James Worthy

James Worthy: ‘Het voelt soms alsof ik door een museum van vers gerenoveerde replica’s loop, terwijl ik heimwee heb naar de originelen’

'Het voelt alsof mijn vriendengroep iets kwijt aan het raken is, en niet alleen een paar kilootjes of een kale kruin, maar karakter'

Mijn vriendengroep is aan het veranderen. Alle vrienden die vorig jaar nog kaal waren, zijn dat inmiddels niet meer. En alle vrienden die vroeger voluptueus waren, hebben zichzelf compleet dun geozempict.

Aan de ene kant ben ik blij voor ze. Ik gun ze de wereld. Maar aan de andere kant maak ik me zorgen. De authenticiteit lijkt te verdwijnen, verdrongen door een soort technologische maakbaarheid.

Mijn alleroudste vriend had altijd gele tanden. Niet een beetje gelig, nee, diep geel, alsof zijn ontbijt, lunch en avondeten uitsluitend uit Chipito-chips bestonden. Nu heeft hij tanden die zo wit zijn dat ze een vouwtent en wandelstokken hebben gekocht.

En ik weet het, dit klinkt als mopperen. Misschien is het dat ook een beetje. Maar ik vind het jammer. Al deze ingrepen leiden tot een soort massale esthetische eenvormigheid. Het voelt alsof mijn vriendengroep iets kwijt aan het raken is, en niet alleen een paar kilootjes of een kale kruin, maar karakter. Scheurtjes. Herkenbaarheid. Echtheid.

Als ik naar mijn vrienden kijk, zie ik een soort lopendebandschoonheid. Ze lijken allemaal uit dezelfde mal te komen, waardoor ze wat inwisselbaar zijn. Ze hebben een hotelkamer van zichzelf gemaakt. Vroeger waren ze gewoon oude panden. Er zat een ziel in. De krakende vloer, de lekkende kraan, het verleden. De schoonheid waar mijn vrienden voor hebben gekozen, is een verhalenverwijderende schoonheid. Het is esthetisch, maar nietszeggend.

Ik mis hun oude gezichten. Niet omdat ze mooier waren, maar omdat ze waarachtiger waren. Gezichten die je kon lezen als een biografie. Die iets prijsgaven, van een slechte gewoonte, een onverwerkt verdriet of een leven dat niet altijd zonder slag of stoot verliep. Nu zijn die gezichten gladgestreken. De sporen zijn uitgegumd. Alsof we collectief besloten hebben dat je geen geschiedenis meer mag dragen in en op je lichaam. Geen tekenen van tijd, toeval of tekort.

En toch blijf ik van mijn vrienden houden. Niet van hun porseleinen gezichten, maar van wat eronder zit. Ik ken hun verhalen. Ik weet nog wie ze waren vóór de strakke haarlijn, vóór de witte glimlach, vóór de magere taille. Misschien maakt dat het nog verwarrender. Want het voelt soms alsof ik door een museum van vers gerenoveerde replica’s loop, terwijl ik heimwee heb naar de originelen.

Er is niets mis met zorg voor jezelf. Maar ergens, diep vanbinnen, verlang ik naar het ongemakkelijke. Naar dat wat niet klopt, maar daardoor juist klopt. Naar de vriend met dat gekke loopje, de ander met de tanden van een vooroorlogse Engelsman en die ene met het Ivo Niehe-haar die niet naar buiten gaat als het waait.

Mijn vrienden zijn altijd prachtig geweest. En niet omdat ze perfect waren, maar omdat ze het niet waren.

Column