'De menselijke aard baart me meer zorgen dan het coronavirus'

Columnist Bart Nijman vraagt zich af wat een volk dat na 48 uur al uit geforceerd sentiment uit het raam staat te klappen, over drie weken doet.

Mijn vaste pakketbezorger, een altijd opgewekte Afrikaan, reikt mijn pakje aan en doet geen enkele poging om sociale afstandsregels in acht te nemen. Doet hij dat bij iedereen, of vertrouwt hij mij meer dan anderen? Onze onregelmatige (thuis)werktijden maken ons tot droploket voor alle pakketjes van de buren, wat zijn werk makkelijker maakt.

De volgende die aanbelt, een zakelijke relatie die wat bij mij thuis aflevert omdat mijn redactiekantoor momenteel verlaten is, kijkt me juist argwanend aan als ik uit automatisme een hand uitsteek. Hij steekt een elleboog uit, een nieuwe sociale norm die ik in gedachten steeds beantwoord met een elleboog op de neus, maar waar ik toch de reflex om een tikkie terug te geven nooit van kan weerstaan. Een uiting van conformisme waarvoor ik mezelf een knietje in mijn eigen zak zou geven als het fysiek mogelijk was, als straf voor mijn gebrek aan mentale weerbaarheid tegen onbeholpen sociale stupiditeit. Dit is wat we nu doen, en ik doe godverdomme nog mee ook.

Ergerlijker nog is dat dergelijke anekdotische ervaringen een acute medianorm zijn geworden, waar het coronavirus zijn morele gewicht vandaan krijgt. Niemand praat nog over iets anders en telewerkende tikgeiten blijken thuis ook maar vleesgeworden geraniums met een doorzonbestaan. 

Columns vol over hoe de dag door te komen met jonge kinderen die niet naar school mogen. Verhandelingen over de slinkende eiervoorraad bij de Dirk, en wat is dat toch met dat wc-papier? En ja natuurlijk: wij hebben voor de zekerheid ook maar een pak extra gekocht. Andere krant: wat je kunt koken met houdbare hamsterproviand (‘Haha, echt lang geleden zo’n blik ragout in een bladerdeegkoekje’), of hoe je voorraad om te zetten in tactische recepten, om er zo lang mogelijk mee te doen. Pasta met lange tanden, de tulpenbollen van de pandemie. 

Beschutting zoeken in het kleine is een overleveringsmechanisme voor mensen die een volgende week, maand of misschien wel jaar niet kunnen overzien. Of er niet aan willen denken. De dagelijkse RIVM-update als ankerpunt, met vooralsnog een dagelijkse versnelling van de verslechtering. Een bevestiging dat het eerst nog erger wordt, voor het beter gaat. Maar een volk dat na 48 uur al uit geforceerd sentiment uit het raam staat te klappen, wat doen die over drie weken? De menselijke aard baart me meer zorgen dan het virus.

Gelukkig is mijn pakketbezorger nog zorgeloos. Hij is mijn ware koortsthermometer voor de coronapandemie.

Laatste nieuws