James Worthy

James Worthy: 'Op de terugweg van onze vakantie krijgen we autopech, wat voor ons betekent: twee dagen extra vakantie'

'In het hotel-restaurant eten we lauw, zout eten, maar alles smaakt naar meer. Het ís nog vakantie. We hebben nog twee dagen om de tijd te vangen, voordat hij ons weer ontglipt'

Mijn gezin en ik staan op de parkeerplaats van een tankstation in België. De zon hangt boven ons als een slecht opgeladen zaklamp. Na een paar weken vakantie zijn we op weg naar huis, maar niemand in de auto spreekt dat hardop uit. Niet dat we naar huis gaan. En niet dat we daar eigenlijk helemaal zin in hebben.

Thuis is alles, maar thuis is geen vakantie. Thuis is de douche met lege shampooflessen. In hotels is de shampoo nooit op. Thuis staat de bank die twaalf jaar geleden heerlijk zat, maar inmiddels net zo comfortabel zit als het aanrecht. Thuis is de wasmand die nooit helemaal leeg raakt. Thuis is veel, maar de geur van zonnebrandcrème en vers brood hangt er niet in de lucht.

Als we weer rijden, begint het verzet van mijn vrouw. ‘Horen jullie dat? Dat klinkt niet goed, hoor,’ zegt ze. ‘Volgens mij is het de koppeling. Ik stel voor dat we de auto naar een garage brengen. Dit soort onderdelen moeten ze altijd bestellen, dus dat zal wel een paar dagen duren.’

Onze zoon op de achterbank kijkt op uit zijn zak chips. Hij is bijna twaalf, precies op het kantelpunt tussen kind en filosoof. Hij begrijpt waar zijn moeder mee bezig is. Ze wint tijd, zodat we het vakantiegevoel nog niet hoeven te verliezen.

Op mijn telefoon zoek ik naar garages. Er zit er één in Waregem. Geen website, geen reviews, alleen een telefoonnummer en een foto van een vooroorlogse garage met tientallen seksueel getinte kalenders aan de muur.

Twintig minuten later verwelkomt de monteur ons in zijn garage. Zijn bierbuik steekt uit als een spoiler, aerodynamisch is hij allerminst, maar hij draagt zijn massa met overtuiging. Hij draagt een overall die op borsthoogte weigert dicht te gaan. Uit het borstzakje steekt een half opgegeten chocoladereep. Zijn vingers zijn zwart van olie en nicotine.

‘Zo’n model zie je niet vaak meer,’ mompelt hij, terwijl hij even onder onze motorkap gluurt. ‘Ik zie het al. Het is een solenoïde. Die heb ik hier niet meer. Moet uit Charleroi komen. Minstens twee werkdagen wachten.’

Mijn vrouw en zoon veinzen teleurstelling, maar die twee werkdagen betekenen voor ons twee dagen extra vakantie.

Opgelucht lopen we naar het hotel, een paar straten verderop. Het is een driesterrenhotel, maar dat is precies genoeg. We hebben nog twee dagen. Twee dagen zonder laptop. Twee dagen zonder die stressopwekkende enveloppen op de deurmat.

In het hotel-restaurant eten we lauw, zout eten, maar alles smaakt naar meer. Het ís nog vakantie.

We hebben nog twee dagen om de tijd te vangen, voordat hij ons weer ontglipt.