Leon Verdonschot: 'Gelukkig bent u voor fatsoen, Henri Bontenbal, en een generatie de vernieling in laten eten is dat niet'
'Ongetwijfeld gaan al die pleidooien voor bijvoorbeeld verboden op reclame voor ongezond eten u het verwijt opleveren van ‘betutteling’, het vaste schijnargument van de tegenstanders die tegen bemoeienis zeggen te zijn, maar bemoeienis van de industrie laten bestaan.'
Beste Henri Bontenbal,
Laten we er gemakshalve even van uitgaan dat u onze volgende premier wordt. Dan heeft u voldoende op uw bord liggen de vier jaar erna. Ik wil daar graag nog iets bijleggen.
Uit een nieuw rapport van Unicef blijkt dat het percentage kinderen met obesitas de laatste jaren is gestegen van 3 naar 9,4 procent. Bijna een op de tien kinderen is dus veel te dik. Al die kinderen gaan last krijgen van diabetes, hart- en vaatziekten, en lopen een veel groter risico op vele soort kanker.
Er bestaan grofweg drie manieren om hier na te kijken. De eerste is: laat iedereen lekker zichzelf zijn, body positivity, weg met fat-shaming! Dat is de ene domme route. Het komt neer op mensen een kort en ongezond leven gunnen, onder het mom van acceptatie. Het is onmenselijkheid, vermomd als medemenselijkheid.
De tweede manier is die kinderen zelf de schuld geven van hun toestand. Wat een gebrek aan zelfdiscipline toch! Zo dik, en dan nog steeds vreten – dan vraag je er toch om? Dat is de andere domme route. Het is het neoliberale cliché van de eigen verantwoordelijkheid loslaten op situaties waarin vele sterkere krachten een rol spelen dan de eigen keuze. Zoveel sterker, dat je je moet afvragen of er überhaupt nog sprake is van zo’n keuze.
De derde manier is de verstandige. Namelijk je concentreren op de dader. Dat is niet dat veel te dikke kind, dat is de voedingsindustrie, die ultrabewerkt voedsel dat ons ziek maakt niet alleen fabriceert, maar ook met een heel scala aan verleidingsmechanismen aan ons opdringt. Ongezond eten is goedkoop en overal verkrijgbaar, gezond eten is duur en níét alom aanwezig. In zekere zin lijkt de voedingsindustrie op de tabaksindustrie: dat het ruikt naar een aardbei wil niet zeggen dat die er ook in zit. Het is valse verleidingskunst. Van het meeste dat we eten zijn de smaak, de kleur, de geur en de structuur zo bewerkt dat we er van blíjven eten. Nog meer witte tarwebloem, nog meer industrieel bewerkte vetten, nog meer snel verteerbare koolhydraten binnen. Nog minder mineralen, nog minder vitaminen, nog minder eiwitten. Onze voorouders aten wat de natuur ze gaf, wij waar de voedingsmiddelenindustrie ons toe verleidt. Niet voor niets loopt het aantal levensstijlcoaches, die volwassenen uitleggen wat ze wel en niet moeten eten, enorm snel op.
Maar meer nog dan een samenleving die volwassenen moet afléren troep te eten, zou ik voorstander zijn van een samenleving die ze als kind al áánleert wat gezond is en wat niet. En dus van verplichte voedseleducatie in het onderwijs. En van het aanpakken van de voedingsindustrie, die onze kinderen letterlijk ziek maakt.
Ongetwijfeld gaan al die pleidooien voor bijvoorbeeld verboden op reclame voor ongezond eten u het verwijt opleveren van ‘betutteling’, het vaste schijnargument van de tegenstanders die tegen bemoeienis zeggen te zijn, maar bemoeienis van de industrie laten bestaan. Gelukkig bent u voor fatsoen, zegt u altijd. En het is onfatsoenlijk om een volledige generatie zich de vernieling in te laten eten.
- ANP