Premium

Voormalig programmamaker en schrijver Dennis Storm (40): 'Ik hoef niet meer zo nodig in beeld'

Een gesprek met Dennis Storm over televisie, wonen op Bali, de beste band ter wereld en zijn nieuwste boek, waarin hij uitlegt hoe mooi de wereld eruit kan zien als we andere keuzes maken.

Dennis Storm

Nieuwe Revu ontmoet Dennis Storm
Waar? Café-Restaurant Amsterdam, Amsterdam. Iets genuttigd? Twee cappuccino voor de journalist en een cortado met havermelk voor Dennis. Verder nog iets? Dennis twijfelde kortstondig over de cortado met havermelk, omdat hij wist dat dit toch behoorlijk grachtengordelachtige drankje in dit kader zou verschijnen: ‘Krijgen we dat gezeik weer.’

Hoe is die fascinatie ontstaan?
‘Een van de beste artiesten ter wereld is wijlen Paco de Lucía. Die vriend en ik wilden hem altijd nog een keer zien optreden, want vroeger speelden wij samen met een andere jongen twee avonden in de week flamenco en rumba. Niks speciaals, gewoon thuis een beetje kutten. Paco de Lucía heeft één baanbrekend nummer, Entre Dos Aguas, dat wij met z’n drieën konden spelen, maar hij deed dat moeiteloos in z’n eentje. Het was bij ons dus op amateurniveau, dat dat duidelijk is.

Hoe dan ook: Paco was een held en wij wilden hem een keer zien optreden. Dat is nooit gelukt, omdat er altijd iets was: het kwam niet goed uit, te ver weg. En toen was hij ineens dood – op het strand van Playa del Carmen, op zich geen slechte manier om te gaan. Maar we willen dus niet dat ons hetzelfde overkomt met de Gipsy Kings. Droevig dat het nu toch niet gelukt is, maar het kán nog. Ook omdat deze band twee oprichters heeft die afwisselend tournees doen. Dus de kans dat ze straks ineens allebei dood zijn, is niet heel groot. Maar de tijd dringt.’

Maak je nog muziek?
‘Nee, dat deden we altijd samen. Maar misschien pakken we het op als ik weer terug in Nederland ben.’ 

Voorlopig zit je nog steeds op Bali, waar je inmiddels al jaren woont. Je kwam daar terecht via het werk van je vrouw.
‘Dit is wat ingewikkeld, maar heel kort door de bocht is het inderdaad zo dat ik mijn vrouw ben gevolgd. Zij is internationaal lerares en wist van een school in Indonesië. Een school waarvan ze zei: “Ik wil dat onze kinderen daarnaartoe gaan.” En ze wilde op avontuur, daar werken. Ik had ook wel zin in dat avontuur. Dat hele proces is acht jaar geleden begonnen, maar het was nogal gedoe om als buitenlander een verblijfsvergunning te regelen en toen dat eenmaal gelukt was, werden in 2020 alle vergunningen ingetrokken vanwege covid en moesten we voor twee jaar terug naar Nederland. Maar de laatste vier jaar wonen we dus officieel en rustig op Bali.’

Hoe is het leven daar? Ik begreep dat het inmiddels een soort Ibiza is geworden, ramvol met Nederlanders.
‘Ik weet niet of Bali op Ibiza lijkt, want ik ben nooit op Ibiza geweest. Laat ik het erop houden dat ik Bali niet aanraad als vakantiebestemming. Ik snap het oprecht niet, want het is veel te fucking ver, dus je hebt de helft van je vakantie een jetlag. Daarnaast krijgen toeristen altijd last van het eten en het eiland is ook niet per se goedkoop. Mijn vrouw en ik werken er, dat is toch wezenlijk anders.’

'Bali heeft inderdaad wel die hint van vrijheid en avontuur, maar op veel te veel plekken is het gewoon een gore bende'

Voor een buitenstaander klinkt wonen op Bali alsnog idyllisch.
‘Ik ben er heel blij en het heeft inderdaad wel die hint van vrijheid en avontuur, maar in feite is het er op veel te veel plekken gewoon een gore bende. Het wordt een beetje weggehouden bij de toeristen, maar er is bijvoorbeeld geen afvalverwerking en de lucht wordt er met de dag smeriger. Verandering is hard nodig en ik gun het Bali van harte, maar de vraag is of die er ooit gaat komen.’

Ben je anders tegen Nederland aan gaan kijken?
‘Ik denk dat ik het meer waardeer. We zijn nu zes weken in Nederland, omdat mijn vrouw vanuit hier solliciteert bij internationale scholen in Spanje en als het lukt zouden we daar gaan wonen, maar voor nu heb ik het even ontzettend naar mijn zin in Nederland. Het feit dat ik in Den Haag op de fiets in de frisse lucht overal naartoe kan... Hoe móói die stad is...

Natuurlijk zijn er ook hier grote bedrijven die de boel verzieken en het blijft blijkbaar lastig om goed openbaar vervoer te regelen, maar ik houd van het kleine, hier. En ik hoor van iedereen dat ik het mis heb, maar ik vind het ook heel rustig op straat. Echt heerlijk. Bij Bali denkt iedereen aan hipsterfietsen op zandweggetjes met palmbomen, maar het zijn toch vooral scooters die met duizenden tegelijk in de file staan. Zonder verkeersregels. Dan neigt fietsen door Den Haag naar mediteren.’

Hoe verdien jij je geld tegenwoordig?
‘Ik werk een aantal uren per maand voor een stichting en ik heb de laatste vijftien jaar zeven boeken bij verschillende uitgeverijen uitgebracht. Voor beide geldt dat het hard werken voor weinig is – ik heb voor mijn laatste boek bijvoorbeeld geen voorschot gehad. Daar zit ik niet mee, ik heb niet veel nodig, maar wat ik wél lastig vind, is dat ik op Bali niet kan doen wat ik het liefst doe: bouwen. De hoop is dus dat we volgend jaar of het jaar erop weer terug op het vasteland zijn.’

In het laatste boek alleen al zit ruim drie jaar onderzoek. Dan wil je er toch ook geld mee verdienen?
‘Jij schrijft toch ook boeken? Denk jij bij elk boek: hier ga ik er vijftigduizend van verkopen?’

Ik ga bij elk boek voor een bestseller, Dennis. Ik wil bovenaan die lijst staan.
Lachend: ‘Oké, die naïviteit en romantiek voel ik ook als ik aan het tikken ben, maar zodra ik het manuscript heb ingeleverd, ben ik weer terug op aarde en weet ik dat dit boek net als 99 procent van alle andere boeken die uitkomen geen bestseller zal worden. Ik ben oprecht tevreden als de uitgever iets meer dan quitte speelt. Als je geld wilt verdienen, moet je vooral niet gaan schrijven.’

Je hebt jarenlang tv-programma’s gemaakt en gepresenteerd. Dat is geen optie meer?
‘Ik hoef niet meer in beeld, maar de andere aspecten van het tv-maken mis ik soms wel. Ik ben opgeleid als programmamaker en heb nog altijd ideeën in mijn hoofd voor programma’s of documentaires, maar het is wel een heel vermoeiend wereldje. Weet je wat een heel belangrijk moment was? Toen ik in 2015 Chef’s Table zag, die documentaireserie over inspirerende chefs. Netflix liet de beste programmamakers in volledige creativiteit iets moois maken en rolde dat wereldwijd uit.

Ik vond dat fantastisch en inspirerend, maar wist ook dat ik zoiets nooit bij de NPO zou kunnen maken, omdat er altijd wel een manager of programmaleider tussen zou komen die zou zeggen dat zo’n intro met heftige klassieke muziek too much was. Dus verzin maar iets anders. En de manier waarop de regisseur mensen portretteert: veel te moeilijk. Dus zet maar een presentator in beeld die als een debiel vragen gaat stellen, zodat de kijker snapt hoe het zit. Hou het simpel. Netflix liet zien dat het anders kon.’

En jij werd moedeloos van het idee dat je hiermee nooit zou kunnen concurreren.
‘Het ging – en gaat – bij tv in Nederland al langere tijd om bezuinigen. Waar in het begin een producer, redacteur, regisseur, cameraman, presentator en geluidsman op pad gingen, werd dat team steeds kleiner. Omdat er vooral werd gekeken naar hoe hetzelfde kon worden gemaakt voor minder geld, in plaats van naar hoe je een programma naar een hoger niveau kon tillen. Innoveren? Ook geen tijd voor, want we moeten dertig afleveringen van deze serie maken. Dat gaat altijd ten koste van de kwaliteit.

Ik weet dat er nu een discussie gaande is over welke programma’s wel of niet wegmoeten bij de publieke omroep en ik snap dat er programma’s zijn die zouden moeten blijven bestaan, maar ik denk dat er echt wel wat programma’s kunnen verdwijnen. Dat riep ik tien jaar geleden al – en ik heb daar destijds ook voor op mijn flikker gekregen van mijn werkgever – maar ik vind het nog steeds. Televisie maken is een ambacht en ik vind dat de beste mensen op de juiste plek moeten zitten, maar het lijkt vooral te gaan om zoveel mogelijk programma’s te maken voor een zo laag mogelijke prijs. Zo hoort het niet te werken. Dus waarom zouden we niet teruggaan naar twee zenders in plaats van drie? En laten we die twee zenders dan niet vullen met lopendebandtelevisie, maar met programma’s die de moeite van het bekijken waard zijn. Televisie kan veel waardevoller zijn dan het nu is.’

Was Bali voor jou ook een soort reset? Even weg van die tv-wereld?
‘Nee, dat niet. Het voelde wel als een last die van mijn schouders viel, maar dat had vooral te maken met dat ik gestopt was. Ik vond het maken van programma’s geweldig, net als het op pad zijn met een team, maar al die randzaken, de dingen die er zogenaamd bijhoren, daar was ik klaar mee. De onenigheid met de persafdeling over de promotie, filmpjes die je moet maken voor het nieuwe Instagramkanaal. Het voelde nutteloos, ik had daar geen zin meer in.’ 

Dus ging je schrijven. Je nieuwste boek heet Waar wachten we op? Hoe is dat ontstaan?
‘Het is onderdeel van een drieluik – eerder schreef ik al Weg ermee en Als gezond verstand koning was. Dat zouden in eerste instantie tv-programma’s worden, maar de NPO zag dat niet zitten. Vervolgens werden het een soort videolezingen waar ik een paar jaar mee heb getoerd en toen kwam ik een uitgever tegen die er boeken van wilde maken.’

Vanwaar die titel?
‘Omdat ik oprecht niet begrijp waar we op wachten. Omdat de topman van een of ander fout bedrijf in een tv-programma zomaar kan zeggen dat wetenschappers allemaal ongelijk hebben, dat het wel meevalt met die milieucrisis, omdat er maar weinig mensen zijn die al die rapporten daadwerkelijk lezen. Omdat er amper journalisten en programmamakers zijn die de moeite nemen om die wetenschappers te bellen of uit te nodigen. Omdat bijna niemand van de hoed en de rand weet en tegen zo’n topman of publieke praatjesmaker kan zeggen: u lult uit uw nek. Dus ik heb het vooral geschreven vanuit die frustratie, maar ook vanuit het verlangen ons land tot het mooiste land van de wereld te maken. En dat kan écht, maar het wordt allemaal tegengehouden, omdat beleidsmakers zich altijd afvragen hoeveel iets kost in plaats van wat het ons oplevert.’ 

Heb jij het idee dat dit boek iets gaat opleveren? Word je door politici of bedrijven gevraagd om met ze in gesprek te gaan?
‘Niet op zo’n grote schaal, wel op kleinere. Mensen sturen me berichten en ik vind het hartverwarmend dat iemand de moeite neemt om iets te lezen en me te mailen. Maar het boek is geen oplossing, absoluut niet.’ 

Dat klinkt nonchalant voor iemand die ruim drie jaar bezig is geweest met een boek. 
‘Na de laatste correctieronde laat ik het los, denk ik er niet meer over na. Dit is niet mijn levenswerk of zo. Ook omdat die veranderingen er toch wel gaan komen, goedschiks of kwaadschiks. Dat is geen hopeloosheid, maar ik wil wel ver weg blijven van naïviteit. En als we nu nog niet zien dat we daadwerkelijk een betere wereld kunnen creëren met z’n allen, wanneer zien we het dan wel? Er zijn snotneuzen die een totaal onwaar filmpje over supplementen of een of andere kutcoachingprogramma online zetten en daar rijk van worden, maar een architect die een heel goed idee heeft om een stad als Amsterdam beter in te richten, komt niet eens ergens aan tafel. Omdat we het niet willen zien, omdat we denken dat het ons geld kost. Dus wie ben ik om te denken dat dit boek dat gaat oplossen. En wat ik zei: het gaat toch wel gebeuren.’

Dus laat je het los.
‘Op grote schaal wel, op kleine niet, want ik probeer het voor mijn eigen gezin goed te doen en ik zet mooie projecten op voor de stichting waarvoor ik werk. En ik merk dat de kleinere dingen uit het boek vaak goed werken. Zo heb ik iets geschreven over de waterafstotende zwembroek. Dat die daadwerkelijk bestaat, is voor mij een teken dat de halve maatschappij totaal idioot is geworden. Ik begrijp daar helemaal niks van. En het mooie is dat ik daar heel veel berichten over kreeg van mensen die daar niet zo over hadden nagedacht, maar het net zo vreemd vonden. Dan denk ik: misschien is er toch meer te halen dan ik dacht. Dus in dat opzicht ben ik misschien wat te voorzichtig in wat er mogelijk is.’ 

'Als we nu nog niet zien dat we daadwerkelijk een betere wereld kunnen creëren met z'n allen, wanneer zien we het dan wel?'

Je zegt ook dat het beter is om thuis geen bier meer te drinken.
‘Nee Marcel, ik gooi een voorbeeld op! Er zijn natuurlijk mensen die meteen zeggen dat ik godverdomme een beetje normaal moet doen met dit soort betuttelende gedachten, maar zo bedoel ik het niet. Als je kijkt naar de adviezen die vanuit de wetenschap komen, kan ik niet aankomen met dezelfde taaie teksten over uitstoot, reductie en productie. Maar dit voorbeeld spreekt tot de verbeelding, waardoor we misschien ineens wél over zulke veranderingen gaan nadenken. Dus filosofeer gewoon even met me mee.

Ik houd van bier en vind bier drinken op een terras met vrienden een van de leukste dingen die er is. Maar wat nou als we alleen dát doen: bier drinken op een terras met vrienden. Dus geen bier meer in de supermarkt, geen bier meer in je koelkast. Dat scheelt transport en misschien ook verborgen alcoholisme, maar het is op andere vlakken ook een boost: de terrassen zitten voller, er komen misschien meer kroegen, er is meer zicht op mensen die een probleem met drank hebben, het is gezelliger, socialer. Je mag dat betuttelend vinden, maar ik zie alleen maar voordelen. Maar nogmaals: het gaat niet om wat ik vind, het gaat om het idee en hoe je zoiets zou kunnen uitwerken samen met een team van wetenschappers, sociologen en planners. Gewoon om te kijken wat het voor onze samenleving zou betekenen.

En als daar iets positiefs uit naar voren komt, waarom zouden we het dan niet doen? Net als dat oeverloze gelul over dat we alles duurzamer moeten maken. Dat hoeft helemaal niet, we moeten vooral gewoon stoppen met plastic troep te kopen bij de Primark of de Action. Want hebben we dat allemaal écht nodig? Nee? Dan hoeven we het ook niet te verduurzamen, want dan hoeft het überhaupt niet gemaakt te worden. We moeten gewoon kijken naar de grenzen – grenzen die echt bestaan – en onze maatschappij gaan inrichten op een manier die voor ons allemaal het beste is. Dat lijkt me helemaal geen raar uitgangspunt. Ook niet als je de onderzoeken erop naslaat waarin staat dat we hier allemaal gezonder, gelukkiger en beter van worden. Vandaar: waar wachten we op?’

Het komt vaak neer op geld. Als je bij de Action vijf rollen plakband voor 25 cent kan kopen doen mensen dat liever dan er bij de kantoorboekhandel 2 euro voor te betalen.
‘Ga nou één stap terug. Is al dat plakband nodig? Het is handig voor bepaalde dingen, dus het moet blijven, maar als je één soort hebt, is dat genoeg. Dan kunnen al die andere 938 soorten met hartjes, eenhoorns en vlaggetjes weg. Daar kappen we mee en we vragen een wat realistischer prijs voor het plakband dat wel blijft bestaan.’

Toen ik jou voorstelde als interviewkandidaat voor dit blad zei de hoofdredacteur: ‘Leuk, Dennis Storm gaat ons vanaf Bali vertellen hoe hij de wereld wil veranderen.’
Lachend: ‘Dan ga ik de hoofdredacteur toch even de les lezen, want dat is gewoon een assumptie. En dan heb je dus niet door dat 90 procent van wat je in de media ziet, leest of hoort tegenwoordig clickbait is en dat de waarheid op zijn minst ergens in het midden zal liggen. Sowieso vind ik het een rare opmerking, omdat het boek is gemaakt vanuit een journalistiek oogpunt: 95 procent ervan is geschreven aan de hand van wetenschappelijke rapporten en heeft niets met mijn mening te maken. Het zijn journalistieke conclusies.

Dan gaat de hoofdredacteur dus uit van hetzelfde narratief als de media die meenden dat ik altijd businessclass vloog – wat ik nog nooit heb gedaan –, ineens minimalist werd en nu alleen nog maar in een geitenwollen onderbroek avocadoshakes drink op Bali. Als je dat verhaal gelooft of gelooft dat ik een boek heb geschreven waarin ik vertel hoe iemand zich moet gedragen, snap ik wel dat je cynisch wordt. Maar dat is niet hoe mijn leven eruitziet, dat is niet wie ik ben en wat ik doe. Ik ben juist iemand die een beetje in het midden gaat staan, omdat de oplossing volgens mij helemaal niet in het extremisme ligt. En voor alle duidelijkheid: in het boek staat nergens dat mensen niet meer mogen vliegen of geen hamburgers meer mogen eten.’ 

Hoe voorkom je dat je zelf moedeloos wordt?
‘Door te denken dat het wel goed komt – links- of rechtsom. En ook hier zal de waarheid in het midden liggen. Je hebt het romantische scenario waarbij we allemaal denken: laten we de wereld beter maken. Geen slecht idee, ook niet als in tegenstelling tot wat vrijwel alle wetenschappers zeggen de cynische populisten gelijk blijken te hebben en er helemaal geen milieucrisis is. Dan nog is het toch nog steeds geen gek idee om beter met die wereld om te gaan of gezonder te eten?

En dan heb je de cynische insteek, waarbij we gewoon doormodderen tot er te veel oogsten verloren gaan, de voedselprijzen te hoog worden en we amper nog kunnen eten. Dan móéten we wel veranderen. Maar welke variant het ook wordt: ik heb er zin in, van mij mag het morgen beginnen. Waarschijnlijk ook omdat ik kinderen heb, want het allerergste wat ik me kan voorstellen, is dat ik mijn kinderen straks achterlaat in een maatschappij waarin er nog steeds gediscussieerd wordt over de conclusies van de wetenschap in plaats van dat we ernaar handelen. Want dat is waar mensen zo gefrustreerd en moedeloos van worden.’

Je bent misschien niet die geitenwollenonderbroekdragende hippie, maar een romanticus ben je wel. 
‘Ja, zeker. Ik heb niet dat Eckhart Tolle-obsessieve met het nu, maar het leven is wel het allermooiste dat er is en ik geniet er ontzettend van. En ik geloof oprecht dat inspiratie leidt tot een betere wereld. Stop met dat welles-nietesgedoe, stop met bang zijn, haal die hakken uit het zand en kies voor lef.’ 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Showbizz
  • Froukje Krijgsman