Nieuwe Revu ontmoet Erik Scherder
Waar? Bij Dauphine in Amsterdam. Nog iets genuttigd? Allebei een cappuccino met havermelk, plus een glas bruiswater. De tweede ronde bestond uit een verse muntthee voor de professor en een verse gemberthee voor de verslaggeefster. Verder nog iets? Het was een opgewekt gesprek met professor – ‘Zeg maar Erik’ – Scherder. De in 1951 geboren hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam maakte vol overgave excuses, omdat er van zijn kant iets was misgegaan met de afspraak die oorspronkelijk op de VU zou zijn.
Zijn opgetogen ‘ik trakteer’ maakte alles goed. Zijn welgemeend ‘wil je bitterballen, wijn...?’ sloeg ik echter met tegenzin af, het was nog wel wat vroeg, vond hij bij nader inzien ook wel. En toen, na een buitengewoon boeiend gesprek, was het ineens wel borreltijd en sprong hij geschrokken op: ‘Ben jij oké zo, ik ga even afrekenen, want ik moet om vijf uur al bij mijn volgende afspraak zijn.’ Ja, ook dat was helemaal oké.
In je boek haal je hard uit naar AI, je noemt het Afnemende Intelligentie en omschrijft het zelfs als een monster als het ooit de mens zal overrulen.
‘Nou, dat overrulen is nog ver weg, hoor. Dat kan ook alleen als AI een bewustzijn zou ontwikkelen, dan wordt het inderdaad onze ondergang. Ik ben overigens helemaal niet tegen AI. Ik beschrijf in mijn boek de kracht van AI in de industrie, bedrijven, organisaties en de medische wereld. Mij gaat het om de valkuilen die er zijn nu het omarmd wordt door kinderen, thuis en op school en door volwassenen, privé en in hun werk. Dat is iets wat we niet moeten willen, omdat het je de noodzaak ontneemt om je hersenen uit te dagen.
Het lijkt wel of we steeds meer mentale hulp nodig hebben. We willen wel denken, maar niet te veel. Kijk maar naar het enorme arsenaal aan coaches dat we tegenwoordig hebben: een wandelcoach, een scheidingscoach, een datingcoach; het lijkt wel of we niets meer zelf kunnen. We gebruiken speciale zoekmachines als we niet op de titel van een liedje kunnen komen en we zitten massaal voor een scherm. Mentaal en fysiek worden we steeds minder getriggerd en daar genieten we ook nog van. We kiezen graag voor de weg van de minste weerstand en zijn dus liever lui dan moe, vandaar mijn boektitel.’
Je hebt het over een afname van onze intelligentie, maar je wijst ook de weg naar verbetering. Is je boek een waarschuwing of een hart onder de riem?
‘Het is wel een serieuze waarschuwing, want we hoeven ons steeds minder in te spannen. Voor jongeren is het echt twee voor twaalf. In de afgelopen decennia hebben we onze intelligentie kunnen opkrikken dankzij de technologie. Er kwam steeds meer informatie beschikbaar, maar nu begint ons IQ door diezelfde technologie af te nemen. We worden te veel geholpen met van alles en nog wat. Alles wat we niet meteen weten, zoeken we op onze telefoon op.
Mijn hartenkreet is: denk eerst even zelf na voordat je gaat googelen. Je weet altijd meer dan je zelf denkt. En sowieso: vervang je ‘scroltijd’ eens wat vaker door het lezen van een boek of ga voor een hobby. Voor iedereen, op elke leeftijd, is een pauze in het digitale bestaan goed. Ga sporten, wandelen is ook perfect. Door overdag fysiek actief te zijn, verhoog je bovendien de kans op een goede nachtrust. Daag in elk geval je hersenen uit. Dat kan door nieuwe dingen te leren, maar ook door een spelletje Monopoly te doen of diepgaande gesprekken te voeren, niet online, maar live met vrienden en familieleden.’
Wat was het meest schokkende dat je hebt ontdekt of moeten concluderen tijdens het schrijven van je boek?
‘Dat had te maken met het fenomeen brainrot. Dat is een afname van de kwaliteit van de witte stof, de verbindingen in de hersenen die een belangrijke rol spelen bij onder andere taal. Je ziet een schrikbarende afname bij heel jonge mensen. Die witte stof hoort te groeien, steeds meer contacten te maken, complexere netwerken te vormen. Maar naarmate jongeren meer achter een beeldscherm zitten, neemt de kwaliteit van die witte stof af en dat terwijl je daar in de eerste dertig jaar van je leven juist essentiële cognitieve reserves mee opbouwt. Die reserves zorgen voor veerkracht en weerstand, iets wat je hard nodig hebt in je latere leven.
Het is dus van groot belang om te zorgen dat je die reserves opbouwt en dat lukt simpelweg niet als je achter een scherm op TikTok zit of naar andere zaken kijkt die geen enkele inspanning vragen. Door de oppervlakkigheid van die media gaat je geheugen achteruit, ontstaat er een gebrek aan focus en een verminderd concentratievermogen. Het wordt door Duitse collega’s ook wel Digital Dementia genoemd, omdat het dezelfde symptomen laat zien als dementie. Op den duur geeft brainrot een gevoel van afstomping, een soort mist in je hoofd en dat kan weer leiden tot stress, angst en een gevoel van doelloosheid, zelfs tot depressiviteit.’
Je legt ook heel concrete verbanden tussen die cognitieve reserve en ouderdomsziekten...
‘Het interessante is dat cognitieve reserve niet alleen beschermt tegen ouderdomsziekten. Afhankelijk van de grootte van de reserve, vertraagt het zelfs het ontstaan van andere chronische aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten en chronische obstructieve longziekten. Een hoge cognitieve reserve vermindert de kans op die ziektes met maar liefst 20 procent, zo blijkt uit onderzoeken. Maar het beschermt ook tegen mentale stoornissen, zoals bijvoorbeeld depressie.’
Omdat we liever lui dan moe zijn, hebben we steeds minder van die reserves en wordt ons brein steeds minder gezond. Wat moeten we doen?
‘Moeite! Hersenen blijven alleen vitaal als er moeite wordt gedaan. Dat draagt zowel mentaal als fysiek bij aan de kwaliteit van het bestaan en het verhoogt de levensverwachting. Ga dus moeite doen. Een omgeving die de hersenen voortdurend uitdaagt, ook wel ‘verrijkte omgeving’ genoemd, kun je zelf creëren. Een situatie waarin nieuw, complex en uitdagend leren centraal staat. Dat hoeft niet per se hoogdravend te zijn, lees een boek of leer een instrument bespelen. Zelf ben ik met mijn kleinzoon op vioolles gegaan, geweldig. Maar ga vooral ook fysiek aan de slag.’
Je omschrijft dansen als heilzaam tegen alzheimer. Kun je werkelijk invloed uitoefenen op die ziekte?
‘Ja. Door voortdurend de hersenen cognitief uit te dagen, kan het risico op dementie afnemen, het kan het niet voorkomen. Dat kan trouwens met allerlei dingen die je actief doet, zelfs oppassen op je kleinkinderen helpt mee, en fietsen en zwemmen. Muziek maken. Maar dansen is inderdaad iets aparts. Het heeft in bepaalde opzichten zelfs een sterker effect op de hersenen dan sporten.’
Waar zit ’m dat in?
‘Een verklaring daarvoor is dat dansen een combinatie is van complex bewegen en nadenken. Er is veel onderzoek naar gedaan en het blijkt dat mensen die hun leven lang hebben gedanst, ook op amateurbasis, een dunnere hersenschors hebben en een dunnere hersenschors betekent in dit geval een grote cognitieve reserve, iets waar mensen hun leven lang profijt van hebben. Ook musici hebben trouwens heel speciale breinen.
Je ziet ook dat er bij mensen die op latere leeftijd een muziekinstrument leren bespelen, een enorme activiteit ontstaat in de frontale netwerken van het brein en dat is precies wat je wil. Ik heb een presentatie van een parkinsonpatiënt gezien die, heel typerend voor de aandoening, eerst een tijdlang als aan de grond genageld staat en niet los van de vloer kan komen. Zodra er dansmuziek wordt opgezet, lukt het hem te bewegen en na enkele seconden ‘zweeft’ hij door de ruimte. Heel ontroerend om te zien.’
Je kunt dus ook op latere leeftijd nog cognitieve reserves opbouwen, dat geeft hoop.
‘Ja, dat is het mooie, dat opbouwen kan nog op elke leeftijd. Bij iemand van bijvoorbeeld 60 jaar die weer een cognitieve inspanning gaat verrichten, een die er écht toe doet, gaat de neerwaartse spiraal – die past bij een langzame achteruitgang vanaf het dertigste levensjaar – weer meer horizontaal lopen.’
‘We willen wel denken, maar niet te veel. We hebben een wandelcoach, een scheidingscoach, een datingcoach; het lijkt wel of we niets meer zelf kunnen’
Je zegt dat de zorg voor je hersenen in feite begint op heel jonge leeftijd, daarom ageer je al jaren tegen het schoolsysteem waarbij kinderen hele dagen zitten. Gaat dat ooit iets concreets opleveren?
‘Ik zal er tegen blijven vechten, want ik vind oprecht dat het hele schoolsysteem om moet. Als we niet willen dat kinderen van 5 jaar, zoals we helaas nu al zien, ouderdomskwalen als diabetes type 2 ontwikkelen, dan moeten er top-downmaatregelen worden genomen. Gewoon een halfuur les en dan even drie minuten bewegen. Hoe moeilijk is dat? Tijdens mijn eigen colleges breng ik al jaren elk halfuur de zaal in beweging door even een squat te doen. Bewegen moet een normaal onderdeel van de schoolroutine worden, evenals muziek maken.’
Je bent met je plannen naar de politiek gestapt, waarom is het daar nog altijd niet opgepakt?
‘Ik heb geen idee. Ik heb verschillende keren aan diverse ministers mijn verhaal voorgelegd. Zonder enig resultaat. Ik heb het vorige kabinet de vraag gesteld: “Waarom laten we onze kinderen de hele dag zitten op school? Wilt u alstublieft nu gaan regelen dat niet ieder kind in Nederland de hele dag hoeft te zitten, zodat er een verminderd risico op hart- en vaatziekten, diabetes type 2, en overgewicht ontstaat.” Maar niets. Inmiddels ligt er een brief klaar en willen we onderzoeken of er juridische stappen mogelijk zijn zodat er aandacht komt voor het recht van het kind op gezondheid. Er moet iets gebeuren.’
Moet je niet gewoon zelf de politiek in? Leer je meteen iets nieuws.
‘Haha, ik heb gekeken naar welke partijprogramma’s zich ervoor lenen. Ook ben ik gevraagd om lijstduwer te worden, maar die partij – nee ik zeg niet welke – had haar hele programma al online staan en daar zaten niet mijn speerpunten bij. Ik heb gevraagd of die alsnog konden worden toegevoegd, maar dat was niet mogelijk. Heel jammer, want het was een kans geweest. Het is namelijk heel belangrijk en daarom ook mijn voornaamste strijd, mijn missie in het leven. Als die niet volbracht wordt, beschouw ik mezelf als niet succesvol.’
Uiteindelijk komt het allemaal neer op geld en wordt alles waar jij zo voor vecht, zoals muziek en kunst en cultuur, als eerste wegbezuinigd.
‘Dat klopt en daar kan ik hels om worden. Ik ben ambassadeur van Meer muziek in de klas waar koningin Máxima erevoorzitter van is, en als je weet hoeveel werk daarin gestoken is... Het kwartje valt maar niet. Terwijl het aantoonbaar is dat muziek, kunst en cultuur en bewegen dezelfde hersennetwerken activeren als rekenen en taal. Met rekenen en taal gaat het nog altijd niet bergopwaarts, misschien een heel klein beetje inmiddels dankzij de inspanningen van de leerkrachten. Dus waarom niet die breinen verrijken met kunst en cultuur?’
In de door jou opgezette Erik Scherder Huizen heb je zelf de touwtjes in handen genomen, daar boek je successen met jonge mensen met zwaar hersenletsel.
‘Ja, we bereiken veel met dit initiatief. Er zijn ook veel hobbels die overwonnen moeten worden, maar we gaan er met z’n allen voor. Het gaat om jongeren met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar, jonge mensen die na een ongeluk, infarct of hersentumor al hebben gerevalideerd en thuis zijn komen te zitten. Er werd nooit iets voor ze gedaan, ze zitten bij wijze van spreken de hele dag Netflix te kijken. In het Erik Scherder Huis worden ze anderhalf jaar lang, vijf dagen per week getraind, cognitief en fysiek.
Wat kan iemand nog wél, qua geheugen, qua lerend vermogen, wat wil hij of zij worden? Het is duidelijk dat een carrière als piloot er niet meer inzit als je halfzijdig verlamd bent, maar er zijn ook dingen die wél kunnen. Een jongen deed voor zijn ongeval mbo-lab. We hebben ervoor kunnen zorgen dat hij stage kon lopen op het lab van de VU en inmiddels heeft hij zijn opleiding afgerond. Zoiets is toch prachtig? Ik kon wel huilen van geluk.’
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F09%2FHvsxdJs1XgS5ya1758544839.jpg)
Geluk is niet per se goed voor onze hersenen begrijp ik uit je boek?
‘Nou, het is niet goed als je zo makkelijk tevreden bent met je leven, dat je denkt: de grote stappen heb ik gehad, ik heb een studie voltooid, een cursus gedaan, een baan gehad en nog een baan, nu is het wel mooi geweest. Dat is een valkuil. Als de tevredenheid toeslaat, volg dan toch nog maar een cursus, want door te blijven leren, krijgt je brein daar ook steeds meer behoefte aan en dat is goed.’
‘Ja, botox doet ook wat met het brein. Als je in de spiegel kijkt en je ziet er jonger en voor je gevoel beter uit, dan heeft dat een positief gezondheidseffect’
Zelf ben je neuropsychologie gaan studeren terwijl je al werkte als fysiotherapeut en een vrouw en drie kinderen had. Was je niet tevreden?
‘Oorspronkelijk zou ik in de zaak van mijn vader gaan werken, net als mijn twee broers. Maar het bleek al snel dat ik niet geschikt was voor het werken in de papier- en plasticbranche. Ik heb toen eerst een opleiding voor tennisleraar gedaan, maar dat was het ook niet helemaal. Ik ben nooit een adonis geweest, maar toch waren er altijd weer dames die na een halfuurtje les liever koffie met me wilden gaan drinken dan werken aan hun backhand. Het was kortom mijn wereld niet.
Toen ben ik – na het wegwerken van veel deficiënties, want ik had alleen de handelsschool gedaan – de opleiding fysiotherapie gaan doen en vervolgens bij de Valeriuskliniek in Amsterdam gaan werken. Daar mocht je met van alles meekijken, ook bij obducties, fantastisch! Het idee dat je een mevrouw de dag ervoor nog op zaal had zien liggen en nu keken we in haar hersenen. Wat was er misgegaan? Ik wilde weten hoe dat zat. Destijds kon je nog in de avonduren je doctoraal – tegenwoordig master – halen in de klinische neuropsychologie en dat ben ik gaan doen.’
Hoe was jullie gezinsleven terwijl je studeerde?
‘Heel fijn. Mijn vrouw Sylvia en ik hebben alles altijd helemaal met z’n tweeën gedaan. Ik studeerde als de kinderen in bed lagen en in het weekeind en zat dan altijd in de woonkamer, zodat ik toch beschikbaar was voor de kinderen. Ik wilde de studie heel graag volbrengen, maar niet dat het ten koste van mijn gezin zou gaan. Dat gezin, de kinderen, vond ik echt geweldig. Ik heb van elke fase genoten, ook van de puberteit.’
Je pleit ervoor om te blijven werken ook na je 67ste, want dat is goed voor ons brein...
‘Zeker, dat is zo. Maar ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik werk, onbezoldigd, fulltime op de VU met mijn studenten. Zolang ik niemand in de weg loop, wil ik graag met mijn benen in de modder staan. Ik ben naast het werk voor de VU en het Erik Scherder Huis nog lid van de Nederlandse Sportraad. Ik maak veel uren, elke dag. Mijn vrouw heeft ook een druk leven, zij helpt onder meer een van onze zonen in zijn exclusieve tennis- en padelzaak. Zelfs in de vakanties werken we meestal door. Het voordeel van druk bezig blijven, is dat je een doel hebt in je leven, je moet ergens naartoe.’
Je hebt vaker aangegeven dat je voor nogal wat dingen bang bent: grote hoogtes, vliegen, de dood... Is dat harde ‘doorwerken’ ook een manier om de tijd om de tuin te leiden, een soort botox voor je hersenen?
‘Haha, ja, daar heb je een punt. Ik denk dat dat zeker een rol speelt. Als ik met pensioen was gegaan, had ik meer beseft: nu zit ik in mijn laatste levensfase. Nu alles gewoon doorgaat, kan ik ook denken dat ik nog jong ben.’
Over botox gesproken, doen die mogelijkheden om jezelf een jaar of wat jonger te toveren eigenlijk iets met je brein?
‘Toch wel, ja. Als je in de spiegel kijkt en je ziet er jonger en voor je gevoel beter uit, want het gaat erom wat jij zelf vindt, dan heeft dat een positief gezondheidseffect.’
Je eigen gezondheid staat onder druk. Je lijdt aan progressieve aderverkalking, ondanks je gezonde levensstijl, niet roken, niet drinken. Hoe gaat het nu met je?
‘Inmiddels wel goed, maar toen ik het hoorde, was het een aardschok. De ziekte heeft er fors ingehakt. Ik heb gelukkig geen afsluitingen, maar ik weet niet hoe ik eraan toe zou zijn geweest zonder de rigoureuze levensstijl die ik al jaren heb. Nu slik ik preventief medicijnen en leef ik zo gezond mogelijk, op het dwangmatige af. In het begin was ik erg down, ik ben nu eenmaal een hypochonder, dus ik maakte me heel erg ongerust. Toen de cardioloog zei dat ik gewoon kon blijven doen wat ik altijd doe, was dat een enorme opluchting.’
Dus je stort je ook vol overgave op die Liever moe dan lui-challenge naar aanleiding van je boek. Wat houdt die precies in?
‘Het is een dertigdaagse challenge in samenwerking met de Hersenstichting en Omroep Max, met elke dag een andere uitdaging, zowel fysiek als cognitief. Het is de bedoeling dat je na die dertig dagen versteld staat over de dingen die je hebt gedaan, dingen waarvan je dacht dat je ze niet kon. Ik hoop natuurlijk dat het de leefstijl van mensen verandert, dat ze nieuwe dingen gaan doen die uitdagend zijn. Dat ze gezonder gaan eten, meer gaan bewegen en meer gaan denken. Want dat is waar het allemaal om draait: vitaliteit in denken. Ik zou zeggen: meld je aan!’
Heb je nog een droom?
‘Ja, ik zou heel graag de Tweede Kamer eens willen toespreken over het onderwerp jeugd, geestelijke gezondheid en beweging. En een totaal ander onderwijssysteem. Al is het maar een college van een uur, dan zou dat voor mij een droom zijn die uitkomt.’
Online onbeperkt lezen en Nieuwe Revu thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- ANP