Het Cali-drugskartel dat via via een oude Sovjetonderzeeër probeert te kopen, een criminele bende die tot franchising overgaat, een nieuwe weg tussen Sotsji en het op een steenworp afstand gelegen dorpje Krasnaja Poljana waarvan de aanleg goedkoper zou zijn geweest als er in plaats van asfalt kaviaar zou zijn gebruikt; het nieuwe boek van Mark Galeotti staat niet alleen boordevol sprankelende voorbeelden, maar werpt ook nieuw licht op de innige banden tussen de boven- en onderwereld.
Volgens de ondertitel van je boek dicteert de georganiseerde misdaad de wereld. Wat bedoel je daarmee?
‘We zijn geneigd de georganiseerde misdaad als een afzonderlijke wereld te zien, als iets parasitairs en iets dat tegen de bovenwereld ingaat. Mijn boek laat zien dat de onderwereld eigenlijk veel meer de donkere schaduw van de bovenwereld is. Met andere woorden: alle veranderingen in de wereld om ons heen, zie je ook terug in de georganiseerde criminaliteit. Boven- en onderwereld zijn innig met elkaar vervlochten. Denk alleen al aan de enorme hoeveelheid crimineel geld in het financiële systeem of aan politici die hun drugs- of migratiebeleid aanpassen op het gedrag van de georganiseerde misdaad.’
De georganiseerde misdaad staat aan de basis van vrijwel elke legitieme macht, stel je in je boek.
‘Historisch gezien ontstonden staten niet omdat mensen uit zichzelf het idee kregen om samen te gaan. Nee, het begon vaak met wat slimmere bandieten die wat verder dachten dan hun neus lang is. In plaats van dorp na dorp volledig te plunderen, zagen zij in dat het beter was om op een bepaalde plek te blijven en daar net genoeg belasting te heffen. Zo hielden de inwoners nog wat over en konden ze weer wat opbouwen, zodat bandieten telkens opnieuw belasting konden innen. In ruil daarvoor verschafte de bende de belastingbetalers bescherming van het gebied.
Een voorbeeld van dit proces kun je zien in Akira Kurosawa’s Seven Samurai, dat later ook de basis vormde van de cowboyfilm The Magnificent Seven. De boeren in de film zijn het zat dat hun dorpje telkens wordt overvallen en besluiten voor hun veiligheid de hulp van een bende bandieten in roepen. In ruil daarvoor accepteren ze dat de bandieten het voor het zeggen krijgen. Staatsvorming gaat in essentie om het gebruik van geweld om de inwoners te kunnen belasten en te kunnen beschermen.
Je ziet nog steeds dat sommige criminele bendes wat dieper nadenken over hun rol dan andere gangs. De New Jersey State Police ziet in Newark – de plek waar The Sopranos zich afspeelt – bendes die puur en alleen uit zijn op gewin en daar grof geweld voor gebruiken, maar ook criminele groepen die ervoor zorgen dat de straten netjes zijn en dat een kleine winkeldief wordt aangepakt.’
Hoe ontwikkelden dat soort bandietenstaatjes zich verder als ze blijven bestaan?
‘In het begin zijn het vrij primitieve staatsvormen, geen grote bureaucratieën. Dat volgt later, als staten het voor elkaar krijgen langer te blijven bestaan. Dan ontstaat een sterk sociaal contract tussen machthebbers en inwoners waarin het voor beide partijen duidelijk is wat de deal zo’n beetje is. Op langere termijn volgen ook pas de verhalen waarom mensen eigenlijk belasting moeten betalen aan de machthebbers: omdat het door God ingegeven is bijvoorbeeld, of omdat je vader toevallig ook dezelfde positie heeft gehad. Na verloop van tijd beginnen machthebbers die verhalen zelf ook te geloven. Het komt overigens nog steeds voor dat er nieuwe staatjes voortkomen uit criminele roots.’
Speelt zoiets op dit moment ook in Syrië?
‘Het is op dit moment nog niet duidelijk welke kant het daar opgaat. Zijn de nieuwe machthebbers een terreurorganisatie, een groep van krijgsheren of iets anders? Sowieso heeft Damascus geen controle over het hele land en hebben in sommige delen van het land allerlei kleinere groeperingen het voor het zeggen. Daar zitten ook criminele bendes bij, waarvan we moeten afwachten of ze zich in een soort kleine staatjes ontwikkelen. Of kijk naar Afghanistan. We hebben het altijd wel over de Taliban, maar in de moeilijk bereikbare delen van het land zijn het lokale krijgsheren die de opiumhandel bestieren en de facto aan de touwtjes trekken. Boeren werken daar niet alleen voor bescherming aan mee, maar ook omdat ze bij de krijgsheren leningen en een gegarandeerde afzetmarkt kunnen krijgen.’
Georganiseerde misdaad springt in alle gaten die de staat laat vallen.
‘Individuele criminelen zijn misschien sociopaten, maar de georganiseerde misdaad is in de kern een rationeel fenomeen. Het voorziet in economische behoeften met de bedoeling om winst te maken. Als staten uitdijen en complexer worden, krijgen ze de neiging om steeds meer zaken te belasten en te verbieden. Op die manier creëren staten markten voor de georganiseerde criminaliteit. Wat gebeurde er toen het Britse koningshuis in de 18de eeuw enorme importtarieven op thee instelde? Er ontstond een levendige smokkel van thee, vooral in plaatsen aan de kust. In de kliffen tref je nog steeds de tunnels aan waardoor het product werd gesmokkeld.’
De drooglegging in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten leidde tot vergelijkbare taferelen.
‘Dat is het klassieke voorbeeld van een clash tussen waar de samenleving recht op denkt te hebben en wat staten bereid zijn toe te staan. Een relatief kleine minderheid in de regering vond dat alcohol aan banden gelegd moest worden en plotseling lag heel Amerika droog. Natuurlijk bleef de consument behoefte houden aan alcohol, dus eigenlijk overhandigde de Amerikaanse staat de georganiseerde misdaad een enorme markt. Vooral Joodse, Ierse en Italiaans-Amerikaanse bendes sprongen erop en verdienden er zoveel mee dat ze op zoek moesten naar nieuwe manieren om hun geld kwijt te kunnen. Ze investeerden geld in allerlei projecten. Zo begon het witwassen en ontstonden enorme, wereldwijde criminele economieën. Het kapitalisme heeft de georganiseerde misdaad geen windeieren gelegd.
In dit soort gevallen is het ook interessant om te zien dat de bevolking soms vindt dat de georganiseerde misdaad aan hun kant staat. Dat heb ik zelf meegemaakt toen ik in de jaren tachtig in de Sovjet-Unie woonde. De overheid bond de strijd aan met alcohol, dus moest je bij gangsters de drank voor je bruiloft of huisfeest kopen. Op den duur gingen mensen bendes ook vragen of ze een doktersafspraak of paspoort konden regelen, en dat soort zaken. Tegen de tijd dat de Sovjet-Unie ineenstortte, boden de slimmere gangs allerlei diensten en producten aan. Als een staat op instorten staat of weigert om naar de behoeften van de bevolking te kijken, heeft de georganiseerde criminaliteit alle kansen.’
Waar trek je de grens tussen waar de samenleving recht op denkt te hebben en wat staten bereid zijn toe te staan?
‘Het is niet aan mij om die grens te bepalen. Dat is juist het probleem: te vaak zijn het andere mensen die bepalen wat goed en slecht voor je is. Dat is natuurlijk ook de rol van de staat, maar je moet er wel altijd voor zorgen dat je de maatschappij meekrijgt. Dat doe je door te accepteren dat er verschillende waarden en normen in een samenleving aanwezig zijn, of door achteraf toe te geven dat je fout zat met bepaald beleid. Je kunt in ieder geval niet zomaar een wet aannemen en verwachten dat mensen zich aanpassen, tenzij je bereid bent excessief geweld te gebruiken. Onder Mao in China werd drugsgebruik enorm teruggedrongen, maar dat kwam alleen omdat er een lange gevangenisstraf of zelfs de doodstraf op stond. Toen dat niet meer het geval was, veerde het drugsgebruik weer op.
Of kijk naar hoeveel staten tegenwoordig met pornografie omgaan: het is door allerlei technologische middelen als VPN-verbindingen eigenlijk niet mogelijk om er iets tegen te doen. Mensen blijven er toch naar op zoek. Staten grijpen doorgaans alleen nog maar in als het gaat om kinderporno. Pornografie is een van die gebieden waarop de georganiseerde misdaad het wint van de staat.’
Zijn er beleidsterreinen waarvan je zegt: hier kunnen overheden wat meer meebewegen?
‘Veel westerse overheden zien marihuana nog steeds als levensgevaarlijke drug. Het spul is inderdaad veel sterker dan twintig jaar geleden en er is steeds meer bewijs voorhanden dat gebruik op de lange termijn kan leiden tot gezondheidsproblemen. Politici focussen bijna altijd op de aanbodzijde en roepen steeds weer de war on drugs uit, omdat het veel moeilijker is om de vraagzijde aan te pakken. Maar een verbod op marihuana zal niet werken: je moet toch echt naar de vraagzijde kijken. Toevallig hebben we een voorbeeld van een succesvolle campagne om het gebruik van een ander genotmiddel enorm terug te dringen, namelijk tabak. Dat hebben we voor elkaar gekregen door roken toe te staan, flink te belasten en tegelijkertijd voortdurend de nadelen ervan uit te leggen. Om een dergelijk succes te behalen, moet marihuana dus eerst gelegaliseerd worden. Zo kun je mensen informeren over de nadelen en wellicht ook mildere vormen van deze drug ontwikkelen.’
Je schrijft dat de georganiseerde misdaad in de 20ste eeuw zo lucratief werd, dat er een soort criminele familiebedrijven ontstonden.
‘Oorspronkelijk was het vaak zo dat criminelen niet wilden dat hun kinderen dezelfde kant op zouden gaan. Liever hadden ze dat hun kinderen advocaat of dokter werden. Maar de drooglegging doorbrak dat patroon. Er werd zoveel geld verdiend dat families daar generaties lang op konden drijven. De investeringen liepen decennialang door, dus werd de georganiseerde misdaad ook multigenerationeel. Overigens is het nu wel bijna klaar met de Italiaans-Amerikaanse georganiseerde criminaliteit in de Verenigde Staten. Ik sprak deze zomer een FBI-agent, hij vroeg zich af wie er eerder met pensioen zou gaan: hijzelf of de Italiaans-Amerikaanse maffia.’
‘Georganiseerde misdaad is in de kern een rationeel fenomeen. Het voorziet in economische behoeften met de bedoeling om winst te maken’
Hoe ontwikkelt de georganiseerde misdaad zich in de 21ste eeuw?
‘De onderwereld spiegelt allerlei ontwikkelingen die je in de bovenwereld ook ziet. Vrouwen krijgen een grotere rol, omdat criminaliteit tegenwoordig veel meer om vernuft draait dan om fysieke kracht. Bendes worden ook steeds meer multicultureel, zo zie je dat Koreanen steeds prominenter worden in de Japanse yakuza. Bovenal is het de vraag hoe staten omgaan met de wereldwijd opererende georganiseerde misdaad. De wetten van een land zijn alleen geldig binnen een bepaald grondgebied en daarom hebben staten ook maar beperkt invloed op bijvoorbeeld multinationals en techbedrijven. Die organisaties bouwen hun activiteiten precies zo op dat ze zo weinig mogelijk last hebben van de regels in een bepaald land en zo min mogelijk belasting betalen. Hetzelfde zie je bij de georganiseerde criminaliteit en dat maakt het voor staten lastig om in te grijpen.
De internationale dimensie van de georganiseerde misdaad kent allerlei kanten. Zo nemen bijvoorbeeld Tsjetsjeense bendes ook franchisenemers: iedereen die een bepaald bedrag betaalt, mag zeggen dat hij samenwerkt met de Tsjetsjenen. Dat schrikt af, want vanaf de jaren negentig bouwden de Tsjetsjenen een gewelddadige reputatie op. Het grappige is dat er juist minder dan gemiddeld geweld rondom Tsjetsjeense criminele bendes is, simpelweg omdat niemand het aandurft ruzie met hen te zoeken.’
Hoe kunnen staten zich toch een beetje wapenen tegen de georganiseerde misdaad?
‘We kunnen de globalisering niet terugdraaien. Trump kan wel een herindustrialisatie van de VS beloven, maar mensen willen nog steeds een goedkope iPhone uit China en over de hele aardbol kunnen handelen. Ik zie niet zo snel een wereldregering ontstaan, dus hoe kunnen we de internationale georganiseerde misdaad dan aanpakken? Organisaties als Interpol bieden geen perfect systeem, maar geven er in ieder geval blijk van dat landen moeten en kunnen samenwerken. Dat gebeurt ook wel. Zelfs met Rusland worden nog gegevens uitgewisseld over criminaliteit, bijvoorbeeld als het gaat om terrorisme, pedofilie en vermiste kinderen.’
Over Rusland gesproken: in veel opzichten lijkt Vladimir Poetin ook op een halve bandiet.
‘Poetin is een halve gangster, maar ook een halve KGB-agent, een halve ideoloog en een halve pragmaticus. Hij gelooft hoe dan ook in de kracht van de staat. Ik vind het moeilijk om positieve dingen over hem te zeggen, maar Poetin heeft de wereld een dienst bewezen door de welig tierende criminaliteit in Rusland in de jaren negentig een halt toe te roepen. Tegelijkertijd deed hij dat alleen omdat hij bang was dat de georganiseerde misdaad een bedreiging voor zijn macht zou vormen. Poetin heeft namelijk niet zoveel problemen met de georganiseerde misdaad: afhankelijk van wat hij nodig heeft, vecht hij ertegen of maakt hij ervan gebruik. In het begin van zijn machtsperiode organiseerde Poetin gesprekken met de grootste gangsters, waarin hij duidelijke maakte wat de nieuwe regels waren: je kunt doorgaan met je criminele activiteiten en de politie zal je proberen te pakken, maar pas als je de macht van de staat bedreigt, gaan we je écht hard aanpakken. Eerst schreef Poetin alleen voor wat de georganiseerde misdaad moest laten, later liet hij ook doorschemeren dat hij het aanmoedigt als criminele bendes bijvoorbeeld cyberaanvallen uitvoeren op het Westen. Daarmee zijn zelfs allerlei bonussen en andere voordeeltjes binnen te slepen.
Voor ons is de strategie van Poetin een probleem, want hij zet criminele bendes steeds vaker in tegen het Westen. Via criminele netwerken zorgt Rusland ervoor dat het de goederen krijgt die het door de sancties van andere landen niet meer legaal kan kopen. Ook laat Poetin bendes allerlei vuil werk opknappen in andere landen: sabotage-acties, liquidaties en het verzamelen van inlichtingen. Denk aan de moord op de gedeserteerde Russische helikopterpiloot Maksim Koezminov in Spanje. Het is vrijwel zeker dat het Kremlin daar de plaatselijke bandietenbende voor heeft ingeschakeld.’
Heeft het zin om met iemand als Poetin te praten over een wapenstilstand of vrede met Oekraïne?
‘Jawel, Poetin is ook een halve pragmaticus. Dat zulke mensen nog steeds domme dingen kunnen doen, blijkt wel uit zijn beslissing om Oekraïne aan te vallen. We hebben geen redenen om hem te vertrouwen en je moet hem niet zomaar geven wat hij wil, maar we moeten hoe dan ook met Poetin praten. Een eventuele deal moet samengaan met garanties voor Oekraïne en strafmaatregelen voor als Rusland de afspraken niet nakomt. Anders zal Poetin alles aanpakken wat hem aangeboden wordt en Oekraïne vroeg of laat opnieuw binnenvallen.
Het is verder een modern idee dat we alleen zouden moeten praten met mensen die we vertrouwen en die we mogen, alsof dialoog een beloning is voor goed gedrag. Ik zou zeggen: we moeten meer met onze vijanden praten dan met onze vrienden. Op dat vlak heb ik wel zorgen, want er zijn op dit moment minder communicatiekanalen met Rusland open dan in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog.’
Wat zou een einde van de oorlog in Oekraïne betekenen voor de georganiseerde misdaad?
‘Er zouden plotsklaps grote aantallen door de strijd getekende soldaten weer in het normale leven terechtkomen. Dat is voor een deel van die personen heel moeilijk en dan is er een gerede kans dat zij in de georganiseerde misdaad terechtkomen. Bovendien zou er na de oorlog een enorme hoeveelheid wapens in omloop komen.
Dat zagen we na de Joegoslavische oorlogen in de jaren negentig ook: de problemen beginnen pas als de wapens zwijgen. Na die oorlogen werden veteranen ingehuurd door bendes en zo ontstond een hele wedloop, want andere bendes gingen vervolgens ook veteranen aan zich binden. Voor zowel Rusland als Oekraïne zal deze problematiek na de oorlog heel lastig worden. Oekraïne heeft eigenlijk niet genoeg middelen om er iets tegen te kunnen doen, en in Rusland is de politie structureel onderbezet. De combinatie van een zwakke handhaving en een sterkere georganiseerde misdaad belooft niet veel goeds.’
‘Ik denk dat ik Poetin moet overleven om weer voet op Russische grond te kunnen zetten. Gelukkig staat de tijd aan mijn kant’
In juni 2022 werd je door het Kremlin tot persona non grata verklaard. Wat betekent dat voor jou?
‘Op professioneel vlak is het irritant om de sfeer in Rusland niet zelf even te kunnen proeven. Ik ben daarnaast zo’n 30 procent van mijn contacten kwijt: mensen die het niet meer willen riskeren om met mij te praten. Ik kan het hen moeilijk kwalijk nemen. Aan de andere kant betekent het dat ik het grootste deel van mijn contacten heb kunnen behouden, al moeten die gesprekken wel wat voorzichtiger plaatsvinden dan voorheen. Sowieso reizen nog maar weinig westerse academici naar Rusland.
Verder zie ik mezelf als russofiel en denk ik dat de grootste russofoob die gast in het Kremlin is. Poetin heeft de toekomst van Rusland in de fik gezet. Dat valt me zwaar, want het land betekent veel voor me en het is moeilijk om er niet heen te kunnen. Bovendien is het veel lastiger om weer van die sanctielijsten af te komen dan erop. Ik denk dat ik Poetin moet overleven om weer voet op Russische grond te kunnen zetten. Gelukkig staat de tijd aan mijn kant.’
Rusland- en misdaadkenner
Mark Galeotti promoveerde op een proefschrift over de impact van de Afghaanse Oorlog (1979-1989) op de Sovjet-Unie en groeide daarna uit tot internationaal gerenommeerd expert gespecialiseerd in Rusland en georganiseerde misdaad. Van zijn hand verscheen onder meer De Vory – de Russische supermaffia (2018), We moeten het even over Poetin hebben (2019), Een kleine geschiedenis van Rusland (2020), Poetins oorlogen –van Tsjetsjenië tot Oekraïne (2023), Ondergang – Prigozjin, Poetin (2024, samen met Anna Arutunyan) en Homo criminalis – hoe de georganiseerde misdaad de wereld dicteert (2025).
Nieuwe Revu spreekt Galeotti via videoverbinding, maar krijgt genoeg van zijn liefhebberijen mee. Tijdens het gesprek zijn in de werkkamer van de Brit verschillende replica’s van historische wapens te zien: onder meer een bardiche – een soort hellebaard die Russische soldaten in de 16de eeuw gebruikten – en een kleine hakbijl van het type dat het volk van Roes gebruikte (de naamgevers van Rusland).
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct