Nieuwe Revu ontmoet Sjuul Paradijs
Waar? Elsa’s in Amsterdam, op een steenworp afstand van zijn huis. Iets genuttigd? Koffie. Verder nog iets? Tot de bladenportefeuille van Trusted Media, het mediabedrijf van Paradijs, behoort ook de Ditjes & Datjes, het huisblad van supermarkt Dirk van den Broek. Voor dit blad maakt Paradijs graag zelf kleine berichten en stukjes die je normaal aan een stagiair zou geven. Gewoon omdat hij dat leuk vindt. Lekker friemelen aan koppen, intro’s en bijschriften. Vinden wij sympathiek.
Wordt het een hete herfst op het Binnenhof?
‘De onvoorspelbaarheid van de PVV is een duidelijk bewijs dat dit kabinet nooit tot stand had mogen komen. Die partij hoort niet thuis in een verantwoordelijke coalitie. Als tegenreactie zie je nu een campagne op gang komen waarin allerlei politici roepen: “We moeten terug naar het midden.” Maar verder wordt het gewoon één grote herhaling van de verkiezingen in 2023. Dezelfde mensen, dezelfde partijen, met een VVD die in een heel moeilijke positie zit.
Waarschijnlijk wordt geld de belangrijkste kwestie in aanloop naar de verkiezingen. Waar ga je de komende tien jaar die 20 miljard voor Defensie vandaan halen? Wie wordt daarvan de dupe? In feite hebben we al dat defensiegeld opgesoupeerd voor de verzorgingsstaat, zoals ze dat noemen, hetzelfde geldt voor de gasopbrengsten. Nu moet er dus worden gekeken: waar ga je op bezuinigen? Of ga je de belastingen verhogen? Het wordt een ouderwetse strijd tussen links en rechts.’
Wordt de PVV wederom de lachende derde?
‘Als de kiezer z’n hersenen op een rijtje heeft, dan ga je niet op een partij stemmen die een kabinet om zeep helpt. De PVV had alle kansen om hun punten, als het gaat om asiel en een aantal maatregelen in de zorg, uit te voeren. Maar door het kabinet te laten vallen, hebben ze dat allemaal bij het grofvuil gezet. Dat is verschrikkelijk dom en een vorm van machtswellust waarvan je je moet afvragen of je daar bij de volgende verkiezingen je stem nog wel aan wilt geven. Maar stel hè, dat Wilders wel zetels wint boven de 37 die hij nu heeft, dan heeft hij er nog steeds geen 76. En dan blijven we dus in dezelfde impasse zitten. Als je alles op een rijtje zet, dan krijg je een heel triest beeld van Nederland, hoor.’
Wat zie je als je terugkijkt naar de afgelopen politieke jaren?
‘Stilstand, geen perspectief, geen groter plan met Nederland. Het is allemaal zo ongelofelijk niet-verbindend. Dit land lijkt uit elkaar te vallen door mensen die met oogkleppen op politiek bedrijven, die polariseren. Dat is wat je nu ziet.’
Joost Eerdmans en Henri Bontenbal schieten omhoog in de peilingen. Kan een van hen onze redder in nood zijn, een politicus die het land weer vooruit in plaats van achteruit gaat helpen?
‘Voor de mensen die tijdens de vorige verkiezingen op de PVV hebben gestemd, kan JA21 een alternatief zijn dat hen wellicht aanspreekt. In de peilingen doet JA21 het heel goed, wat nog verder zou kunnen groeien. Maar het CDA heeft ook absoluut goede kansen, met Henri Bontenbal als de nieuwe Johan Cruijff van de politiek. Wat krachtig aan hem is, is dat hij een ander verhaal vertelt. Dat zou kunnen leiden tot grote zetelwinst, ook omdat er niets aan hem kleeft. Als je kijkt naar alle beschadigde andere types om hem heen, dan zou het zomaar kunnen dat Bontenbal de sleutel van het Torentje krijgt.’
Zou een hypothetische premier Bontenbal, in tegenstelling tot zijn voorganger Dick Schoof, wel een deuk in een pakje boter kunnen slaan, denk je?
‘Daarvoor heeft hij een coalitie nodig die doortastend is en met een normale meerderheid aan de slag kan gaan. Dat zal nog even moeilijk worden in de Eerste Kamer, omdat de BBB daar nog heel groot is. Maar ik denk dat Nederland snakt naar een situatie waarin we teruggaan naar normaal. Er zijn zoveel voorbeelden op te noemen dat de politiek volledig is ontspoord. De mensen die daarvoor verantwoordelijk waren, zoals een Faber, gaan we ook allemaal niet terugzien. Zij haalt de geschiedenisboekjes niet, hoor.
Wat betreft Schoof zijn veel mensen te streng, vind ik. Hij heeft gepoogd om het goede te doen, maar de hele constellatie heeft hem opgebroken. Hij krijgt stank voor dank. De mensen in zijn kabinet hebben niets gepresteerd, het spijt me wel. En als ze wel iets presteerden, dan werd dat onmogelijk gemaakt door Wilders. Hij is degene die het meest door de mand is gevallen. Dat was hij eerder al in 2012, toen hij ook al wegliep. Maar ik vond het vooral stuitend hoe hij Schoof wegzette na de val van het kabinet. Hij zei iets als: “Had ik hem maar nooit gevraagd,” alsof hij het allemaal zo goed weet. Doe gewoon normaal. Dit leidt toch allemaal niet tot een beter Nederland?’
Had je, ondanks alles, meer van Wilders verwacht?
‘Ik was vanaf het begin tegen. Het was een inschattingsfout van de VVD dat ze de samenwerking met Wilders hebben opgezocht. Ik snap dat je soms geen keuze hebt, maar dit had niet op deze manier gehoeven. Ik heb dat eerder gezegd, wat reacties opleverde als: “Goh Sjuul, wat ben je links geworden.” Dat is enorme onzin. Ik vind die hele indeling van links en rechts achterhaald. Mensen worden gelijk in een hokje gestopt: hij is links, zij is rechts. Er zit geen enkele nuance in. Ik ben zelf veel meer van het gezonde verstand. Zo kijk ik naar alles in het leven, om te voorkomen dat je rabiaat en bevooroordeeld in allerlei politieke stromingen gaat zitten. Ik ben bewust ook nooit lid geweest van een politieke partij.’
‘Dit land lijkt uit elkaar te vallen door mensen die met oogkleppen op politiek bedrijven, die polariseren’
Waar komt jouw fascinatie voor de Haagse politiek vandaan?
‘Dat begon als klein jongetje al. Waar andere kinderen opkeken tegen Johan Cruijff of andere voetballers, was Hans Wiegel mijn jeugdidool. Ik dacht al op heel jonge leeftijd: wat een ongelofelijk bijzondere kerel is hij. Dat komt ook door het MKB-nest waarin ik ben opgegroeid. Mijn vader was bakker en had een bloedhekel aan Joop den Uyl. We mochten thuis ook niet naar de Vara kijken, dus wij zaten al snel in de hoek van de VVD en Wiegel. Jarenlang heb ik alles wat hij deed op de voet gevolgd. De strijd tussen Wiegel en Den Uyl vond ik interessanter dan een voetbalwedstrijd.
Op de middelbare school was ik alleen maar aan het betweten over alles wat ik wist en anders stelde ik er vragen over. Na mijn studie rechten ben ik in eerste instantie de financiële verslaggeving ingegaan. Ik werd daarna onderzoeksjournalist en schreef over grote fraudezaken. Zonder dat ik het wist, heb ik zelfs Operatie Clickfonds onthuld, wat pas een jaar later naar buiten kwam. Op dat moment zat ik al lang en breed op het Binnenhof, als chef van de politieke redactie van De Telegraaf. Ik wist natuurlijk: dit is een plek waar ik Wiegel ga tegenkomen, wat ik een heel bijzonder idee vond. Dat is uiteindelijk ook intensief gebeurd, want Wiegel wist De Telegraaf heel goed te vinden.’
Was jij een klassieke Telegraaf-journalist, in stijl en werkwijze?
‘Absoluut. In ons team heerste altijd een bepaalde vrolijkheid, wij met elkaar tegen de rest. In het spoor van Britse kranten had De Telegraaf zich al voor mijn komst losgemaakt van de politiek, dus we waren vrij om alles te schrijven wat we wilden. Er werd na de herverschijning in 1949 ook iets meer betaald dan bij andere kranten, want er was het oorlogsverleden, waardoor het lastiger was om aan goede mensen te komen. Vanaf het moment dat ik in 1987 bij de krant aan de slag ging, heb ik me er altijd enorm thuis gevoeld. In 2003 heb ik het Stan Huygens Journaal van Thomas Lepeltak overgenomen, de societycolumn. Dat was iets heel anders dan ik daarvoor had gedaan, maar ook ontzettend leuk. In 2005 ben ik in de hoofdredactie gekomen, waar ik tien jaar lang deel van heb uitgemaakt.’
Je werd ook wel ‘Sjuul van de chocoladeletters’ genoemd. Wat vond jij als hoofdredacteur belangrijker: glasharde feiten delen of een sappig verhaal neerzetten?
‘Het correcte antwoord is natuurlijk: beide, maar het belangrijkste is dat je krant wordt gelezen. Ik ben altijd van mening geweest dat de taxichauffeur ook moet begrijpen wat je brengt. De vormgeving speelt daar ook een belangrijke rol in. Het beeld is onderdeel van wat je wilt uitstralen, maar dat besef is er niet meer. Als je de verschillende Nederlandse kranten naast elkaar legt, lijken ze allemaal op elkaar. Het is zo saai als wat en volledig inwisselbaar. Ze begrijpen op de redacties blijkbaar niet dat iemand die werkt en een druk leven leidt geen tijd heeft om het hele pakket te lezen. Waar vroeger elke pagina een kunststukje was, wordt nu alles gemaakt met templates. Er is enorm bezuinigd op de vormgeving. Dat gaat ten koste van de leesbaarheid van de kranten.’
In 2015 heb je de deur van De Telegraaf met een klap achter je dichtgetrokken, het gevolg van een hoogopgelopen conflict met de directie. Zou je dat nu weer zo aanpakken?
‘Ik ben iemand die niet snel tevreden is, ook niet over mezelf. Maar soms kom je in een situatie waarin je eigenlijk niets anders kan doen dan opstappen. Dat was voor mij het geval toen ik, binnen een toch al turbulent bedrijf, terechtkwam in een situatie waarin het verdienmodel en bezuinigen de overhand leken te nemen. Sommige mensen hebben mij verweten: “Loop je nou weg?” Maar nee, ik ben niet weggelopen. Ik heb keihard gestreden en mijn grenzen aangegeven.
Maar je moet ook realistisch zijn. Ik liep weleens door de drukkerij, vol trots, maar uiteindelijk ben je als hoofdredacteur ook maar gewoon een werknemer. Ik ben opgekomen voor de journalistiek en mijn redactie, maar vind het nog steeds heel triest wat er daarna is gebeurd. Eind vorig jaar zei ik in een gesprek met Gijs Groenteman nog dat ik nog steeds een trauma heb van mijn vertrek. Het was een donkere periode, maar ik ben ervan overtuigd dat ik het goede pad heb gekozen.’
Een pad dat je geen windeieren heeft gelegd, om het maar voorzichtig uit te drukken...
‘Mijn vroegere Telegraaf-collega Jan-Kees Emmer en ik zijn op hetzelfde spoor doorgegaan, door bladen te blijven maken en journalistiek te blijven bedrijven, maar dan op andere terreinen. De creativiteit die je daarvoor nodig hebt, hadden wij eigenlijk al in huis, alleen werken wij veel slimmer. Kijk, toen ik nog bij De Telegraaf werkte, had je een redactiesysteem dat 5 ton per jaar kostte. Nu maken wij onder de vlag van Trusted Media, zoals ons bedrijf heet, ook 25 bladen, maar dat doen we op een redactiesysteem dat hooguit 100 euro per maand kost. Het kan allemaal veel slimmer, maar dat ontdek je pas als je jezelf erin gaat verdiepen. Dat doe je niet als je in loondienst werkt, maar wel als het je eigen bedrijf is.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F08%2FwntSO8m8t588qf1755069250.jpg)
Stel dat er morgen iemand van de directie van De Telegraaf aan de lijn hangt of je terug wilt komen. Zou je dat dan doen?
‘Onlangs heb ik de redactie van De Telegraaf, op uitnodiging van de huidige hoofdredactie, na ruim negen jaar voor het eerst weer bezocht. Alles was totaal anders dan in de jaren dat ik er werkte. Toen ik er wegging, zat er bloed, zweet en tranen in het tapijt. Er was altijd reuring, iedereen liep door elkaar op de redactie. Hiërarchie was er nauwelijks, we werkten echt samen. Nu staan er overal designmeubels en zitten mensen allemaal achter hun eigen computer te werken, veelal met glazen wandjes ertussen.
Het meeste wat ik heb gemist toen ik wegging bij De Telegraaf, was het redactieleven dat wij samen hadden. De saamhorigheid, het teamgevoel. Dat was zo ontzettend inspirerend en ook troostrijk. Als je met tegenslagen of de dood te maken had, kon je altijd troost vinden in de groep. In het begin heb ik daar vaak met weemoed aan teruggedacht, maar inmiddels zijn de emoties redelijk onder controle gekomen. Maar om op je vraag terug te komen: nee, ik denk niet dat het goed is om terug te gaan naar een plek waar je vroeger hebt gezeten. Dan ga ik me toch weer bemoeien met dingen waar ik me eigenlijk niet tegenaan mag bemoeien. Ik weet dat, zij weten dat. Dus dat moesten we maar niet doen.’
Je schuift nog wel regelmatig aan bij WNL, de omroep die jij in je Telegraaf-tijd hebt opgericht en die nog steeds nauw verbonden is met de krant. Met wat voor gevoel zit je daar?
‘Een plezierig gevoel. In het begin was er vanuit De Telegraaf wat moeite om een goede samenwerkingsvorm te vinden met WNL. Met vallen en opstaan is dat goed gelukt. Met dank aan Bert Huisjes, die daar uiteindelijk hoofdredacteur is geworden.’
Huisjes is vorig jaar bij WNL vertrokken, na verschillende beschuldigingen van ongewenst gedrag. Hoe kijk jij daarnaar?
‘Ik draag Bert een warm hart toe. Zonder dat ik er zelf ooit weet van heb gehad, snap ik dat zijn gedrag op de werkvloer van WNL misschien niet altijd honderd procent is geweest. Maar dat is waarschijnlijk in het vuur van de dagelijkse werkzaamheden gebeurd. Hij is ook van een andere generatie dan de huidige. In dat licht begrijp ik de reacties van Roos (Moggré, red.) en Eva (Jinek, red.), want hij zal niet altijd even diplomatiek zijn geweest. Dat begrijp ik ook. Tegelijkertijd, en nu ga ik een argument aandragen dat je eigenlijk niet meer mag gebruiken, heeft hij met Goedemorgen Nederland en WNL op Zondag wel iets neergezet. WNL heeft echt een journalistieke streep getrokken in Hilversum. Het is een omroep die algemeen wordt geaccepteerd en gerespecteerd. Dus ja, ik sta er wel een beetje dubbel in.’
Spreek je Bert Huisjes nog weleens?
‘Zeker, vorige week heeft hij nog een harinkje bij mij thuis gegeten. Ik ben solidair met hem. Weet je, misschien geldt voor mij ook wel dat de stijl die ik vroeger hanteerde nu niet meer passend zou zijn. Ik heb nooit schreeuwend op de redactievloer gestaan, maar ik heb zeker af en toe mijn stem verheven. Zelf heb ik ook heftige hoofdredacteuren gehad, die met deuren sloegen. Dat vond ik heel onhebbelijk, dus dat is bij mij nooit gebeurd. Maar hun gedrag was in die tijd vrij normaal.’
Zijn we een beetje overgevoelig geworden met z’n allen?
‘Dat ben ik wel met je eens, ja. Je kunt zeggen: “Ja maar, het kan toch ook op een andere, sympathiekere manier.” Maar je zit met deadlines en zeker in de tv-wereld kan behoorlijk veel misgaan. Wat dat betreft snapte ik ook wel wat er bij Matthijs van Nieuwkerk op de redactie is gebeurd. Het is fout, maar ik begrijp het wel. Als ik voor mezelf spreek, dan had ik het zelf ook wel door als ik iets te hard was gaan praten. Meestal kwamen de redactieleden daarna zelf ook wel naar me toe: “Zeg Sjuul, het is misschien beter als je...” Dat correctiemechanisme is er op de meeste redacties wel. Ik stond ook altijd voor mijn mensen, dus dat was niet mijn grootste probleem.’
‘M’n handen jeuken om in Amsterdam de plaatselijke politiek in te gaan. Als je ziet wat hier gebeurt aan stupiditeiten...’
Heb je nooit overwogen om na je vertrek bij De Telegraaf zelf de politiek in te gaan?
‘In mijn woonplaats Amsterdam jeuken mijn handen wel. Als je ziet wat hier gebeurt aan stupiditeiten... Maar ik ben 63, hè? Mijn hele leven heb ik heel hard gewerkt, wat al begon in de bakkerij van mijn vader. Altijd heb ik alles gegeven, maar op een gegeven moment moet je ook een beetje aan jezelf gaan denken. Mijn vader was een van de beste bakkers van Nederland. Twee keer heeft hij de Gouden Bakkersring gewonnen. Een echte ambachtsman, maar het grote geld heeft hij nooit verdiend.
Toen hij eindelijk met pensioen was, overleed hij niet lang daarna, op zijn 72ste. Mijn moeder overleed op haar 68ste aan huidkanker, ook heel erg. In de wetenschap dat het elk moment afgelopen kan zijn, zie ik mezelf niet dag en nacht rondlopen in zo’n gemeenteraad. Ik weet honderd procent zeker dat ik dan toch weer doordraai en me overal mee ga bemoeien. Er is me echt wel een paar keer gevraagd of ik niet de Tweede Kamer in wil, maar nee. Dat moet ik gewoon niet doen. Ik zou ook niet weten voor welke partij, trouwens.’
Wat doe je op de schaarse momenten dat je niet aan het werk bent?
‘Ik heb een blokhut aan de Vinkeveense Plassen. Dan zit ik daar, kijk recht voor me uit en doe niets. Om 7 uur ’s ochtends spring ik het water in, dan ga ik een ei met spek bakken en daarna verblijf ik gewoon. Een beetje lezen, een beetje naar de vogels staren. Rond een uur of half 1 ga ik naar de visboer, een harinkje eten. We zijn ook redelijk vaak in Spanje, daar hebben we een appartement. Dat is heel fijn en prettig, een simpelere omgeving dan hier, met een dorp waar het zomers heel druk is, maar in de wintermaanden heerlijk rustig. Ik ben daar veel meer aan het bewegen dan hier, lekker wandelen. En ik probeer mijn Spaans een beetje verstaanbaar te maken.’
Is er nog een plan, een droom, een missie?
‘Ik heb al twee of drie verhalen gemaakt voor een Spaanse krant, over een vijfsterrenhotel dat wordt gebouwd. Daar krijg ik niet voor betaald, maar ik vind zulke dingen gewoon leuk. Kijken of het lukt, weet je wel. Ik kan niet echt stilzitten. Als ik in Spanje ben, heb ik toch elke dag nog wel even contact met collega’s. Misschien komt het ook omdat ik me snel verveel. Als ik ergens mee bezig ben, wil ik al snel weer iets anders doen. Ik ben ongedurig en heb uitdagingen nodig. Wat dat betreft is alles nog mogelijk.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- ANP