Premium

Voorpublicatie: De Zaak Mallorca, over de dood van Carlo Heuvelman

Carlo Heuvelman raakte op 14 juli 2021 dodelijk gewond bij een vechtpartij op Mallorca. Negen Hilversumse tieners stonden de afgelopen jaren terecht. Niemand werd veroordeeld, maar wie heeft het dan gedaan?

Carlo Heuvelman

*Op de foto: slachtoffer Carlo Heuvelman.

Het is zaterdag 18 september 2021 en Mees, samen met Hein en Sanil een van de drie hoofdverdachten voor Carlo’s doodslag, is gefrustreerd over de vrijlating van Lukas, Lars en Stan. Hij zit al ruim vijf weken in de gevangenis, en zijn vrienden zijn nu weer op vrije voeten. Tuurlijk, hij heeft stevig gevochten op Mallorca, daar loopt hij ook niet voor weg, maar met de dood van Carlo heeft hij echt niets te maken. Op deze dag belt hij ’s middags vanuit de gevangenis een goede vriend. Hij vraagt of het klopt dat de drie weer vrij zijn. De vriend bevestigt dat, waarop Mees zegt: ‘Bro, ik zou je zeggen man, dat zijn juist diegenen die ze moeten hebben, maat.’

De volgende dag heeft hij zijn moeder aan de lijn: ‘Ik had het ook een beetje zwaar met het nieuws, de laatste tijd. Dat die drie jongens weer vrij zijn (...) Ja, net juist nu dat ze doorslaggevende dingen gevonden hebben wat er met die jongen is gebeurd. En dat duidt allemaal juist met echt rode pijlen en toeters en bellen naar die drie gasten die ze nu vrij hebben gelaten.’ 

Dat ze naar huis mochten komt, denkt Mees, doordat de andere drie verder nauwelijks vechtend op beeld staan. Dan moet een rechter hen bij gebrek aan bewijs wel laten gaan. Mees vermoedt dat de vrijgelaten jongens toch wel bang zullen zijn: ‘Ze weten zelf echt wel wat ze gedaan hebben,’ zegt hij. ‘Hoe voelen zij zich nu? Ze hebben effe gezeten. Zij hebben het onderzoek gezien. Ze weten hoe serieus het allemaal is.’

Zeer gewelddadig

De vrijlatingen kunnen direct gekoppeld worden aan de theorie die de politie al in het begin van het onderzoek lijkt te ontwikkelen. Namelijk dat Sanil, Mees en Hein de meest waarschijnlijke daders zijn. Op de beschikbare opnamen van andere incidenten zijn die jongens zeer gewelddadig. Mees en Sanil hebben bij De Zaak harde klappen en trappen uitgedeeld en bij de Bierexpress, de kroeg waar vóór het gevecht met Carlo de Hilversumse groep verdachten al bij een andere vechtpartij betrokken raakte, zijn Sanil en Hein gefilmd toen ze Javier schopten. Is het dan niet logisch dat zij ook verantwoordelijk zijn voor het geweld tegen Carlo?

Nee, zegt Mees, dat is niet logisch. Kijk eens goed naar het verloop van het gevecht, lijkt hij van de daken te willen schreeuwen. Hij staat voor de Bierexpress naast Sanil, Hein en Daan, in de eerste rij van hun groep. Mees staat helemaal links, tegen de gevel aan. Iets meer naar achteren staan Kaan, Lukas, Stan, Lars, Martijn en Hidde. Mees ziet drie Waddinxveners direct tegenover zich staan, van links naar rechts: Ruben, Timo en Javier. De tweede rij wordt gevormd door Patrick en Carlo. Mees staat oog in oog met Ruben. Als Timo Sanil in zijn gezicht tuft, haalt Sanil uit.

Mees slaat Ruben vrijwel tegelijkertijd een bloedneus. Die schrikt, draait zich om en vlucht weg. Mees rent meteen achter hem aan, probeert hem te tackelen, maar Ruben is sneller en ontkomt. Mees staakt na een tiental meters zijn achtervolging. Natuurlijk komt dit verloop van de gebeurtenissen Mees goed uit, zo kán hij in dit scenario niet in de buurt van Carlo zijn geweest omdat Carlo niet vooraan stond, al lijkt het er sterk op dat de volgorde van Mees’ handelingen klopt. Ruben bevestigt de gang van zaken in zijn aangifte bij de politie. 

Alle verdachten in de rechtszaal op 4 oktober 2022.

In dit verloop van de gebeurtenissen, die door twee betrokkenen zijn waargenomen (Mees en Ruben), kan Mees niet weten wat er in de tussentijd achter hem gebeurt. Hij rent immers achter Ruben aan. Mees weet niet wat zich daar heeft afgespeeld, maar heeft daar wel gedachten over. Hij spreekt ze voor het eerst uit in zijn tweede verhoor, op 23 augustus.

Mees: ‘We hadden een soort tweede brigade in het gevecht. We waren met twaalf. Voorop liep een aantal en achterop. Ik denk dat Carlo toen [bij] de tweede groep aangewaaid kwam. In die groep liepen Lucas, Lars, Stan.’

Politie: ‘Wie liep in de eerste brigade?’

Mees: ‘Ik, Sanil, Hein. De eerste groep heeft niks te maken met Carlo en met alles wat er gezegd is. Die tweede groep is de rest. Er zijn beelden. Kaan, Hein kwam later, Daan, nee Daan zat voor. Lukas, Lars en Stan. Martijn kwam daarachter. Iedereen behalve ons vieren kwam later aangelopen.’

Mees denkt dat de verantwoordelijke voor de dood van Carlo gezocht moet worden in wat hij noemt 'de tweede brigade'. Die bestond uit Lukas, Lars, Stan en Martijn

Hij verwoordt het nog een keer anders: ‘Ik denk daadwerkelijk dat de jongens die wat met Carlo te maken hebben, die zitten niet vast, die lopen buiten. Ik heb vier maten naast me bij de Bierexpress en tien seconden daarna kwam de tweede vlaag van onze groep, die zagen Carlo staan en zijn met hem gaan vechten en dat is fout gegaan. Op dat moment rende ik dertig meter verderop, achter Ruben aan.’ 

Mees denkt dus dat de verantwoordelijke voor de dood van Carlo gezocht moet worden in wat hij noemt ‘de tweede brigade’ of ‘de tweede vlaag’. Die bestond uit Lukas, Lars, Stan en Martijn. 

Als hij in het najaar in de gevangenis in Rotterdam een van zijn beste vrienden op bezoek heeft, herhaalt hij nog een keer die theorie: ‘Maar ja, weet je wat het is, wat het moeilijke is? Stan, Lars en Luukie, geloof me, zij zijn de daders. Maar ik weet echt niet, ik denk het. lk denk dat zij wel, zij weten in ieder geval meer.’ 

Mees is boos op Lukas, maar zal hem niet verraden. Dat is zijn eer te na: ‘Ja man, Luukie, kankerlijer, kankerlijer. lk zit hier door hem, man. Weet je wat het is? Als ze mij niet hadden gepakt voor die doodslag, dan had ik precies dezelfde dingen op mijn naam staan als Kaan en Daan, dus dan was ik nu free. En uh... als hij gewoon... het is fucked up dat niemand heeft gezien... maar ik ga niet snitchen. Maar het is jammer gewoon, dat dat verhaal niet eerder naar boven is gekomen. Dan zat hij hier nu, de lul.’ 

Bij een andere gelegenheid zegt hij tegen bezoekers over Lukas: ‘Want weet je wat het is, hij... hij uuhm, heeft sowieso Carlo geraakt en hij weet sowieso wie het wel heeft gedaan.’

Mees’ uitgebreide theorie wijkt af van de wijze waarop veel van de andere jongens verklaringen afleggen: die zeggen eigenlijk niet of nauwelijks iets over elkaar, of over hoe zij denken dat het gevecht verliep. De verklaringen van Mees over zijn eigen aandeel in het geweld geven in ieder geval het idee dat hij vrij open en eerlijk vertelt over voor hemzelf belastende feiten. Het verhaal van Mees dat hij achter Ruben aan rende, en dus niet bij Carlo was, komt zoals gezegd overeen met dat van een belangrijke getuige: Ruben zelf. 

De politie maakt niet veel werk van de theorie van Mees. Wel leggen ze zijn opmerkingen later voor aan Stan. Die doet ze af als ‘dikke onzin’. 

Politie: ‘Wat bedoelt Mees hiermee?’

Stan: ‘Dat hij denkt dat wij het zijn, neem ik aan.’

Politie: ‘ls dat gerechtvaardigd?’

Stan: ‘Nee. lk wil misschien wel een time-out.’

Die time-out krijgt hij. Na de pauze is ‘ik weet niks. Niks met zekerheid’ zijn finale antwoord. Het type reactie van een verdachte zoals je dat vaker ziet in deze zaak. Op lang niet alle vragen volgt een antwoord, ook al lijkt dat antwoord voor de hand te liggen. Regelmatig houden de verdachten hun mond en berusten in stilte. Alle verdachten hebben in de rechtbank altijd ontkend betrokken te zijn bij Carlo’s dood. 

‘Eén gek complot’

Vrijdag 21 januari 2022 is een heuglijke dag voor Mees en Hein. Na vijf maanden in de cel mogen ze naar huis om het proces in vrijheid af te wachten. De rechter in Lelystad ziet bij de tweede pro-formazitting onvoldoende bewijs om beide jongens langer vast te houden. Hein blijft verdacht van doodslag, bij Mees is die verdenking een stuk minder sterk geworden. Het Openbaar Ministerie is teleurgesteld over het rechtbankbesluit. ‘Het is niet aan de samenleving uit te leggen als deze jongens vrijkomen,’ zei de officier van justitie in de rechtbank. 

Sanil blijft als laatste gevangenzitten, onder andere wegens het dna-spoor op zijn schoen. Dat lijkt te bewijzen dat hij Carlo heeft geschopt. Het OM wijst er ook op dat getuigenverklaringen suggereren dat Sanil een grotere en meer leidende rol heeft gespeeld bij de vechtpartij. 

Na de zitting rijden Sanil en Mees gezamenlijk in een arrestantenbus terug naar de gevangenis. De eerste halte is Alphen aan den Rijn, Sanils tijdelijke onderkomen. Hun gesprek wordt ook deze keer opgenomen. Mees stompt van vreugde hard op de deur. Hij schreeuwt dat hij naar huis mag. Maandag lekker naar de Mac. Sanil is beleefd als altijd en zegt dat hij blij voor Mees is. Zelf baalt hij. Hij moet nog drie maanden zitten. Terwijl hij ervan overtuigd is dat hij niks met Carlo’s dood te maken heeft. 

Sanil: ‘Je moet je beseffen, als je in mijn schoenen staat en je ziet het allemaal en je weet, je hebt het zelf niet gedaan, dan lijkt dit allemaal doorgestoken kaart, alsof ze jou allang moesten hebben.’

Mees: ‘Ja, precies. Maar wat had je gedaan als je het wel was?’

Sanil: ‘Bro, ik had bekend, bro. lk had toch niet jullie vast laten zitten daarvoor?’

Mees oppert dat ‘de tweede vlaag’ met Carlo moet hebben gevochten. Sanil bevestigt dat idee: ‘Wij waren die eerste vlaag, wij liepen daar en wij gingen toen allemaal door naar Javier, weet je wel?’

Een foto aan een boom aan de boulevard in El Arenal op Mallorca herinnert aan de plek waar Carlo Heuvelman door uitgaansgeweld om het leven kwam.

Mees: ‘Zij geloven nog steeds, Sanil, dat wij één gek complot hebben met zijn allen, toch?’

Sanil: ‘Ja man.’

Mees: ‘En de enige boys die een complot hebben, dat zijn die drie, vier guys achter ons die het wel hebben gedaan. En omdat wij ook die avond allemaal dachten dat Javier het was, ging daar alle aandacht heen, snap je?’

Sanil: ‘Klopt, klopt.’

Mees: ‘En toen hebben zij gewoon sneaky elkaar waarschijnlijk een keer aangekeken, terwijl wij aan het discussiëren waren, van ey snel snel ai, en dat is gewoon, tot nu toe is dat nog gelukt.’

Ze stellen vast dat politie en justitie helemaal op het verkeerde spoor zitten. 

Sanil: ‘Kijk, weet je hoe ik het zie, Mees?’

Mees: ‘Ja.’

Sanil: ‘Er is een puzzel toch?’

Mees: ‘Ja ja ja.’

Sanil: ‘Als jij die puzzel helemaal goed legt, dan heb jij het hele plaatje toch?’

Mees: ‘Ja.’

Sanil: ‘Maar die puzzel, als je hem andersom draait, soms past die als je een beetje drukt toch?’

Mees: ‘Ja ja ja.’

Sanil: ‘Hun doen die puzzel nu helemaal verkeerd.’

Mees: ‘Ja ja ja.’

Sanil: ‘Dan krijg je er een heel verkeerd plaatje uit.’

Mees: ‘Klopt.’

Sanil: ‘Bro ja man, stel je voor: die puzzel is van een paard, dan zit die kont nu bij het gezicht.’

De jongens lachen.

Onbevredigend

Tijdens het proces op woensdag 5 oktober 2022 willen de rechters uiteraard weten wie Carlo schopten en sloegen. Ze vragen het talloze keren. Aan alle verdachten. De antwoorden zijn ontwijkend, onbevredigend en geven bovenal geen duidelijkheid. De lijn van het OM is duidelijk: Sanil, Hein en Mees zijn de daders. Toch houden de rechters zelf een open blik. Is er niet een andere verklaring mogelijk? Zijn er toch niet andere daders uit de Hilversumse groep? En waar zouden die dan gezocht moeten worden?

In het dossier hebben ze de opmerkingen en speculaties van Mees gelezen. Hij vermoedt dat ‘de tweede vlaag’, zeg maar de tweede lijn, van de Hilversumse groep met Carlo vocht. Mogelijk gemaakt door de ruimte die ontstond omdat de eerste linie van Hein, Sanil, Daan en Mees zich bezighield met Timo, Javier en Ruben. De tweede vlaag of linie wordt volgens Mees gevormd door Lukas, Lars en Stan. 

Deze theorie werd niet verder onderzocht door het OM. De officier van justitie reageert een paar jaar later zelfs licht verbaasd als dat scenario in een gesprek hem wordt voorgelegd. ‘Het is geen theorie of scenario geworden,’ zegt officier Bart Nitrauw.

Een ander scenario had nog kunnen zijn dat er naast de Hilversummers en de Waddinxveners nog andere personen op de boulevard liepen die een klap of schop uitdeelden. Er zijn echter geen aanwijzingen dat er nóg een andere dader aanwezig was op de plaats delict. 

Een nogal vergezochte mogelijkheid zou zijn dat Carlo misschien een klap heeft gehad van iemand uit zijn eigen groep, of iemand die helemaal niet in beeld is in het onderzoek, maar daar zijn geen aanwijzingen voor. ‘Er is geen enkel aanknopingspunt voor een ander scenario dan dat het geweld uit de groep van de verdachten kwam, gewoon niets,’ stelt Nitrauw beslist. ‘En daar hebben we het dan ook mee te doen.’ 

Binnen die kaders is Mees’ theorie nog steeds interessant, vinden ook de rechters. Ze willen van Mees weten waar zijn bespiegelingen toe leiden, maar daar durft hij bijna geen antwoord op te geven. Hij formuleert zeer omzichtig en lijkt een terugtrekkende beweging te maken. ‘Definitief zou ik het niet per se weten. Ik weet één ding zeker: dat ik het niet was. Voor de rest zou ik het echt niet weten.’ 

Wat wil hij nu precies zeggen als hij in de afgetapte gesprekken beweert dat de verkeerde jongens vastzitten? Hij lijkt specifieke informatie te hebben, houden de rechters hem voor. ‘Ik heb speculaties gehad,’ zegt Mees. ‘Maar sommige speculaties heb ik nu niet meer. Ik ben een beetje gestopt met zelf speculeren. Ik werd er een beetje gek van. Ik wil het ook weten.’

Ook in zijn verhoren was Mees altijd voorzichtig, bang om zijn vrienden valselijk te beschuldigen of te verraden. Hij nam op de koop toe dat hij daardoor verdachte bleef

Hij zoekt naar woorden. Zijn advocaat fluistert hem wat in. Mees praat door: ‘Ik heb heel erg geprobeerd om erachter te komen, vooral toen ik in detentie zat. Wat ik toen dacht, ben ik het nu niet meer helemaal mee eens.’ Nieuwe stukken in het dossier zijn daar de oorzaak van. Maar wat precies? Het blijft stil. Mees vindt het lastig. ‘Het kan een zwaar iets zijn om iemand te verdenken,’ zegt hij. ‘Op basis van speculatie, daar ben ik mee gestopt.’

Hoe denkt hij dan dat de puzzel ligt, willen de rechters weten. Zijn advocaat vraagt om schorsing. Zij vindt dat er om de hete brij heen wordt gedraaid en wil vijf minuten overleggen. Dat moet beneden in het cellenblok. Als Mees terugkeert, geeft hij een summiere verklaring. Dat hij na de vechtpartij veel is gaan praten met mensen ‘om erachter te komen hoe het precies zit’. Wat hij vervolgens zegt, is opvallend: hij merkte terughoudendheid bij Stan, Lukas en Lars. 

‘Goh,’ vraagt de voorzitter. ‘Waarom noemde je die eerst niet en kom je nu concreet met drie namen?’ 

Mees zegt dat hij het spannend vond om iets te noemen en te speculeren, maar dat zijn advocaat zei dat hij eerlijk kon zijn. Mees vindt dat hij heeft vastgezeten op basis van speculatie en dat zit hem dwars. Hij voelt dat de groep ‘tegen hem is geweest’ en er een beeld is neergezet waar hij het niet mee eens is. Daarom vindt hij speculeren moeilijk: ‘Straks krijg ik weer dingen over mij heen.’

Stan krijgt later de kans om op die opmerkingen te reageren, maar wijst die suggestie van de hand. Hij merkt op dat Mees zichzelf wilde beschermen: ‘Een kat in het nauw maakt rare sprongen.’ Lukas laat zijn advocaat het werk doen. Die noemt Mees’ theorie ‘pure speculatie’. Namens Lars doet advocaat Niek Hendriksen het woord: ‘Lars wordt niet vervolgd voor het incident waarbij Carlo om het leven is gekomen, dus mijn indruk is dat de officieren van justitie een andere kijk op de zaak hebben dan Mees.’ 

Getuige Eline

Maar kan Mees een punt hebben met zijn theorie? Als het inderdaad zo is dat na de eerste klappen de beide eerste linies wegvallen omdat ze respectievelijk op de vlucht slaan en achtervolgen, is het logische gevolg dat Carlo en Patrick oog in oog staan met wat Mees ‘de tweede vlaag’ noemt. Die bestaat, in zijn versie, uit Lukas, Lars, Stan en Martijn.

Dat idee wordt ondersteund door de verklaring die ooggetuige en Eline, de reisleidster, in januari 2022 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Zij is de getuige die het gevecht van zeer nabij heeft meegemaakt. Ze vertelt dat ze op de hoek van de Bierexpress stond: ‘Ik zag een hele grote groep jongens aan komen rennen. Een aantal van die jongens renden door, langs mij. Een aantal jongens stopten vlak bij waar ik stond. Zij gingen in gevecht met een jongen die daar stond. De jongen die ik van dichtbij zag, werd geslagen op zijn gezicht. Die jongen was Carlo.’

Eline zegt dat de afstand tussen haar en Carlo ongeveer vijf meter was. De rechter-commissaris vraagt door:

R-C: ‘Wat gebeurde er toen?’

Eline: ‘Er kwam een groep aanrennen, waarbij een deel stopte bij de jongen die schuin rechts voor mij stond. De rest die door rende, splitste zich ook weer op naar de linker- en de rechterhelft van de weg.’

R-C: ‘Uit hoeveel personen bestond de hele groep?’

Eline: ‘Ik weet het niet precies, maar ik denk acht of negen jongens.’

R-C: ‘Hoeveel jongens renden toen vervolgens voorbij?’

Eline: ‘Dat weet ik ook niet precies. Er stopten, denk ik, vier jongens. De rest rende door en splitste zich ook weer op.’

R-C: ‘Wat zag u dat er gebeurde?’

Eline: ‘Ik zag dat iemand uit de groep die aan kwam rennen op het hoofd sloeg van de jongen die daar al stond. Hij werd vol in het gezicht geslagen door één jongen.’

De Zaak Mallorca | Maarten Kolsloot | Uitgever Thomas Rap | €22,99

Deze gang van zaken lijkt veel op het scenario dat Mees schetst. Het is aannemelijk dat de eerste groep wordt gevormd door de jongens die ‘voorop’ stonden: Mees, Sanil, Hein en Daan. Waarschijnlijk ook Kaan. De tweede vlaag stopt bij Carlo, slaat hem neer en schopt hem een aantal keer. Eline ziet de jongens op Carlo intrappen, waarbij één persoon op het hoofd richt: ‘Het waren drie of vier jongens. Alle jongens die bij hem stonden, trapten hem. Ik heb gezien dat een jongen specifiek tegen zijn hoofd trapte, maar de rest trapte ook.’ 

Terwijl de jongens op Carlo intrappen, ziet Eline dat verderop in de straat op twee plekken ook gevochten wordt. ‘Er was links van mij ook een onrustig gevechtje en aan de overkant van de straat ook, maar dat was te ver weg.’ 

Mees heeft zijn theorie nooit echt voor het voetlicht gebracht. Vandaag is hij door de rechter uitdrukkelijk uitgenodigd om zijn gedachten uit te spreken. Hij aarzelt. Hij durft het niet. Hij doet het niet. Of hooguit halfslachtig. Ook in zijn verhoren was hij altijd voorzichtig, bang om zijn vrienden valselijk te beschuldigen of te verraden. Hij nam op de koop toe dat hij daardoor verdachte bleef. Zoals meer verdachten deden. Ook Hein en Sanil hadden hun hachje kunnen redden, of een poging daartoe kunnen doen, door te vertellen wie zij denken dat de dader wél is. Zij zeggen immers al maanden vast te zitten voor iets dat ze niet hebben gedaan. Waarom zouden ze er niet alles aan doen om van dat stempel af te komen? Ook als het betekent dat je vertelt over een vriend die wel schopte of sloeg? Zij laten die kans schieten, Mees ook. 

Dat is zeker in het geval van de laatste jammer, want verschillende getuigenissen bieden interessante aanwijzingen dat Mees’ scenario kan kloppen. Wellicht had het kunnen leiden tot een andere visie op het gevecht bij de Bierexpress. Of tot meer onderzoek. 

Dat komt er allemaal niet. Het moment gaat voorbij. De drie hoofdverdachten blijven Hein, Mees en Sanil en de situatie rondom Carlo blijft lastig exact te duiden. 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct