Steeds meer mannen kiezen voor penisverlenging, maar werkt het echt?

Miljoenen Nederlandse mannen zijn onzeker over hun penis. In vergelijking met het formaat van de enige exemplaren die ze vaak zien, de pornopenis, vinden ze hem vooral te klein, te smal, te nietig. Steeds meer mannen kiezen daarom voor een penisvergroting. Waar komt die angst vandaan? En: werkt dat dan echt, een penisverlenging? 

Steeds meer mannen kiezen voor penisverlenging, maar werkt het echt?

Soms is het moeilijk om je in te leven in het probleem van iemand anders. Zeker als dat probleem feitelijk niet bestaat. In zijn documentaire Short Dick Man heeft Matthijs Janssen zijn vrienden uitgenodigd voor een etentje. Ze dragen een roze penisdiadeem op hun hoofd en hij zegt: ‘Ik ga heel erg gebukt onder de onzekerheid over de grootte van mijn penis.’ Als kijker weet je dan al dat zijn penis een gemiddelde lengte heeft. Dat hij dus gebukt gaat onder een misverstand, een waanidee. 

Dat een waanidee je leven flink kan verzieken, blijkt uit de documentaire, waarin we dat lijden in naakte, dagelijkse vorm zien. We zien Matthijs in de toiletruimte van een club voor een pisbak. Als hij zijn broek open knoopt, zal iedereen kunnen zien hoe klein geschapen hij is. We zien Matthijs op een zomerse dag aan een drukke waterkant in Amsterdam zitten, bezorgd om de volgens hem te nietige ‘bulge’ in zijn zwembroek.

We zien Matthijs in zijn slaapkamer met een man die hij heeft ontmoet op Pride, net voor het moment dat ze zich zullen ontkleden. Bij al deze momenten gaat Matthijs dus helemaal kapot. Zo kapot dat we hem ook EMDR-therapie zien krijgen, de beproefde traumaverwerkingsmethode. We zien hem bij zijn psycholoog, waar hij zijn hart uitstort om al pratend een weg te zoeken van onder de schaduw van zijn ‘kleine’ penis. 

Als kijker wacht je tijdens zijn documentaire op een grap, een ironisch signaal waaruit blijkt dat Matthijs zelf ook wel beseft dat zijn lijden, in het grotere geheel van het lijden van de mensheid, misschien ergens wel meevalt? Maar Matthijs toont geen zelfspot, daarvoor wordt het onderwerp voor hem te vaak afgedaan als grap. 

Micropenis

Een blik op de cijfers onderstreept zijn punt. Echt heel veel mannen hebben het idee dat ze te klein geschapen zijn. Dat gaat van mannen die ‘licht ontevreden zijn’ tot mannen die wanhopig zijn. Bij mannen met een micropenis is dat misschien begrijpelijk. Maar die groep, waarbij de penis in slappe, uitgerekte staat kleiner is dan 7 centimeter, vormt slechts 0,6 procent van de Nederlandse man. Een veel grotere groep mannen heeft geen micropenis, maar is toch ontevreden.

Zo vindt tussen de 25 en 30 procent van de Nederlandse man hun penis ‘aan de kleine kant’, waarvoor ze zich soms schamen, maar wat hen verder niet belemmert in hun functioneren. Tussen de 10 en 15 procent van de mannen is ‘structureel ontevreden’ en vermijdt situaties waarin ze naakt zijn in gezelschap, zoals de sportkleedkamer. Tussen de 2 en 5 procent van de Nederlandse mannen is ‘ernstig ontevreden’ over de penislengte en ervaart dat als ‘psychisch belastend’.

Minder dan 1 procent lijdt zo dat ze er hulp voor zoeken of een ingreep overwegen. Het lijden van deze laatste groep, waar Matthijs onder valt, heeft een naam: penile dysmorphic disorder, een aftakking van het bekendere body dysmorphic disorder, een stoornis waarbij iemand geobsedeerd is door een of meerdere, vermeende, lichamelijke tekortkomingen.   

Tussen de 10 en 15 procent van de mannen is ‘structureel ontevreden’ en vermijdt situaties waarin ze naakt zijn in gezelschap, zoals de sportkleedkamer

Al met al betekent dat dus dat miljoenen mannen onzeker zijn over hun penis. Maar bijna niemand praat daarover. Als het over de penis gaat, is dat vaak als punchline of als manier om mannelijkheid aan af te meten. We zien eigenlijk ook nog weinig echte exemplaren die dat beeld van de pornopik in een wat realistischer perspectief plaatst. In een van de laatste bastions van publiek naakt, de sportkleedkamer, douchen steeds meer mannen niet, of met onderbroek. Voor het geval u begint te twijfelen: voor Nederlandse mannen ligt de gemiddelde penislengte op 9,6 centimeter in slappe toestand en 15,8 centimeter in erectiestaat. 

In een wereld waar het grote lijden van de mensen onoplosbaar lijkt, staat voor het lijden van de welvarende mens een leger aan oplossingen klaar. Met name via sociale media waar algoritmes als spiegel van de ziel waarschijnlijk al snel de penisonzekerheid van mannen detecteren, vliegen de oplossingen je om de oren. 

Er zijn supplementen en crèmes, waarbij voor de werking geen wetenschappelijk bewijs te vinden is. Er zijn penispompen, -stretchers en -extenders, waarvan de werking vooral tijdelijk is. Volgens recente berekeningen is dit een miljardenmarkt, met een jaarlijkse groei van 7 procent.  

De behandeling die in ieder geval bewezen, duurzame resultaten oplevert is chirurgisch: een penisverlenging of verdikking. Bij de penisverlenging worden de ‘ligamenten’, touwtjes die de penis aan het schaambot binden, bijna tot aan de prostaat doorgesneden. Hierdoor hangt de penis lager en lijkt hij langer. Voor een verdikking wordt de penis ingespoten met (eigen) vet of fillers. Dergelijke ingrepen zijn niet goedkoop en kosten tussen de 4000 en 15.000 euro. 

Een van de bekendste Nederlandse plastisch chirurgen die de penisverlenging als optie aanbiedt, is Martin Janssen. Hij ziet een duidelijke stijging in het aantal behandelingen. ‘Als ik het vergelijk met twintig jaar geleden, zie ik een stijging van 300 procent. Ik denk dat steeds meer mensen weten dat het kan. Ze zoeken via internet naar oplossingen en komen dan bij mij uit.’

Eén ding valt hem op als mannen in zijn spreekkamer komen: ze komen vrijwel altijd alleen, ‘en als ze dan zitten, zeggen ze nooit direct: “Ik wil een penisverlenging,” ze praten er altijd omheen.’ 

De reden voor deze omzichtigheid is voor Janssen duidelijk: discriminatie. Mannen die problemen hebben met de lengte van hun penis worden naar het verdomhoekje van de maatschappij weggelachen. ‘Als een vrouw na de zwangerschap grotere borsten wil, vinden we dat inmiddels volstrekt normaal. Maar een man die onzeker is over zijn formaat en daar iets aan wil doen, maken we belachelijk. Het is inderdaad ongezond dat mannen in een voetbalkleedkamer hun penis vergelijken met die van een ander en daar onzeker van worden, maar het leven is hard en oneerlijk. Ik heb patiënten die in de Albert Heijn werken en dan horen: “Jeetje, wat zie jij er vermoeid uit, is het laat geworden vannacht?” Terwijl ze gewoon wallen hebben, iets wat familiair is bepaald.’ 

Risicovol

De Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU) raadt deze behandeling af, volgens hen is het te risicovol, maar vooral onnodig. Meer dan een operatie hebben mannen die gebukt gaan onder de lengte van hun geslachtsdeel wat aan een gesprek daarover met een psycholoog. Janssen moet, ernaar gevraagd, lachen om het advies van de vereniging voor urologen. ‘Logisch,’ verklaart hij. ‘Een uroloog werkt in een ziekenhuis, daar krijgen ze de behandeling niet vergoed door de zorgverzekeraar. Dan komen ze met de psycholoog als oplossing. Ik heb voldoende patiënten gehad die bij een psycholoog zijn geweest, maar daarover zeggen: “Die helpt mij niet aan een langere penis.”’  

Plastisch chirurg Martin Janssen: ‘Anouk heeft het voor veel mannen verpest door te zeggen dat bij haar alleen mannen met 28 centimeter binnen mogen komen’

Vaak genoemde risico’s over littekenweefsel, gevoelloosheid en erectieproblemen wuift hij resoluut van de hand. ‘Urologen weten niet waar ze het over hebben. Ze doen deze behandeling niet, dus hebben er ook geen verstand van. Ze refereren misschien aan heel oude behandelingen, waarbij je grote littekens had, maar dat is allemaal niet meer zo.’ Janssen leerde zijn techniek in Amerika en voert deze naar eigen zeggen meerdere keren per dag uit. ‘Dit is de enige techniek die werkt, meer is er niet. Erectieproblemen zijn eigenlijk onmogelijk. Heel soms heeft een cliënt na de operatie een beetje pijn in de liezen, of een blauwe balzak, maar dat is eigenlijk heel zeldzaam.’ 

Eigenlijk kan hij zich geen ontevreden klant herinneren. De ene keer dat een klant veel pijn had na de operatie maakte die de fout om naar het ziekenhuis te gaan. Daar raakten ze gelijk in paniek toen ze hoorden dat hij een penisverlenging had ondergaan. ‘Zijn ze de boel gelijk gaan openmaken en gaan slopen. Dat was nergens voor nodig geweest.’  Toch kan de behandeling soms flink anders uitpakken dan gemiddeld, zo ondervond hij en met name zijn cliënt vorig jaar. Zoals altijd had hij vooraf de verwachtingen van de cliënt gemanaged: gemiddeld is de penis na de operatie tussen de 1 en 2 centimeter langer. Het is de boodschap die hij elke man meegeeft. ‘Maar bij deze man was dat 7 centimeter.’ 

Janssen heeft geen aversie tegen artsen en ziekenhuizen, zegt hij. Maar het steekt hem wel dat ze vaak lijnrecht ingaan tegen zijn dagelijkse ervaring, zijn resultaten. ‘Als ze dan zeggen dat de penis instabiel wordt van het doorsnijden van de ligamenten, denk ik: neem jij nog maar eens een lesje menselijke anatomie. Dat kan helemaal niet.’ Janssen wil maar zeggen: wie zijn wij om anderen moralistisch te veroordelen om de manier waarop zij met de speling van het lot omgaan? 

Hij komt afsluitend met een verrassende analyse van de oorzaak voor het probleem: zangeres Anouk. ‘Zij heeft het voor veel mannen verpest door te zeggen dat bij haar alleen mannen met 28 centimeter binnen mogen komen.’ Janssen verwijst naar een interview uit 2013 in magazine Linda. waarin Anouk zegt: ‘Belangrijk is dat hij groot geschapen is. Zo’n 21 tot 23 centimeter. Ik wil wel pijn voelen. Je wilt af en toe goed door de kamer worden geknald, toch?’

Toen Gürsür Ayar in 2021 meedeed aan het datingprogramma Prince Charming op Videoland en vertelde over zijn penisverlenging en -verdikking kreeg hij ‘echt verschrikkelijke reacties’, vertelt hij vier jaar later. Hij hield al snel op ze allemaal te lezen. ‘Ik dacht: ach ja, waar bemoeit zo’n saaie moeder uit Friesland zich mee?’ Wat scheelt is dat Gürsür, anders dan Matthijs, nooit ontevreden was over zijn penislengte. ‘Ik voelde me nooit onzeker en heb ook nooit klachten gehad.’ Hij zag de behandeling eigenlijk vooral als een investering in zijn gedroomde toekomst in de consultancy en plastische industrie.

Hij kwam in Istanbul een chirurg tegen die hem enthousiast maakte over de behandeling, maar ook over de groeipotentie van de markt voor penisvergrotingen en -verdikkingen. ‘Ik dacht, best impulsief: laat ik het gewoon doen, misschien kan ik er mijn werk van maken.’ Inmiddels heeft hij zijn droom waargemaakt, hij heeft een eigen bedrijf, Art of Cosmetics, waarmee hij maandelijks als consultant met een groep mannen naar Istanbul reist voor deze behandeling. Hij ziet een ‘intense groei’ in de vraag. 

Over risico’s is hij net zo uitgesproken als plastisch chirurg Martin Janssen: die zijn er volgens hem eigenlijk niet. Dat mannen die een penisverlenging overwegen beter een psycholoog kunnen bezoeken, zoals de Nederlandse Vereniging voor Urologie zegt, vindt hij een voorbeeld van ‘gesloten denken’. ‘Als je onzeker bent over je lichaam, krijgt een psycholoog dat er echt niet uit.’ 

Gürsür is, net als Matthijs, gay en ziet veel mannen die op zoek zijn naar een zo groot mogelijk formaat, waarbij de eisen niet zelden in minimaal aantal centimeters wordt gecommuniceerd. ‘Vervolgens zeggen ze dat ze een lijn ketamine nemen, zodat ze helemaal kapotgeneukt kunnen worden. Doe even normaal, denk ik dan. Met ketamine voel je inderdaad niks meer, maar als je zonder drugs intiem bent en op een normale manier seks hebt, maakt lengte helemaal niet uit en dat is zoveel meer waard.’ 

Obsessie met penislengte

Matthijs, die de documentaire maakte over zijn, naar eigen inzicht, kleine pik, onderschrijft de obsessie met penislengte in de gay-community. ‘Een penis is een totem, alles draait om lengte. Zeker door de komst van Grindr gelden er nu pornostandaarden.’

Hij ondervond die aan den lijve toen hij na het sturen van een dickpic direct werd geblokkeerd. Seks werd iets waarvan hij zich onthield of, als het er toch van kwam, wat hij pas deed na een duidelijke disclaimer. 

Een paar dagen nadat Short Dick Man op tv verscheen, vertelt Matthijs opgelucht over de reacties die hij krijgt. Hij ontvangt veel berichten van mannen die zich herkennen in zijn verhaal. Het leukste bericht kreeg hij van de oprichter van Swim Gym, een Amsterdamse zwemclub waarover Matthijs twijfelde of het niet iets voor hem was, totdat hij zag dat iedereen er in Speedo’s zwom en hij afhaakte. ‘De oprichter vond het een mooie, kwetsbare docu en hij bood me een training aan. Dat lijkt me leuk, ik denk dat ik het ga doen.’ 

Het is voor hem ook het bewijs dat hij tijdens het maken van de film is gegroeid. ‘Het was namelijk mijn grootste angst dat ik erdoor bekend zou staan als ‘die guy met die kleine lul’. Maar ik heb geleerd om de schaamte los te laten, die schaamte voelde als een brok in m’n keel, die er nu uit is. De film voelt nu als een eerbetoon aan mijn onzekerheid, maar ook als het begin van een nieuw verhaal over mannelijkheid. Een verhaal dat niet alleen voor mij, maar voor veel mannen een bevrijding kan zijn.’ 

Als de uroloog in de film tegen hem zegt dat zijn penis van gemiddelde lengte is, is dat geen nieuws voor Matthijs. ‘Ik zeg ook nergens dat ik een kleine piemel heb, maar alleen dat ik er onzeker over ben.’ Hij leert wel dat er een naam is voor zijn schaamte, het eerder genoemde Penile Dysmorphic Disorder (PDD), een mentale aandoening waarbij mensen zich obsessief bezighouden met vermeende afwijkingen aan de grootte of vorm van hun penis, wat tot veel angst en stress leidt. ‘Heel lang dacht ik dat dit het zou zijn, dat ik de rest van mijn leven moet slijten met schaamte.’ 

Er is maatschappelijk geen ruimte voor een gesprek over penisschaamte, en ook al is dat schadelijk, Matthijs begrijpt wel hoe het komt. ‘Het is makkelijker om je te conformeren aan die norm, en jezelf daar kapot aan te laten gaan, dan het omver proberen te werpen, je kop boven het maaiveld uit te steken. Als ik zeg dat ik een kleine piemel heb, ben ik niet meer begeerlijk. Daar zijn wij zo op getraind, als man mag je niet kwetsbaar zijn. Onzekerheid bij mannen mag niet bestaan, laat staan over dat waarmee je je moet voortplanten.’ 

Daar iets aan doen, door het bespreekbaar te maken, is voor mannen moeilijk. Matthijs lukte het in ieder geval niet. De keer dat hij een date trof met een kleinere penis dan hijzelf, vond er geen verbroederend gesprek plaats over de onrealistische standaarden. ‘Dat vond ik zo confronterend, daar was voor mij gevoelsmatig nog helemaal geen plek voor.’ 

Matthijs beschrijft zijn film als het bouwen van een tafel. ‘Zijn de mensen klaar om bij mij aan tafel te zitten, of blijf ik daar alleen zitten? Ik begrijp nu hoe het zit, waar mijn onzekerheid vandaan kwam en door de film heb ik de mogelijkheid aan anderen gegeven om dat ook te begrijpen.’ 

Hij maakte de film samen met regisseur Willem Timmers, die ook de film Mijn seks is stuk maakte, waarin documentairemaakster Lize Korpershoek het verdwijnen van zin in seks tijdens langere relaties onderzoekt. ‘Die film wordt veel aangeraden door seksuologen, ik hoop dat dat met mijn film ook zal gebeuren.’ Als Matthijs nu moet plassen en er is alleen een urinoir, dan doet hij dat gewoon. ‘Ik denk wel even: wat ga ik doen? Maar dan zeg ik tegen mezelf: dude, please. Mogen ze je piemel zien? Mogen ze daar wat van vinden? Oké, lets go!’ 

‘Als ik zeg dat ik een kleine piemel heb, ben ik niet meer begeerlijk. Als man mag je niet kwetsbaar zijn. Onzekerheid bij mannen mag niet bestaan’

Vroeger, vertelt hij, werkte hij bij cinema Tuschinski in Amsterdam, en hoopte hij ooit zo beroemd te worden dat hij vanaf daar in een witte kist door de stad naar zijn laatste rustplaats zou worden gebracht. Als hij nu aan zijn sterfbed denkt, aan zijn nalatenschap, dan denkt hij aan dat wat hem zo lang heeft genekt in het leven. ‘Dat is mijn onzekerheid. Nu voelt het alsof ik mijn levenswerk heb gedaan, dat ik iets ben geworden wat ik vroeger gemist heb. Als ik deze film had gezien als ik jong was, had ik me minder alleen gevoeld.’ 

Klein, maar intelligent

In de oertijd renden onze voorouders naakt door oerbossen achter prooien aan. Mannen met een grote piemel waren praktisch gezien in het nadeel. Het jaagt gewoon minder aangenaam als je voortdurend moet opletten of je geslachtsdeel niet ergens tegen een giftige plant zwiept of wordt gezien als aantrekkelijke prooi voor een gretige slang.

De evolutie had daarvoor een oplossing: de dartosspier. Een spier die, heel kort samengevat, je penis kon laten krimpen. Doordat we kleding zijn gaan dragen, is die spier luier geworden, hij was niet meer nodig om te overleven. Maar bij sommige mensen is die spier nog heel sterk. Daardoor lijkt het alsof ze over een kleinere penis beschikken dan ze feitelijk hebben. Standbeelden uit de Griekse en Romeinse tijd tonen doorgaans een zeer atletische man, fraai symmetrisch en opvallend klein geschapen. Een kleine penis symboliseert zelfbeheersing, intelligentie en esthetische perfectie. 

In de20ste eeuw kwam door de invloed van met name porno de nadruk te liggen op grote penissen, die worden geassocieerd met mannelijkheid. Het lijkt erop dat de evolutie volgt, uit een recent onderzoek van Stanford University blijkt dat de gemiddelde lengte van de penis in erectie tussen 1992 en 2021 met maar liefst 24 procent is gestegen. 

Soms is het moeilijk om je in te leven in het probleem van iemand anders. Zeker als dat probleem feitelijk niet bestaat. Vaak is het dan goed om te beseffen dat we meer dan in feiten in verhalen geloven. Het verhaal over de penis is nogal opgeblazen, zou je kunnen zeggen, en zegt alles over de maatschappij waarin we nu leven. Sociale media, porno, de dwingende obsessie met optimalisatie, zie er maar eens aan te ontsnappen. Misschien kunnen we het verhaal soms een beetje bijsturen. Bijvoorbeeld door een documentaire te maken of, mocht je ooit een foto ontvangen van iemand met een (in jouw ogen) wat kleine pik, diegene niet te blokkeren, maar te complimenteren met z’n sterke dartosspier.