Nieuwe Revu ontmoet Philippe Geubels
Waar? Amsterdam. Iets genuttigd? Nee. Verder nog iets? Op vrijdag 6 en zaterdag 7 juni maken Guido Weijers, Jandino Asporaat, Roué Verveer en Philippe Geubels hun comeback in Ziggo Dome, met de show Gabbers. Ouder, grijzer, misschien wijzer, maar sowieso scherper dan ooit en klaar om het publiek keihard te laten lachen, met een unieke mix van comedy, showonderdelen en stand-up. Tickets koop je via ziggodome.nl
Je staat binnenkort in Ziggo Dome met de show Gabbers. Dat is andere koek dan de intieme theaters waar je als cabaretier meestal in staat. Hoe voelt dat?
‘Ik vind het geweldig om daar te mogen spelen. Natuurlijk is het groot, maar het is een leuk contrast met de kleinere zalen. Als ik zelf naar comedy ga kijken, is dat ook weleens in zo’n megagrote zaal. Het grappige is dat je de gezichtsuitdrukkingen in een Ziggo Dome eigenlijk beter kunt zien dan wanneer je achteraan in een middelgrote zaal zit, doordat er wordt gewerkt met grote schermen.’
In Amerika en Engeland vullen comedians als Kevin Hart en Ricky Gervais al jaren hele stadions. Gaat het hier ook die kant op, denk je?
‘Goh, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Toen Guido Weijers, Jandino Asporaat, Roué Verveer en ik tien jaar geleden voor het eerst in Ziggo Dome stonden, was het nog een relatief nieuw verschijnsel. Ik weet eigenlijk niet of het daarna in Nederland nog veel vaker is gebeurd. In België zie je de laatste jaren wel dat cabaret meer en meer naar grote zalen wordt getrokken. Er staan veel cabaretiers in de Lotto Arena, dat soort plekken.’
Je doet dit samen met je eh... gabbers. Is samen optreden leuker of juist lastiger dan solo op een podium staan?
‘Er is voor allebei iets te zeggen. Als je solo op een podium staat, hoef je met niemand rekening te houden. Het leuke van samen op een podium staan, is dat je de ervaring met elkaar kunt delen. Je hebt steun als het even moeilijk is, maar je kunt na afloop ook samen vieren dat het goed is gegaan. Dat is heel tof. Als ik solo optreed en een geweldige avond hebt gehad, zit ik daarna het hele eind terug naar huis in m’n eentje in de auto.’
Voelt dat eenzaam, in je eentje in de auto na een avond vol publiek?
‘Nee, eigenlijk niet. Eenzaam is niet het goede woord, denk ik. Kijk, als ik na een optreden naar huis ga, dan is het te laat om nog iemand op te bellen. Daardoor ben je even helemaal op jezelf aangewezen. Eigenlijk vind ik dat wel een zalig moment. Het is superrustig op de weg, ik kan lekker luisteren naar een goed muziekske en hoef er in principe alleen maar voor te zorgen dat ik nergens tegenaan rijd.’
Dat kan nog best lastig zijn, zo bewees jouw landgenoot Tom Waes eerder dit jaar...
‘Och ja, hij is daar goed vanaf gekomen, hè? Gelukkig. Ik ben zeker geen heilige, maar ik probeer goed op te letten met alcohol in het verkeer.’
Je grapte ooit in een voorstelling dat Belgen twee manieren hebben om met hun gevoelens om te gaan: bier en andere alcoholische dranken.
‘Ja ja, dat is echt zo hè, Belgen zijn niet zulke praters. We zijn een heel introvert volkje.’
‘Ik was op zich wel een babbelkous, maar niet echt de gangmaker van de groep. Ik was verlegen, dat ben ik nog steeds’
Veel comedians nemen een drankje (of twee) voordat ze het podium opgaan om hun zenuwen in bedwang te houden. Heb jij dat ook nodig?
‘Dat hangt ervan af in welke fase ik zit. Als ik begin met een nieuwe show en bezig ben met try-outs, dan ben ik nog altijd zenuwachtig. Maar on tour, als ik een voorstelling een paar keer heb gespeeld, blijven er nog maar weinig zenuwen over. Als we in de Ziggo Dome staan, zal dat wel even anders zijn. Dat is toch weer iets heel anders dan normaal, ook al hebben we het al een keer gedaan.’
Wanneer wist je dat je cabaretier wilde worden?
‘Pas heel laat. Het zat helemaal niet in de lijn der verwachting dat ik het podium zou beklimmen. Ik heb bij een bakker gewerkt, daarna bij een slagerij, toen bij een supermarkt. Op mijn 24ste ben ik min of meer uit verveling een workshop stand-upcomedy gaan doen bij een theaterbureau, naast mijn werk bij Colruyt (een Belgische supermarktketen, red.). Dat ging eigenlijk heel goed, dus ik dacht: als ik hier mijn baan eens van zou kunnen maken! Mijn materiaal sloeg goed aan en ik mocht nu eens vijf minuten hier in de line-up staan, dan weer tien minuten ergens anders. Dat groeide al snel uit tot een half uur, een half uur werd drie kwartier.’
Was altijd al duidelijk dat jij grappig was?
‘Nee, dat denk ik eigenlijk niet. Buiten het podium ben ik niet zo gevat. Je hebt cabaretiers die de hele tijd aanstaan. Dat heb ik niet. Ik sta helemaal niet aan, haha. Toen ik jonger was, was ik op zich wel een babbelkous, maar niet echt de gangmaker van de groep. Ik was verlegen, dat ben ik nog steeds. Ik ben niet de meest extraverte persoon die je kunt bedenken. Eerder een beetje bang, niet zo vlot. Pas toen ik in de functie van verkoper bij de bakker, de slager en later de supermarkt ging staan, kwam ik goed uit mijn woorden. Op dat moment was er een reden waarom ik daar mocht zijn, althans, zo voelde dat voor mij. Op het podium werkt dat eigenlijk hetzelfde, denk ik.’
Je moeder overleed toen je nog geen 3 jaar oud was aan een virale infectie. Hoe heeft jou dat gevormd?
‘Dat is natuurlijk moeilijk te bepalen. Ik weet niet wat voor persoon ik was geweest als ze niet dood was gegaan. Ik heb wel mijn hele leven last gehad van angsten, misschien heeft dat ermee te maken. Vooral pleinvrees. Ik heb geleerd om daarmee om te gaan, maar dat is iets wat nooit verdwijnt. Als ik in een voetbalstadion ben, op een uitgestrekte vlakte of in een hoog gebouw, dan overvalt me een bepaald gevoel. Een angst. Vroeger was dat allesoverheersend en kon ik niet meer functioneren. Daardoor ging ik bepaalde situaties steeds meer uit de weg. Inmiddels heb ik het wat meer in de hand, door therapie en ouder worden. Maar het zal altijd iets zijn dat ik extra moet verzorgen, net zoals iemand anders een gevoelige lever heeft. Op zich is dat heel leefbaar, zolang je er rekening mee houdt.’
Welke herinneringen heb je aan je jeugd?
‘Mijn broer en zus zijn veel ouder dan ik, ik scheel negen jaar met mijn zus, dus ik ben als een soort enig kind opgevoed. Nadat mijn moeder was overleden, deed mijn vader dat een tijdje alleen. Later kreeg hij een nieuwe vrouw. Het was een heel fijne jeugd, als ik er zo aan terugdenk. Los van wat er met mijn moeder is gebeurd, was het redelijk zorgeloos. Ik was een jongetje dat graag alleen speelde, groot fan van Gaston en Leo. In Nederland zijn ze niet zo bekend denk ik, maar in Vlaanderen waren zij een populair komisch duo. Hun film Zware jongens was de eerste film die ik ooit in een cinema heb gezien. Fantastisch, vond ik dat. Urbanus vond ik ook geweldig. Als het gaat over humor, dan waren dat wel de mensen die ik heel goed vond toen ik jong was.’
Hoe kijk je nu naar de grappen van Urbanus?
‘Ik vind hem nog altijd goed. Een jaar of drie, vier geleden ben ik nog eens live bij een show van hem gaan kijken. Dat was erg leuk om te zien. Urbanus treedt nog steeds regelmatig op.’
Hoe zou je je eigen humor omschrijven aan iemand die jou nog nooit heeft gezien?
‘Als complexloos.’
Dat moet je even uitleggen, denk ik.
‘Wat ik graag doe, is praten over de dagdagelijkse dingen die ik meemaak. Mijn shows zijn nooit belerend en ik stop er ook weinig verborgen boodschappen in. Het is anderhalf uur lachen en vaak niet meer dan dat. De laatste show had iets meer inhoud. Dat was 90 procent lachen en 10 procent ging over omgaan met verdriet. Wie weet dat mensen daar iets van hebben opgestoken. Maar over het algemeen is het mijn doel om mijn publiek anderhalf uur lang zo weinig mogelijk te laten nadenken.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F05%2FabgcScrgvSuHQ41748421663.jpg)
Zit er evolutie in jouw comedy?
‘Zeker. Ik ga ondertussen al twintig jaar mee. Je verandert ook als mens. Vroeger was ik doodsbang voor een minuut stilte in de zaal. Nu kan ik daar meer mee spelen. Pak ’m beet tien jaar geleden had ik ook niet zo snel iets serieus tussendoor gezegd. Dat doe ik nu wel.’
Er is tegenwoordig een soort tweedeling onder cabaretiers. Aan de ene kant heb je komieken als Hans Teeuwen die zeggen: ‘Op het podium kan en mag alles,’ terwijl er ook veel cabaretiers zijn die bewust mildere humor verkiezen, misschien omdat ze geen zin hebben om bedreigd te worden, wellicht ook omdat ze niet het risico willen lopen dat ze worden gecanceld vanwege een grapje dat net verkeerd valt. Hoe zit dat bij jou?
‘Ik ben redelijk mild, denk ik. Vroeger was ik meer bezig met doelbewust shockeren. Daar ben ik nu niet per se meer naar op zoek.’
Heb je ooit een grap gemaakt waar je later spijt van had?
‘Daar wordt wel vaker naar gevraagd, maar dat zijn niet de grappen die ik ga herhalen. Laat ik het houden op: waarschijnlijk wel.’
Je wordt soms een seksist en flauwe, vrouwonvriendelijke moppentapper genoemd. Trek je je dat aan?
‘Nee, niet meer. In het begin misschien wel, maar ik heb in al die jaren dat ik bezig ben eigenlijk nooit slechte recensies gehad. Het kan zijn dat mensen dit vinden, maar ik ben het daar absoluut niet mee eens. Daarom kan ik er ook goed mijn schouders over ophalen.’
Lees je alles wat er over je wordt geschreven?
‘Nee, nee. Ik ga daar ook niet bewust naar op zoek. Je hebt artiesten die alle reacties gaan lezen op Facebook en Instagram. Ik heb alle sociale media van mijn telefoon verwijderd, dus er zijn maar weinig dingen die mij bereiken. Als ik al eens wat lees in een krant of tijdschrift, dan heb ik daar eigenlijk geen mening over.’
Je bent zowel in België als Nederland succesvol. Zit er een groot verschil tussen de onderlinge humor?
‘Dat hoor je vaak hè, maar voor mij is er weinig verschil. Ik heb in de voorbije jaren zaalshows gemaakt die ik speelde in zowel België als Nederland, zonder noemenswaardige aanpassingen. Ja, een paar woorden of termen die jullie in Nederland niet kennen, heb ik veranderd. Maar verder was alles hetzelfde, ook de reacties vanuit het publiek. Mensen moesten op dezelfde momenten lachen, waarbij over het algemeen geldt dat Nederlanders hun enthousiasme iets meer laten zien als ze iets goed vinden. In Nederland gaan mensen naar het theater met de houding: we hebben er zin in, we gaan een avondje lachen en er samen met de komiek iets van maken. Dat is heel fijn, omdat je als artiest wat meer energie krijgt van je zaal. In België is het vaak wat meer ingetogen.’
Zeg je nu dat je liever in Nederland speelt dan in België?
‘Nee, want in België zijn heeft ook z’n voordelen. Daar kan ik meer in mijn eigen dialect spreken, wat het soms wat grappiger maakt. Verder heb ik geen voorkeur. Ik treed gewoon graag op. Waar ze mij willen, ga ik graag naartoe.’
Je hebt in de afgelopen jaren ook meegewerkt aan tal van tv-programma’s, waaronder de Nederlandse versie van LOL: Last One Laughing. Zou je hypothetisch gezien al met pensioen kunnen?
‘Ik moet nog wel werken, ja. Ook omdat ik mijn werk gewoon heel graag doe, heb ik gemerkt. Als ik besluit: ik ga het rustiger aan doen, wat al een paar keer is gebeurd, komen er vervolgens toch weer allerlei dingen op mijn pad die ik graag wil doen. Ik verveel me ook wel snel. Wil ik mentaal gezond blijven, dan moet ik blijven werken. Er zit niets anders op.’
Wat doe je in de schaarse uren dat je niet werkt?
‘Goh, ik duik. Dat doe ik graag. Ik spreek graag af met vrienden, lekker ergens eten. En ik vind het leuk om op vakantie te gaan.’
Je komt eerder over als een einzelgänger dan als iemand die graag onder de mensen is. Klopt dat?
‘Ik vind het belangrijk om mijn vriendschappen te onderhouden, om de mensen die ik vrienden noem regelmatig te zien. Dat zou ik niet kunnen missen. Maar ik ben inmiddels ook op een leeftijd dat ik soms denk: zo, vanavond ga ik eens in mijn zetel liggen en tv-kijken. Het hoeft niet meer altijd druk en buiten de deur.’
Gaat je carrière goed samen met het gezinsleven?
‘Ja hoor, ik ben ook niet elke avond weg, hè. Als ik op tournee ben, dan ben ik vier avonden per week op pad. Maar dat is met periodes, daarna ben ik ook weer wekenlang meer thuis. Mijn vrouw en kinderen vinden dat allemaal prima.’
Wat voor vader ben je?
‘Ik ben begonnen als een strenge vader, maar met de tijd word ik alsmaar milder en milder, denk ik. Toen ik nog niet zo lang een kind had, dacht ik dat het belangrijk was om streng te zijn. Tough love. Zo ben ik zelf ook een beetje opgevoed, de oude stempel-stijl. Maar op een gegeven moment dacht ik: waarom eigenlijk? Ik wil een vader zijn tegen wie mijn dochter alles kan zeggen. Ze is nu tien en ik denk wel dat ik daarin ben geslaagd. Ik ben niet de meest geduldige vader, maar ook dat wordt beter en beter.’
‘Ik verveel me ook wel snel. Wil ik mentaal gezond blijven, dan moet ik blijven werken. Er zit niets anders op’
Ben je van nature ongeduldig?
‘Ja, wel redelijk. Als ik naar de bakker ga en er staat een rij tot buiten de deur, dan maak ik rechtsomkeert en ga ik weer naar huis. Dan hoeft dat brood voor mij niet meer.’
Je vrouw Leen en jij konden elkaar niet uitstaan toen jullie elkaar decennia geleden leerden kennen. Hoe is het toch nog goed gekomen?
‘We zaten samen in de eerste klas van de middelbare school, 12 jaar waren we. Ik was de babbelkous en de speelvogel van de klas, zij degene die vooraan zat en braaf oplette. Niet echt het ideale koppel, ook niet de beste vrienden. Na dat jaar hebben we elkaar een aantal jaren niet gezien. En toen was het ineens raak.’
Hoe ga je om met de verleidingen van andere vrouwen?
‘Nu moet ik je toch teleurstellen. Ik denk dat comedians niet zo in trek zijn. Dat is meer iets wat muzikanten meemaken. Als comedian ben je niet per se een vrouwenmagneet. Of in ieder geval ik niet, hahaha. Ik maak nooit mee dat vrouwen me sexy foto’s sturen of me staan op te wachten. Misschien ligt dat ook aan mij, want ik ben niet de persoon die na een optreden nog even de zaal ingaat om te praten met het publiek. Daar ben ik te introvert voor.’
Dat vind je ongemakkelijk.
‘Ja, ik denk dan altijd dat ik de mensen teleurstel. Op het podium staat de leukste versie van mezelf. Daarna kan het alleen maar tegenvallen.’
Humo vroeg je ooit naar je hobby’s, waarop jij antwoordde: ‘Medische aandoeningen, daarna auto’s en dan wijn.’ Hoe zit dat?
‘Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de medische wereld. Weetjes over ziektes en medicijnen, die lees ik graag. In het verleden ook omdat ik hypochondrisch ben aangelegd, maar dat is de laatste tijd fel verbeterd. Maar mijn interesse voor medicijnen is gebleven en dat onthoud ik op de een of andere manier ook goed. Als vrienden van mij een kwaaltje hebben of ergens een pijntje voelen, dan weet ik welk medicijn je moet gebruiken en in welke hoeveelheid en waarmee je dat niet mag combineren.’
Een ongediplomeerd arts.
‘Ja, een apotheek-hobby-arts. Ik zeg er wel altijd bij dat ze het nog even moeten navragen bij hun eigen dokter.’
In je top 3 van hobby’s staan auto’s op nummer 2. Ben je een petrolhead?
‘Ja, net als vele jongetjes. Ik kan wel echt verknocht zijn aan een mooie auto. Waar andere mensen in het weekend naar een museum gaan, maak ik op zaterdagmiddag graag een uitstapje naar een Rolls-Royce-garage om daar naar auto’s te kijken. Niet met de bedoeling om er eentje te kopen, maar om de modellen te bewonderen. Voor mij zijn auto’s levende kunstwerken. Ze maken veel meer bij me los dan een schilderij aan een muur. Dan heb ik het uiteraard wel over een bepaald slag auto’s, niet over een Citroën Berlingo.’
Wat is je droomauto?
‘Ik ben groot fan van de 911. Dat is een tijdloos ontwerp. De Rolls-Royce Spectre vind ik ook een waanzinnig mooie auto. Hoe dat in elkaar zit, de totstandkoming ervan... Dat vind ik prachtig. Ik heb er weleens over nagedacht hoor, om er zelf eentje te kopen. Maar een Rolls-Royce is boven mijn budget en een Porsche wil ik niet meer, omdat ik me daar toch wat gegeneerd in voel. Ooit heb ik er eentje gekocht omdat het mijn droomwagen was. Maar ik voelde me er toch altijd een beetje opgelaten in, omdat er onder mensen een sfeertje ontstaat van: kijk hem eens, hij rijdt daar met een Porsche. Ik was meer bezig met het ongemak dat ik voelde dan dat ik ervan genoot. Toen dacht ik: mooi, ik heb er nu eentje gehad, en door. Nu rijd ik in een BMW en ben ik op mijn gemak.’
Hobby nummer 3: wijn.
‘Ik drink graag wijn, verder kan ik daar weinig zinnigs over zeggen. Een wijnkenner ben ik absoluut niet. Laat mij blind wijn proeven en ik zal de plank altijd misslaan.’
Hoe rock-’n-roll is jouw leven?
‘Niet. Vroeger misschien wel, toen gebeurde er op het gebied van drank, drugs en vrouwen nog weleens wat. Nu niet meer. Ik word gewoon rustiger, dat zal met de leeftijd te maken hebben.’
Vind je ouder worden een prettig proces of probeer je het tij te keren?
‘Ik probeer de tijd te stoppen door gezond te leven en regelmatig te sporten, maar zeker niet extreem. Het zou beter kunnen, zeg maar. Zo stop ik elke week wel een keer bij een benzinestation om iets te eten, wat meestal geen slaatje of fruit is. In Nederland zijn het de kroketten. Dat is zo’n vergif! Er zijn overal kroketten en ik eet die zo graag.’
Je hebt al heel veel gedaan: theater, tv, grote shows. Wat is de volgende stap?
‘Het enige wat nog op mijn verlanglijstje staat is: rust vinden. Ik wil niet nog meer, grotere of gekke dingen doen. Wat dat betreft, ben ik best oké. Ik wil gewoon het evenwicht bewaren dat er nu is tussen werk en privé, niet te veel dingen najagen, zo van: ik wil nog dit of dat bereiken. Rust vinden in mijn leven, dat is eigenlijk mijn grootste doel.’
Wat wil je dat mensen later als jij dood bent over je zeggen?
‘Ik ben altijd heel slecht in het geven van interviews, dus dit is misschien een beetje een gek antwoord. Maar dat ik leuk was om mee te werken. Aangenaam om bij te zijn, misschien. Een prettig persoon.’
- ANP