Bart Nijman

Bart Nijman: 'Op vliegveld Faro slenteren Engelsen over het vliegveld alsof het een strand is'

'Engelsen zijn zo heerlijk schaamteloos: schaars gekleed, karig geschoeid en op zoek naar drank. Nooit onbeleefd, altijd onbeschaamd'

Aan een tafeltje van het Subway-filiaal op het vliegveld van Faro zitten vijf Engelse tienermeisjes. Rugzakken en souvenirtasjes van de taxfreewinkel om hen heen gedrapeerd, papier van de broodjes, servetten en half leeggedronken bekers frisdrank op tafel, maar de dames zijn er niet. Ze slapen, alle vijf. Weggezakt, hoofden schuin, de monden half open. De vakantie was vermoeiend.

Ze zien er keurig uit. Schone kleren, gelakte teennagels, zorgvuldig opgemaakt. Twee tafels verderop zijn enkele jongens minder verschillig. Smerige linnen broeken en voetbalshirts vol vlekken, ongekamde haren, puisterige rode ponems in de katerstand. Ook hun vakantie was een uitputtingsslag.

Het prettige aan het vliegveld in Faro is dat het EU-gedeelte een soort bushalte is, waar vluchten vlot vertrekken omdat na de altijd soepele security geen paspoortcontroles meer komen. Er is een klein barretje en een bakkersvitrine voorbij een bescheiden taxfreezone, that’s it. Je kunt een uurtje voor je vertrek aankomen en nog altijd op je gemak een broodje halen, en je vliegtuig.

De vleugel voor vliegtuigpassagiers die de EU willen verlaten, is daarentegen een stuk groter en heeft behalve een flinke taxfreeplaza ook verschillende fastfoodcounters en van die typische vliegveldwinkels voor electronica, parfum, koffers, boeken en kleding. 

Het is een paradijsje voor observanten van het menselijk tekort, niet in de laatste plaats omdat de meeste vluchten naar het Verenigd Koninkrijk vertrekken en Engelsen zo heerlijk schaamteloos zijn. Ze slenteren over het vliegveld alsof het een strand is: schaars gekleed, karig geschoeid en op zoek naar drank. Nooit onbeleefd, altijd onbeschaamd.

De slapende meisjes en licht vervuilde jongens hebben nog het excuus van de laat-puberale zuipvakantie, maar bij Flannigan’s, de Ierse pub in de vertrekhal, zie je roodverbrande Britten van allerlei allooi al vroeg achter hun pints lager verscholen zitten. Ouders met jonge kinderen, oudjes of beter bemiddelde golfers en vroegpensionado’s, het maakt niet uit: het ontbijtbiertje is een breed geliefd volksgenoegen.

In vertrekhallen hangt altijd de gemengde geur van gelatenheid en ongeduld. Niemand wil er blijven, maar iedereen accepteert het protocol van paspoortcontroles en beweging op de plaats. Van chocola, whisky en een luchtje, naar een snel gerecht en een flesje water, naar de gate. Machinaal, pinpas in de hand, het laatste vakantiegeld verbrassen voor de vlucht vertrekt.

Faro is, anders dan Schiphol, geen transferhub of knooppunt voor zakenreizigers, maar volledig gericht op vakantieverkeer en (deeltijd)bewoners van de Algarve. Een levende tentoonstelling voor vanzelfsprekende decadentie.

Met spijt dat ik gezwicht ben voor Subway bevraag ik mijn eigen mistroostige wereldbeeld vol dreigend verval en beschavingen in blessuretijd. Zolang doodgewone meisjes zich kunnen permitteren na een strandvakantie, omringd door souvenirs, in slaap te vallen op een vliegveld vol vettig glimmende welvaart, kan het allemaal toch nooit zo vreselijk uitzichtloos zijn?

Column
  • Adobe Stock