Premium

Eisenhüttenstadt: de leegloop van een DDR-spookstad

Na de val van de Muur vertrok de helft van de bevolking van het Oost-Duitse Eisenhüttenstadt naar het westen. In het voormalige Stalinstadt is het nu doodstil op straat.

Eisenhüttenstadt

Alsof Eisenhüttenstadt een nucleaire winter achter de rug heeft. Dat gevoel bekruipt je als je door de vrijwel verlaten straten van de stad loopt. Alle woonblokken van de utopische arbeidersstad staan er nog, met hier en daar een geparkeerde auto. Tussen de classicistische architectuur, een soort Oostblok-barok, is geen levende ziel te bekennen. Alsof de Koude Oorlog hier wel ooit tot een uitbarsting is gekomen en straling heeft afgerekend met de bewoners van het voormalige Oost-Duitse Stalinstadt. 

Het was alleen geen atoombom die een leegloop veroorzaakte, maar de ineenstorting van het systeem. Het socialisme van de Sovjet-Unie, dat ervoor zorgde dat de stad na de Tweede Wereldoorlog werd gepland en gebouwd, vanuit het niets. Als een modelstad, die direct vanaf de tekentafel werkelijkheid werd. Maar waar de meeste bewoners na de val van de Muur ook weer uit verdwenen, zo snel ze maar konden. Een in esthetisch opzicht volmaakte spookstad achterlatend. 

Heimat

Het is de stad vlak aan de Poolse grens waar Mariano Heising opgroeide, en die hij nog steeds beschouwt als zijn ‘heimat’. Hij komt naar buiten lopen op zijn badslippers met witte sokken in de portiek van het in oude staat herstelde woonblok, om op het bankje voor de deur een sigaret te roken. In zijn Lonsdale-shirt, en zichtbare tatoeages. Met om zich heen de imposante, geel getinte gevels van de stad.

Hij is de buurman in het huis dat we via de plaatselijke woningbouwvereniging voor een nacht hebben gehuurd. We doen dat naar aanleiding van het nieuws over Eisenhüttenstadt dat een paar weken eerder de wereld over ging, tot CNN aan toe. De gemeente gaat eind september van dit jaar twee ‘proefwoningen’ voor twee weken beschikbaar stellen. Ze doet dit aan mensen die belangstelling hebben om een nieuwe start te maken met hun leven in de voormalige socialistische kolonie, en daaraan willen proeven. In een stad met kenmerkende straatnamen als de Friedrich-Engels-Strasse, Strasse der Republik, en Karl-Marx-Strasse. 

Mariano woont nog steeds in Eisenhüttenstadt. ‘Ik zal hier ook altijd blijven.’

Begin jaren vijftig was Stalinstadt de plaats waar de socialistische droom uit moest komen. Hoewel het om een Duitse stad ging, moest de geest van het Sovjet-communisme er rondwaren. Een stad die rondom een fabriek werd gebouwd (Eisenhüttenstadt betekent zoveel als ‘IJzerfabriekenstad’), met zogenaamde ‘wohnkomplexen’ waar arbeiders met elkaar leefden en de voorzieningen met elkaar deelden. In tegenstelling tot de Amerikaanse tuinsteden, die als ‘burgerlijk’ werden gezien en te individualistisch, omdat iedereen er een apart huis met een tuin had. Omdat alle inwoners in Stalinstadt in eenzelfde complex woonden, zou er ook geen verschil tussen rijk en arm ontstaan in het centrum van de stad, en de wijken eromheen.  

Er zijn in de stad geen kerken of marktpleinen. Het geloof had geen ruimte in de socialistische ideologie, en een markt werd gezien als kapitalistisch. De fabriek werd gezien als de kerk van het systeem, waar alles omheen was gebouwd. Met dit systeem dacht men ook wereldvrede te kunnen bereiken. Zo ver ging de ideologie in de jaren vijftig. 

Tot het communisme in de jaren tachtig definitief in elkaar stortte, de woningbouw steeds meer uit de karakteristieke ‘plattenbau’ was gaan bestaan, het armoedige contrast op de bouw uit de hoopvolle eerdere jaren. Al eind jaren vijftig had men concessies moeten doen aan het ideaalbeeld van de stad. Bouwkundige ambities, zoals een pompeuze poort naar de fabriek vanuit de stad werden losgelaten, en er verschenen rijtjeshuizen die al snel buiten de orde van de planstad vielen. Een stad liet zich in het dagelijks leven minder plannen dan voorzien, het systeem was minder zaligmakend dan gedacht.

Tot de muur tenslotte viel, de fabriek haar belangrijke rol verloor, en de helft van de inwoners vertrok. Er verschenen winkelcentra buiten de stad, waardoor de winkels aan de voormalige Stalinallee, de hoofdstraat, haar functies verloren. Het werd duidelijk dat het ontstaan van een stad een organische ontwikkeling is, die niet van een monocultuur afhankelijk kan zijn. De spookstad was een feit.  

Jeugd

Mariano is desondanks in de stad waar hij opgroeide blijven wonen, in tegenstelling tot vele anderen: ‘Ik ben nog altijd hier, en zal er ook altijd blijven, omdat ik hier nu eenmaal ben geboren en opgegroeid.’ Hij heeft fijne herinneringen aan zijn jeugd, vertelt hij op een bankje voor zijn appartement aan de lege, brede lanen van de stad. 

Hij kán met zijn gezin in de stad blijven wonen omdat hij als een van de weinigen nog een baan heeft als machine-operateur, bij de industrie waar het in Eisenhüttenstadt in het verleden juist allemaal om draaide; de immense staalfabriek die hier in de jaren vijftig werd gebouwd, om tegemoet te kunnen komen aan de vraag om staal aan de andere kant van het IJzeren Gordijn. De stad werd er zelfs naar vernoemd. 

‘Vroeger was het hier mooier, maar je went ook aan de situatie zoals die nu is’

Want plotseling kon het staal niet meer uit het Ruhrgebied komen, vanwege de scheiding tussen oost en west. Ook hadden de Russen bij wijze van herstelbetaling vlak na de Tweede Wereldoorlog veel industrie weggekaapt uit Oost-Duitsland, waardoor er een nieuwe staalproductie moest worden opgestart. Waarna men het idee opvatte om er dan maar meteen een compleet nieuwe stad naast te bouwen, voor de tienduizenden arbeiders die er gingen werken. Het werd de allereerste zogenaamde ‘planstad’ van de DDR: Stalinstadt. Zo staat het nog steeds bekend. Hoewel men vanwege Stalins misdaden tegen de mensheid de naam in 1961 al snel veranderde. 

De stad werd ooit bewoond door 53.000 mensen, nu zijn het er maar net de helft. Want na de ‘Wende’ kreeg de staalindustrie weer concurrentie vanuit het westen, moest de staalfabriek drastisch inkrimpen, en verlieten de bewoners de stad om werk te vinden, of om elders meer geld te gaan verdienen.  

Mariano leeft er nog steeds naar tevredenheid, maar heeft ook de achteruitgang van zijn geboortestad meegemaakt: ‘Er zijn hier veel mensen weggetrokken. Met als gevolg dat er haast geen kinderen meer wonen. De speeltuinen waar ik als kind in speelde, zijn er niet meer. Er ligt niet eens meer zand in de zandbakken. Mijn dochter zit daarom binnen op haar schermpjes te spelen. Er wonen nu ook veel buitenlanders. Die respecteren ons niet altijd zo, zoals wij hun. Ze gaan ook anders met hun kinderen om, zijn veel strenger tegen ze.’ 

Toch is Mariano best gelukkig in Eisenhüttenstadt: ‘Je hebt hier een zwembad, en sportverenigingen. Vroeger was het hier mooier, maar je went ook aan de situatie zoals die nu is. Het hangt ervan af hoe je tegen het leven in deze stad aankijkt, of je er gelukkig kunt zijn.’ 

Hij ziet het bezoek van een bekende Amerikaanse acteur als een moment waarop het imago van de stad zich herstelde. Tom ‘Forrest Gump’ Hanks bezocht Eisenhüttenstadt in 2011, en vertelde later over ‘Iron Hut City’ in de talkshow van David Letterman. De bewoners waren er destijds nogal lyrisch over, omdat de stad eindelijk eens positief in het nieuws kwam. Mariano: ‘Dat bracht onze eigenwaarde terug.’

Vergane glorie

Desondanks straalt de stad nog steeds vooral vergane glorie uit, in de meest ruime zin van het woord. Wie door de verlaten straten loopt, heeft de neiging op de autoweg te gaan lopen, zo weinig verkeer rijdt er. De stoplichten knipperen permanent op oranje. Het verkeer dat wel voorbijkomt, lijkt Eisenhüttenstadt niet als bestemming te hebben.   

In de voormalige heilstad zijn twee werelden te vinden. Die van de verkrotte complexen uit de jaren zeventig die op de lijst staan om te worden gesloopt, tot de sierlijke, Russisch aandoende architectuur uit betere tijden die voor een groot deel is gerestaureerd. In beide gebieden overheerst vooral de leegte. Zo is goed te zien hoe de naoorlogse ambities in de loop der jaren zijn verworden.   

Achter de verkrotte woningen bevinden zich ruime binnenterreinen, waar vooral vergane schuren te zien zijn, en verroeste doelpalen op niet meer onderhouden voetbalveldjes. 

In dit niemandsland zitten bij een portiek van een nauwelijks bewoond en vergaan complex twee bejaarde dames, op een bankje in de zon. Het lijkt alsof men is vergeten hen te evacueren uit een gebied waar zich alweer langere tijd terug een ramp heeft voltrokken. Ze kwamen hier lang geleden naartoe voor het werk in de staalfabriek, en voor de nieuwbouw. Alles was toen anders, vertellen ze: ‘We hadden toen allemaal werk en leefden voor weinig. De huizen waren ook niet zo duur. We hadden hier geen bananen in de supermarkt zoals in het westen, maar het ging ons goed.’

Na het verdwijnen van de Berlijnse muur en de eenwording van beide Duitslanden kwam er veel op ze af, leggen ze uit: ‘De bedrijven sloten, we verloren onze banen en moesten opeens gaan betalen voor water en voor de verwarming.’ 

Ze zijn daarom nog steeds geen fan van het kapitalisme, lachen ze, hoewel ze benadrukken dat ze destijds ook geen communisten waren. ‘Maar vroeger waren we wel meer een gemeenschap, we deden alles samen met het bedrijf, ondernamen veel.’ 

De twee vrouwen missen dat. Het is verdrietig om ze dat te horen bekennen: ‘Nu is er geen leven meer in de stad, er zijn haast geen kinderen meer. Onze eigen kinderen zijn ook vertrokken. Alleen wij ouderen zijn er nog, dat is niet altijd even fijn. Met de buitenlandse vluchtelingen die inmiddels zijn gekomen, kunnen we niet in gesprek komen. We spreken elkaars taal niet. Er is veel veranderd. Eigenlijk is alles veranderd.’

Extreemrechts

De geluiden over de buitenlanders in de stad lijken structureel. Dat kwam eerder in extreme zin tot uiting, toen neonazi’s in 2015 met tientallen inwoners demonstreerden tegen vermeende overlast van het uitzetcentrum voor buitenlandse asielzoekers in de stad. Dat is gevestigd in een voormalige kazerne, ingeklemd tussen de monumentale architectuur en een enorm volkstuinencomplex tegen de heuvels van de stad. Het centrum was in die tijd overbevolkt, en in de stad hadden bewoners besloten een ‘burgerwacht’ op te richten. Het is er geen onbekend verschijnsel, de verschijning van extreemrechts, dat vooral in het voormalige Oost-Duitsland vanwege de economische onvrede voet aan de grond krijgt.

‘We hadden destijds geen bananen zoals in het westen, maar het ging ons goed’

Maar vlak voor ons bezoek is er juist net protest geweest tegen de slechte omstandigheden in het centrum, met een brandbrief van de vluchtelingen aan de media. Aan de andere kant van de weg die langs het volkstuinencomplex loopt, staan direct de hekken van het detentiecentrum. Een Vietnamese man wil wel even een praatje maken, maar kan weinig meer zeggen dan dat hij uit Hanoi komt, en dat het voedsel slecht is. Onder een van de beveiligingscamera’s geeft hij door het hek heen een hand. Aan de overkant komen oudere Duitse mannen in Volkswagens aanrijden, op weg naar de groenten en planten in hun tuinen. 

Dit jaar bestaat Eisenhüttenstadt 75 jaar. Dat wordt gevierd met een groot feest. De vraag is of er wel wat te vieren valt in een stad waar in de jaren negentig een hele generatie uit is vertrokken, en de ziel uit is verdwenen. 

Frank Balzer is sinds 2018 burgemeester van Eisenhüttenstadt, voor de SPD. We spreken hem als we op de open dag van de brandweer belanden, een druk bezocht evenement in de stad. Hij legt uit dat de stad de laatste jaren bezig is geweest met het slopen en renoveren van oude bouwblokken. Hij noemt de vluchtelingencrisis een ‘gelukkige uitkomst’ voor de stad, omdat dit haar de gelegenheid gaf om tweehonderdvijftig woningen aan statushouders beschikbaar te stellen. 

De burgemeester geeft ook aan dat ze in het kader van het woningtekort huizen kan aanbieden voor een schijntje, in vergelijking met in het een uur verder gelegen Berlijn. Het zijn grote woningen, met een huur van 400 tot 700 euro. De burgemeester meldt dat er inmiddels 1150 reacties zijn gekomen op de aanbieding om twee weken in een proefwoning in zijn stad te komen wonen. Ook is er veel media-aandacht. 

Balzer legt uit dat de honderden belangstellenden eventueel óók in aanmerking kunnen komen om een huis in zijn stad te krijgen, als ze serieuze interesse hebben en een baan kunnen bemachtigen. Er is woonruimte in overvloed. Er is ook een plan om een woonblok in te richten voor jonge starters op de woningmarkt. 

De burgemeester merkt nog op dat hij ‘trots’ is op de mensen die in de afgelopen decennia wel in de stad zijn blijven wonen, ondanks de uitdagende omstandigheden. Dat heeft hij zelf ook gedaan. ‘Ik heb zelf 27 jaar in de DDR geleefd, en nu 35 jaar in een land met marktwerking. Dat was nogal een transitie. Vooral de oudere mensen hebben het daar moeilijk mee. Voorheen werd alles voor ze geregeld, nu moeten ze dat zelf doen. Daar helpen we ze nu als gemeente mee.’

Dat de bevolking ouder is, blijkt wel uit het feit dat er meer fysiotherapeuten in de stad zijn te vinden dan bakkers. Ook wordt ons tijdens ons verblijf niet duidelijk waar nieuwe bewoners werk zouden kunnen vinden in deze regio.

Teruggekeerd

Bij het nogal bombastisch aandoende restaurant Aktivist komt architectuurfotograaf Martin Maleschka aanlopen, vanuit de richting van zijn huis aan de overkant. Aktivist is de plaats waar in vroeger tijden het sociale leven zich voor een groot deel afspeelde. Je kunt er nog steeds eten, in het klassieke interieur. 

Maleschka noemt zichzelf een rasechte Eisenhüttenstadter en is een gedreven, maar ook kritisch promotor van zijn stad. Hij was 7 jaar oud toen de muur viel en nog te klein om te begrijpen wat er gebeurde: ‘Maar ik merkte wel dat vrienden en familie de stad begonnen te verlaten.’

Burgemeester Frank Balzer is ‘trots’ op de mensen die de afgelopen decennia wel in de stad zijn blijven wonen.

Op latere leeftijd was hij ook een van de inwoners die vertrok, in zijn geval om architectuur te gaan studeren. Hij liep zelfs nog stage bij Rem Koolhaas in Rotterdam, maar besloot daarna een ander pad te kiezen. Als zoon van een vader die als bouwvakker letterlijk meewerkte aan de bekende Oost-Duitse ‘plattenbau’ (roemruchte bouw met prefab betonnen platen), vond hij het belangrijk om het cultureel erfgoed te helpen behouden. Hij besloot daarom de langzaam verdwijnende gebouwen uit de DDR-tijd te gaan vastleggen met zijn fotografie, om hun waarde aan te tonen. Ook geeft hij presentaties en rondleidingen aan steeds meer toeristen die de klassieke architectuur van ‘Iron Hut City’ komen bekijken. 

Hij keerde zelf vier jaar geleden terug naar Eisenhüttenstadt, om daar weer te gaan wonen: ‘Ik wilde de stad helpen zichzelf weer opnieuw uit te vinden, omdat het me pijn deed te zien dat het er slecht ging. Uitgerekend de stad waar ik vandaan kom – met al dat erfgoed – wordt langzaam afgebroken, terwijl ik ook architect ben. Dat ging me aan het hart.’

Maleschka vertelt dat er euforie heerste, toen Stalinstadt (vernoemd naar Stalin toen hij in 1953 stierf) in de jaren vijftig werd aangelegd: ‘Het was de tijd van de wederopbouw, met een nieuwe ideologie, in een compleet nieuwe stad. Daar wilde iedereen bij zijn. Er kwamen om die reden zelfs mensen uit het westen hiernaartoe – nog voor de komst van de muur.’ De architect geeft aan hoe die mensen geloofden in een toekomst, maar dat ze zich langzaam realiseerden dat die er niet meer was, ook niet na de Duitse eenwording. ‘Daardoor voelen ze zich hier nog steeds benadeeld.’ 

De architect denkt niet dat de situatie snel beter zal worden. ‘Het communisme zit nog steeds in de hoofden van de mensen hier. Dat kan alleen langzaam veranderen, van generatie op generatie. Dan moet de stad wel een manier verzinnen om jonge mensen aan te trekken. Bijvoorbeeld door een afdeling van een universiteit te openen. Maar dat gebeurt maar niet. Ook omdat het altijd een arbeidersstad is geweest. De intelligentsia hebben al veel eerder bedacht dat hun toekomst ergens anders ligt. De wereldstad Berlijn, die juist alles te bieden heeft, is vlakbij. Het is inmiddels al dertig jaar de vraag hoe Eisenhüttenstadt er weer bovenop kan komen.’

Architectuurfotograaf Martin Maleschka keerde terug naar Eisenhüttenstadt: ‘Al dat erfgoed dat werd afgebroken. Dat ging me aan het hart.'

Nostalgie

Een wandeling door de weidse, ook verlaten hoofdstraat van de stad leidt langs de nostalgie uit de jaren vijftig, met kitscherige etalages en een reusachtig mozaïek op de zijmuur van het voormalige warenhuis. Het is een kunstwerk uit de socialistische tijd, met daarop een duif die wordt losgelaten en afbeeldingen van staalwerkers, daar aangebracht ter ere van het 25-jarig bestaan, in 1975. 

Een vrouw in een kleurige zomerjurk staat de afbeelding te fotograferen. Ze vertelt opgewonden te zijn over wat ze ziet, omdat ze zelf in Oost-Duitsland is opgegroeid, wat tot haar tiende jaar nog de DDR was. Eisenhüttenstadt brengt haar jeugdherinneringen terug, vertelt ze, omdat alles uit die tijd hier behouden is gebleven. Dat klopt wel, want de stad heeft alweer een tijd terug een beschermde status gekregen, vertelde Martin Maleschka eerder in restaurant Aktivist. 

'Het is al dertig jaar de vraag hoe Eisenhüttenstadt er weer bovenop kan komen'

De vrouw relativeert haar bezoek ook. ‘Het is heerlijke nostalgie. Maar elk land heeft wel zo’n spookstad. En de val van de muur was niet voor iedereen in de DDR zo’n grote gebeurtenis. Mijn moeder had op die 9de november 1989 andere zaken aan haar hoofd. Ze had niet door wat de impact van die historische gebeurtenis eigenlijk was.’

Als we bij het treinstation zijn voor de terugreis, zijn daar plotseling wel jongeren te vinden. Ze zijn bezig met het aanbrengen van graffiti op de muren van de doorgang. Het is een project dat is opgezet door het jongerenwerk in de stad, in samenwerking met de Duitse spoorwegen. Michelle is sociaal werkster en is hier ook geboren. Ook zij geeft aan dat Eisenhüttenstadt een plaats is waar je maar net van moet houden: ‘Dat wat in eerste instantie niet zo bijzonder lijkt, kan dan toch heel mooi zijn. Steeds meer mensen van buiten ontdekken dat ook.’ 

Graffiti-artiest Geller is in de tunnel van het station aan het werk met zijn spuitbussen. Ook hij stelt vast dat Eisenhüttenstadt een toeristische trekpleister is geworden. Hij vraagt zich wel af of dat de ommekeer gaat brengen voor de stad. ‘Als de sportverenigingen nauwelijks meer kunnen draaien vanwege het gebrek aan leden, dan ben ik wel bang dat al die aandacht van buitenaf een druppel op een gloeiende plaat is.’

Dan vertrekt de trein vanuit Eisenhüttenstadt. Vanuit het raam van de coupé is nog minutenlang het uitgestrekte complex van de staalindustrie te zien. Een half uur later passeert de trein de gigantische autofabriek van Tesla, even buiten Berlijn. De nieuwe wereld heeft de oude ingehaald. 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Mens & Maatschappij