Premium

De beste uienteler van Nederland

Elke week gaan we op bezoek bij een van de vele winnaars die Nederland rijk is. Deze keer uienteler Piet-Jan van der Eijk.
Piet-Jan van der Eijk

De ui. Door sommigen veelal over het hoofd gezien, door sommigen gezien als het meest onderschatte voedingsmiddel van de wereld. Vond ie vroeger vooral gretig aftrek vanwege de hang naar Oud-Hollandse gerechten als wortelstamp en uiensoep, tegenwoordig liggen ze in elk huishouden te wachten op het zoveelste Knorr-Wereldgerecht. Maar hoe je ook tegen deze gelaagde vitamineknaller aankijkt: heel Nederland ligt er vol mee. En de beste uien? Die komen uit het veld van Piet-Jan van der Eijk, de beste uienteler van Nederland. Afgelopen jaar won hij met zijn recentste oogst het NK uientelen. Ook dit jaar liggen er weer vele hectaren achter zijn boerderij te wachten om op te gaan in, ik noem maar een dwarsstraat, een linguine all’arrabbiata, een coq au vin of natuurlijk in een pan vol grootmoeders gehaktballen in de jus.

De middag loopt op zijn eind als ik Piet-Jan opbel. Na kortstondig gedoe met de verbinding zie ik hem ineens vrolijk lachend in zijn slaapkamer op de boerderij zitten. Hij ziet er vrolijk uit en begint meteen te praten.

Piet-Jan, ik onderbreek je even. Vind je het oké als ik dit gesprek opneem? Dan kan ik je in elk geval niet verkeerd citeren.

‘Zo dan. Luistert het allemaal zo nauw?’

Dat weet ik niet. Is de wereld van de ui zo vijandig?

‘Nou, het valt mee hoor. Het is uiteindelijk gewoon een hele vriendelijke sector. Ja, zakelijk is het natuurlijk weleens spannend, maar verder valt het mee, hoor. Maar neem alles maar op, jongen.’

Geen harde wereld dus?

‘Wat is hard? Iedereen komt zijn afspraken na. We maken duidelijke afspraken, als uienmannen, zeg maar. En iedereen komt die na.’

Even voor mijn begrip: jij bent dus de beste uienteler van Nederland?

‘Ja. Drie keer op rij.’

Uienkoning

Drie keer! Je bent niet eens een beetje de beste. Je bent eigenlijk de koning van de Nederlandse ui.

‘Ja, zo kun je dat wel zien, ja.’

Hoe word je uienkoning? Is het een soort toernooi? Is het een competitie?

‘Nou ja, in Nederland heb je de landelijke uiendag. Dan komen alle telers en handelaren bij elkaar. Zijn er lezingen, dat soort dingen, en dan bespreken we hoe het seizoen is geweest. En er is dan altijd een ludieke actie: wie teelt de mooiste bewaarui? Moet je een kistje uien inleveren. Het publiek kan stemmen en daarnaast is er een speciale jury.’

Maar Piet-Jan, een ui is toch gewoon een ui?

‘Er zit wel een groot verschil in, hoor. In kleur, in smaak, in grootte. Rooie, witte, gele. Noem dat maar niks.’

Ja oké, maar ik bedoel meer: als daar driehonderd van die uienkistjes op een rij staan, zie ik toch enkel gewoon veel uien?

‘Ja, nee, vooruit. Maar je moet kijken naar de kleur: is die goed? Zijn alle uien even groot? Alleen de mooiste en gaafste uien kunnen winnen. Het is niet zo dat je zomaar een handje uien kan pakken. Je bent echt dagen bezig om de mooiste uit de berg in de schuur te vinden.’ 

Een ui heeft een huidje dat mooi en gaaf moet zijn

Dus jij haalt al je uien binnen en dan ga je op de berg zitten om handmatig naar je allerbeste uien te zoeken?

‘Ja, daar komt het eigenlijk wel op neer, ja.’

En wat is dan het belangrijkste criterium voor een wedstrijdui?

‘Ik denk dit: een ui heeft natuurlijk een huidje dat mooi en gaaf moet zijn. Daar kijk ik altijd het eerste naar. Dan kijk ik of ie mooi rond is. Een ovale ui, daar schiet je niks mee op, die matcht niet mooi in het bakje.’

Ovale uien moeten we niet willen met zijn allen?

‘In de pan zijn ze prima, maar voor de wedstrijd niet. Het is toch eigenlijk een soort missverkiezing, maar dan voor uien.’

Promotie van de sector

Maar hoe komt een mens erop om wedstrijd-uienteler te worden? Is het gewoon een geintje? Is het bittere ernst? Wat beweegt jou om straks toch weer op die berg te gaan zitten en uienhuiden te gaan zitten keuren op je vrije zondagochtend?

‘Voor mij is het vooral promotie van de sector. Ik wil eigenlijk gewoon de uien in een goed daglicht stellen.’

En hoelang doe je dit al?

‘Ik doe het nu drie jaar op rij. Ik heb hiervoor ook al een keer meegedaan, maar toen had ik nog niet gewonnen.’

Ja, qua wedstrijden, maar hoelang zit je al in de uienbusiness?

‘Van jongs af aan. Ik ben opgegroeid op een boerderij. Mijn ouders en ik hebben samen een akkerbouwbedrijf.’

Een bronzen ui

Dan staat Piet-Jan ineens op. Hij vraagt of ik het leuk vind om zijn uienbokaal een keertje te zien. Nog voordat ik daar instemmend op kan reageren, heeft hij het ding al van zijn plank gehaald en houdt hem voor de camera. Het is een soort in brons gegoten ui. Of in elk geval een bronzen beeltenis van een ui.

‘Ja, het is dus eigenlijk een ui, maar dan van brons,’ legt Piet-Jan uit.

Ik zie het. Erg fraai. Is dit de beker die je dit jaar hebt gewonnen?

‘Ja, deze heb ik dus afgelopen keer gewonnen.’

Piet-Jan van der Eijk (1997) is de beste uien­teler van Nederland. Ambitie: uien in een goed daglicht stellen.

En nu? Heb je nog ambities? Meer bronzen uien? Door naar het EK uientelen? Misschien kunnen jouw uien wel op tegen de beste Griekse of Argentijnse uien. Waar wil je staan, op wereldniveau?

‘Nee joh, het is gewoon een landelijke actie. Bovendien wil ik eerst mijn school afmaken. Daarna ga ik langzaam maar zeker met het bedrijf hier verder.’

En dan?

‘Dan hoop ik dat ik nog jaren uien mag telen voor iedereen.’ 

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws