Showbizz

Journalist Sander de Kramer (52): 'Zoontje Krijn gaf me m'n levensgeluk terug'

Reizen is zijn tweede naam en dus stuurden we Sander de Kramer met zijn gezin op een cruise. Vanaf zijn strandbedje vertelt hij hoe de jongste telg van het gezin zijn grote redding is geweest.

Frank Waals
Sander de Kramer

Nieuwe Revu ontmoet Sander de Kramer
Waar? Op het balkon van zijn hut aan boord van de MSC World America. We varen ergens tussen Miami, Mexico en Honduras in. Wanneer? Begin juni. In Nederland zijn nog wat regendrupjes te voelen, wij lopen derdegraads brandwonden op de schouders op. Verder nog iets? Sander is freelancer en dat herken je meteen. De eerste dag in het vliegtuig en even later op het schip zit hij druk te tikken in het kladblokje van zijn telefoon. Die column staat een dag later in De Telegraaf.

In april doopten Drew Barrymore en Orlando Bloom het reusachtige cruiseschip MSC World America. En wie zit er amper twee maanden later alweer met zijn kont op?
‘Ik zei de gek. Dat heb je goed gezien. Je las vroeger in sprookjes toch weleens over luilekkerland? Dit is nou echt mijn voorstelling daarvan. Je kan hier alles, je mag hier alles. Er komt geen einde aan de ultieme luxe en alles blijft ook maar voorradig. Ik heb ook overal gebruik van gemaakt. Volgens mij liep m’n vrouw Wendy op een gegeven moment rond met een gezichtsmasker van tiramisu, luierde onze zoon Krijn op een bedje van ananas en poetste ik m’n tanden met pina colada.

Deze plek is het walhalla voor gezinnen, waarbij het allerliefste MSC-personeel je langs de mooiste plaatsen ter wereld voert. De meeste mensen sparen er hun halve leven voor om zoiets te kunnen doen. Ik bedoel; botsauto’s rijden op een cruiseschip en luieren onder je parasol op de Bahama’s, dat komt normaal gesproken toch alleen maar in de Donald Duck voor?’

Je loopt hier zelfs rond met een rugtas bedrukt met die figuren.
‘Omdat Donald Duckjes voor mij een vorm van escape zijn. In Duckstad is er nooit ellende. In Duckstad komt alles goed. Nu is deze reis lekker ontspannen, maar als ik voor mijn werk naar oorlogsgebieden ga, dan neem ik altijd een stapel van die boekjes mee. Dat te lezen geeft me wat rust in de bittere ernst die ik op dat soort plekken aantref.’

Een echte fan dus?
‘Ik ben zo’n groot liefhebber dat ik zelfs het allereerste Donald Duck-stripboek uit 1935 ingelijst aan de muur heb. En een filmsnipper van een jaar eerder, plus een gesigneerd zelfportret van Disney-tekenaar Tony Fernandez. Ik ben een bezeten verzamelaar van bijzondere snuisterijen. Gedragen wedstrijdshirtjes van Pelé, Maradona en Cruijff, autobanden van Max Verstappen en een getekende envelop van de eerste mannen die op de maan wandelden. Sommige dingen hou ik zelf, maar veel ervan veil ik zelf weer door om geld in te zamelen voor mijn Sunday Foundation.’

Wat doet die stichting?
‘Daarmee help ik kinderen uit benarde situaties te halen, zoals kindslaven die werken in diamantmijnen of in de prostitutie om te overleven. Door scholen te bouwen, geven we hen een kans op een betere toekomst. In Sierra Leone, door de Verenigde Naties ooit bestempeld als de slechtste plek op aarde, hebben we bijvoorbeeld sinds 2008 maar liefst 57 scholen gebouwd. Hier in Nederland jammeren kinderen weleens dat ze naar school moeten. Daar moet je die jongens en meiden bijna het klaslokaal uittrekken. Zo blij en dankbaar zijn ze dat ze iets kunnen leren.’

Wat vindt het thuisfront van je vele reizen?
‘Wendy vindt het weleens moeilijk dat ik zeg dat ik mijn eigen leven zou opofferen om dat van anderen beter te maken. Omdat ik daarmee ook dat van hen voor een deel zou opofferen. Ik begrijp dat ergens wel. Op de meest risicovolle reizen neem ik haar niet mee. Omdat ik haar niet in gevaar wil brengen. Zo vergeet ik nooit mijn verblijf in Afghanistan, waar we de Champions League wat betreft bomaanslagen hebben meegemaakt. Ik lag in mijn tentje te slapen, toen ik midden in de nacht werd gewekt.

“Broer, broer, ik wil je niet bang maken, maar de Taliban zijn op twee kilometer afstand,” zei een man me. “Als ze gaan schieten, schiet dan terug, maar bewaar de laatste kogel voor jezelf. Anders gaan ze je maandenlang martelen en snijden ze je hoofd eraf met een bot mes. Dat is voor hen de ultieme vernedering, omdat je zonder heel lichaam niet in de hemel komt.” Wendy zegt altijd dat ze het er niet mee eens is dat ik die plekken opzoek, maar ze staat desondanks wel achter me. Die zin ben ik nooit vergeten.’

‘Als ze gaan schieten, schiet dan terug, maar bewaar de laatste kogel voor jezelf. Anders gaan ze je maandenlang martelen en snijden ze je hoofd eraf met een bot mes’

Wat is het meest heftige dat je hebt meegemaakt?
‘De Afghaanse regering onderhandelde in Doha met de Amerikanen over vrede, toen de Taliban in eigen land de spierballen nog maar eens lieten rollen. In een auto met overheidskenteken werd ik naar de minister gereden en kwamen we in een file terecht. Door de voorruit, die niet was geblindeerd, zag ik een bedelaartje van een jaar of acht aan komen lopen. Een straatkindje met vieze vingertjes en allemaal gaten in z’n kleding. Hij verkocht van die oude, platte Chiclets-achtige kauwgom en kwam mij om wat geld vragen. Op het moment dat ik mijn raam open wilde draaien, riep de commando die mij beveiligde hem toe: “Jij, op vier meter! Nu!” Ik keek hem met open mond aan. Waarom in hemelsnaam zo’n frummeltje met zo’n grote mond wegsturen?’

Waar sloeg dat op?
‘Als je veel in derdewereldlanden en oorlogsgebieden vertoeft, dan voel je een beetje aan of het spannend kan worden. Zo ook die commando. Hij draaide zich om naar achteren en zei: “Luister vriend, ik ben verantwoordelijk voor jou. In dit land is niets wat het lijkt. Jij denkt dat dit een kauwgomverkoper is, maar de kans is net zo groot dat het hier om een zelfmoordterrorist gaat die doelbewust naar jou toeloopt en de boel wil opblazen. Lukt het, dan krijgt hij daar 300 dollar voor. Gaat het mis, dan heeft hij een enkele reis naar het paradijs.” Misschien was het inderdaad wel een onschuldig straatverkopertje, maar dat risico konden we niet lopen.’

Die kinderen hebben vaak geen keuze?
‘Soms niet. In Sierra Leone kwamen ze soms voor de prijs van twee pizza’s en een cola aan een kalasjnikov. Jongens en meisjes van amper 10 jaar oud werden er gedrogeerd, kregen schiettraining en moesten geblindeerd mensen neerschieten. Vervolgens ging de blinddoek af en zagen ze dat het hun eigen moeder was die daar lag. Een aloude guerrillatactiek, want als je verantwoordelijk bent voor de dood van je eigen moeder, dan verander je in een moordmachine. Indoctrinatie. Het is een strategie. Beroemd is het verhaal van fotografen uit het Westen die een georganiseerde reis maakten door een gebied met dat soort kinderen.’

Wat gebeurde daar?
‘In een dorpje vroegen ze aan al die kinderen wie er weleens gedwongen iemand had gedood en of ze foto’s van hen mochten maken. Puur om de blikken van kindsoldaten te vangen. Twintig handen van jonge jochies en meiden de lucht in, die een voor een voor de lens verschenen en daar een klein bedragje voor kregen. Een nobel doel, maar al direct de volgende ochtend werd er bij die fotografen op de deur gebonkt. “Doe open, doe open!” klonk het. Stonden er opnieuw tientallen kinderen voor de deur. “Wij willen ook op de foto, wij willen ook geld. We hebben vannacht allemaal mensen vermoord. Nu mogen wij toch ook?” Zij vertaalden het totaal anders in hun hoofd dan hoe die fotografen het bedoeld hadden. Zij dachten een moord op hun geweten te moeten hebben om geld te verdienen en dus te overleven.’

Wat heb je aan je eigen ervaringen overgehouden?
‘Een overdaad aan mensenkennis en dankbaarheid van hen die we geholpen hebben, maar helaas ook een situatie waarin ik haast zelf niet meer wilde leven. Het was 27 augustus 2013, net na een reeks bezoeken aan oorlogsgebieden in Zuid-Soedan, Oost-Congo, Egypte en Mauritanië. Ik werd ’s ochtends wakker en het was bal. Amper opgestaan, ging ik direct naast mijn bed onderuit en kon ik nauwelijks op m’n benen blijven staan. Alles draaide en ik had een enorme piep in mijn hoofd die maar niet wegging. Ik bleek tinnitus te hebben opgelopen en kampte met twee beschadigde evenwichtsorganen. Er was 50 procent kans op uitval van beide organen. De kans dat het nog goed zou komen was klein.’

Wat was het verdere vooruitzicht?
‘Daar kwam ik op een vrij aparte manier achter. Een bevriende professor stuurde mij niet lang daarna een presentatie door met de vraag of ik daar, met mijn journalistieke oog, even naar kon kijken. Simpelweg of de tekst lekker liep en het allemaal een beetje begrijpelijk was opgeschreven. Die professor was echter even vergeten dat juist die presentatie ging over wat ik op dat moment doormaakte. Zodoende las ik hoe ik zelf kon gaan eindigen als mijn kwalen verder doortrokken: kotsend en kruipend over de grond. En er was een grote kans dat ik doof zou worden. Toen heb ik wel even diep gezeten.’

Veroorzaakt door je ervaringen in het buitenland?
‘Ik denk dat mijn lichaam jarenlang in een extreme vorm van paraatheid stond en dat ik knapte op het moment dat ik thuis weer even in de relaxmodus zat. Ik heb zoveel onder vuur gelegen en angstige momenten meegemaakt met lokale maffia die bij ons verhaal kwamen halen. En niet te vergeten de 450.000 mensen die we in onze projecten hebben zitten, waaronder 30.000 leerlingen die van straat zijn geplukt. Dat geeft een enorme verantwoordelijkheid.’

Hoe ging je om met de mogelijke lichamelijke tegenslagen die je nog te wachten stonden?
‘Niet. Ik heb letterlijk met Wendy in een restaurantje gezeten en het erover gehad hoe ik mijn einde voor me zag. Zou het nog slechter worden dan op dat moment, dan wilde ik stoppen met eten en drinken en in een lemen hut in Afrika wachten op het einde. Dat is geen zelfmoord, maar een dood zoals de Romeinen dat vroeger deden.’

Begreep je vrouw die keuze?
‘Leuk is anders. Ze was er natuurlijk niet blij mee. Net als dat ze me voorafgaand aan sommige reizen ook steeds weer afvraagt of ik die wel moet maken. Ze stond echter, ook hierbij, wel achter me. Omdat ze weet wat ik allemaal moet doormaken en welk leed ik in al die jaren heb gezien. Dat ik de beste versie van mezelf moet zijn, ook lichamelijk, om anderen te kunnen helpen. En dat was op dat moment gewoon niet zo.’

Zij zou dan alleen zijn achtergebleven.
‘Dat was haar grootste angst. Ze zei: “Stel dat jij gaat, dan heb ik niets meer van ons.” Daarop zijn we over kinderen gaan praten. Daarvoor waren we er nooit zo bewust mee bezig. Ik had al een dochter uit een eerdere relatie, Sanne, en daar kon ze op haar manier over moederen. Ze had haar eigen leven en werk, met ruimte en vriendinnen. Samen nog een kindje krijgen stond niet per se op de planning, tot aan dat gesprek in het restaurant waarbij ik niet wist hoelang ik nog verder kon. Nog diezelfde avond hebben we de pil weggegooid en, alsof het zo moest zijn: binnen twee maanden was ze zwanger.’

Inmiddels zijn jullie tien jaar getrouwd en is Krijn even oud.
‘Uit die vreselijke situatie kwam een heel leuk ventje, want zonder het gedoe met mijn evenwichtsorganen waren wij nooit ouders geworden. Daar ben ik van overtuigd. Krijn gaf mij mijn levensgeluk terug. De wil om door te gaan. Zonder hem was ik er misschien niet meer geweest. Dan was ik wellicht in die hut gaan liggen om mezelf uit te hongeren. Sindsdien is alles in een stijgende lijn gegaan. Ook qua gezondheid.’

Je bent weer in evenwicht, letterlijk, maar de tinnitus is nooit weggegaan.
‘Die lijkt met het jaar zelfs erger te worden, maar daar laat ik mijn levensgeluk niet meer van afhangen. Ik heb doorkliefde kinderschedeltjes gezien in Rwanda en moeten wegduiken voor raketten in Oekraïne. Zou ik me dan serieus druk moeten maken om een piepje in mijn hoofd? De ellende van mensen in dat soort landen maken mijn kwaal, die ooit zo groot was voor me, ook wel weer heel erg klein. Toen ik me dat realiseerde, heb ik thuis een mooi wijntje opengetrokken en geproost op het omarmen van mijn situatie. Ogen dicht en het is net of je in Zuid-Frankrijk zit met krekelgeluiden op de achtergrond. Die krekels horen vanaf nu bij mij en niemand komt aan die krekels. Dat zijn mijn vriendjes. Die piep is gewoon mijn houten poot geworden. Dat hoort bij Sander. Of je het nu leuk vindt of niet.’

‘Niet iedereen is zo idioot als ik om 174 keer naar Afrika te vliegen om allerlei projecten op te zetten’

Ben je gelovig?
‘Ik heb een kettinkje met de beeltenissen van Jezus en Maria, dat ik altijd draag tijdens gevaarlijke reizen. Ik heb het gekregen van Mama Mayila, zeg maar de Moeder Teresa van Afrika. Een waanzinnig leuke vrouw die sinds jaar en dag vondelingen en weeskinderen opvangt. Tijdens de oorlog in Sierra Leone sloot de overheid alle scholen. In 1999 ventileerde ze op de radio haar politieke mening en riep zij op haar scholen weer te openen. Ze hoopte dat dat gerespecteerd zou worden. Een generatie zonder onderwijs is natuurlijk een ramp voor de toekomst. Tien minuten later werd ze door de troepen van de president gearresteerd en ter dood veroordeeld. Hanging by rope, stond er in het vonnis. Omdat ze burgerlijke ongehoorzaamheid toonde in een land dat in totale oorlog verkeerde. Ze belandde in de hel op aarde: de gevangenis van hoofdstad Freetown. Met honderden in één cel, slapen op een stenen vloer en amper eten of drinken.’

Heeft ze het overleefd?
‘Op 8 januari van dat jaar was haar executiedatum, maar drie dagen daarvoor gebeurde er iets wonderlijks. Ze kreeg midden in de nacht een jezusverschijning en een dag later werd ze met veel kabaal uit haar cel gehaald. Niet door de soldaten, maar door de rebellen die met veel succes de macht hadden gegrepen en haar kwamen bevrijden. Ze heeft haar leven teruggekregen en woont nu aan de andere kant van de wereld, in Sliedrecht-West. Je begrijpt dat ik het kettinkje dat ze me gaf geen moment uit het oog verlies. Het betekent alles voor me.’

Voor je werk ontving je twee jaar geleden de President Roosevelt Four Freedoms Award, waarmee je in een rijtje staat met eerdere winnaars Nelson Mandela, Kofi Annan, de dalai lama en Angela Merkel. Mooi of ongemakkelijk?
‘Beide. Ik draag ’m dan ook op aan alle vrijwilligers in de wereld. Zonder hen zou elk goed doel in elkaar lazeren. Maar ik heb ook grenzeloos veel respect voor de buren die in weer en wind op hun fietsje naar het verzorgingstehuis rijden om daar de billen te wassen van tante Mien van 93. Dat vind ik eigenlijk knapper dan wat ik doe. Dat zou ik dan weer niet kunnen, denk ik.’

Hoe heeft Krijn zich ontwikkeld?
‘Hij is een echte denker. Zit veel in zijn hoofd. En is sociaal. Zet hem in een groep en hij vindt zijn weg erin. Hij is heel gevoelig voor sfeer en weet zich in de meeste situaties wel te vermaken. Van jongs af aan hebben we hem meegenomen naar Afrika. Daar zit hij met het grootste gemak tussen leeftijdsgenootjes mango te eten in de rivier of hij zoekt in eigen land het avontuur op. Vorig jaar waren we bij Robin van Persie toen hij nog trainer was van Heerenveen, lag Krijn binnen de kortste keren op z’n gat in een boerensloot. Om daarna even een balletje te trappen met Robin. Die twee zijn gek op elkaar. Ik hoop stiekem dat hij op een dag mijn werk voor de stichting overneemt, maar ik dring het hem niet op. Niet iedereen is zo idioot als ik om 174 keer naar Afrika te vliegen om allerlei projecten op te zetten.’

Je bent niet alleen vader, maar inmiddels ook opa.
‘Sanne kreeg ik toen ik begin twintig was en dan voel je een grotere druk. De verantwoordelijkheid die je ineens krijgt, is enorm en de centjes moeten nog bij elkaar verdiend worden. Nu met Krijn sta ik er veel relaxter in en mocht ik ervaren hoe het is om je eigen dochter een kind te zien krijgen. Die titel van ‘opa’ is ergens een gekke, omdat ik zelf ook nog vader ben van een jonge zoon. Ik vind het alleen maar hartstikke leuk. Die kleine kan nu nog niks en heeft alle zorg van zijn ouders nog nodig. Later neem ik hem, net als met mijn eigen kids, lekker mee naar Feyenoord. Als een echte De Kramer.’

Spelen je kinderen straks nog een rol op jullie tweede huwelijk?
‘Maar natuurlijk! Wendy en ik zijn tien jaar geleden getrouwd door toenmalig burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb. Deze cruise voelt een beetje als de huwelijksreis waar we toen geen tijd voor hadden. Binnenkort willen we elkaar nog een keer het jawoord geven. Als extra bevestiging. Misschien dan nu in de echt verbonden door de huidige burgemeester Carola Schouten.’

Zei Wendy destijds meteen ja?
‘Daar kreeg ze de kans niet eens voor, want ik heb mijn aanzoek ellenlang weten te rekken. In Spanje had ik heel groot een boodschap voor haar in het zand geschreven en vroeg ik haar vanuit het hotel naar buiten te kijken. ‘Wendy, wil je met me vouwen?’ stond er. Kwam ik met een A4’tje binnen. En een tijdje later: ‘Wendy, wil je met me bouwen?’ Stond ik met een doos Lego voor haar neus. Zo is dat een tijdje doorgegaan, tot ik er uiteindelijk het woord ‘trouwen’ van maakte.’

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct