Bart Nijman

Bart Nijman: 'Ik denk dat we enorm aan wat patriottisme toe zijn'

'Nederlanders vind ik gemiddeld genomen véél te ondankbaar over de verworvenheden die ze hebben geërfd en de brede welvaart die daaruit is voortgekomen'

Sinds de moord op Lisa begin je Nederlandse vlaggen te zien in voetbalstadions. In de zeventiende minuut, haar leeftijd, verschijnen ze. Voor Lisa, maar ik vermoed ook als tegenbeweging tegen massamigratie. Boze tongen fluisteren natuurlijk direct dat de nationale driekleur vieze randjes heeft.

Het riekt naar patriottisme en dat is fout, vies en eng, omdat het kan leiden tot uitsluiting en onderdrukking. Algemeen Dagblad schreef verwijtend dat er ook prinsenvlaggen tussen wapperen. Met oranje in plaats van rood – zogenaamd van de NSB, maar net zo goed de vlag van victorie over de Spanjaarden in Brielle en Breda.

Henk Spaan zocht naar een complot van coördinatie door vreemdelingenhaters. Rabin Baldewsingh, nationaal coördinator tegen discriminatie en racisme, zei dat hij ‘vooralsnog niets negatiefs’ wilde zien in mensen die in hun eigen land de vlag van hun land bij zich dragen.‘Vooralsnog’...

Patriottisme is alsof je trots bent op iets dat je niet zelf hebt opgebouwd en in die zin moet je ermee oppassen. Maar je behoudt en bewaakt ook het werk van anderen, in de hoop dat het goed op je afgeeft. Ik denk dat we enorm aan wat patriottisme toe zijn, vanwege de sterke waarden van gemeenschappelijkheid die het in zich herbergt. De vlaggen doen me goed. Ze signaleren een herinnering aan wie wij zijn, en een herleving van het onze en het eigene. De Nederlandse vlag staat voor vrede, vooruitgang en welvaart.

Mezelf zou ik geen patriot noemen. Ook geen wereldburger trouwens, anders woonde ik wel in Londen of Boston en niet in Portugal, het stuitje van Europa. Maar ik voel wel liefde voor westerse cultuur en ideeën, die beter zijn dan de meeste ideeën.

Dankbaarheid, ook. Dat ik het geluk had in Nederland te worden geboren, in een tijd waarin vrede en veiligheid bestond, welvaart bloeide en vooruitgang voortschreed, terwijl je vrij bent om te zijn, doen en worden wat je wilt. Daar kun je niemand voor bedanken, het is een kosmisch toeval, maar je mag daar wel erkentelijk voor zijn.

Nederlanders vind ik gemiddeld genomen véél te ondankbaar over de verworvenheden die ze hebben geërfd en de brede welvaart die daaruit is voortgekomen. Die ondankbaarheid leidt – behalve tot chagrijn en ongeduld – tot nalatigheid, veronachtzaming en zelfhaat. Wat voor lief genomen wordt, krijgt te weinig water.

Maar de vrije cultuur waarin ik geboren ben, is niet vanzelfsprekend en blijft niet uit zichzelf bestaan. Ik wil het niet alleen graag behouden, maar ook uitgebouwd zien worden. Hoe sentimenteel het ook mag klinken, die vlaggen tonen een glimp van dat verlangen. Altijd komt dat van onderaf in de samenleving. Laten we het niet verdacht maken, maar water geven.

Is dat ook patriottisme? Zo ja, dan ben ik het toch.