googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_header'); });

‘Je kunt een quarantaine voor toeristen niet vergelijken met het lot van de Joden tijdens WOII’

Open brief van Leon Verdonschot aan Kamerlid Pepijn van Houwelingen van FvD.
googletag.cmd.push(function() { googletag.display('div-gpt-ad-revu_ros_inarticle'); });

Beste Kamerlid Pepijn van Houwelingen van FvD,

Wat tijdens het debat over De Notulen en De Sensibilisering weer opviel, is hoe weinig werk Forum voor Democratie maakt van het toppunt van de democratie: een Kamerdebat over de positie van de Tweede Kamer. Terwijl de sneren van Geert Wilders als zweepslagen door de parlementszaal galmden, terwijl parlementariërs als Farid Azarkan en Esther Ouwehand van kleine partijen, en Sylvana Simons en Caroline van der Plas van nog kleinere en bovendien nieuwe partijen opvielen door heldere taal en puntige vragen, leek Forum voor Democratie het allemaal maar een verplicht nummertje te vinden.

Nogal opvallend, omdat jij, nieuw Kamerlid voor die partij, al in 2013 een opiniestuk schreef met de titel Waarom zijn de notulen van de kabinetsvergaderingen niet openbaar? Ben je een keer visionair, doe je er niks mee.

Vóór je Kamerlidmaatschap was je onder meer onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau en romancier: onder het pseudoniem Vossius schreef je een roman, Oneigentijds, waarin het in jouw kringen welbekende Avondland ten onder gaat aan dat belachelijke moderne verlangen naar mensenrechten en gelijkheid, en waarin een van de hoofdpersonages droomt van de oplossing in de vorm van het Derde Rijk, inclusief gedachten over de esthetische kwaliteit van de Holocaust. Die roman werd uiteraard tegen je gebruikt toen eenmaal duidelijk werd dat jij achter dat pseudoniem zat. Ik vind principieel dat in fantasieën alles mogelijk moet zijn, hoe ziek, illegaal of amoreel ook, en in een roman dus eveneens. Daarnaast vind ik het verwarren van de opvattingen van een schrijver met die van zijn personages, hoe dicht die ook bij elkaar liggen, een denkfout waar alleen analfabeten mee weg mogen komen.

Dus nee, ik vind niet dat je moet worden aangesproken op je proza. Maar wel op als non-fictie verpakte fictie wanneer je die buiten de letteren verkondigt, of zelfs in de Tweede Kamer. Daar ging het ook over de quarantaineplicht voor reizigers uit gebieden waar de besmettingsgraad hoog is of nieuwe coronavarianten zijn ontstaan. Je kunt discussiëren over de effectiviteit van die plicht, of de handhaafbaarheid ervan, of zelfs de wenselijkheid, en precies dat deed de Tweede Kamer dan ook. Wat je niet kunt doen, ja wel in juridische zin, maar niet in morele wanneer je een IQ hebt vanaf twee cijfers, is een verplichte quarantaine voor reizigers en toeristen van een paar dagen vergelijken met het lot van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. En precies dat is wat jij deed, in ons parlement. Een paar dagen binnenblijven voor toeristen in jouw woorden: ‘Het doet denken aan een periode dat een bevolkingsgroep niet in een bankje op een park mocht zitten.’

Vlak voor de Dodenherdenking ontstaat er altijd weer discussie over de waarde daarvan. Vlak voor die periode maakt ook altijd wel weer iemand duidelijk hoe groot de noodzaak ervan nog steeds is. In dit geval een Kamerlid.

Laatste nieuws