Premium

De beste doedelzakspeler van Flevoland

Elke week gaan we op bezoek bij een van de vele winnaars die Nederland rijk is. Deze keer: Steven Scholte, de beste doedel­zakspeler van Flevoland.
Steven Scholte

Het is koud in Flevoland. Gemeen koud. De meeste mensen hebben besloten om binnen te blijven. Of om hun kinnen en handen diep in hun dikke jassen te verbergen. Almere is vandaag leeg en grijs. Ik ben op weg naar Steven Scholte, alias Bagpiper Steve, de beste doedelzakspeler van Flevoland. Ik ben benieuwd wat voor iemand Steve is. Aan de telefoon klonk hij joviaal, kinderlijk enthousiast haast. Eén keer eerder spraken we af voor een interview, maar dat zegde hij af omdat hij op het laatste moment nog ergens kon optreden in Zuid-Holland. ‘En,’ had hij eraan toegevoegd, ‘ik vind doedelzakspelen gewoon het allerleukste om te doen, dus ja, dan ga ik.’

Dan doet Steve open. Hij is volledig gekleed in een Schots pak, in vol ornaat, mét kilt. Steve is een grote man, in het kleine halletje van zijn woning in Almere heeft het haast wat vervreemdends. Enthousiast gebaart hij dat ik door mag lopen: we gaan in zijn kiltwinkeltje zitten. Steve zit tussen zijn Schotse handelswaar in zijn bureaustoel, als een Laird op zijn troon, klaar om te vertellen.

Onder de radar

Steve, ik zet mijn microfoon aan, zodat ik je zeker niet verkeerd kan citeren. We willen natuurlijk niet dat je de hele doedelzakkerij achter je aan krijgt.

‘Ze komen maar, hoor.’

Oh? Is er überhaupt een grote doedelzakscene in Nederland? Ik bedoel: het is toch meer iets voor, nou ja, voor Schotten, zeg maar. Of zeg ik dan iets heel raars?

Steve peinst met een ernstig gezicht. ‘Het is een beetje onder de radar, denk ik. Probeer maar eens iets te vinden. Er zijn 35 verenigingen in Nederland, die allemaal lekker bezig zijn, hoor. Maar die zijn niet echt van het zichzelf promoten. Er is één overkoepelende organisatie in het doedelzakwereldje, maar die wisselt steeds van leiding, er is geen geld, dus er gebeurt zo weinig.’ 

En jij? Even voor mijn begrip: ben jij gedeeltelijk Schots?

Steve schudt meewarig zijn hoofd en gaat een keer verzitten. Hij trekt zijn kilt een klein beetje recht en begint te vertellen. ‘Nee, nee, oh, nee. Ik was negen, en toen...’

En over welke tijd hebben we het dan? Hoe oud ben je nu, Steve?

‘Iets ouder. Maar zullen we het daar niet over hebben? Ik ben wie ik ben, en als ik nu mijn leeftijd ga noemen, dan word ik weer afgerekend op mijn leeftijd.’

Oh, ja, nee, ik vroeg maar wat.

‘Nou, dat is dan jammer voor je, want dat ga ik niet vertellen. Ik ben gewoon anders dan de andere mannen van mijn leeftijd. Ik ben heel actief, ik maak nog heel veel muziek en ik wens nog niet in een bejaardentehuis te gaan zitten.’

Dat hoeft ook niet van mij, hoor.

‘Nou, als ik naar de heren politici luister, ben ik al afgeschreven. Dat wens ik niet. Ik wil behandeld worden als iemand die nog leeft. Niet een pilletje nemen en wegwezen.’

Oké, helder.

Steven Scholte (‘Ik noem geen leeftijd’) is de beste doedelzakspeler van Flevoland. Ambitie: altijd blijven spelen.

‘Maar goed, waar was ik? Ik ging als jongetje van negen naar de zondagsschool. Daar was een jongetje, Henk, en die was lid van de Schotse vereniging. Ben ik ook maar bij gegaan, en daar ben ik blijven hangen tot mijn dertigste. Op een gegeven moment kwam er via die vereniging een doedelzakband vanuit Schotland naar Nederland. Dus toen zagen wij voor het eerst onze Schotse vriendjes. Werden we voor het eerst ingewijd in de doedelzakbands, de prachtige outfits en zo. Daarna ging het snel, want we werden vrij rap al door de voorzitter van onze vereniging vriendelijk doch dringend verzocht om ook een doedelzakband te beginnen.’

En zo geschiedde?

‘Juist.’

En toen?

‘Na een paar jaar ontmoette ik mijn vrouw, toen werd het allemaal toch een beetje minder, tijdelijk. Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik had nog een tenue en ik ben op een gegeven moment weer begonnen. En langzaam maar zeker een beetje het commerciële circuit in gerold.’

Zeeuws tenue

Steve zit op zijn praatstoel. Hij vertelt honderduit over hoe hij, na zijn pensioen, nóg meer doedelzak is gaan spelen, over hoe hij samen met zijn vrouw een winkeltje is begonnen en over hoe hij samen met anderen een organisatie runt waarmee mensen voor een paar tientjes lord kunnen worden van een square foot stuk grond in Glencoe – ten bate van het behoud van een van Schotlands mooiste natuurgebieden.

En denk je niet dat die Schotten zoiets hebben van: hé, daar in Nederland lopen ze ineens allemaal in onze traditionele pakken rond? Wat maken we nou weer mee?

‘Nee, joh. Nog geen seconde. Als jij nu naar Amerika gaat en je ziet daar ineens een gozer in Zeeuwse klederdracht die de hele dag op klompen loopt, in haring hapt en tulpen kweekt. Zou jij daar dan aanstoot aan nemen?’

Nee. Denk het niet.

‘Nou, precies.’

Doedelzakken staat op één, de rest is twee, drie en vier

Maar voel je je een Schotland-fanaat of een doedelzakspeler?

‘Een doedelzakspeler, 100 procent. Mijn vrouw doet de winkel. Die winkel is leuk. Maar doedelzakken staat op één, de rest is twee, drie en vier. Als ik om 10.30 uur een telefoontje krijg of ik ’s middags kan komen spelen? Ja! Graag!’

Want hoeveel speel je?

‘Op het moment heel weinig. Ik heb periodes gehad van tweehonderd keer per jaar. Nu een keer of vijftig, zestig.’

Dat is nog steeds veel. En hoelang speel je dan?

‘Hoelang ze willen. Soms een halfuurtje, soms vijf, zes uur.’

En wat heeft een man die al decennialang doedelzak speelt nog te willen?

‘Ik wil gewoon altijd spelen. Het is een virus. Waarom is een muzikant een muzikant?’

En waarom dan de doedelzak?

‘Omdat ik geen enkel ander instrument kan spelen.’

Dus als je mandoline had gespeeld?

‘Dan had ik mandoline blijven spelen, waarschijnlijk.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws