Artikel
3

60 jaar Revu: De opmerkelijkste medewerkers

Dit jaar bestaat Nieuwe Revu 60 jaar. Om dit te vieren publiceren we wekelijks terugblikken op onze bewogen geschiedenis...

Dit jaar bestaat Nieuwe Revu 60 jaar. Om dit te vieren publiceren we wekelijks terugblikken op onze bewogen geschiedenis. Deze week blikken oud-Nieuwe Revu-verslaggevers Robert Heukels en ?Bram de Graaf terug op de meest kleurrijke medewerkers die er op onze redactievloer hebben rondgelopen. Van Ischa Meijer tot Derk Sauer en van Rijk de Gooijer tot Theo van Gogh. Over iedereen is wel een verhaal te vertellen.

Pieter Storms

Wanneer bij Nieuwe Revu? Van 1980 tot 1990. Functie? Onderzoeksjournalist. Hij zocht graag de directe confrontatie. ‘Dat is toch mijn sterkste kant.’ Onvergetelijk? Zijn geldverslindende serie In zaken (waarvoor hij een eigen kantoor, secretaresse en peperdure pakken noodzakelijk vond). Met collega Henk Ruigrok probeerde hij foute bankiers, zakenlui en ambtenaren te ontmaskeren. Soms met succes, soms niet. Zo beschuldigde het duo in 1989 een wethouder van Bergen op Zoom onterecht van corruptie (aldus de rechter) en moest Nieuwe Revu, met Veronica, 200.000 gulden schadevergoeding betalen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Barend & Van Dorp

Wanneer bij Nieuwe Revu? 1987-1996. Functie? (Sport-)verslaggevers. Onvergetelijk? Hun eerste verhaal voor Nieuwe Revu was meteen hun opzienbarendste. Ruud Gullit greep het interview aan om een breuk met PSV (lees: Hans Kraay sr.) te forceren, omdat hij naar AC Milan wilde. Gullit zelf toog naar de redactie op de Stadhouderskade om met het duo en de hoofdredactie het verhaal nog eens goed na te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paul Blanca

Wanneer bij Nieuwe Revu? Maakte halverwege de jaren negentig de redactie onveilig (ging een keer een collega-fotograaf in de kantine te lijf, waardoor redactrices van Margriet en Libelle gillend de ruimte uitstormden). Functie? Fotograaf. Onvergetelijk? Zijn portretten en de reportage Nederland bewapent zich waarvoor hij undercover in de wapenhandel ging (en onder meer een handgranaat – vandaar de verdenking –?scoorde). Hij werd na een ripdeal veroordeeld tot een gevangenisstraf. Het verhaal over het uitzitten daarvan, waarbij hij probeerde af te kicken van de crack, verscheen op 25 oktober 1995 (Mijn jaar vol angst en walging) en was minstens zo heftig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rijk de Gooyer & Maarten Spanjer

Wanneer bij Nieuwe Revu? Van februari 1990 tot februari 1992. Functie? Ze vulden een faxrubriek. Spanjer (60): ‘Rijk kocht alle roddelbladen. Het leek ons een goed idee om daar een rubriek van te maken voor Nieuwe Revu; dat stoute van het blad paste bij ons. Rijk wilde daar dan wel goed voor worden betaald. We spraken af in een duur restaurant met hoofdredacteur Hans Verstraaten. Rijk nam zijn vriendin mee. ‘Als het niet doorgaat, scheelt me dat toch een maaltijd.’ Met een strak gezicht vroeg Rijk 1000 gulden de man. Was goed. ‘En we hebben een fax nodig.’ Ook goed. ‘Een draagbare, want ik zit vaak in het buitenland.’ Hij bedoelde natuurlijk in de kroeg. Prima. Rijk was op dreef. ‘En die kut-strip van IJf Blokker en Harry Touw moet eruit.’ Ging niet door. Maar verder had-ie overal zijn zin in gekregen.’ Onvergetelijk? Niet het geheime telefoonnummer van Ron Brandsteder dat Spanjer in hun rubriek bekendmaakte (en die vervolgens dag en nacht werd lastiggevallen), maar vooral hoe het eindigde. Rijk werd door Nieuwe Revu naar het Zwitserse skioord Gstaad gestuurd voor een verhaal over de jetset. Het seizoen was echter al voorbij. Dus ging het stuk over Rijk zelf. Nieuwe Revu zette hem in aangeschoten staat op de cover: De verschrikkelijke avonturen van een dronken komiek. Spanjer: ‘Rijk belde me: ‘Ik schrijf nooit meer voor dat klote-blad.’ Ik had net de dag ervoor mijn handtekening gezet onder het koopcontract van een huis bij het Vondelpark, want dankzij Nieuwe Revu had ik eindelijk een vast salaris. ‘Lullig voor je,’ zei Rijk. Jaren later had hij opeens een brievenrubriek in het blad met Peter van Straaten. Ik was ziedend! Later hebben we het bijgelegd.’