James Worthy: 'Volgens buurman Cor waren de zomers vroeger heter, en eerlijker'
'‘Nationaal Hitteplan? Wat een flauwekul,’ bromt de buurman. Hij is aan het protesteren, als een standbeeld van koppigheid zit hij op het balkon te transpireren'
Mijn buurman draagt een sjaal. Het is 31 graden. De sjaal heeft hij niet nonchalant om zijn nek gegooid, zoals je weleens ziet bij mensen die net iets te lang in Parijs hebben gewoond, maar bijzonder strak gewikkeld. Hij is aan het protesteren. Als een standbeeld van koppigheid zit hij op het balkon te transpireren.
‘Nationaal Hitteplan? Wat een flauwekul,’ bromt hij, terwijl ik hem een perenijsje aanreik. ‘Alsof ik een kind ben,’ voegt hij eraan toe.
Mijn buurman is 87 jaar. Hij woonde hier al toen de huizen nog rechtstonden en de deurbellen nog geen ogen hadden. Volgens Cor, zo heet hij, waren de zomers vroeger heter. En eerlijker.
‘Toen ik jouw leeftijd had, zweette ik om iets. Vandaag zweet ik omdat iedereen me zo opfokt. Iedereen maakt zich opeens zorgen om mij, omdat de zon schijnt, zoals ze altijd al heeft geschenen. Ik krijg het warmer van die hittewaarschuwing dan van de hitte zelf,’ zegt hij, voordat hij zijn sjaal afdoet en over de balustrade legt.
‘En die heb ik ook niet nodig,’ zegt hij, wijzend naar de staande ventilator die ik een kwartier geleden voor hem van zolder haalde. In het snoer zitten meer knopen dan op een overhemd.
‘Als ik het warm heb, wapper ik wel met de ochtendkrant m’n gezicht koel.’
Aan de ene kant wil ik hem met rust laten, maar de zon gaat vandaag voor een persoonlijk record. Ze straalt niet, maar stoot. Ik ben bijna twee keer zo jong als Cor, maar ik voel ook dat mijn lichaam het zwaar heeft. Ik probeer mijn boodschap zacht te brengen.
‘Cor, je hebt al jaren hartklachten en je bent gewoon best een beetje oud. Oude mensen verliezen hun dorstgevoel. En dat is helemaal niet erg. Heb jij al iets gedronken vandaag?’ vraag ik.
‘Sodemieter op, jongen. Ik drink genoeg. Ga maar zelf op het aanrecht kijken. De koffiekan is bijna helemaal leeg. En je neemt die ventilator weer mee, hoor. Ik doe niet aan elektrische wind. Weet je wat het is? Ik ben niet zo oud geworden om op een zomerse dag als deze gekleineerd te worden. Ik ben 87 en ik leef nog. Dus ik doe iets goed, toch? Mijn eigen plan schijnt te werken, dus ik zit niet op andermans plannen te wachten. Maar ik waardeer het wel, hoor. Dit ijsje is heerlijk. Je mag altijd ijsjes komen brengen, jongen.’
Ik knik en loop met de ventilator naar de voordeur.
Niet veel later zit ik op mijn eigen balkon, de ventilator aan. Mijn eigen kleine robotstorm blaast mijn bezwete gezicht koud.
‘Morgen wil ik een aardbeienijsje, jongen,’ hoor ik de oude buurman zeggen.
- Adobe Stock