Premium

Het bizarre verhaal achter Paul Simons Graceland

Een smoezelig cassettebandje vormde de opmaat voor een van de succesvolste albums aller tijden. Zonder het tapeje van de Noorse zangeres Heidi Berg had de wereld nooit van Graceland gehoord, en zou de carrière van Paul Simon langzaam uitdoven.
Het smoezelige cassettebandje was het begin van een heuse Paul Simon-revival.

Het begon met een cassette. Zo’n plastic ding met twee spoelen en bruine magnetische tape. Ze werden in de jaren 70 en 80 vooral gebruikt om op de walkman of in de auto af te spelen. Deze was merkloos, een kopie van een origineel, met een rood label dat er half af was gescheurd. Op een van de kanten was de handgeschreven titel te lezen: Accordion Jive Hits Vol II. Popster Paul Simon had dit kleinood in 1984 gekregen van de jonge Noorse zangeres Heidi Berg, wier plaat hij zou producen. Berg had de tape op haar beurt gevonden in een auto waarmee ze de straten van New York verkende. ‘Opwindende muziek, Paul!’ jubelde ze. Het waren energieke instrumentale composities met een ongebruikelijke mix van instrumenten: accordeon, saxofoon en gitaar, gestuurd door stuiterende ritmes. Zo’n accordeongeluid wilde zij ook graag op haar album, legde ze uit. Daarom liet ze hem de muziek horen in zijn appartement in Manhattan. Simon had de tape daarna meegenomen en in zijn auto gelegd, nauwelijks geïnteresseerd. Maar op weg van New York naar Montauk, waar zijn zomerhuis werd gebouwd, duwde hij de cassette in de gleuf van de stereo om nog eens te luisteren. Een keur van onbekende muzikanten trok aan hem voorbij. Zijn oren spitsten zich, de immer alerte popradar flitste aan. Inderdaad, Heidi had gelijk, dit was unieke muziek. Dit, deze smerige cassette, zonder enige informatie over de artiesten, kon weleens de sleutel zijn om hem en zijn carrière nieuwe impulsen te geven, vertelde zijn intuïtie hem. De macht van het toeval. Die obscure tape, Accordion Jive Hits Vol. II, die iemand in een auto in New York had achtergelaten, zou de basis vormen voor een van de meest succesvolle albums uit de pophistorie, het op 25 augustus 1986 uitgebrachte Graceland, waarvan er inmiddels een geschatte zestien miljoen exemplaren zijn verkocht.

The Boyoyo Boys

Een heel leger muziekfanaten heeft gepoogd op grond van de tracks op Graceland een lijst van de nummers en artiesten samen te stellen die op de tape te horen zijn. De enige song waar de meesten het over eens zijn is Gumboots, dat volgens de kenners in nauwelijks gewijzigde versie op Graceland terecht is gekomen. De Zuid-Afrikaanse groep The Boyoyo Boys speelt mee op die track, en Simon noemt accordeonist Jonhjon Mkhalali en tamboerijnspeler Lulu Masilela als medecomponisten. Maar verder? Zoek op het internet, zoek in de immense catalogus van Discogs, zoek op de blogs en de discussieplatforms, je zult de originele cassette niet tegenkomen. Het uiteindelijke lot van de tape is onbekend. Berg zou hem, na veel zeuren, hebben teruggekregen van Simon. Volgens Paul Simon-biograaf Peter Ames Carlin was de Noorse zangeres erg pissig dat hij met haar idee aan de haal was gegaan. ‘Waar is mijn aandeel?’ zou ze met uitgestoken hand gezegd hebben toen ze elkaar weer tegenkwamen. Een bedankje op de binnenhoes, dat is alles wat ze van Simon kreeg. En later, toen Simon in juni 2012 een foto van de gekopieerde tape openbaar maakte, wekte dat op Facebook furieuze reacties op bij Berg (of iemand die zich uitgaf als haar). ‘STUPID LIAR!!!!!!!!! I still have the originals. You are going to regret it,’ schreef ze. En daaronder: ‘THIS is a LIE!!! He is a LIAR.

Het was niet dui­delijk of Simon nou goed of fout was met zijn Graceland. Sommige ANC’ers in balling­schap waren voor, anderen tegen

Wat er op persoonlijk vlak is voorgevallen tussen Berg en Simon blijft vaag. Sommigen zinspelen op seksuele avances van Simon, wiens huwelijk met Carrie Fisher net op de klippen was gelopen. Toen Berg daar niet op in ging, had de gedrongen zanger klaarblijkelijk genoeg van haar.

De mysterieuze cassette kwam voor Paul Simon precies op het juiste moment. De man die als 15-jarige zijn eerste hit scoorde, was aan zijn magie gaan twijfelen. In 1983 was zijn zesde soloalbum Heart and Bones verschenen. Critici prezen het als een geweldige plaat, zijn meest openhartige tot nu toe. Maar het platenkopende publiek dacht daar anders over. Heart and Bones werd een flop. En na ruim twintig jaar de ene hit na de andere te hebben gescoord, raakte Paul Simon in de put. Wellicht was het vat leeg en waren de fans niet langer geïnteresseerd in de liedjes van een kalende joodse New Yorker van middelbare leeftijd. Dit waren immers de jaren 80, het tijdperk van de opwindende pop van Prince en Madonna.

Toen hoorde hij dus die cassette en informeerde of er nog meer van dergelijke muziek was. Hij beluisterde een hele stapel townshipjive- en mbaqanga-platen, energieke Zuid-Afrikaanse stadspop, bedoeld voor bars en shebeens, liedjes om op te dansen en je zorgen te vergeten. Het herinnerde hem aan zijn tienerjaren in Queens, New York, toen hij naar rock-’n-roll, doo wop en rhythm and blues luisterde – zwarte muziek. Hij kwam in contact met de Zuid-Afrikaanse producer Hilton Rosenthal die hem hielp wat van de songs en artiesten op Accordion Jive Vol. II te achterhalen.

Tien dagen in Johannesburg

Simon wees de suggestie van de hand om Zuid- Afrikaanse muzikanten naar New York te halen om daar opnamen te maken. Hij moest en zou naar Zuid-Afrika gaan, net zoals hij twaalf jaar eerder naar Jamaica was afgereisd om daar de door reggae geïnspireerde hit Mother and Child Reunion op te nemen. Rosenthal trommelde een aantal lokale muzikanten op die Simon moesten helpen met het opnemen van zijn nieuwe plaat, waaronder The Boyoyo Boys. Tien dagen zou Simon in Johannesburg bivakkeren om zijn ideeën vast te leggen in de Ovation Studios.

De zwarte muzikanten die Rosenthal had opgetrommeld, hadden geen idee met wie ze moesten spelen. In witte Zuid-Afrikaanse kringen was Simon een ster, beroemd dankzij zijn samenwerking met Art Garfunkel en hits als Sound of Silence, The Boxer en Bridge over Troubled Water. Het was politiek ongevaarlijke folkrock die moeiteloos door de censuur kwam. Maar de zwarte bevolking kende die nummers niet. Indachtig het apartheidsdenken waren er destijds radiostations voor de verschillende rassengroepen. Simon & Garfunkel hoorde je op de witte stations, townshipjive en het daaraan verwante mbaqanga op de zwarte. In het boek Soweto Blues voert de Zuid-Afrikaanse muziekjournalist Gwen Ansell drummer Vusi Khumalo op, die op twee nummers van Graceland te horen is. ‘Om eerlijk te zijn wist ik niet wie Paul Simon was,’ zegt Khumalo. Hij was hoogst verbaasd dat dat kereltje traditionele muziek wilde horen om die dan te vermengen met Amerikaanse muziek. ‘Ik begreep dat helemaal niet.’

Anderen die naar Johannesburg werden gesommeerd, waren de leden van de band Tau ea Matsekha, af komstig uit het door Zuid-Afrika omgeven bergstaatje Lesotho. Die mannen waren gewend om in een dag een hele plaat op te nemen. Nu moesten ze ineens het geduld opbrengen om een hele dag over een enkel nummer te doen. Ze zijn te horen op Boy in the Bubble. Simon wilde voor dat nummer een brug, een afwijkend stukje muziek om een nummer interessant te houden. Het was aan producer Bra Koloi Lebona om dat uit te leggen aan de band, waarvan de leden nauwelijks Engels spraken. Accordeonist Forere Motloheloa keek hem fronsend aan. Het concept van een ‘brug’ bestond niet in traditionele Sotho-muziek. ‘Wat voor brug, waar heb je het over?’ mopperde hij. Simon zanikte door. Hij wilde een brug, en hij was de baas, dus die brug zou er komen. Uiteindelijk werd Motloheloa zo pissig dat hij zijn kierie, een traditionele wapenstok, oppakte en zei: ‘Ik word strontziek van die witte kerel. We zitten nu al de hele dag aan dat liedje te werken, en nu wil hij een brug van me – ik ga hem slaan!’ Het lukte de andere muzikanten uiteindelijk om Motloheloa tot bedaren te brengen.

Apartheidsregime

Graceland verscheen op 25 augustus 1986. Op negen van de elf nummers zijn Zuid-Afrikaanse muzikanten te horen, en de Johannesburg-opnamen werden uiteindelijk voor drie songs gebruikt. Zoals Simon vreesde, ontstond er veel ophef rond het album. Hij wist dat dit hem te wachten stond zodra hij ontdekte dat de muziek die hem een nieuw leven had gegeven Zuid-Afrikaans was. ‘Ik dacht, jammer dat het niet uit Zimbabwe, Zaïre of Nigeria komt. Dat zou het leven een stuk makkelijker hebben gemaakt,’ zei hij.

Zijn zorgen waren terecht. Midden jaren 80 had het apartheidsregime de knie bijzonder stevig in de nek van de zwarte bevolking geplaatst. Er was een noodtoestand uitgeroepen, er waren arrestaties, verdwijningen en veel onrust. Bovendien was er een door de Verenigde Naties gesanctioneerde culturele boycot afgekondigd, vooral bedoeld om te voorkomen dat artiesten zouden optreden in Sun City in het ‘onafhankelijke’ thuisland Bophuthatswana, dat werd bestuurd door zwarte marionetten van het apartheidsregime. Queen, Rod Stewart, Elton John, Status Quo, Frank Sinatra en Linda Ronstadt hadden er zonder veel wroeging gespeeld. Ook Simon was uitgenodigd, maar hij had dat aanbod afgewezen. Dat betekende niet dat hij tot het linkse kamp behoorde, want hij was evenmin ingegaan op de uitnodiging om mee te zingen op (Ain’t gonna play) Sun City, een protestsong uit 1985 van Artists United Against Apartheid, met onder anderen Bruce Springsteen, Bob Dylan, Lou Reed en Ringo Starr in de gelederen.

Wel had Simon, voordat hij afreisde naar Johannesburg, de in ballingschap verblijvende Zuid-Afrikaanse trompettist Hugh Masekela geraadpleegd over de politieke implicaties van zijn avontuur. Die had hem aangeraden met de ANC-leiders te overleggen. Dat vertikte Simon. Het ANC en Nelson Mandela waren ‘communisten’ had zijn vriend, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger hem verteld.

De discussies liepen hoog op. Simon hield voet bij stuk en betoogde dat hij noch in Zuid-Afrika noch in Sun City had opgetreden, dat hij zijn gastmuzikanten een bovengemiddelde vergoeding had betaald en dat hij ze alle vereiste credits had gegeven voor hun bijdragen.

Hoe viel het album bij politiek geëngageerde Zuid-Afrikanen? Charles Leonard, die later naam zou maken als antiapartheidsactivist, ANC’er en dj met een eclectische smaak, was 25 jaar toen hij Graceland hoorde. Als student was hij dol op townshipjive en traditionele zwarte muziek. ‘Ik vond het een uitstekend album, heerlijk om naar te luisteren en een fijne vermenging van Simons eigen geluid en het beste wat de traditionele en townshippop te bieden hadden. Het was ook heel goed dat een aantal van onze beste musici, helden van mij, de mogelijkheid kregen om aan een internationaal publiek te tonen wat ze in hun mars hadden. Ik vond dat Simon het erg goed had gedaan. Hij had de muziek niet al te veel verdund om het westerse oor te plezieren.’

Over de vraag of Simon nou wel of niet de boycot had genegeerd, kon Leonard zich destijds niet echt druk maken. ‘Het was niet duidelijk of Simon nou goed of fout was met zijn Graceland. Sommige ANC’ers in ballingschap waren voor, anderen tegen. Als ik me het goed herinner, kwam de grootste weerstand van de radicaal zwarte organisatie Azapo en niet zozeer van de linkse United Democratic Front-beweging, waar mijn sympathie lag.’

Enorme impuls

De discussie rond de boycot is uitgewoed. De geschiedenis stelde Paul Simon in het gelijk. Graceland gaf Zuid-Afrikaanse muziek een enorme impuls. Er werden fantastische, goed verkopende verzamelplaten uitgebracht zoals The Indestructible Beat of Soweto. En veel van de lokale muzikanten die op Graceland te horen zijn, zoals Ladysmith Black Mambazo boekten internationale successen. Dankzij Graceland en de feestelijke gezamenlijke optredens kreeg Zuid-Afrika een ander, minder grimmig en eendimensionaal gezicht.

Maar onder aanvoering van organisaties als Black Lives Matter en Kick Out Zwarte Piet gaan de discussies nu over andere zaken, zoals culturele toe-eigening. Paul Simon wordt in één adem genoemd met witte rockbands als Led Zeppelin en The Rolling Stones, die hun kunstjes en songs zouden hebben gejat van zwarte bluesmuzikanten.

Paul Simon wordt in één adem genoemd met witte rockbands als Led Zep­pelin en The Rolling Sto­nes, die hun kunstjes en songs zou­den hebben gejat van zwarte bluesmuzi­kanten

Voor Leonard draait het om de vraag of Simon zich als ‘toerist’ of ‘reiziger’ gedroeg. Toeristen gaan oppervlakkig te werk en komen thuis met goedkope souvenirs, reizigers proberen actief deel te nemen aan de wereld die ze bezoeken. Leonard geeft Simon het voordeel van de twijfel. ‘Waarschijnlijk was Simon een beetje van allebei, maar niet in gelijke mate,’ zegt hij.

In popmuziek is jatwerk een relatief begrip – iedereen jat. Sommigen doen dat subtiel, anderen zonder gêne. Waar het om gaat is hoe je je vondsten en invloeden verwerkt. Illustratief voor hoe Paul Simon als ‘reiziger’ te werk gaat is een New Yorker Radio Hour-interview uit 2016, waarin hij over de totstandkoming van de song Graceland praat. De geboorte van dat nummer, een van de beste van de plaat, begint met een drum- en accordeontrack, gespeeld door de Sotho-muzikanten. Klinkt aardig, maar Simon wil alleen de drums behouden; de accordeon wordt weggemixt. De volgende dag vraagt hij de Zuid-Afrikaanse gitarist Ray Phiri om wat akkoorden over dat ritme heen te spelen. Phirie zegt dat het hem aan countrymuziek doet denken en geeft zijn interpretatie van Amerikaanse country. Hij gebruikte zelfs een mineurakkoord, iets wat in Zuid-Afrikaanse muziek hoogst ongebruikelijk is. Die akkoorden heb ik jou horen spelen, verduidelijkt Phirie. Simon knikt. In zijn oren klinkt het nu als Soweto-rockabilly. Bij het refrein schakelt de gitarist over op een soort Afrikaanse blues. Het eindresultaat is uniek. Pas daarna komen de woorden. Het begint met een refreintje ‘I’m in Graceland, Memphis Tennessee’. Dan komt de Mississippi Delta en een glinsterende National gitaar, en al snel gaat het over het landgoed waar Elvis Presley zijn laatste eenzame jaren sleet, Graceland. Waarom die setting? Omdat, zegt Simon, de track klinkt alsof hij is opgenomen in de beroemde Sun Studio’s in Memphis, de plek waar zoveel liedjes uit zijn jeugd vandaan kwamen.

De gouden platen rijgen zich aaneen voor Graceland.

‘Wat we hier hebben, is echt world music,’ zegt Simon, nog steeds geroerd door het wordingsproces van die song. Dit magistrale totaalbeeld van woorden, geluid, instrumentatie en ritme, is een eerbetoon aan de popmuziek. Een Afrikaanse beat, country, blues, Memphis, Elvis en rockabilly versmelten tot een uniek geheel dat nog geen vijf minuten duurt. Dit heeft niks te maken met culturele toe-eigening. Graceland is het product van feilloze intuïtie, die je alleen bij vernieuwers aantreft, mensen als David Bowie, Prince, Miles Davis en dus ook Paul Simon – de geniale alchemisten.

En die mysterieuze cassette? Welnu, Nieuwe Revu kan het geheim onthullen. Na het nodige speurwerk komen we terecht bij Rob Allingham, de archivaris van Gallo Records in Zuid-Afrika en een in Amerika opgegroeide wandelende muziekencyclopedie. In een e-mail zegt hij dat die tape hem jaren heeft beziggehouden. ‘Uiteindelijk stuitte ik op een Teal Records-verzamelaar die alleen als cassette was uitgebracht.’ Hij stuurt een scan van het inlegkaartje, waarop een foto van twee opgewekte zwarte mijnwerkers staat. De tape dateert uit 1981 en heet Gum Boots No. 2. Eronder staat, zoals destijds gebruikelijk was, de soort muziek die je kunt verwachten: Accordion Jive Hits. Er staan vijf artiesten op, maar The Boyoyo Boys, waar Simon zo van gecharmeerd was, ontbreken.

Klopt, zegt Allingham, maar ze waren desalniettemin de begeleidingsband op een aantal nummers. Zij vormden de Teal Records-studioband, met een steeds veranderende samenstelling, niet echt een groep. ‘Ik vermoed dat toen Simon begon na te vragen wie er zoal op die cassette speelden, hij te horen kreeg dat het The Boyoyo Boys waren,’ zegt Allingham. Ook over hoe die tape in New York belandde, heeft hij een aannemelijke theorie. ‘Er was in de jaren 70 en 80 een platenzaak in New York City met een groot aanbod aan Zuid-Afrikaanse import. Dus het is niet zo vreemd dat deze tape daar ook te krijgen was.’

Culturele toe-eigening? ‘Persoonlijk ben ik niet zo weg van Graceland,’ zegt Allingham. ‘Maar ik zie het belang van het album. En ik heb Simon altijd fel verdedigd, vooral vanwege de eerzame manier waarop hij zijn Zuid-Afrikaanse muzikale collega’s heeft behandeld.’

Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct

Laatste nieuws