Politiek

JA21-voorman Joost Eerdmans (54): 'Ik heb vaak tegen linkse mensen gezegd: ze hadden Wilders premier moeten maken'

Terwijl Wilders hoog in de peilingen blijft en partijen elkaar links en rechts in de haren vliegen, ziet Eerdmans vooral kansen. Hij schuwt klare taal over de inhoud niet, maar houdt zich ver van het politieke gekissebis.

Fleur Baxmeier
Joost Eerdmans

Nieuwe Revu ontmoet Joost Eerdmans
Waar? Zijn hometown Rotterdam. Nog iets genuttigd? Koffie. Verder nog iets? Als Eerdmans niet bezig is met politiek bedrijven, het komt sporadisch voor, is de kans groot dat je hem aantreft in de gym of op hardloopschoenen, in het Kralingse Bos. ‘Het gaat mij erom dat ik even bezig ben met iets totaal anders dan met wat zich op het Binnenhof afspeelt,’ aldus de sportieveling in kwestie.

‘Als je fysiek lekker bezig bent, ontspan je ook mentaal. Pianospelen is voor mij ook een uitlaatklep. Ik kan het niet zo goed als anderen, maar ik doe mijn best en het is lekker om te doen. Maar het mooist is een avond met het gezin, met z’n vieren op de bank een film kijken. Of lekker uit eten gaan. Verder heb ik niet heel bijzondere hobby’s: het nieuws volgen, een krantje lezen, af en toe eens koken. En ik ben ook nog dj in het nachtleven, heel af en toe. Dat is maar twee keer per jaar hoor, dus dat stelt niet zoveel voor.’ 

Je noemt jezelf de erfgenaam van Pim Fortuyn. Als hij vandaag naar het rechtse landschap zou kijken – PVV en NSC uit het kabinet, nieuwe verkiezingen in aantocht – zou hij dan trots zijn of zuchten: wat een bende?
‘Pim was onvoorspelbaar, hè. Het kon beide kanten op gaan. Op Rotterdam zou hij trots zijn: Leefbaar is lang groot gebleven na de overwinning en heeft meerdere keren verantwoordelijkheid gedragen in het college. Dat is precies wat hij wilde: niet alleen roepen, ook doen. Landelijk zou hij zien dat het een zoektocht is geworden. Ik denk dat hij Wilders complimenten had gegeven voor het benoemen van de thema’s waar hij zelf voor streed, zeker vlak na de moorden op hem en Van Gogh.

Hij is doorgegaan, ondanks alle bedreigingen aan zijn adres. Tegelijkertijd denk ik dat Fortuyn de politiek anders had aangevlogen dan Wilders, namelijk veel meer gericht op het oplossen van problemen in plaats van alleen maar het agenderen ervan. Ik hoop dat Fortuyn ook iets van trots had gevoeld richting wat ik met Annabel Nanninga en de anderen in JA21 doe: een landelijke vertaling van wat hij in Rotterdam wilde neerzetten, maar wat hij bij leven niet heeft kunnen meemaken.

Waarschijnlijk had hij gedacht: het is allemaal nog wel wat versnipperd, met FvD en BBB. Maar ik denk dat je er alles bij elkaar opgeteld positief naar moet kijken, want de erfenis van Pim is op meerdere fronten verankerd. Sterker nog: na de laatste verkiezingen hadden we een rechtse meerderheid in de Kamer, van tachtig zetels. Dat was de droom die Fortuyn nastreefde. Zijn thema’s zijn daarin geadresseerd door de kiezer.’

Welk gevoel overheerst als je terugkijkt op de afgelopen Kamerperiode?
‘Chaos, in grote lijnen vergelijkbaar met wat we ook bij LPF hebben gezien. Bij NSC zag je de drive die Fortuyn ook had. De systeemkritiek, het servicegehalte en de wens om problemen op te lossen, maar helaas ook de implodeerbare dynamiek. Dus tsja, ik kijk niet met veel voldoening terug op de afgelopen periode. Ik weet nog dat ik bij de eerste begrotingsbehandeling tegen Wilders zei: “Je hebt een gouden kans, verziek het niet.”

Dat heb ik ook tegen andere collega’s gezegd, maar dat is wel wat er is gebeurd. Eeuwig zonde, want er zat veel goeds in het programma dat ze hadden gemaakt. Fortuyn zou hebben gezegd: “We zijn met z’n allen te ver links de sloot in gereden en we moeten er rechts zien uit te komen.” Ik dacht echt dat ze elkaar op de inhoud konden vasthouden. Omtzigt is grillig, dat wisten we allemaal van tevoren. Maar toen hij een stap terugdeed, was mijn gedachte: hier is de komende jaren veel moois van te maken. Laat het niet uit je handen glippen, anders wordt alles weer zoals het was.’ 

‘Veel mensen hebben een heilig geloof in de PVV. Daar kun je nog zoveel tegenin brengen, maar zij blijven denken dat Wilders voor de goede zaak staat’

Wilders heeft weinig voor elkaar weten te boksen, maar blijft in de peilingen ongenaakbaar. Best knap, toch?
‘Aan de ene kant heb je een vaste kern die hem altijd zal steunen. Maar er is ook een grote groep Nederlanders die denkt: het maakt me niet uit dat hij niet alles waarmaakt, ik moet een bepaald signaal afgeven. Dan kun je nog zo vaak zeggen: heb je gezien wat er uiteindelijk van terecht is gekomen? Het wordt ook nog moeilijker voor Wilders om iets voor elkaar te krijgen, want veel partijen willen niet meer met hem samenwerken, waaronder de VVD. Dat kun je allemaal uitleggen, maar daar gaat het de meeste PVV-stemmers niet om.

In de gym praat ik weleens met mensen over politiek en specifiek de PVV. Laatst ging het over Faber, toch iemand van wie ik denk: je hebt een heleboel dingen niet handig aangepakt. Als zij bepaalde zaken met wat meer tact had afgehandeld, had ze die asielwetten misschien wel door de Eerste Kamer gekregen. Maar toen ik dat in de gym probeerde uit te leggen, kreeg ik terug: “Faber is mijn tweede moeder.” Veel mensen hebben een heilig geloof in de PVV. Daar kun je nog zoveel tegenin brengen, maar zij blijven denken dat Wilders voor de goede zaak staat. Ik heb vaak tegen linkse mensen gezegd: ze hadden hem premier moeten maken.

Als je wilt dat Wilders geen oppositie blijft voeren vanuit de coalitie, dan moet je hem volledig de kans geven om te laten zien waartoe hij in staat is. Dat is het moeilijke in ons werk: leveren en laten zien dat je iets kunt bewerkstelligen. Iedereen kan vanaf de zijlijn roepen: jij bent een prutser, jij verloochent dit of dat, maar laat maar eens zien dat je het zelf kunt. Daar heeft Wilders zich op de een of andere manier toch weer uit weten te wringen, zonder dat mensen hem massaal laten vallen en nu is hij weer terug in zijn favoriete rol: alles en iedereen de maat nemen. Hij is goed in campagnevoeren, dus hij zal zijn moment pakken. Maar ik hoor ook veel mensen zeggen: ik heb het wel gezien met Wilders, mijn stem voor hem komt toch op een zijspoor terecht, dus ik ga voor JA21. Dat stemt hoopvol.’ 

Is dit het moment waarop JA21, eindelijk, de shine gaat pakken?
‘Ik denk het wel. Het duurt nog even en er komen altijd gamechangers en beslissende momenten die je niet kunt voorspellen, maar de basis is goed. Mensen zien dat wij er hard voor hebben gewerkt en al wat langer meelopen. Wij gaan onze verantwoordelijkheid niet uit de weg en raken niet in paniek als we bij de huidige verkiezingen veel groter worden. JA21 heeft niet alleen een helder verhaal, maar ook mensen die goed kunnen opereren en weten hoe ze politiek moeten bedrijven.

Duidelijk en hard, maar wel beschaafd en fatsoenlijk. De komst van Ingrid Coenradie en Diederik Boomsma heeft ons nog een extra impuls gegeven. Wat dat betreft staan we goed op de kaart, denk ik. We zijn een beschaafde partij die zich rechts van het midden begeeft, met Fortuyn als een van mijn voorbeelden hoe je politiek volgens mij zou moeten bedrijven. Stevig, boven de gordel, gericht op daadkracht en resultaat. Dat is hoe ik het heb gedaan in de vier jaar dat ik in Rotterdam wethouder was. Ik denk dat we daar heel ver mee kunnen komen.’ 

Wat is het verschil tussen jullie verhaal en dat van PVV of VVD?
‘Je kunt heel veel zeggen over immigratie, integratie, veiligheid en hoe je daders wilt bestraffen. In het afgelopen jaar heb ik voorbij horen komen dat we gevangenen maar met z’n achten op een cel moeten stoppen, dat we ze staand moeten laten slapen. Dat is niet oké en ook niet reëel. Wij denken vrij stevig over bepaalde thema’s, maar we komen wel met oplossingen die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. Dat is voor ons heel belangrijk. Niet alleen iets signaleren, maar ook vertellen hoe je het gaat aanpakken.

Of je het daar mee eens bent, dat is een tweede. Er zijn mensen die meteen roepen dat wat wij willen haatdragend of racistisch zou zijn. Onzin. De basis van JA21 is: Nederland behoudt wat goed is en glijdt niet verder af, zoals al twintig of dertig jaar aan de gang is. Dat is helaas een bijna niet te stoppen proces, maar wij zullen het voortouw nemen om het Nederland dat we hebben, of misschien hadden, terug te krijgen. De conclusie die vaak wordt getrokken, is dat we af moeten van iedereen met een kleur. Helemaal niet. We leven samen. Maar er moeten wel een paar dingen worden rechtgetrokken, met als belangrijkste punt: de instroom verminderen. Anders blijf je dweilen met de kraan open.’ 

Het vorige kabinet kreeg dat niet voor elkaar. Wat ga jij anders doen waardoor het wél lukt?
‘Het inwilligingspercentage ligt momenteel rond de 80 procent. Dat moet omlaag. Wie geen recht heeft op asiel moet snel terug, dus niet maanden procederen en vervolgens verdwijnen in het niets. In Denemarken hebben ze een systeem waarin mensen van A tot Z worden meegenomen terug naar hun land van herkomst. Daar heb je goede afspraken voor nodig met die landen én een dienst die de maatregelen echt uitvoert. Het is een rommeltje zoals het op dit moment is georganiseerd.

Je zou het aan de voorkant al anders moeten doen, met de eerste opvang buiten de EU, in veilige landen die mensenrechten respecteren. Daar beoordeel je wie er bescherming nodig heeft. Dat heb ik tegen Faber ook vaak gezegd, want dat is de enige oplossing voor de problemen die we in Nederland hebben. Natuurlijk moet de internationale gemeenschap blijven zorgen voor mensen die vluchten omdat ze homo zijn, omdat ze openlijk tegen een regime ingaan of uit een oorlogsgebied komen. Maar waarom moet dat hier, bij ons? We hebben er geen huizen voor, geen opvang voor. Het systeem is volledig vastgelopen.’

Er zijn in Nederland veel meer arbeidsmigranten dan asielmigranten, bijna 1 miljoen. Moet er niet eerst eens naar die groep worden gekeken?
‘Als het over arbeidsmigratie gaat, moeten we ook veel duidelijkere keuzes maken. Maar arbeidsmigranten hebben tenminste nog werk. Zij komen en gaan zolang er werk is, terwijl asielmigratie te vaak leidt tot een verblijf zonder perspectief. Daarbij botst een deel van de islamitische tradities op veel punten met onze normen en waarden. Daar moeten we eerlijk over zijn. Dit dossier hoort in veilige handen van een minister van JA21 die daar stevig, duidelijk, no-nonsense, rechtvaardig en effectief mee aan de slag gaat. Dat zagen we niet bij de vorige minister. Zij was vooral goed in stoere taal en voor de bühne praten. Dat doet Wilders ook graag en dat mag, maar ik wil graag een verandering zien in het beleid.’ 

Je loopt al jaren op het Binnenhof rond. Wanneer klonk de lokroep van de politiek?
‘In 2002, toen ik João Varela zag bij Nova, nu Nieuwsuur. Hij was nummer twee op de lijst van LPF, een jonge vent, werkzaam bij Unilever. Door Pim werd hij de hemel in geprezen: “Kijk eens, voor alle mensen die zeggen dat ik moeite heb met buitenlanders, hier zit er eentje en dat is mijn nummer twee, een veelbelovende econoom.” Dat was het moment dat mijn vrouw zei: “Goh Joost, volgens mij moet jij je daar ook gaan melden.”

Nog diezelfde avond heb ik een brief geschreven, die ik bij Fortuyn in Rotterdam thuis heb afgeleverd. Drie weken later stond ik op de lijst en nog weer een paar weken later zat ik voor LPF in de Tweede Kamer. Het was een hectische, harde tijd. Pim kreeg haatbrieven, werd uitgescholden op straat, mijn voordeur werd beklad met witte verf. Iedereen riep van alles over Fortuyn, maar ik zag een man die het land weer op de rails wilde krijgen en helder was over wat hij vond. Geen racist, maar een man met een missie. Dat was de reden dat ik dacht: ik stap in.’ 

Was dat een plotselinge wending of zat de politieke interesse er van huis uit al in?
‘Politiek speelde bij mij thuis een grote rol. Aan tafel hadden we discussies over Wiegel, Lubbers en Den Uyl, over kruisraketten en de Koude Oorlog. Mijn vader had een eigen bedrijf en zat aan de rechterkant van het CDA. Op school voerde ik de lijn van thuis door: ik zat in de leerlingenraad en voerde eindeloos veel gesprekken over politiek. Tijdens mijn studententijd verwaterde dat iets, tot ik ging werken. Eerst bij Justitie, later bij de gemeente Rotterdam. Toen ik me bij Pim aansloot, was ik persoonlijk assistent van burgemeester Ivo Opstelten. Ik vond het spannend om hem te vertellen dat ik me had aangesloten bij LPF, want ik dacht: straks vindt hij het niets en moet ik opstappen. Maar hij reageerde heel ontspannen: “Als je gaat flyeren, doe dat dan niet in de baas z’n tijd, maar ’s avonds.” Hij geloofde niet dat Pim veel zetels zou halen, maar het liep anders.’ 

Je hebt na je studie bestuurskunde een paar jaar gewerkt bij Deloitte, waar je verzekerd was van een jaarsalaris met vijf nullen. Waarom koos je toch voor de publieke sector?
‘De overheid is de meest complexe organisatie die er is. Dat heeft me altijd aangetrokken, veel meer dan het bedrijfsleven. In de twee jaar dat ik bij Deloitte zat, werd vrij snel duidelijk dat dat niet mijn ding was. Het idee dat je als wethouder of raadslid echt iets in je stad en land kunt doen, dat je ’s ochtends de krant openslaat en denkt: daar gaat mijn werk over, dat past bij mij. Ik hou van het publieke debat, proberen om iets te verbeteren, je invloed te gebruiken om iets goeds te doen. Dat heb ik op veel vlakken geprobeerd en dat bevalt me goed.’ 

Als je terugkijkt op je loopbaan tot nu toe, waar ben je dan het meest trots op?
‘De oprichting van JA21 in 2020 aan de keukentafel van Annabel in Amsterdam. Dat we voelden: dit is het moment om ervoor te gaan, met nog een paar weken te gaan tot de kandidatenlijst moest worden ingeleverd. Een partij voor fatsoenlijk rechts die kan leveren. Het was een monsterklus met een steeds groter wordende groep enthousiaste mensen, resulterend in drie Kamerzetels in maart 2021.’

Door de jaren heen ben je regelmatig geswitcht van politieke thuisbasis. Ben jij een politieke kameleon?
‘Er wordt altijd gezegd dat ik bij zoveel verschillende partijen heb gezeten, maar dat is tamelijk overdreven. Na de moord op Fortuyn was er geen sterke partij meer rechts van de VVD. Ik heb dat geprobeerd met Pastors, dat had kunnen lukken, maar we werden ingehaald door Rita Verdonk. Later leek Baudet een goede optie, daar geloofden veel mensen in, maar dat liep anders. Ik had ook al heel vaak naar Wilders kunnen gaan, naar de partij van Verdonk, naar Haga, naar Jan Roos.

Er zijn er velen die me hebben gebeld en gevraagd, maar ik heb dat allemaal afgehouden. Ik heb altijd geloofd in mezelf en ben nooit afgestapt van mijn eigen principes, maar ik geef onmiddellijk toe dat die weg niet makkelijk is geweest. Als ik met Wilders in zee was gegaan, had ik net als Dion Graus al twintig jaar in de Kamer kunnen zitten. Maar ik doe alleen wat goed voelt en wat bij mij past. Met JA21 hebben we volgens mij eindelijk een degelijke, beschaafde rechtse partij neergezet die stap voor stap groeit. We zijn geen hype die van nul naar twintig zetels schiet en dan weer terugvalt naar nul. Het is rustig opbouwen en waarmaken.’ 

‘Ik wil op vrijdag niet drie keer een oproep tot gebed horen, dat vind ik verschrikkelijk’

Glijdt kritiek makkelijk van je schouders?
‘Iedereen die z’n nek uitsteekt, krijgt kritiek. Dat is prima. Ik krijg ook veel positieve berichten. Waar het om draait is: kan ik mezelf recht in de spiegel aankijken? Kan ik mijn gezin en omgeving recht in de ogen kijken? Dat is belangrijker dan wat Jan of Klaas op X typt. Blokkeren doe ik vrijwel nooit. Je moet tegen een stootje kunnen.’ 

Steeds meer politici kunnen alleen nog maar zwaarbeveiligd de straat op. Is dat ook jouw voorland, denk je?
‘Na de moord op Fortuyn ben ik beveiligd geweest, vanwege serieuze bedreigingen. Dat is wat het is. Op dit moment heb ik daar geen last van, maar ik zie om me heen dat diverse collega’s bijzonder veel bewakers om zich heen hebben. Dat is uitermate zorgelijk, ook omdat de bedreigingen uit heel verschillende hoeken komen. Zelf krijg ik weleens post en een tijdje terug stapte ik met mijn dochter uit de auto en stond een man ons op te wachten. Op zo’n moment denk je wel even: wacht even, wat wil zo’n figuur? Maar hij bleek gewoon een fan te zijn: “Joost, ga zo door.” Aan de ene kant moet je de bedreigingen een beetje relativeren, maar tegelijkertijd kijk ik wel goed om me heen. Er zijn genoeg idioten.’ 

Zeg je bepaalde dingen daardoor niet, uit voorzorg?
‘Nee. Laatst heb ik nog voorgesteld om het geluid van moskeeën te beperken. Ik wil op vrijdag niet drie keer een oproep tot gebed horen, dat vind ik verschrikkelijk. Daar kunnen mensen aanstoot aan nemen, maar ik ben daar heel open over. Als ik bang zou zijn voor de gevolgen, dan zou ik zulke dingen niet zeggen. Ik ga het niet opzoeken om het op te zoeken. Maar ik zeg wel wat ik vind.’ 

Stel hè, JA21 gaat het inderdaad heel goed doen tijdens de verkiezingen. Zie jij voor jezelf dan een plek in het Torentje? 
‘Ik loop er niet voor weg als het gebeurt, maar het is niet mijn jongensdroom. Fortuyn had dat wel: hij wilde paus worden en anders premier. Als je de grootste wordt, dan hoort het premierschap bij je functie, vind ik. Maar ik kan ook uitstekend uit de voeten als fractievoorzitter. Het gaat mij erom dat het geluid van JA21 in de Kamer helder klinkt. En dat we het daarna gaan waarmaken. Het gaat bij ons niet om de hardste oneliner, maar om de beste uitkomst. Daar mag je me op afrekenen.’ 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct