Door: Leon Verdonschot
Artikel
3

De ene staatsman is de andere staatsman niet

Beste Geert Wilders, Een raadsel. Over staatsmannen. Op 19 november 1863, in het jaar waarin hij de slaven in...

Beste Geert Wilders,

Een raadsel. Over staatsmannen.

Op 19 november 1863, in het jaar waarin hij de slaven in de Confederatie vrij had verklaard, zei Abraham Lincoln in een speech over de burgeroorlog: ‘De wereld zal nauwelijks merken of lang onthouden wat wij hier zeggen, maar kan nooit vergeten wat wij hier deden.’

Op 4 maart 1933 sprak Franklin D. Roosevelt in zijn inaugurele rede: ‘Dit is bij uitstek het moment om openhartig en stoutmoedig de waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. We mogen ook niet terugdeinzen voor een eerlijke confrontatie met de toestand van ons land. Dit grote land zal tegenspoed moeten verdragen, maar zal ook herleven en gedijen. Laat mij dus allereerst verklaren waarin ik vast geloof: het enige dat wij moeten vrezen, is de angst zelf – de naamloze, redeloze, ongerechtvaardigde angst die de vereiste inspanningen om achteruitgang in vooruitgang om te zetten, bij voorbaat verlamt.’

Op 23 juli 1939 schreef Mahatma Gandhi in een brief aan Adolf Hitler: ‘Het is overduidelijk dat u op dit moment als enige ter wereld een oorlog kan voorkomen die de mensheid in een staat van gewelddadigheid zou kunnen brengen. Is dat de prijs die u bereid bent te betalen voor hetgeen u verlangt, hoe waardevol u dat ook toeschijnt? Wilt u niet luisteren naar het beroep van iemand die bewust de weg van oorlog heeft vermeden en dit niet onder aanzienlijk succes?’

Lees ook: Je bent de overtreffende trap van de graaier: de gier

Op 13 mei 1940, drie dagen nadat hij premier was geworden, sprak Winston Churchill. De ene staatsman is de andere niet tot het Lagerhuis: ‘Ik verklaar tegenover dit Huis, zoals ik ook heb verklaard tegenover de ministers die aan deze regering gaan deelnemen, dat ik niet anders te bieden heb dan bloed, zweet, tranen en uitputting.’

Op 20 april 1964 sprak Nelson Mandela tijdens het proces dat hem zou veroordelen tot een levenslange gevangenisstraf: ‘Ik heb gestreden tegen blanke overheersing en tegen zwarte overheersing. Ik heb het ideaal gekoesterd van een democratische en vrije samenleving waarin alle mensen in harmonie en met gelijke kansen samenleven. Ik hoop dit ideaal nog tijdens mijn leven te bereiken. Maar zo nodig is dit het ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven.’

Op 12 juni 1987 hield Ronald Reagan een toespraak bij de Brandenburger Tor in Berlijn, waarin hij opriep tot het neerhalen van de Muur. Op het eind van zijn speech zei hij: ‘Ik heb gelezen dat er tegen mijn komst gedemonstreerd is. Ik wil daar iets over zeggen, en wel tegen de demonstranten. Ik vraag me af of ze zich realiseren dat ze nooit opnieuw kunnen doen wat ze gedaan hebben, als ze het soort regering zouden hebben waarnaar ze kennelijk streven.’

Op 21 december 2015 schreef Geert Wilders, in peilingen leider van de grootste partij en een week eerder uitgeroepen tot Politicus van het Jaar: ‘Politiek en pers kunnen de rambam krijgen. Neem lekker zelf afstand van jullie lafheid en verraad van Nederland aan de islam. Sukkels.’

Beste Geert Wilders, de criteria voor het raadsel zijn intelligentie, spreekvaardigheid en mate van politieke inhoud. De vraag is deze: wie hoort er in bovenstaand rijtje niet thuis?

Gerelateerd nieuws