij een move maken naar Cor en Willem hebben zij een probleem. Duidelijk. Maar in deze situatie zijn wíj ook partij geworden en moeten wij dus óók een garantie hebben. Want wij zijn, zeg maar, deel van de oplossing.” ’

‘Die Ouwe en ik prakkiseren zo wat door en komen dan met het volgende: Willem Holleeder is degene die het wil oplossen, dus die moet betalen. Er moet een miljoen gulden komen aan premie. Daar moet dan 250 ruggen vanaf voor de schutters, zoals Sam heeft bedongen. Hou je 750 ruggen over. Dat bedrag deel je door twee: 375 ruggen voor ons en 375 ruggen voor Sam en John. Zo had iedereen een garantie dat er geen geweld zou worden gebruikt.’

Een miljoen cash

Mink Kok gaat terug naar Willem Holleeder en vertelt hem over het bedrag, de schutters die betaald moeten worden en de ‘verzekeringspremie’. Willem gaat dat bespreekbaar maken met Cor en hun gezamenlijke vriend Robbie Grifhorst, ook bekend als De Bouwvakker.

Die bijnaam verkrijgt Grifhorst omdat hij in de jaren 70 een goedlopende doe-het-zelf-keten met die naam is begonnen. Later zou die keten opgaan in de Praxis. Kok: ‘De Bouwvakker en Willem zien dat voorstel wel zitten, maar Cor zegt: “Ik betaal helemaal niks.” Vanaf dat moment realiseren Willem en De Bouwvakker zich ineens: we zitten hier als sitting ducks. De veroorzaker van dit alles betaalt niet en neemt ondertussen ook zijn maten mee. Want Willem was niet gek. Die zag heel goed dat ie gevaar liep. En die Bouwvakker ook hoor. Ze waren samen. Toen heeft Willem met De Bouwvakker besloten om dat miljoen te betalen. Cash. Ik heb toen ons deel, de 375 ruggen, gedeeld met Jan Femer en die Ouwe. Sam Klepper en John Mieremet heb ik toen die 625 ruggen gegeven. Ik weet natuurlijk niet of ze die 250 ruggen ook echt aan die schutters hebben gegeven, maar dat vind ik ook niet relevant.’

‘Bij Cor brak de pleuris uit toen hij hoorde dat zijn gabbers een miljoen betaald hadden. Hij vond Holleeder en Grifhorst daarom niet loyaal aan hem. Hij zei dat ze bange poeperds waren. En dat waren nog aardige bewoordingen. Als hij dan ook nog een slok op had, deed hij helemaal superdenigrerend. Toen hebben Holleeder en Grifhorst besloten om alle bezittingen te gaan ontvlechten. Omdat Cor niet meer te hanteren was.’

Volgens Kok laat dit voorbeeld goed zien waar Hillis en hijzelf stonden in de hiërarchie ten opzichte van Willem Holleeder. Hij zegt: ‘Hierna is Holleeder zich gaan aansluiten bij Johnny Mieremet. Hij ging meer om met John dan met Sam, die moest hem niet. Vervolgens introduceert Holleeder Mieremet en Klepper bij Willem Endstra, bij wijze van extra slotje op de deur. Dat was een foute move, ik heb daar Endstra ook nog voor gewaarschuwd. “Ga niet met Johnny en Sam in zee, want dat wordt een tranendal.” Maar Endstra zei dat het wel goed zou komen. Hoogmoed heet dat. Dat is ieder zijn noodlot geworden. Dat heeft een kettingreactie teweeggebracht die niet meer te stoppen was.’

Kok, concluderend: ‘Ik heb meerdere partijen in de loop van de tijd uit elkaar gehouden, maar dit zou je wel de meest bepalende voor de verdere geschiedenis kunnen noemen. Deze hele oplossing is me door heel veel mensen nog erg lang nagedragen. Die zeiden allemaal: “Had Sam zijn gang toch lekker laten gaan! Dan had ie dat kreng (Holleeder, red.) tenminste doodgeschoten! Waren wij van dat gezeik af.” Maar ja…’

Motor achter de liquidatiegolf

Nog één keer terug naar dat verhoor van Willem Holleeder, dat in het voorjaar van 2016 online kwam. De ondervragers zeggen dat Astrid, zijn zus, heeft verklaard dat Holleeder en Hillis heel dik waren. Holleeder: ‘Dat is onzin. Ze heeft dat gewoon gekopieerd van de Achterbankgesprekken.’

Fred Ros, kroongetuige in het beroemde Passage-proces, beweert dat Holleeder zich met 7 miljoen euro heeft ingekocht in de groep rond Dino Soerel en Hillis. Ros wijst Holleeder, Soerel en Hillis aan als de motor achter de liquidatiegolf vanaf 2000: ‘Het zijn negen van de tien keer mensen waar Willem een conflict mee heeft. Dat Willem met hen omging, komt omdat hij betaalde. Niet omdat ze vrienden waren.’

Een zeer goed ingevoerde bron die niet per se voor Holleeder is, maar wel dicht bij Hillis stond in die tijd, zegt dat hij er De Ouwe zelf eens naar heeft gevraagd. ‘Het viel me echt op toen. “Wat loop je toch in de rondte met die Holleeder?” vroeg ik hem. Stan knipoogde toen en zei dat De Neus over erg veel geld kon beschikken.’

Dit is een voorpublicatie uit het boek De Kouwe Ouwe van Vico Olling en Martijn Haas.

Voor 22,50 euro bij de boekhandel, maar ook verkrijgbaar als e-book voor 9,99 euro.