Premium

Man of monster: de zelf gecancelde Casper Sikkema dook eens diep in de manosphere

De man is in crisis, lezen we overal. Nu de wereld niet meer automatisch om ons draait, zijn we helemaal de weg kwijt en luisteren we naar Andrew Tate, Joe Rogan of andere boze mannen die ons troosten.

De gecancelde man en de manosphere

1. 

Op een vrijdagnamiddag zit ik met mijn vriendin en mijn ex op een terras en vertel over dit verhaal. Ik ben veel aan het woord, sinds tijden ben ik weer eens ergens echt gepassioneerd over. Een jaar vooral boeken lezen, films kijken en over jezelf nadenken als definitief gecanceld, waarover later meer, blijkt de perfecte voorbereiding op het schrijven van een verhaal over de manosphere. ‘Waarom praten we niet over mannen als mensen met een probleem, maar zeggen we vooral dat mannen het probleem zijn?’ zeg ik op het terras, een zin napratend uit een boek dat ik die middag heb gelezen. 

Ik tuur dan al een paar dagen in de donkere afgrond van de crisis van jongens en mannen. Door de populariteit van de Netflix-serie Adolescence is de manosphere volop in de aandacht. Overal lees, zie en hoor je bezorgde ouders, docenten, hulpverleners en anderen die zich ontfermen over de geestelijke gezondheid van jonge mensen. 

Bijna geen volwassene begrijpt precies waar jongens allemaal naar kijken. Maar het is, zo begrijpt inmiddels iedereen, doodeng. Een soort snelcursus misogynie. Als het meezit, kijkt je zoon naar video’s die hem een ijzeren discipline en een opgepompt lichaam opleveren. Als het tegenzit, steekt hij een 13-jarig meisje dood omdat ze hem afwees, zoals in Adolescence. 

‘Dus nu er na jaren van vrouwenonderdrukking meer gelijkheid ontstaat en het voor mannen even iets moeilijker wordt, zijn ze opeens zielig,’ zegt mijn ex. 

‘Ik vind het altijd zo weerzinwekkend dat we nu opeens medelijden met mannen moeten hebben,’ verzucht mijn vriendin. 

Ondanks mijn research, waarvoor ik een paar dagen eerder bijvoorbeeld een pick-upartist sprak, lukt het me niet de realiteit van het probleem van mannen te mansplainen. 

Mijn ex begint over een boek van een academische feministe waarvan ze vindt dat die de kern van dit probleem beter in het vizier heeft. Waarschijnlijk gaat zo het woord patriarchaat vallen. 

‘Jezus,’ ontplof ik, ‘kan ik misschien mijn punt maken zonder dat jij er de hele tijd tussendoor zegt dat het allemaal onzin is?’ 

Onze buren kijken verwonderd naar me. Het is vrijdagmiddag, Rotterdam-Kralingen ruikt naar jonge plannen en witte wijn. Waarom zou je in godsnaam woedend zijn?

2. 

Een half jaar geleden verscheen er een verhaal over mij in het AD met de kop ‘Trauma’s en vertrokken collega’s: hoe wangedrag ‘charismatische’ chef zorgde voor problemen bij omroep’. Vijf jaar eerder kopte dezelfde krant over mij: ‘Hoofdredacteur Vice ontslagen na wangedrag’. 

Na het tweede verhaal zei een vriend: ‘Je kunt jezelf misschien herlanceren als een soort Russell Brand.’ De Britse komiek wordt vervolgd voor aanranding en verkrachting, bekeerde zichzelf tot het christendom en ontpopt zich in de schaduw van Zijn genade nu tot een alt-right mannenfluisteraar. 

Het is het bekende procedé: een man doet iets doms, schadelijks of strafbaars en in plaats van het oprecht overdenken van de gemaakte fouten, richt hij zijn kritiek op de ander, en dan vaak het feminisme of de ‘doorgeslagen woke-hysterie’. 

Misschien is dat ook heel mannelijk. Terugvechten als je wordt aangevallen. De manosphere is in dat opzicht een warm bad voor de gecancelde man. Alles op anderen afschuiven is tot op zekere hoogte aantrekkelijk, zoals het aantrekkelijk is om na een verloren verkiezing te zeggen dat er is gefraudeerd met de uitslag. 

Maar het lijkt me ook het recept om een leven lang achtervolgd te worden door pijnlijke krantenartikelen. Ik sta, vind ik zelf, ver boven die makkelijke reactie met tegenslag, ik ben immers progressief en feminist. 

Maar soms, bijvoorbeeld in gesprekken met vriendinnen over dit verhaal, hoor ik ze twijfelen. Ben ik misschien onbewust door alles wat er is gebeurd, toleranter voor de manosphere dan ik denk of zeg? 

3. 

Op een Haags terras zit ik tegenover Rienk Bauritius (46) die ooit bij de VPRO-talkshow Nadia werd geïntroduceerd als ‘de Nederlandse Andrew Tate’. Ik wil Rienk graag spreken omdat hij de eerste Nederlandse manosphere-man is die organisch opduikt in mijn TikTok-feed. Als ‘Mr Dutch’ geeft hij dating-advies aan mannen in video’s met titels als This is why you always end up in the friendzone en Why do incels stay incels? And how to escape the incels swamp! 

Rienk ziet er verzorgd uit, dankzij een getailleerd truitje met korte mouwen is goed te zien hoe gespierd hij is. Na ons gesprek gaat hij naar zijn kickboksschool om daar les te geven. Bij zijn lunch vraagt hij een extra eitje. 

Tot zover klopt het plaatje. 

Rienk groeit op in de jaren negentig onder de rook van Rotterdam. Op dat moment het felgekleurde en met xtc overgoten epicentrum van de gabbercultuur. Hij is dj en geniet van het leven, totdat hij opeens vrienden verliest. De een door drugs, een ander door zelfmoord. ‘Hoe kan het dat ik nooit met hen heb gesproken?’ vraagt hij zichzelf af. ‘Niet over de echte dingen. Zoals drugs. Laat staan over de wanhoop die vooraf gaat aan zelfdoding?’

Het is het bekende procedé: een man doet iets doms, schadelijks of strafbaars en in plaats van het oprecht overdenken van de gemaakte fouten, richt hij zijn kritiek op de ander

Hij gaat op zoek en stuit op Tony Robbins, een Amerikaanse spreker en coach die wereldleiders als Gorbatsjov, Clinton en Bush coachte en in Nederland in Emile Ratelband een fanatieke leerling vond. Via illegaal gedownloade tapes gaat een nieuwe wereld voor hem open, de wereld van zelfontwikkeling. ‘Hij was een van de eerste die zelfstudies uitbracht.’ De jonge Rienk downloadde de pdf’s, deed de oefeningen en leerde voor het eerst in zijn leven dat er meer was. ‘Ik leerde dat ik mezelf niet hoefde te accepteren zoals ik was, dat er een ander levenspad was.’ 

Rienk heeft een nieuw levensdoel en stort zich fanatiek op zelfontwikkeling. Zijn toenmalige vriendin gaat daar niet in mee. De relatiebreuk die volgt is pijnlijk, vooral omdat ze een dochter hebben. Tien jaar en zestien rechtszaken later moet Rienk accepteren dat hij zijn dochter niet meer mag zien. 

Misschien nog wel meer dan empathie, voel ik tijdens dit onderdeel van zijn verhaal mijn research samenkomen. Zie je wel: hier zit een man wiens logische entree binnen de manosphere verliep via de Men’s Right Activists, een van de vier oer-community’s binnen de manosphere die bestaat uit vaders die strijden tegen een juridisch systeem dat moeders volgens hen onrechtmatig bevoordeelt. Een groot deel van zijn leven was hij pick-upartist, een van de andere grote sub-stromingen van de manosphere. 

Maar als hij vertelt over zijn leven en zijn motieven om jongens en mannen te helpen, klinkt hij oprecht. Hij stond naar eigen zeggen jaren ‘in de loopgraven’, waarbij hij jongens ‘zonder sociale of communicatieve vaardigheden’ probeerde te helpen succesvol contact te leggen met vrouwen.  

De technieken die hij de jongens leert, ontleent hij naar eigen zeggen aan ‘evolutionaire wetenschap’. Tijdens het gesprek refereert hij aan wetenschappelijk onderzoek en boeken zoals pick-upbijbel The Game, Sperm Wars en Dataclysm waarin de oprichter van datingplatform OkCupid op basis van zijn enorme dataset verbanden legt over de aantrekkingskracht tussen mannen en vrouwen. Uit dit boek stamt de in de manosphere populaire 80/20-regel. Volgens die regel valt 80 procent van de vrouwen op 20 procent van de mannen. 

Rienk kijkt inmiddels met gemengde gevoelens terug op de periode als pick-upartist. De focus was volgens hem te veel op het ‘closen’ gericht, op snelle seks. ‘Dat kan goed zijn voor je eigenwaarde, maar veel jongens kwamen na een tijdje ook naar me toe omdat de vrouwen die ze mee naar huis namen niet bleven. En dan vragen ze: “Wat is er mis met mij?”’ 

‘Tate heeft het wel over discipline, maar zijn discipline heeft als doel dikke sigaren, vette auto’s, gespierde torso’s en wijven neuken’

Een begrijpelijke vraag, vond Rienk. Hij kwam tot de conclusie dat veel jongens helemaal niet willen scoren. ‘Dat is leeg. Ze willen een relatie, ze willen bouwen.’ Vanuit dat inzicht richtte hij Mancademy op, waar ‘drie pilaren’ centraal staan: ‘health, wealth en love’.

Rienk voelt geen behoefte om afstand te doen van Tate. Op basis van de dingen die hij van hem zag, vindt hij hem ‘supersterk’ en ‘zeer welbespraakt’. ‘Ik zou willen dat ik mijn ideeën zo goed kon onderbouwen.’ Over de beruchte uitspraak van Tate dat mannen vrouwen bij de nek terug de keuken in moet sleuren, zegt hij: ‘Dat zijn geen uitspraken die bijdragen aan een evenwichtige wereld waarin mannen en vrouwen gelijk zijn.’ 

Hij keek als test met een groep vriendinnen het hele interview waarin Tate de uitspraak deed terug. ‘We hebben er allemaal keihard om gelachen. We zagen het als comedy.’ 

Rienk vindt het belangrijk dat dingen worden uitgesproken. Als grap, maar soms ook omdat het kan leiden tot inzicht. ‘Op de plekken waar ik kom, worden ook weleens domme dingen gezegd,’ vertelt hij. ‘Maar dan springen er vaak gelijk twintig gasten op om die domme uitspraak te corrigeren.’ 

Als ik na ruim twee uur met hem te hebben gesproken naar huis reis, vraag ik me af hoe het komt dat ik in hem helemaal geen kwaadaardige misogynist zie. Ben ik een soort Joe Rogan geworden, die allerlei complotdenkers in zijn podcast kritiekloos interviewt vanuit de filosofie: ‘Ik stel toch alleen maar vragen?’

Misschien voel ik wel sympathie omdat hij ook een ervaring had waarin hij in de media werd gereduceerd tot monster. Rienk zat twee jaar geleden in de talkshow Nadia en voelde hoe de studio en ongetwijfeld ook alle kijkers vol haat naar hem keken toen hij na een montage met de heftigste uitspraken van Tate werd geïntroduceerd als ‘de Nederlandse Andrew Tate’. 

4. 

Om de manosphere goed te kunnen begrijpen, zijn er steeds meer goede boeken en artikelen die het probleem van mannen beschrijven. Een van de beste boeken die ik erover las is van Richard Reeves, een Amerikaanse sociaal wetenschapper die het veelgeprezen boek Of Boys and Men schreef. In dat boek beschrijft hij de structurele problemen waar veel mannen tegenaan lopen. De manier waarop veel westerse maatschappijen zijn ingericht, zorgt ervoor dat mannen tegenwoordig veel meer moeite hebben in het onderwijs, de arbeidsmarkt en de liefdesmarkt. 

Hij staaft met onderzoeken dat jongens achterblijven op school, waar ze van de basisschool tot en met de universiteit zijn voorbijgestreefd door meisjes. Ook economisch zien ze dat de banen waar mannen oververtegenwoordigd zijn (productie, transport, bouw en installatie) worden bedreigd door automatisering, terwijl de vakken waar traditioneel meer vrouwen werken, zoals gezondheidszorg en onderwijs, groeien. 

Ook de maatschappelijke positie van de man is fundamenteel veranderd. Het leven zoals ze dat voorgeleefd kregen van vaders en opa’s is niet meer zo vanzelfsprekend. Om net als hen ook een baan, een vrouw en kinderen te krijgen, is gewoon moeilijker geworden, en vraagt aanpassing. 

Wat dat lastig maakt, is dat in de westerse wereld mannen altijd de hoofdpersonen van de geschiedenis zijn geweest. Jongens worden opgevoed met een mythologisch idee van mannelijkheid. Bij elk hoogtepunt (en eerlijk gezegd ook elk dieptepunt) van de geschiedenis draaide een ‘sterke man’ aan de knoppen.

Die wereld is dankzij bijvoorbeeld de opkomst van het feminisme en meer rechten voor vrouwen veranderd. Mannen gaan, heel kort door de bocht, niet echt goed om met die verandering. Zonder rol als gezinshoofd vervallen mannen veel vaker in ongezond gedrag. 

Ze verliezen vaker hun baan, raken vaker in een depressie, hebben vaker obesitas, hebben vaker problemen door verslavingen aan drugs, alcohol, games of porno. Mannen sterven veel vaker aan een overdosis drugs, drinken zichzelf dood of plegen zelfmoord. In Nederland plegen mannen twee keer zo vaak zelfmoord als vrouwen. Onder 20- tot 29-jarige mannen is dat zelfs drie keer zoveel. Er bestaat een term voor dit fenomeen: deaths of despair. 

5. 

Voordat ik werd ontslagen, loop ik met mijn coach door een bos. ‘Jij praat heel makkelijk, misschien wel te makkelijk, maar waar het bij jou misgaat, is dat je niets doet.’ Hij raadt me aan om mannengroepen te bezoeken. 

Ik hoor zijn adviezen aan en doe er niks mee. Kort na deze sessie stuurt hij me het LinkedIn-profiel van mannen die me mogelijk kunnen inspireren, waaronder die van Dennis de Gruijter. 

Terwijl ik met dit verhaal bezig ben, denk ik aan de woorden van mijn coach en benader ik Dennis die, toevallig, net als Andrew Tate aanhanger is van de stoïcijnse filosofie. Hij geeft trainingen en cursussen over het stoïcisme, een filosofische stroming met een grote nadruk op discipline. Ik ben benieuwd waar Dennis en Tate overeenkomen en verschillen. Dennis is direct duidelijk: Andrew Tate is geen echte stoïcijn. ‘Hij heeft het wel over discipline, maar zijn discipline heeft als doel dikke sigaren, vette auto’s, gespierde torso’s en wijven neuken.’ 

Tate propageert discipline in de gym, Dennis in het denken. Zo voorkom je een leven dat in dienst staat van ‘zucht en genot’ en ‘het vermijden van pijn’.

Dennis is zo’n man die daadwerkelijk veel heeft nagedacht over het Romeinse Rijk. Het waren geen grote praters, leerde hij. Ze veroverden, waren masculien en als ze iets zeiden, was dat spaarzaam, zinnig, diepgravend. ‘Je zou denken: waarom zouden ze filosoferen? Was het niet gewoon bek houden en rammen? Maar nee, ze filosofeerden echt over de vraag: wat is het goede leven en hoe verhoud ik me tot het grote geheel?’

Weinig praten. Een afkeer van hedonisme. Het goede doen. Dit zou zomaar het recept kunnen zijn om toekomstige negatieve krantenartikelen te voorkomen. Ik vertel Dennis over mijn ontslag, de stukken in de krant, mijn wat overdreven hang naar het hedonisme. ‘Jij hebt een morele verwonding opgelopen, daarmee moet je in het reine komen,’ diagnosticeert Dennis. Hij vertelt hoe er in de Europese geschiedenis lange tijd publieke ceremonies en rituelen bestonden om boete te doen. Nadat je dan ergens op een plein een pak slaag had ondergaan, was je boete ingelost. 

Nu deze publiekelijke afranseling niet meer bestaat, worden mensen gecanceld, vertelt Dennis. ‘En dan komt er bij jou dus discipline kijken. Jij zal moeten leren leven met het feit dat mensen jou altijd een lul zullen vinden. Mensen zullen nu ook zeggen: “Zie je wel, Casper schrijft nu dit verhaal zodat hij er mooi uitkomt.” Wat je ook doet, het gaat door een filter, en dat ligt buiten jouw controle. Jij moet met jezelf in het reine komen, de juiste morele keuzes maken, jezelf disciplineren.’  

6. 

De deadline voor dit artikel nadert en ik ben soms bang dat ik te veel begrip heb voor de manosphere. Dat heeft gedeeltelijk te maken met mijn beperkte perspectief als man. Maar misschien is vooral mijn eigen historie bepalend. Ik ben immers zelf onderdeel van het probleem. In de krantenartikelen over mijn ontslag gaat het erover dat ik als leidinggevende agressief uitviel tegen medewerkers. Ik had relaties met ondergeschikten. Ik ben grenzen van anderen overgegaan, en ook tijdens dit verhaal luisterde ik tijdens het gesprek op het terras niet naar wat mijn vriendinnen zeiden, maar ontstak ik in woede toen ze niet vatbaar bleken voor mijn mansplain over de daadwerkelijke kern van het probleem, namelijk de pijn van mannen. 

Misschien ben ik nog niet voldoende in het reine gekomen met mijn morele verwonding? 

7.

Als Rienk de belichaming is van de manosphere en Dennis laat zien dat discipline niet alleen in de sportschool hoeft plaats te vinden, maar bijvoorbeeld ook in het maken van morele keuzes, dan is Jens van Tricht de tegenpool in mijn zoektocht naar gezonde mannelijkheid. Jens schreef een boek waarin hij betoogt waarom het feminisme goed is voor mannen en is oprichter van Emancipator, een organisatie voor mannen-emancipatie. 

Mannen moeten volgens Jens hun ‘zogenaamd vrouwelijke eigenschappen omarmen en integreren in hun mens-zijn’. Die ‘zogenaamde’ vrouwelijkheid maakt net als die zogenaamde mannelijkheid deel uit van onze menselijkheid. ‘We ontmenselijken elkaar als we vinden dat mannen vooral mannelijk en vrouwen vooral vrouwelijk moeten zijn.’

Door Adolescence buigt iedereen zich nu over de vraag waarom zoveel jongens gevoelig zijn voor de boodschap van de manosphere. Toch moet het gesprek, en dan vooral de probleemanalyse, volgens Jens beter. ‘De vreselijke gebeurtenissen van de afgelopen maanden laten zien dat de manosphere helemaal geen marginaal gebeuren is, ergens online. Het is mainstream. De maskers zijn afgevallen en het patriarchaat laat z’n ware gezicht zien. Alle bro’s slaan elkaar op de schouders. Zo van: ha, we kunnen weer.’ 

Volgens Jens klopt ons zelfbeeld niet. De vele misstanden die hij waarneemt, worden vaak afgedaan als ‘vlekjes’ op een verder ‘gaaf land’. ‘Maar die vlekjes, dat zijn wij en wij zijn helemaal geen gaaf land. We leggen de verantwoordelijkheid voor het oplossen van onze problemen bij kwetsbare groepen. Maar niet bij de dominante witte man, de heteroman, de zeven vinkjes-man, de mainstream of het systeem dat er alles aan zal doen om de bestaande belangen te beschermen.’  

Ik word vrij somber van zijn verhaal. Want als je er zo naar kijkt, is in de hele wereld het patriarchaat aan de winnende hand. De algoritmes drijven op polarisatie, waardoor de meest extreme influencers worden beloond en aangespoord nog extremer te worden, waardoor 12-jarige jongens nu van Andrew Tate leren dat vrouwen het eigendom van mannen zijn. 

‘Van Andrew Tate moet je altijd een winnaar zijn,’ zegt Jens. ‘Maar ook Andrew Tate wint niet altijd. Iedereen heeft te maken met gebrek, verlies, vergankelijkheid. Je kan nooit helemaal voldoen aan dat man-beeld. Maar als je daar niet aan voldoet, ben je een loser. Dat moet veranderen. We hebben vrouwen uitgenodigd om te veranderen, maar mannen moeten vooral mannelijk blijven. Dat ontmenselijkt de man.’

Heeft het verhaal van Jens een realistische kans in de wereld van jongens? Zijn verhaal voelt zo machteloos subtiel tegenover het leger aan manfluencers, die elk met hun eigen product video na video beter worden in het bespelen van de angst, woede en behoefte aan gemeenschap van jongens. 

8.

Mannen zijn gewend zichzelf te zien als main character, de onvermijdelijke helden van de geschiedenis. Dat ik een verhaal over de manosphere zo op mezelf betrek, is misschien een mannelijke reflex, maar waarschijnlijk ook het probleem. 

Het leven is voor veel mannen moeilijker geworden door economische, maatschappelijke en culturele verandering. De manosphere is een plek waar de frustraties over deze veranderde verhoudingen worden uitvergroot, maar ook gesimplificeerd. 

‘We hebben vrouwen uitgenodigd om te veranderen, maar mannen moeten vooral mannelijk blijven. Dat ontmenselijkt de man’

Rienk zag als pick-upartist dat de jongens die hij hielp meer seks te hebben, eigenlijk op zoek waren naar iets wezenlijkers, naar echte verbinding. Dennis ziet als stoïcijnse filosoof dat ‘zijn’ filosofie over discipline door Tate wordt platgeslagen tot een hedonistisch pad naar vluchtig genot. 

Jens ziet dat alle bezorgde aandacht voor jongens naar aanleiding van Adolescence blijft steken in een oppervlakkige discussie. Het is makkelijker om te concluderen dat het internet eng is en Andrew Tate een gevaarlijke man, dan te erkennen dat we een systematisch probleem hebben en mannen het scheldwoord ‘homo’ horen als hun gedrag niet masculien genoeg is.

Ik denk dat ik inmiddels beter begrijp waarom ik in het begin van dit verhaal op het terras zo boos werd. Ik denk zelfs dat het de kern raakt waar het in het grotere verhaal tussen mannen en vrouwen verkeerd gaat. Door allerlei redenen, maar waarschijnlijk vooral doordat ik me op dat moment vereenzelvigde met de veroordeling van mannen in de manosphere, voelde ik hun afwijzing van mijn verhaal over de problemen van mannen als een persoonlijke afwijzing. Het voelde, terwijl ik aan het mansplainen was, alsof ze niet wilden luisteren. 

Misschien is het probleem wel dat heel veel mannen om misschien weer andere redenen, zoals het niet ervaren van seksisme, of misschien zelfs wel door het profiteren van het feit dat we nog in een patriarchaat leven, het probleem niet serieus nemen. 

Maar wat mijn vriendinnen deden op dat terras was mijn perspectief verruimen met de door hen geleefde ervaring. Eigenlijk zeiden ze: ja, hallo, vrouwen hebben het ook niet makkelijk, heb je weleens van het patriarchaat gehoord? 

In het gesprek over de reden waarom mannen zich zo aangetrokken voelen tot Andrew Tate, gaat het misschien wel te veel over het gevaar van Andrew Tate en te weinig over de reden waarom jongens zich tot hem aangetrokken voelen. Die veroordeling drijft veel jongens alleen maar dieper in de manosphere, waar de algoritmes ervoor zorgen dat ze nog verder komen af te staan van hun daadwerkelijke behoeftes, die nog te vaak als onmannelijk worden gezien. Behoeftes als, ik noem maar wat: erkenning, liefde, intimiteit. Menselijke behoeftes. 

Ik heb in ieder geval geleerd dat ik, als onderdeel van dit probleem, allereerst beter moet luisteren. En dat het misschien geen verkeerd idee is om die morele verwonding eens te helen. Met discipline misschien of, nog lastiger: door eens echt iets te doen. 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Mens & Maatschappij
  • Martyn F. Overweel